Kerkhofmuur  west  vak E           

 

 

  ridderbeecks

Oude ingang

zusters van het Arme Kind Jezus

  Maria Reparatrix
       

Spitz

Kerkhofkapel

voorheen

Keuller

Voorheen Strucken
 

Vak E: de graven van de religieuze orden langs de westelijke kerkhofmuur 2.

 

De zusterS van Maria  Reparatrix

- Een kruis, namen en data van de overledenen -

 

W. VAN DER KUN, Mère Maria werd geboren in 1859. Zij overleed in 1937 en werd op 9 augustus 1937 bijgezet te St. Pieter.

De Limburger Koerier van 12 augustus 1937:

 

 

 

RIET ZWAAN

Rietje ZWAAN (*1919) werd op 10 augustus 2009 te St. Pieter begraven op de begraafplek van de Zusters van het Arme Kind Jezus. Zelf was zij geen zuster, maar woonde bij de zusters Reparatricen in. Haar zus Eugenie Maria Hendrika ZWAAN (1920-2013) was wel religieuze in het klooster van de Zusters Maria Reparatrix

 

 

Het kasteel van Wégimont.

Émilie d'Oultremont (Baronnes van Hooghvorst) werd geboren op 11 oktober 1818 te Wégimont, bij Luik. Reeds als kind werd zij aangetrokken tot de eucharistie en Maria. Later kreeg zij grote bewondering voor St. Ignatius van Loyola. 14 oktober 1837 huwde zij met baron Victor Vanderlinden, Baron d'Hooghvorst, met wie zij 4 kinderen kreeg. Na tien jaar huwelijk overleed Victor aan de gevolgen van een koorts. Zo werd Émilie op 29 jarige leeftijd weduwe. Na een diepe religieuze ervaring op 8 december 1854 richtte Emilie een congregatie op: de orde van Maria Reparatrix ("La Société de Marie-Réparatrice"). Ze nam de naam aan van Maria van Jezus en begon met 10 kloosterlingen op 2 mei 1858 te Straatsburg een congregatie. Congregaties werden in geheel Europa gesticht, evenals in India, de Réunion eilanden en Mauritius. De missie was, Jezus bekend en bemind te maken. Moeder Maria van Jezus overleed 22 februari 1878 te Florence op 59 jarige leeftijd. Haar stoffelijke resten worden bewaard in de kerk van Santa Croce en San Bonaventura te Rome. 12 oktober 1997 werd Maria zalig verklaard door Paus Johannes Paulus II. Haar feestdag wordt gevierd op 11 oktober. Henriëtta d'Oultremont als Gravin van Nassau.

 

 

In de Tweede Wereldoorlog werd in Wégimont (1943 - september 1944) op bevel van de militaire chef-staf België/Noord-Frankrijk, een afdeling Lebensborn gevestigd.
Aanstaande moeders van Germaanse bloeden, ..., die van bloeden zijn van leden van de Wehrmacht van het Duitse rijk of buitenlandse leden van Duitse steunorganisaties (de Waffen-SS, het Waalse (SS-) Legioen, Vlaamse SS, NSKK e.d.) of anderszins Duitsen bloeden werden hier opgenomen.
De Belgische Lebensborn was er kennelijk stilletjes toe overgegaan ook puur buitenlandse kinderen op te nemen wier ouders beiden geen Duits staatsburger Het naziregime had in november 1942 in het kasteel van Wégimont een zogenaamde Lebensborn ondergebracht, een kraamkliniek voor de kinderen die SS'ers en Wehrmachtsoldaten hadden verwekt bij Belgische moeders. Het was de Duitse soldaten, op enkele uitzonderingen na, verboden te trouwen met lokale vrouwen. Maar tegelijk mocht geen enkel raszuiver kind voor het Arische volk verloren gaan. In Wégimont konden de ongehuwde zwangere vrouwen in alle discretie, en omringd met de beste zorgen, het Herrenvolk verrijken. Sommige van die vrouwen collaboreerden met de nazi's. Enkelen waren van lichte zeden, voor nog anderen was een Duits lief een uitweg uit de armoede. Maar veel van de vrouwen in Wégimont waren ook simpelweg verliefd geworden op een soldaat. Bron: Hitlers kindercrèche in de Ardennen - De Standaard.

Achter in het park van kasteel Wégimont op de plaats die "Fond de Gottes" heet, bevindt zich de grafkelder van de familie d'Oultremont. Het is het voormalige koor van de Karmelietenkapel. Deze kapel werd in 1842 parochiale kapel van Ayeneux. In 1876, tijdens de bouw van de huidige kerk van het dorp werd een groot deel van de kapel afgebroken; het overige deel diende verder als grafkelder. Talrijke familieleden van d'Aspremont de Lynden en andere kasteelbezitters werden er begraven. 27 oktober 1864 werd gravin Henriëtte d'Oultremont de Wégimont - de tweede echtgenote van koning Willem I, hier bijgezet in het familiegraf.

Henrica Adriana Ludovica Flora Rijksgravin d'Oultremont de Wégimont, gedoopt te Maastricht op 28 februari 1792 in de St. Jacobkerk † Aken 26 oktober 1864, was de dochter van de Waalse Rijksgraaf Ferdinandus Franciscus Ludovicus Michael d'Oultremont de Wégimont en de Wageningse admiraalsdochter Johanna Susanna Hartsinck. Zij was een tante van Émilie d'Oultremont. Uit het huwelijk van haar ouders werden nog twee zonen en twee dochters geboren. Uit het eerste huwelijk van haar moeder met Dirck de Smeth (1754-1779) was in 1779 al een zoon Theodorus geboren. Deze Theodorus werd later Heer van Deurne, Liessel, Alphen en Rietveld. Op 49-jarige leeftijd huwde Henriëtte 17 februari 1841 te Berlijn met de afgetreden koning van het Koninkrijk der Nederlanden, Willem I Frederik van Oranje-Nassau (1772-1843), weduwnaar van Wilhelmina van Pruisen (* 1774 † 1837; Henriëtte was 25 jaar lang haar hofdame geweest). Dit huwelijk veroorzaakte nogal wat opschudding, omdat de wortels van Henriëtte deels in het net afgescheiden België lagen en zij Rooms Katholiek was. Bij haar huwelijk kregen haar man en zij de titels Graaf en Gravin van Nassau. Zij werden spottend ook wel "Willem Kaaskop" en "Jetje Dondermond" genoemd. Het huwelijk werd door de Nederlandse staast niet erkend. 12 december 1843 zakte Willem I in de werkkamer van zijn Berlijnse paleis als gevolg van een beroerte in elkaar en overleed. 2 januari 1844 volgde de bijzetting in de grafkelder te Delft. In 1864 overleed Henriëtte op kasteel Rahe, Laurensberg bij Aken, 72 jaar oud. In tegenstelling tot haar man, de ex-koning, werd Henriëtte niet begraven in de koninklijke grafkelder te Delft in de Nieuwe Kerk, maar in het familiegraf te Wégimont.

 

De dood van koning Willem I scheidde letterlijk en figuurlijk beide echtgenoten in tweede huwelijk.

Literatuur: L. Roppe, een omstreden huwelijk - Kasterlee "De Vroente" 1962.
Stamboom zie:
Worldroots.com.

De nieuwe grafkelder te Delft daterend uit 1822 en gebouwd in opdracht van koning Willem I met rechts de ongewoon grote kist van Koning Willem I. Tekening uit 1890 gemaakt door een Franse journalist voor de bijzetting van koning Willem III. Bron: Grafkelder van Oranje-Nassau - Wikipedia.

 

 

 

 

Aan het pad van de plek van de zusters van het Arme Kind Jezus ( E 42 t/m E 46) waren vijf graven bestemd voor priesters.

 

Hier lag begraven (het grafteken is geruimd): Wilhelmus Jacobus Gerardus Van Amelsvoort

 

Wilhelmus werd geboren op 2 juni 1908 te 's-Hertogenbosch. Hij overleed 21 juni 1988, 80 jaar oud te Maastricht en werd begraven op 24 juni 1988 te St. Pieter. Laatstelijk woonachtig aan de Capucijnenstraat 75 te Maastricht.

 

de zusters van het Arme Kind Jezus (Sorores Pauperis Infantis Jesu)

 

Het collectieve gedachteniskruis, nu geplaatst langs de muur van de laatste uitbreiding van het kerkhof. Deze orde had destijds een begraafplek op de huidige plek van de Carmelitessen (linkergedeelte) in gebruik. Wegens "plaatsgebrek" werd deze begraafplek destijds opgeheven; de stoffelijke overschotten zijn wel nog aanwezig; de graftekens echter niet meer.

Detail.

DEZE STEEN WERD GEPLAATST MARIA MAAND 1949.

7 september 2016 werd deze steen uitgegraven. Waarschijnlijk een van de funderingsstenen van het hekwerk hier ooit aanwezig.

 

 

- Een kruis -

Hier rusten / in de vrede / des / Heren. / de zusters / van het / Arme Kind Jezus

- Een symbool -

- Aan weerszijden de namen en data van de overledenen. De eerste datum is niet de geboortedatum maar de datum van de intreding.

Rechtsbeneden:

Deze steen / werd geplaatst / Maria Maand / 1949

 

De namen van de zusters.

Uiterst links van boven naar beneden:

Nr. Omschrijving    
1 Antonia Maria 2 Thekia
M. Kuchen   E. Schäffer
4-10-1870   26-5-1821
10-4-1885   17-5-1885
     
3 Postulante 4 Vincentia
A. Theobald   M. A. Greving
3-10-1884   24-10-1850
1-9-1885   11-1-1887
     
5 Emilie 6 Maria Ambrosia
A. E. Klingelmann   H. G. Beckhausen
27-3-1866   1-5-1867
22-10-1889   5-5-1896
     
7 Dorothea 8 Pancratia
J.W. Kerner   W. J. G. E. Krings
2-12-1852   1-5-1857
19-9-1897   5-3-1898
     
9 Cyrilla 10 Prisca
G. J. B. Specht   A. C. Everz
15-11-1861   19-4-1862
24-8-1898   19-2-1899
     
11 Cassia 12 Brigitta
G. Dollhausen   C.CH. Borgmann
24-3-1883   6-10-1851
31-3-1899   25-7-1899
     
13 Aquinata 14 Servula
M. Helten   J. A. C. Sackers
12-5-1884   31-10-1857
8-2-1903   15-10-1903

Linkerpaneel:

     
1 Pontia 2 Joh. Chrysostoma
G. Plum   M. Stein
31-10-1877   30-10-1869
~19-4-1910   ~17-4-1912
     
3 Massaea 4 Alphons Ligori
M. E. Schmitz   M. Beuning
2-2-1854   7-5-1877
~26-4-1913   ~13-2-1915
     
5 Damiana 6 Bernard
G. Klein   A. Deligne
19-3-1883   31-7-1875
~11-8-1915   ~23-10-1915
     
7 Victorina 8 Dionysia
A. Fehlemann   C. Osterkamp
8-5-1867   31-3-1874
~21-5-1916   ~24-5-1916
     
9 Aloysa Maria 10 Theophora
M. Schuster   H. Strang
21-7-1890   4-3-1871
~21-2-1917   ~7-4-1917
     
11 Egberta 12 Dagoberta
E. van der Vecht   C. Kemper
29-4-1885   7-11-1891
~2-7-1917   19-9-1918
     
13 Arnolda 14 Maria Benedict
C. Gielen   A. Scholberg
19-3-1917   8-9-1916
~16-11-1918   ~10-4-1919
     
15 Bernard 16 Joh. Henrica
E. Caubergh   J. Berg
27-4-1915   8-9-1915
~14-4-1920   ~9-5-1920

Rechterpaneel:

     
1 M. Angilla 2 Jucund
M. Sturz   C. Roderstein
3-11-1883   15-3-1856
8-6-1920   8-10-1920
     
3 M. Philotea 4 Lidwigis
L. Lücker   J. Lohmann
8-9-1891   11-11-1887
7-4-1921   2-1-1922
     
5 Angela Arena 6 Anna Andrea
M. Stuart   E. Steinbusch
4-5-1906   7-8-1899
17-8-1923   17-1-1924
     
7 Theresita 8 Nicodema Maria
M. Schmitz   E. Nienberg
4-12-1865   16-8-1873
14-3-1924   20-3-1924
     
9 Jutta 10 M. Theresina
G. Gobel   C. Siermann
2-7-1886   25-4-1900
2-4-1924   23-10-1924
     
11 Hypolita 12 Maria Rosa
E. Sianen   C. Schuster
15-8-1880   25-4-1889
26-4-1925   28-9-1925
     
13 Maria Basilia 14 Vastradis
A. Vlemmix   E. Henfling
11-5-1892   21-4-1887
30-5-1926   19-3-1927
     
15 Antonia Maria 16 Amalberga
H.Vos   C. Hovels
8-9-1889   19-3-1871
13-5-1927  

3-4-1928

Uiterst rechts:

     
1 Ubalda 2 Paschalis
M. Paris   A. Jansen
16-6-1887   12-8-1862
18-5-1904   8-3-1905
     
3 Lioba 4 Patricia
B. Schmitz   J. Blum
29-9-1877   10-7-1870
22-3-1905   4-3-1906
     
5 M. Cleophae 6 Cunigundis
P. Kemper   Th. Hoffmann
7-6-1879   13-12-1890
3-12-1906   17-12-1907
     
7 Quirina 8 Johanna Pia
A. M. H. Giesen   A. Knoop
30-9-1856   8-5-1891
4-2-1909   7-12-1928
     
9 Engelmunda 10 Sabba
A. Duyn   G. Koeweide
21-6-1911   4-11-1901
30-3-1929   22-7-1929
     
11 Gertrudis 12 Chrysostoma
E. Schmitz   M. Giesen
24-5-1884   15-9-1893
10-12-1929   24-5-1930
     
13 Aloysia Maria 14 Deze steen
Chr. Schmitz   werd geplaatst
24-8-1876   Maria maand
4-11-1930   1949

Devotieprentje (ca. 1925) met een portret van Clara Fey en een stofreliek.

Clara Fey werd geboren op 11 april 1815 te Aken als vierde kind van de welgestelde textielfabrikant Peter Louis Fey (1778-1820) en Katharina Schweling (1778-1849). Zij groeide op in een vroom en charitatief geëngageerd gezin. In 1837 begon Clara, bewogen door de armoede en de dreiging van morele ondergang van vele kinderen in de industriestad Aken, samen met enkele vriendinnen een armenschool. Geruime tijd zocht zij naar een vorm waarin zowel de zorg om misdeelde kinderen als haar verlangen naar het kloosterleven gestalte konden krijgen. Toen zij in de verwaarloosde kinderen het kind Jezus herkende, besloot zij tot de stichting van een congregatie. Clara Fey werd hierbij terzijde gestaan door enkele priesters, onder wie haar broer André Fey (1806-1886) en Johannes Theodor Laurent (1804-1884), de latere bisschop van Luxemburg, wiens bibliotheek in Huize Loreto wordt bewaard. Tot de kring van haar vriendinnen behoorden Pauline von Mallinckrodt (1817-1881) en Franziska Schervier (1819-1876), beiden stichteressen van zustercongregaties.
De dag dat Clara Fey met vier jonge vrouwen als religieuze gemeenschap in Aken een huis betrok - 2 februari 1844 - wordt door de zusters van het Arme Kind Jezus als stichtingsdatum van de congregatie beschouwd. In 1848 werd de congregatie, die haar leefregel baseert op de regel van Augustinus, door de aartsbisschop van Keulen goedgekeurd. In 1869 verkreeg de congregatie, die destijds 600 leden telde, pauselijke goedkeuring. Hoewel de congregatie bij haar werkzaamheden vaak hinder en tegenwerking ondervond van de burgerlijke overheden, nam de reikwijdte van haar apostolaat gedurig toe. Vanuit Aken werden tot 1872 maar liefst 26 filiaalkloosters gesticht, overwegend in Pruisen, maar ook in Beieren, Oostenrijk en Luxemburg. In datzelfde jaar begon de regering van Pruisen echter alle religieuzen uit het onderwijs te weren. De suggestie, het werkveld van onderwijs en opvoeding te verruilen voor dat van de ziekenzorg, werd door Clara Fey beslist afgewezen, ook al had deze weigering tot gevolg dat de congregatie Pruisen moest verlaten. Het moederhuis werd naar het nabij gelegen Nederlandse grensdorp Simpelveld verplaatst. De congregatie bleef evenwel nog lang op Duitsland georiënteerd. Clara Fey is tot haar dood overste van de gemeenschap gebleven. Zij overleed op 8 mei 1894 te Simpelveld en werd op 11 mei op het kloosterkerkhof bijgezet, ter rechterzijde van het graf van mgr. Laurent, die ten tijde van de Kulturkampf Luxemburg had moeten verlaten.
Haar gebeente rust sinds 23 augustus 1934 in de kloosterkerk van het Moederhuis te Simpelveld.

De zusters van het Arme Kind Jezus woonden 1878/1879 in landhuis Huize Maesenburg te St. Pieter. Dhr. Jo Morreau: het huis (in 1772 gebouwd) werd in 1938 gesloopt ten behoeve van de bouw van beambtenwoningen voor de ENCI. Op 11 maart 1877 werd "Huize Boschstraat" ingewijd voor de Zusters van het Arme Kind Jezus, die in Duitsland niet meer in het onderwijs actief mochten zijn. Het aantal pensionaires aan de Boschstraat nam echter zo snel toe, dat het huis te klein was. Een dependance werd gevonden in huize "Maasenburg". Het verblijf was van korte duur. In april 1879 verhuisden ze naar het kasteel van Borgharen. Na twee jaren met wateroverlast werd Borgharen in 1882 verlaten.

Maasenburg en draaibrug.

 

 

 

Refugie van Hocht.

Het cisterciënzerinnenklooster van Hocht bij Neerhagen (B) stichtte in Maastricht de Refugie (Poort) van Hocht, die voor het eerst vermeld wordt in 1531 en mogelijk reeds vermeld in 1325. Het complex is later ingrijpend verbouwd en vergroot. De deels nog 17de-eeuwse achtergevel bevat gevelstenen die herinneren aan verbouwingen rond 1590 en in 1652. Na aankoop in 1851 liet Petrus Regout (voorheen waren François Joseph Bosch en Jean Louis Hupkens eigenaaar) het complex verbouwen tot eerst drie en later twaalf woningen voor leidinggevenden van zijn fabriek. Van die verbouw dateert de witgepleisterde voorgevel in neoclassicistische vormen. De Zusters van het Arme Kind Jezus kochten de refugie in 1877 en lieten aan de achterzijde een neogotische kapel (eind 19de eeuw) en een dwarsvleugel met ronde traptoren (circa 1900) bouwen. Bron o.a.: Kerkgebouwen in Limburg.

 

 

 

Caroline Borgmann, zuster Brigitta, geboren op 6 oktober 1821, dochter van Wilhelm BORGMANN en Catharina ALTHAUS, was in 1878 overste van het gesticht Refugie de Hocht, Boschstraat 945. Caroline overleed op 25 juli 1899 in Maastricht, 77 jaar oud (mededeling Dhr. Eddy de Beaumont). Zuster Brigitta werd 27 juli 1899 te St. Pieter begraven nr. 12.

 

Brigitta
C.C(?).H. Borgmann
.6.10.1821 (op steen 1851 = intreding)
† 25.7.1899

Maria Anna GREVING, zuster Vincentia, werd geboren op 24 oktober 1823. Zij overleed 11 januari 1887, 64 jaar oud en werd 13 januari 1887 te St. Pieter begraven.

 

Elisabetha Francisca Hubertina Alexandria HENFLING, zuster Vastradis, werd geboren op 17 december 1869 te Kerkrade (Locht).

Haar ouders waren: Leonardus Hubertus HENFLING geboren op 21 augustus 1827 te Roermond. Leonard huwde Sophia Louisa ORISIUS 19 februari 1867 te Melick en Herckenbosch. Leonard overleed 5 januari 1894, 66 jaar oud te Roermond en werd te Roermond begraven. Hij was brigadier in 1869.
Sophia Louisa ORISIUS geboren op 31 december 1840 te Venlo. Louisa overleed 25 maart 1919, 78 jaar oud te Wijk bij Duurstede en werd bijgezet te Roermond.

Betsie overleed 19 maart 1927, 57 jaar oud Boschstraat 69 te Maastricht en werd begraven op 22 maart 1927 te St. Pieter.
 

 

De Maasbode van 21 maart 1927.

 

In 1904 vestigen de zusters van de orde van de "Filles de la Sainte Vierge" zich hier. Deze waren uit Frankrijk verdreven als gevolg van een daar uitgevaardigde wet, die het religieuzen verbood om in het onderwijs werkzaam te zijn. De vestiging van de Franse zusters blijkt uit een briefwisseling tussen de pastoor van Sint-Pieter en de bisschop van Roermond.

Pastoor Frans van Genabeth schreef op 9 mei 1904, dat hij vier maanden eerder, bij de komst van de zusters, door de bisschop was benoemd tot hun confessarium ordinarius (= biechtvader) en hij verzocht een andere priester als zodanig aan te wijzen. Waren er wellicht taalmoeilijkheden?

Oudere mensen wisten zich nog te herinneren, dat deze zusters - om in hun levensonderhoud te voorzien - een soort "bewaarschool" oprichtten. Naar deze bewaarschool gingen niet alleen Sint-Pieterse kinderen, maar ook schipperskinderen. De bewaarschool kon echter niet als een vorm van onderwijs worden beschouwd.

"Maesenburg is na vertrek van "die begiene" particulier bewoond geweest en ik (Jo Morreau) herinner me van thuis, dat daar ook ene baron Drossaert(s) heeft gewoond. Diens dochter of kleindochter Maria was getrouwd met Eugène Krans, huisschilder, en terugrekenend geboren tussen 1890 en 1900. Zijn vrouw was 10 jaar jonger en zij woonden aan de Akerstraat. Zij hadden, als ik mij dat goed herinner, twee dochters. Ik kende Krans en zijn vrouw, omdat Eugène wel eens voor mijn vader werkte "in onderaanneming". Hij had na de wapenstilstand in 1918 enkele jaren als schilder in Frankrijk gewerkt, waar toen een nijpend gebrek aan mannen was - ja ook in dat opzicht - en werd door zijn baas naar huis gestuurd, omdat hij dat anders niet overleefde. Tussen haakjes, er werd toen niet meer gevochten!"

Eugène Arnold Krans werd geboren op 16 februari 1893 te Maastricht als zoon van Joannes Josephus Krans en Catharina Kroll.

Bidprentje Clara Fey.

Bidprentje Clara Fey.

De graven bij de Kerkhofkapel (Lijdenskapelletje).

 

December 2012 werd begonnen met de werkzaamheden ter restauratie van de Kerkhofkapel:

 

 
 
Kerkhofkapel 2009.

De Kerkhofkapel voor en na het rooien van de esdoorn op 23 oktober 2009. Rechts: de Kerkhofkapel na restauratie.

 

 

Over de bouwhistorie van de Kerkhofkapel is weinig bekend. Waarschijnlijk is de geciseleerde hardsteen een altaarsteen uit de oude kerk van St. Pieter boven. Helaas waren de dekplaten/ornamenten van mergel onder de kleine "pinakels" overgeschilderd. Het originele hek was afkomstig van De Winhof en geschonken door Johannes Petrus Hubertus Ceulen ("de baard Ceulen").

 

Op de achterzijde van de Kerkhofkapel ingemetseld een deel van de grafsteen:

Theodorus Ridderbeecks

Hic Iacet / R. A. D. Theod. Ridderbeecks / Hasselensis, huius / novae ecc'lESiae / priMus pastor. / Obitt XX OcT. 1763 / R.I.P.

Daartussen een wapen: een hertengewei op een ovaal schild; helm met vermoedelijk een wrong en dekkleden; helmteken: het gewei. Onder het wapen een doodshoofd, waaronder twee gekruiste doodsbeenderen. Deze grafsteen is afkomstig uit de in 1897 gesloopte eerste kerk "op de berg".

De ouders van Theodorus RIDDERBEECKS waren Petrus RIDDERBEECKS en Elisa CONINX. Petrus werd vermoedelijk geboren op 10 april 1656 te Hasselt (België). Petrus huwde voor de eerste maal Ida BISSCHOPPEN 12 januari 1701 te Hasselt. Tweede huwelijk met Elisa CONINX 28 juli 1711 te Hasselt. Met dank aan Martin Slootmaekers.

Als gevolg van de kap van de esdoorn in oktober 2009 kon deze steen voor de eerste keer frontaal gefotografeerd worden.

Theodoor werd geboren op 14 mei 1715 te Hasselt. Hij overleed 20 oktober 1763, 48 jaar oud te St. Pieter en werd 22 oktober 1763 begraven voor het hoofdaltaar van de oude kerk. Hij was de eerste pastoor van de oude kerk van 1748 tot zijn dood in 1763. Voor 1748 was hij kapelaan in Genk en Hasselt. In 1752 wijdde hij het nieuwe kerkhof "op de berg". Vervolgens bouwde hij daar de kerk en pastorie, ingewijd op 7 september 1760. Een Rnd. N. RIDDERBOECKS wordt curé (pastoor) de Saint Pierre genoemd in het Registre paroissiaux van Lixhe No5 Fo12 Ro op 22 augustus 1762. Een broer van Theodoor?

 

Begraafregister Sint Pieter.

Koperen munt uit 1752 (origineel en tekening) geslagen te Luik door Jan Theodoor van Beieren (1744-1763).

Krachtens het mandement van Prins Bisschop Jan Theodoor van Beieren van 30 september 1762, werd in het Prinsbisdom Luik een personele belasting, hoofdgeld genaamd, ingevoerd. Met het oog op de heffing en inning werd aan de pastoors van iedere parochie de verplichting opgelegd een lijst op te maken "van alle hunnen parochianen van beyde geslachten sonder eenige exceptie". Te St. Pieter kweet pastoor Ridderbeecks zich van de hem opgedragen taak. Bron: J. Grauwels: Sint Pieter in 1763. De Maasgouw 1958 (72).

In deze "Liste des Paroissiens de la Communauté de St. Pierre Lez Maestricht" van 9 juni 1763 staat vermeld dat Anne Mechtel KONINX "gouvernante" en Marie BALET "servante" zijn in het pastoorshuis.

Ter linkerzijde tegen de muur van de Kerkhofkapel:

Johanna Magdalena Spitz.Johanna Magdalena Spitz

- Kruis met IHS -

Dit grafteken is afkomstig van het oude kerkhof.

(HIE)R LIGT BEGRAVEN / (ME?) JUFVROUW SPITZ / (ECHTGE)NOOTE VAN JJ DE BLOCK / (OVE)RLEDEN 11 AUGUSTUS 1853 / IN DEN / OUDERDOM / VAN / 63 JAREN

 

 

 

 

 

Koster Johannes Rosier noteert de begrafenis op 13 augustus 1853.

 

Volgens familieverhalen komt deze familie oorspronkelijk uit Frankrijk, vanwaar er 3 broers De Block in de tijd van de Hugenoten naar Nederland vluchtten. Een nazaat vestigde zich in Friesland.

Johannes Josephus DE BLOCK werd gedoopt op 20 augustus 1790 te Haarlem als zoon van zoon van Jean DE BLOCK en Maria Josine CONJAERT. Hij ging op 15 april 1810 in ondertrouw en trouwde op 14 juni 1811 in de R.K. kerk te Den Haag met Johanna Magdalena SPITZ, dochter van Johan Daniël SPITS (SPITZEN) - is dit Johan(nes) Daniël SPITZEN gedoopt in april 1759 te Bastorf (Duitsland)? en Johanna Magdalena TEN BOS(CH). Beiden kwamen uit "Maarlen". Johannes overleed 5 november 1868, 78 jaar oud te Odijk. Hij was borduurder van beroep. Vanaf maart 1845 was hij lidmaat van de Hervormde kerk te Amersfoort. Helena was borduurster van beroep. Zij werd geboren omtrent 1790 en overleed op 11 augustus 1853, circa 63 jaar oud . Op 13 augustus 1853 (volgens bidprentje 15 augustus) werd zij begraven op het kerkhof van Sint Pieter "Op de Berg" te Maastricht. Uit dit huwelijk:

i. Catharina Magdalena J. DE BLOCK, geboren rond 1816 te Den Haag. Zij trouwde op 19 februari 1846 te Utrecht met Gualterus Wilhelmus C. PIJTAK. Hij was geboren rond 1822 te Breda en was de zoon van Adam PIJTAK en Petronella Jacomina HAMEL.
ii. Alexander Johannes Josephus DE BLOCK.
Geboren 15 januari 1818 te Den Haag. Hij trouwde met Clara Johanna Maria DE GROOT.
iii. Johannes Josephus DE BLOCK,
geboren rond 1822 te Utrecht. Hij trouwde met Christina Elisabetha COMBÉ.
iv. Jacoba Josephina DE BLOCK,
geboren rond 1825 te Utrecht. Zij huwde Wilhelmus RUISCH.

Bron o.a.: Judith Henstra's website.