Stichting GRAFMONUMENTEN Sint Pieter.

 

Van Visé naar Sint-Pieter en Maastricht. Van scheepstimmerlieden tot firmanten in baggeractiviteiten en de grindhandel.

 

 

Gravure van Remacle le Loup van de stad Visé in de 18de eeuw. Collectie Musée régional d´Archéologie et d'Histoire de Visé - Visé.

 

Panorama van de Maas en de Sint Pietersberg, gezien vanaf de Blekerij naar het zuiden. Dieudonné Closset is dan net 17 jaar oud - 10 november 1802 zal hij in Visé Anna Elisabeth Maka huwen. Sint Pieter is goed te zien en in de verte Lichtenberg. Olieverf op doek, toegeschreven aan kapitein-ingenieur Van den Heuvel, 1793. Collectie Schloss Fasanerie, Fulda. Afbeelding uit: Servé Minis: de terugkeer van de gouverneurs - 1998, pagina 13.

Lambert Joseph CLOSSET had in Devant-le-Pont te Visé een werf, die hij geërfd had van zijn vader Servais CLOSSET, zoon van Dieudonné CLOSSET en Anna Elisabeth MAKA, een zogenaamde hellingwerf aan de Maas. Bij deze werf werkten vijf tot zes mensen waarvan de broer van de vader van Lambert genaamd Jacques alsmede twee broers NIHON (van de moeder van Lambert - Marie Jeanne NIHON) en een zekere Joseph. In die tijd was de scheepswerf verplaatst van de rivier naar het kanaal - daar was het rustiger werken. In 1900 besloot de waterstaat in België de helling van de werf op te heffen en een stenen bezetting te maken met als gevolg dat vader met de werf ook naar het kanaal moest.

 

De neef van vader CLOSSET - JODOGNE (Henri Joseph CLOSSET had alleen drie dochters) vernam dit en ging naar Visé om eens met Lambert CLOSSET te praten. Hij heeft hem weten over te halen om zijn werf in Maastricht over te nemen. De neven uit Visé kwamen naar St. Pieter om de scheepswerf te kunnen continueren: 

Henri Jean Joseph CLOSSET geboren te Visé op 17 mei 1882.

Laurent Antoine Joseph CLOSSET geboren te Visé op 24 juli 1883.

Pierre Alexandre Eugène CLOSSET geboren te Visé op 6 september 1889.

 

 

 

 

 

De Maas is een regenrivier. Dit is duidelijk te merken in december 1938. De Quai du Halage staat blank. Beneden de normale situatie. Satellietkaart: Rue du Halage VISE,Belgium - Google Maps.

 

 

Philippus van Gulpen tekende Maastricht in 1840. Afgebeeld: De Blekerij, het Fort en ruïne Lichtenberg. Rechts de eerste Maastrichtse fabriek, papierfabriek De Ancker met een door water aangedreven molen, in de volksmond "het Pesthuis" genoemd (op en om deze locatie stonden vroeger de pestbarakken) van de drukker en uitgever Lekens, de Helpoort - niet vernoemd naar de hel of bepaalde activiteiten (drank en vrouwen) welke in deze straat zich afspeelden, maar naar de helling van de straat (vergelijk dit met de Hoogbrugstraat) met de Minderbroederskerk op de achtergrond. Afbeelding uit: J.J.M. Timmers: In het voetspoer van Ph.G.J.Van Gulpen. DSM-kalender -  Heerlen 1978.

 

Detail uit een origineel affiche heruitgegeven door de VVV-Maastricht; het origineel werd in 1891 uitgegeven door de Vereniging Maas en Jeker, een ontwerp van F. van der Laar: De huizen op de Varkens-Weert (L'Île des Couchons) een voormalig eiland in de Maas voor de Blekerij.

 

Op deze plek heeft Jean-Henri Closset zich in of rond 1851 gevestigd. Vreemd is dat hij dat niet meteen aan het kanaal deed; het kanaal was toen net geopend was voor de scheepvaart. Een riool dat van hieruit lijnrecht naar achteren loopt (het is er nog steeds) komt uit op de plek waar hij in 1865 begon. De was ligt de drogen en te bleken op "De Bleekerij".

 


Als constructeurs de bateaux te Visé worden genoemd:

 

Dessart -1890    

Bron: div. redactie: 1200 ans de commerce à Visé. Numéro spécial des notices Visétoises no 21 - Visé mars 1987

Closset J. -1896-1926 Halage 35/36  
Closset-Philippet -1896-1906   Geëmigreerd naar Maastricht
Anciaux 1913-1916 Halage  
De weduwe Massin 1913-1926 Haccourt  
Tomsin 1913-1926    
Massin-Praesten 1913-1925 Écoles  
Nihon G. 1913-1926 Halage  
Closset 1913-1926 Halage  
Fossoul E. 1919-1922    

Gebroeders Dupuis

1919-1963 Halage/Haccourt  
Massin-Nihon G. 1927-1941 Halage 41  

 

 

 

In 1926 werd besloten een nieuwe waterweg tussen Antwerpen en Luik te realiseren. 31 mei 1930 stak koning Albert de eerste symbolische spadesteek en negen jaar later werd het Albertkanaal officieel ingehuldigd door Leopold III. Wellicht is dit de reden waarom zoveel botenbouwers in 1926 stoppen met hun bedrijfsvoering te Visé. Ook de slechte economische tijden tijdens het interbellum zullen wellicht een rol gespeeld hebben bij het teloor gaan van deze activiteiten te Visé.

 

 

 

 

De drie broers Closset in hun zelfgebouwde kano ("canot double schull avec barreur") en detail achtergrond. Op de gevel is te lezen ... de L'Avenue du Parc Hôtel de Secours en op de deur waarschijnlijk Cafe, rechts hiervan boven de huisdeur L. Closset Philippet. Laurent Closset is eerste roeier, Joseph Closset tweede roeier en Alexandre Closset stuurman. Op de achtergrond ouders Closset - Philippet, de zussen Jeanne Closset en Maria Closset als ook Jean Mulkens. Locatie: Maastricht Parkwerg nrs. 24, 25 en 26. 1 mei 1906. Foto: collectie Dhr. Alexander Closset en Dhr. Thijs Kasdorp.

 

 

De sleepboot Atlas V, bemanning en vele anderen vervulden een heldenrol tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ook de Closset's waren betrokken bij de voorbereiding van het maken van een stalen bescherming met gebruikmaking van de vloerplaten in het ruim ten behoeve van de vluchtelingen.

Over dit gebeuren werd een film gemaakt met de titel "Passeur d"HommesDeze film werd in juni 1937 op de Maas bij het Ile Mousin en het Ile de Fanche Garenne opgenomen. Een van die vier stoomsleepboten allen met de naam "Recta" en gebouwd door de familie Savelkoul uit Herstal figureerde als Atlas V.

 

Het Amersfoortsch Dagblad / De Eemlander van 6 januari 1917:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Enkele fragmenten uit de film "Passeur d'Hommes".

Bron: Dagblad De Limburger 24 december 1988. Blanche Ernestine Charlotte Marie Josephe de Geloes, geboren gravin de Lannoy maakte de originele foto van de boot.

27 mei 1923: de Atlas V verbeeld in een historisch optocht te Visé. Bron: Jean-Pierre Lensen: Memoire en Images Visé-sur-Meuse - 1998.

Meer over de Atlas V als barrièrebreker in 1917 kunt u lezen in: J. van Lieshout: Ste. Cécile. De Rode draad in de historie van Eijsden aan de Maas van 1880 tot 1980 - Eijsden 1980.

Zie ook: Passeurs d'hommes - DvdToile.

1928 te Luik de "Atlas". Bron: Rob Martens / Lieuwe Westra: Weerzien met de oude binnenvaart - Almere Haven 1995. De Atlas V, van Gilman uit Luik, had een lengte van 23,5 en een breedte van 5,5 meter. De hoogte was 3,5 meter en de machine had een vermogen van 35 pk. In Luik is een brug naar de Atlas V vernoemd:  Onderstaand: de brug zelf en de plaquette op de brug. Bron: Kustvaartforum en HerveGeneNet.

Deze neven gingen later over naar de baggerhandel. Dat de Clossets actief waren in de grindhandel en baggerindustrie blijkt o.a. uit drie advertenties in Het Vaderland:

 

4 januari 1920, volgnummer 03, editie Ochtend.

7 januari 1921, volgnummer 03, editie Ochtend.
12 april 1929 volgnummer 10, editie Avond.
Onbekende datum. Bron: collectie van Dhr. Alexander Closset.

De werf van Closset ca. 1888. Uiterst rechts ligt het huis van Krischer. Foto: collectie Dhr. Rob Kamps - origineel collectie Daniëls.



Situatie ca. 1900: draaibrug 6 is geopend en een schip passeert. Haaks op de brug ligt de brugwachterswoning (afgebroken rond 1912 en vervangen door het nog bestaande gebouw St Lambertuslaan 52. In de verte (met schoorsteen) de zeepfabriek van Dumonceau Frères.
Rechts het nog bestaande pand van kolenhandelaar Pierre Krischer, St. Pieterskade 23 (toen 12). Uiterst rechts ligt een werkplaats van de werf van Closset.
Uiterst links staat nog een balkenloods. In oorlogstijd konden daaronder opgeslagen boomstammen vóór de brug worden gelegd. De toegang tot de brug was om veiligheidsredenen versmald door een kademuur (afgebroken in de jaren 1970). Om de een of andere reden heeft deze loods de sloopwoede na 1867 overleefd.
De foto werd gemaakt vanaf draaibrug 7:

Dezelfde situatie nu: in de rode cirkel het nog bestaande pand van kolenhandelaar Pierre Krischer. Zie: vak A Krischer - Coolen.
 


Diverse briefhoofden: van botenbouwers tot baggermaatschappij. Bron: collectie briefhoofden Closset, inventarisnummer C76 - Gemeente Archief Maastricht. Ter vergelijking een briefhoofd van concurrent Firma P. Krischer. Het visitekaartje van de NV Intern. Baggermaatschappij en Grindhandel is afkomstig uit de collectie Dhr. Alexander Closset.

 

Briefhoofd van de Stoom-Zeepfabriek "De Komeet" voorheen van de gebroeders Dumonceau. Bron: familiearchief Bonhomme.

Broers en neven Closset omtrent 1962. Bovenste rij v.l.n.r. Alexander Closset jr. en Paul Closset. Benedenste rij v.l.n.r. Alexandre Closset sr., Jozeph Closset en Laurent Closset. Foto: collectie Dhr. Alexander Closset jr.

Parkweg nr. 30. In de oude tuin is nog steeds een tuinvaas te zien uit vervlogen tijden. Foto: Breur Henket.

Zomer 1951: Clémence Closset met de dochter van haar neef René Vissers uit Den Haag. Op de achtergrond is het pand van de firma P. Krischer zichtbaar. De loodsen van deze firma werden na het overlijden van Pierre Krischer († 22 januari 1955) afgebroken en in 1957 verrees op deze plek, naast het huidige huisnr. 18, de huidige flat, gebouwd door de gebroeders Creemers en nu in eigendom van Dhr. Roumans. Helaas onderbreekt deze flat het originele straatbeeld op brute wijze. Foto: collectie Mevr. Clémence De Vos - Closset.

Een zeer mooie en gedetailleerde foto van de scheepswerf van Closset uit de collectie van Dhr. Rob Kamps. De zaagbok staat prominent op de voorgrond. Op de achtergrond wordt een schip "geteerd". In de uiterste verte de torens van de Sint Servaaskerk. Klik eens op de foto voor een grotere inzoom.

Foto: collectie Dhr. Alexander Closset jr.

De scheepswerf van Closset langs de Blekerij te St. Pieter. Foto: collectie Dhr. Alexander Closset jr.

De scheepswerf van Closset langs de Blekerij te St. Pieter. Deze foto is te dateren omtrent 1910 en toont twee scheepjes op het droge. Onder het bruggetje een keersluis. Het water stroomde niet terug in het kanaal, maar verliet het dok via een riool naar de Maas. Niet zichtbaar vanwege het loof en het schuurtje is de overdekte werkplaats over het dok heen, evenwijdig aan de Graaf van Waldeckstraat. Dit alles werd in 1921 afgebroken. Het huidige huisnummer 12 zou zich ter hoogte van de roeiboot bevinden. Bron: F. Lahey: Maastricht vroeger en nu. Herdruk - Maastricht 1981.

Pierre Krischer (1869-1955).

Zie: vak A Coolen. Na de slechting van deze rechterflank van het kroonwerk Hessen, in de jaren 1884-1886, bleef dit terrein onbebouwd tot 1913 toen de heer Vissers daar zijn monumentale villa bouwde. Dit geeft de begrenzing van het terrein van de familie Krischer weer in zuidelijke richting. Naar het noorden werd het terrein afgebakend door een grondstuk in privé-eigendom van de weduwe Delnooij. Pal daarachter vestigde zich eind 1865 de familie Closset. Zie: overzicht van de ligging van de scheepstimmerwerven van P. Krischer en H. Closset in 1865.

 

Parkweg vanaf nr. 30. Midden.

 

Sint Pieterskade vanaf huisnummer 10 anno 2006. Vanaf 1893 tot 1920 lag ter hoogte van de huidige Sint Pieterskade nr. 12 een droogdok. Dit droogdok werd bij het opheffen van de werf opgevuld met puin. De huidige bewoners van de huizen met de huisnummers 11a, b en c vinden dat puin nog steeds in hun kelders en tuinen. Dhr.  Van Roosmalen (1865-1934) kocht de niet meer in gebruik zijnde werf in 1919 van Jean Henri Closset en bouwde de huidige woning nr. 12. De bouw van de woning werd voltooid in 1922.

Sint Pieterskade vanaf nr. 10 anno 2008. Bron foto's betreffende P. Krischer: collectie Mevr. Betty Koenen, collectie Dhr. Rob Kamps, collectie Stichting Oud Sint Pieter en Dhr. Breur Henket.

 

Uit de verleende bouwvergunningen blijkt wel hoe actief de familie Closset was op de St. Pieterskade, Parkweg en Graaf van Waldeckstraat.

 

Bouwvergunningen. Gemeentearchief Maastricht Maastricht 1905-1918. 1504-1510 Sint Pieterskade:

 

506

Sint Pieterskade 11,

H. Closset, bouwen woonhuis,

1918, mei 1. 1 omslag

1507

Sint Pieterskade 13 t/m 16,

J. Closset, bouwen vier woonhuizen,

1905, augustus 25. 1 omslag

1508

Sint Pieterskade 17-18,

J. Closset, bouwen dubbel woonhuis,

1908, februari 19. 1 omslag

1509                                                     

Sint Pieterskade 25-26,

J. Vissers, bouwen dubbele villa,

1913, augustus 14. 1 omslag1510

                  

Parkweg 15:      

1381

A. Closset, bouwen woonhuis

1923, april 24. 1 omslag

1382

 A. Closset, bouwen bergplaats

1923, oktober 25. 1 omslag

5846 

Ir.J. van Groen, bouwen woonhuis 1935,

juli 31. 1 omslag

 

Graaf van Waldeckstraat 51-53:

4288

J. Closset, bouwen dubbele villa

1934, juli 17. 1 omslag

Volgens het adresboek van Maastricht 1934 woonden Closset's aan de:

Bleekerij 15 Expeditie en transportbedrijf H.

Parkweg 24 J. Dir. Int. Bagger Mij en Grindh.

Aylvalaan 28 L A J Aannemer.

Parkweg 30 P A E Aannemer.

Hooge Kanaaldijk 30 Werkplaats.

 
Vrijwel het hele plafond van de kelder aan de Sint Pieterskade 13 werd tijdens of kort na de bouw door Closset beplakt met kranten uit de periode 1898-1907. Mogelijk waren ze nodig om vocht te absorberen. De kranten zijn nog steeds op hun plaats. Het pand wordt momenteel bewoond door de familie Heuberger.
Uit: F. Lahey: Maastricht vroeger en nu. Herdruk - Maastricht 1981: DE MAOS.
 
Sjeepe op te Maos zaog me allein in de winterdaag bijj hoeg water, dan riskeerde ziech mennige sjipper um allein of mèt 'nne sleijp oonder de groete arrek aon Wiek door te koume. Daoveur waor stuurmanskuns en mood nuudig en dèkser es ins kaom zoe e sjeep tege de brök aon of raakde ver­zeilt op te Green en moos daan daovaan getrokke weurde, wat neet gemeekkelik gòng. "De Lange" heet gezeen dat 'nne sleipboot e sjeep van de Green aof aon trèkke waor achter de brök, de staole kabel braok en twie meitskes van Devens deen draod tege hun bein kraoge en op Kalvarie terechte kaome. Later moch me neet mie op 't welke koume es ze e sjeep aon 't los trèkke waore. Closset laog toen al op de Maos mèt z'nne dragguir en baggerde kiezel en zand, wat gestort woort op zoldersjuite, die es ze vol waore de Maos aofkaome. Eederein heel z'n hart vas es zoe e sjeepke aof kaom en waor blijj es 't good oonder de ark doorkaom want 't is e paar kiere gebäörd, dat zoe e sjeepke tege de pijler aonkaom, daan umsloog en de lujj die drop stoonte verdroonke. "De Witte" heet ins eint tege de brok op zien koume en de mins zien verdrinke, dat waor 'nne Smeets oet Ittere, boevaan noe nog 'nne kleinzoon bijj Closset es meu­lebaas in deens is. Verder zaog me 'nnen inkele kier e peuntsje. Zwumme woort väöl gedoon en dao laog op te Bleij­kerijj e zwumbad boe Frans van Duuren zwummeister op waos. 't Woort allein gedoon door de mindere maan, jonges en 'nne inkele middestäöder. De jonges boonte ziech 'nne groete roeje zakdook veur en daan mer de binne, zwum­breukskes waore te deur en dat zaot ter neet aon. Vrouw­luij waore toen nog neet van de partijj, kaome wel dèks kieke. Sint Jaan vroog eeder jaor “'nne vès of 'nne maan” heer kraog daan ouch ellik jaor eine soms wel ins eine mie. 't lik us nog veers in 't geheuge wie de jonge hier van Term bijj 'n wèddingsjap oonder de brök doorkaom en verdroonk.

Frans ("De Witte") Lahey † woonde in zijn jongenstijd in de Pietersstraat boven de duivensocieteit "De Hoop" bij de "kletskop" Daenen.

Aangekochte bomen werden tot planken verzaagd.

 

Volgens het verhaal van Henri Jean Joseph Closset stond in een kuil een man onder en een man boven een liggende boom, om met een lange grote zaag met twee handvaten, een aan iedere zijde, de klus te klaren.

Voor de werkers werd bier geschonken, aangevoerd in grote kannen.

De werf was gevestigd in een voormalige vijver die door een doorlaat met het kanaal was verbonden, en waarin een sluisje om de waterstand te kunnen regelen was aangebracht om het droogleggen van de schepen voor nieuwbouw en reparatie te kunnen regelen.

 

"Wanneer een schip werd gelost, kwam de boot hoger in het water te liggen en droogde het vrijgekomen hout uit.

Als de boot bij het laden begon te zakken, sijpelde het water door de ontstane kieren naar binnen.

Als  de schipper b.v. in Antwerpen moest overnachten werd dat een hachelijke zaak.

Er was een primitief onderkomen aan boord. Als de schipper dan toch wilde slapen, liet hij een been buiten 'boord-bedstee' hangen, zodat hij door het koude water werd gewekt en kon gaan hozen.

In die tijd werden de schepen langs het jaagpad door een paard voortgetrokken: veelal had men geen geld genoeg en moest de familie incl. de vrouwen het zware werk doen.

Een riem werd over de schouder gelegd waarvan touwen naar het schip liepen.

Voor personenvervoer was de trekschuit populair."

 

(Mededelingen familie Kasdorp).

Jaagpad met trekpaarden. Bron: ansichtkaartcollectie Dhr. Breur Henket.

De "Stella" van Bonhomme passeert het dok van Closset op weg naar Luik. Ter hoogte van deze plek ramde vermoedelijk dit schip, komende uit Luik, 6 september 1899 de roeiboot met vier inzittenden waarbij Jean Henri Closset en Jan Stockbroeks het leven lieten. De Stella vond haar einde op de scheepssloperij van Frans Rijsdijk te Hendrik-Ido-Ambacht in 1908. Foto: collectie Dhr. Rob Kamps.

Het lijkt erop of Dhr. Rob Kamps anno 2006 bij de sluizen van Ternaaien met weemoed terugdenkt aan vroegere tijden. Foto: Dhr. Ger Coolen.

Dezelfde plek begin 20ste eeuw: de "Julie" van Bonhomme, gefotografeerd in de sluis van het verbindingskanaal te Visé.

De M.S. RAYMOND (vernoemd naar Raymond Mulkens?) van GEBRs:CLOSSET.MAASTRICHT. Moteurs Moes staat boven het raam van de stuurhut. Op de achtergrond de witte Villa Lhoëst, gedeelte Parkweg; aan de overzijde de fabrieken van de Céramique. Deze foto is afgedrukt op RIDAX papier; de productie van Agfa Ridax lag tussen 1920 en 1940. De Moës fabrieken (locomotieven en motoren) werd in 1904 opgericht te Waremme in België. Van 1914-1918 was de naam Moës Frères en in de jaren 30 veranderde de naam in S.A. Moteurs Moës.
 

De Julia.

Baggermolens in actie. De baggermolen werd van oudsher gebruikt voor het baggeren van allerlei grondsoorten, voor zowel onderhouds- als verdiepingsbaggerwerk. Heden ten dage is de baggermolen verdrongen door de sleephopperzuiger en backhoes, maar toch nog een onmisbaar stuk materieel wanneer het gaat om het baggeren van sleuven voor tunnels, zinkers en milieuwerken. De baggermolen bestaat uit een ponton met een beun waarin een ladder is gemonteerd, welke ter hoogte van het midden van het ponton is opgehangen in een ladderbok. Op deze ladder zitten emmers gemonteerd, welke als een ketting geschakeld om een zgn vijf- en zeskant draaien. Tijdens het baggeren worden de emmers ter hoogte van het zeskant slepend over de bodem volgeschraapt en via de ladder boven water gedraaid, waarna bij het vijfkant de emmers over de kop gaan en gelost worden in een glijgoot. Het gebaggerde materiaal wordt via de glijgoot of wel over stuurboord dan wel over bakboord in naastgelegen bakken geladen, welke al naar de soort afvoerlocatie kan bestaan uit elevator- of splijtbakken. Het verhalen van de baggermolen gebeurt op 6 ankers, waarbij het boeganker als draaipunt fungeert en met de 4 zijankers de baggermolen langs de baggersnee zwaait, het achteranker fungeert als hulpanker. Bron: BOSKALIS.

Een vissende Closset? Tegenover de bagger Elore.

 

De drooglegging van "de Knaar", het Kanaal van Luik naar Maastricht omtrent 1967/1968; het einde van een tijdperk.

St. Pieterssluisweg omtrent 1965 vanaf de loodsen van de Firma Closset en St. Pieterssluisweg met bagger omtrent 1970. Foto's: collectie Dhr. Rob Kamps. Daaronder de situatie in 2008. Foto: Breur Henket.

De gemeente Sint Pieter op basis van de situatie omtrent 1830. Deze kaart is bewerkt door Ed Stevenhagen. Dit is goed te zien aan de straatnamen en het tracé van het kanaal. U kunt op de kaart inzoomen door op de kaart te klikken.

 

 

Veel voorouders van de familie Closset en aangehuwden zijn van beroep "pontonnier of pontheniers": letterlijk vertaald zijn het ponton bouwers. In militaire termen de pontonnier of pontonist van de genietroepen: de traditionele benoeming van een militair van het wapen der genie die zich heeft gespecialiseerd in het leggen van al dan niet geïmproviseerde bruggen, pontons en vlotten, waarmee militairen water oversteken. De hedendaagse pontonnier is geplaatst bij een brugcompagnie of duikerpeloton. Het civiele beroep pontonnier moet echter ruimer worden opgevat, namelijk in de zin van brugwachter of ook wel bruggenman. Hun taak was het controleren van aankomst en vertrek van de schepen. De pontonniers waren ook belast met het onderhoud van sluizen en stuwen. Indien betaalt moest worden (tol) om gebruik te kunnen maken van een schutsluis werd degene die het bedrag inde pontonnier genoemd.
 

Van 1738 tot 1827 leefde Leonardus CLOSSET (CLOSET CLOESSET), zoon van Paquay (Paschal Pasqual) en Gertrude DE THIER. Deze Léonard was van beroep pontonnier te Devant-le-Pont (Visé in België).

 

De inwoners van de voorstad Devant-le-Pont (letterlijk: Voor de Brug) profiteerden van oudsher van de gunstige ligging aan de Maas - een belangrijke zuid/noord handelsroute - door de aanwezigheid van bruggen en veerponten. Er was veel vraag naar vissersschepen en naar boten voor de Maashandelaren de zgn. "Naiveurs". Scheepswerven voor de bouw van boten en ter reparatie van deze werden opgericht. Deze ambachtslieden werden onderdeel van het ambacht van de "Naiveurs" met als patroonheilige de Heilige Joseph (feestdag 1 mei). De oudste vermeldingen van Pontheniers dateren uit 1363. TILMAN in 1558, CLOESET in 1624. Zij vervaardigden "nacelles, paescheppe, pontons, nacques, baches, hernas" en vooral "hougars", hun specialiteit. Vele schepen waren bestemd voor de Nederlanden tot Dordrecht toe. Meer hierover is te lezen in Div. redactie: 1200 ans de commerce à Visé. Numéro spécial des notices Visétoises no 21 - Visé mars 1987.

 

Nakomelingen Closset hielden zich bezig met scheepsreparaties aan de toenmalige houten schepen en er werden ook boten gebouwd. Binnen het beroep van pontonnier wordt ook gesproken over de Scieurs de long of "soyeurs" d.w.z. plankenzagers.

 

Pontonniers in actie. Alfred Bastien.
Pentekening van Alfred Bastien (1873-1955).

Paul Closset vertelde een verhaal dat hij weer van zijn vader had gehoord: "Rond 1810 eiste Napoleon de dienstplicht van een zoon uit iedere familie voor de veldtocht naar Rusland. Zo ook van ene Closset. Aangezien hij alles wist van houtbewerking werd hij bij de pontonniers ingedeeld waar hout voor de aanleg van  doortochtbruggen werd gebruikt. De 400 pontonniers waren bijna allen Nederlanders. Nadat in 1812 Napoleons leger in Moskou was verslagen moest op 26 november op de vluchtweg de rivier de Berezina worden overgestoken. Onverwacht was het ijs gesmolten en dreven brokstukken ijs in het water. Er was nauwelijks hout, omdat de Russen waren teruggetrokken en alles achter zich hadden verbrand -  de tactiek van de verschroeide aarde. Zelfs Moskou werd in brand gestoken. Tegen de bevelen van Napoleon in had de commandant, generaal Baptist Eblé, een paar karren hout en ijzerwerk achtergehouden. Er werden onder vijandelijk vuur twee schraagbruggen gebouwd van 9 meter lang en 5 meter breed. Soldaten moesten het ijskoude water in. Tengevolge van de beschietingen door de Russen lagen de bruggen vol met dode manschappen en paarden. Een brug stortte in en deze moest ondanks het koude water weer worden hersteld. Zeer velen kwamen niet meer terug, doch wel onze held Closset. Bij zijn thuiskomst in Visé werd ter zijner ere een groot feest gegeven en kreeg deze voorvader een mooie Luikse klok cadeau".

 

Deze klok staat nu in het huis van Nicole, dochter van Paul Closset. Opschrift wijzerplaat: N. A. Olivier à Herstal.

 

 

Toen Napoleon de Berezina overtrok. Bron: Revue 1963, nr. 3, met 1 afbeelding in kleur van Hans G. Kresse.

In een boek van Koos Postema: "Terug in de tijd"  is een passage gewijd aan de Hollandse bruggenbouwers in het leger van Napoleon. Kapitein Benthien was een van de Nederlandse pontonniers die twee bruggen moesten bouwen om het verslagen leger eind november over de rivier de Berezina moesten helpen vluchten. Met 15.000 man waren de Nederlanders, merendeels dienstplichtigen, aan het keizerlijke leger toegevoegd. In een ijzige kou, tot aan de borst tussen de scherpe ijsschotsen staand, hadden zij in twaalf uur twee houten bruggen getimmerd. Het hout was afkomstig uit het dorp Studzianka. Op bevel van Napoleon waren alle huizen van het dorp afgebroken. Restanten van de eens 650.000 man tellende regimenten van de keizerlijke Grande Armée waren bezig de bruggen te passeren terwijl aanvallen van de Kozakken feller en feller werden. Benthien zag meer en meer stervenden in het door bloed verkleurde water van de Berezina wegzakken." Kapitein Benthien keerde levend terug naar Nederland en met hem zeven van de twee honderd bruggenbouwers waaronder onze held Closset. (Bron: mededelingen familie Kasdorp).

In een uitzending van Verborgen verleden met Joost Prinsen komt het onderwerp pontonniers aan de orde. Een van zijn voorvaders bouwde (mogelijk met de Clossets) de brug over de Berezina om de Franse legers te laten passeren. Zijn overgrootouders liggen begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Tongerseweg te Maastricht.
Na de dood van Napoleon bleven veel ex-napoleontische soldaten (vooral op het platteland) pro Napoleon en zetten de Napoleoncultus verder voort. Veel mannen die deelgenomen hadden aan de Franse veldtochten van 1792-1815 krijgen achteraf van keizer Napoleon III alsnog de Medaille van Sint-Helena (geslagen in 1857), een bronzen gedenkpenning. Het is een dankbetuiging voor de 390.000 nog levende soldaten in 1857, die gestreden hebben voor Napoléon I in de oorlogen van het keizerrijk tussen 1792 en 1815. Een aantal Clossets kreeg ook de medaille van Saint Helena toegekend:

 

nom: CLOSSET
prenom: Jean Baptiste
pays: BEL
divers: 31/12/1858

nom: CLOSSET
prenom: Jean
pays: BEL
divers: 31/12/1858

nom: CLOSSET
prenom: Philippe
pays: BEL
divers: 31/12/1858

nom: CLOSSET
prenom: Nicolas
pays: BEL
divers: 27/04/1858

Opschriften: voor mijn compagnieën van eer St. Helena 5 mei 1821 en het profiel van  Napoleon met de inscriptie "Napoleon I - Emperor". 

 

De lang uitgestelde aanleg van het Kanaal van Luik naar Maastricht (1845-1850) - het uitstel werd veroorzaakt door politieke en financiële problemen, bracht een enorme economische opleving teweeg voor Sint Pieter en Maastricht. Na de Belgische revolutie en afscheiding (1830-1839) was deze opleving zeer welkom. Ook de familie Closset kon door de aanwezigheid van deze nieuwe, druk bevaren waterverbinding een graantje meepikken van de economische opleving in onze streek.
Een van de negatieve maar onvermijdelijke gevolgen van de aanleg van het kanaal Luik - Maastricht was de afbraak van veel historische panden en zelfs hele straten binnen het geplande kanaaltracé, zoals in 1849 de Bokstraat te Maastricht.

Getekend vooraanzicht van de panden aan de Bokstraat en bijhorend detail uit een kaart bijgevoegd door de "gemengde commissie" vaststelling tracé van het kanaal Luik - Maastricht 1847. Bron: RHCL, inventaris Rijkswaterstaat te Maastricht 07.H05/2 nr. 1725.

Onderstaand: detail uit Oevermetingen en peilingen 1846, Ministerie van Oorlog. Duidelijk zichtbaar de percelen aan de Blekerij en de percelen van Closset en Krischer ten oosten van het kanaal tussen de beer met duiker en de draaibrug. Bron: collectie Dhr. Rob Kamps.

De oorspronkelijke loop van het kanaal van Luik naar Maastricht van 1850 tot 1881 tussen de vestingwerken werd in 1881 gecorrigeerd. Op bijgaande fragmenten van bestektekeningen betreffende de verlegging  van het Kanaal Luik - Maastricht dd. 7 maart 1871 nr. 3214 en van 23 juni 1871 nr. 3399, afkomstig uit de Archieven van de Rijkswaterstaat, is de ligging van de scheepswerven en percelen duidelijk te zien als ook een gedeelte van de geplande rechttrekking door de nog aanwezige vestingwerken waaronder kroonwerk Hessen. Bron en foto's: RHCL Maastricht, inventaris Rijkswaterstaat te Maastricht 07.H05/2; collectie Dhr. Rob Kamps.

Al tijdens het slechten van het zuidelijk vestingfront (vanaf 1869) onder leiding van Frederik Willem van Gendt, ingenieur der Domeinen voor de Ontmanteling der Vestingen, had de gemeente Maastricht vergaande plannen tot stadsuitbreiding ontwikkeld om daar het Villapark te realiseren, maar stuitte op de aanwezigheid van de beide werven van Krischer (1859) en Closset (1865) op Sint Pieters grondgebied die op het moment van hun oprichting nog veilig ingekapseld lagen in de vestingwerken. De tijd had de werven ingehaald en in 1884 zouden beide in de te realiseren villawijk komen te liggen. Voor menigeen was dit vanuit een esthetisch oogpunt natuurlijk onacceptabel. Het getimmer zou irritatie opwekken bij omwonenden. Een poging tot aankoop, of te wel annexatie van de terreinen liep op niets uit en dit had ongetwijfeld met geld te maken. Mogelijk vonden zowel Krischer als Closset het bod van de gemeente niet hoog genoeg om tot verkoop (dus opheffing van een lucratieve bron van inkomsten) over te gaan en de beide werven bleven waar ze waren. De werf van Closset was altijd al een doorn in het oog van burgemeester Van Oppen die vanaf 1913 in de nabij gelegen villa Hessen woonde en die vanwege geluidshinder een poging tot aankoop deed namens Maastricht. Pas toen voormalig schipper Van Roosmalen in 1919 meehielp de kippen van Closset te vangen (ze waren naar de achterburen ontsnapt) en Van Roosmalen direct daarna een bod tot aankoop van de werf in ruste deed, zal zijn bod aanmerkelijk hoger zijn geweest dan dat van de gemeente Maastricht en ging Closset overstag. De inspanning van de gemeente Maastricht leverde wel een mooie kaart van het Villapark op:

Het kanaal Maastricht Luik werd in de jaren 1963 en 1967 gedempt:

Bron: Dagblad De Limburger, 17 september 2005 (ook gepubiceerd in C. Cillekens en V. Bartholomeus: Van Ravelijn tot Rivvelusie Maastricht in de jaren vijftig en zestig - Voerendaal 2005.): Clark Gable op de Markt en boter smokkelen over de grens. Gemengd dansen bij de Berchmans en provo-acties rond de Mestreechter Geis. De jaren vijftig en zestig in Maastricht waren helemaal niet saai.

De stank is ongenadig. Kinderwagens, matrassen, slachtafval, varkenskadavers: vanalles wordt in het kanaal gedumpt. Het vuil steekt zelfs boven het water uit, barricadeert de sluisdeuren, maakt scheepvaart bijna onmogelijk. De bijbehorende rattenplaag is afschuwelijk. Bovendien verdrinken er regelmatig mensen in het vieze water, door een ongeluk of dronkenschap; zwemlessen volgt nog bijna niemand. Het kanaal Luik-Maastricht is het stadsbestuur een doorn in het oog. De Knaar moet weg.

Al in 1951 doet burgemeester Michiels van Kessenich het eerste officiële verzoek om het kanaal op Maastrichts grondgebied te dempen. Niet alleen ligt het kanaal in de weg, door de komst van het Albert- en Julianakanaal is de waterweg min of meer overbodig geworden. Maar het vergt jaren van bureaucratie voordat er toestemming komt. Het kanaal is namelijk formeel eigendom van de Belgen. Dat is bij de aanleg zo bedongen na intensief politiek gelobby. De invloedrijke Antwerpse haven wil geen kanalisatie van de totale Maas op de grens tussen beide Limburgen, uit angst voor concurrentie. De Nederlanders geven de Belgen de schuld van de lage waterstanden in de zomer, als water aan de rivier onttrokken wordt om de Kempen vruchtbaarder te maken. De Maas is hierdoor vaak nauwelijks bevaarbaar; het kanaal Luik-Maastricht moest de stad toegankelijk houden voor scheepvaart.

Na jaren van bureaucratie en diplomatie komt het verlossende woord: het kanaal wordt gedempt! In 1962 wordt gestart. Het werk wordt na openbare aanbesteding gegund aan J. Prins van Wijngaarden uit Hattem, die met 572.000 gulden de laagste inschrijvingsprijs heeft.

Het kanaal loopt op Maastrichts grondgebied vanaf het Bassin tot aan de ENCI, precies op de plek waar nu de Maasboulevard ligt. Er zijn zeven bruggen: draaibruggen bij de Lambertuslaan en de Prins Bisschopssingel, de ENCI, Slavante en de Papenweg, en ophaalbruggen bij 't Bat en de KNP. De brug bij de ENCI is al in 1955 gedemonteerd en overgebracht naar de Overijsselse plaats Bergentheim, waar hij is geplaatst over het kanaal Almelo-De Haandrik. Het opschrift van de makers Doppler Frères Maëstricht 1875 is er nog steeds te zien.

 

In de provincie Overijssel nabij het plaatje Bergentheim ligt over de vaarweg Almelo-Coevorden een oude draaibrug welke in 2004 geheel is gerenoveerd. Het is inmiddels een gemeentelijk monument. De provincie Overijssel is beheerder van de vaarweg en eigenaar van de brug. De naam in Bergentheim verwijst naar de manschappen die in deze regio in het veen werkten en bij beste prestatie de "Gouden Ploeg" werden genoemd, hetgeen de huidige naam is van de brug. Bron: Dhr. Peter Krombos, Teamleider binnendienst Eenheid Wegen en Kanalen, sectie Midden te Raalte.


De andere bruggen over het kanaal worden gesloopt. Brug- en sluiswachters zijn inmiddels door Rijkswaterstaat overgeplaatst. Als eerste sneuvelt de ophaalbrug bij 't Bat. Het is geen voortvarend begin van de werkzaamheden, want als de brug met grof geweld wordt geforceerd raakt een stuk metaal het hoofd van kanaaldemper Willem Rossen, die het ongeluk ternauwernood overleeft. Vlak na het ongeluk komen de werkzaamheden stil te liggen; het vriest zo hard dat onmogelijk gewerkt kan worden. Pas in het voorjaar van 1963 gaan de mannen weer aan het werk. Ze graven naar schatting 135.000 ton grind uit de Maas dat vervolgens met zogeheten onderladers - boten met een laadklep onderin - in de het kanaal wordt gestort.

De werkzaamheden veranderen het stadsgezicht voorgoed. Beeldbepalende elementen verdwijnen, zoals de bruggen maar ook de Bloodbak bij de kruising met de Jeker waar het water vroeger rood kleurde van het slachtafval van het slachthuis verderop. Ook de Schippersbeurs (Villa Hessen) waar vrachten worden verdeeld op de hoek van de Lambertuslaan en de Sint Pieterskade verliest haar functie en wordt later gesloopt.

De werkzaamheden aan het kanaal worden intensief gevolgd door de Maastrichtenaren. Zo is een bankje langs het water vlakbij de Aw Maosbrögk in die tijd de 'huiskamer' van de stadstypes de Drei Sjoenste: Pie de Bökkum, Ensinck de Kletskop en Flup de Koojstart. Over de drie is vrij weinig bekend. Flup de Koojstart was veedrijver bij een slachthuis die de gewoonte heeft om aan de staart van koeien te draaien die niet willen lopen. Ensinck de Kletskop is ongetwijfeld kaal geweest, Pie de Bökkem is een vrij grote man. Hij shockeert voorbijgangers door zich af en toe bij heet weer in het kanaal te laten vallen. Hij zwemt vervolgens rustig naar de kant waar hij, inmiddels lekker afgekoeld, zijn hemd droogt over de balustrade. Vandaar misschien zijn bijnaam: de haring.
 

 

 

De Drei Sjoenste. Ansichtkaart, collectie Dhr. Breur Henket.

 

De kanaaldempers schrijven geschiedenis. Ze slopen niet alleen, ze ontdekken ook. Bij het afgraven van grind in de Maas stuiten ze op resten van de Romeinse brug die ooit in Maastricht heeft gelegen. Een aantal archeologische vondsten -met als pronkstuk een stenen Romeinse leeuw- worden boven water getakeld.                  

In juli 1963 is het kanaal tussen Bassin en Lambertuslaan klaar; de enorme massa grind tussen de kanaalmuren is geëgaliseerd, het water is -op de huidige stadsvijver na- zo goed als verdwenen. De rest van het tracé tot aan België volgt een paar jaar later. Voor één symbolische gulden wordt de drooggelegde Knaar overgedragen aan de stad Maastricht.

 

Enkele aanvullingen van Dhr. Rob Kamps:

"Het woord 'onderlader' bestaat niet en de definitie ervan 'boten met een laadklep onderin' dus evenmin. Schepen kun je immers niet via de bodem beladen. De juiste term is 'onderlosser'. Zes van deze bakken werden tussen begin april en juli 1963 op de Maas met het opgebaggerde grind gevuld (al doende stuitte men op de resten van de Romeinse brug) en met sleepboten via de St. Pietersluis naar het kanaal gebracht waar vanaf de dam ter hoogte van de Maastrichter Grachtstraat terugwaarts richting St. Servaasbrug de ladingen middels de geopende kiel in het kanaal werden gestort.    

Dat het scheepvaartverkeer op het kanaal 'bijna onmogelijk' was geworden door zich ophopend huisvuil is niet juist. De dam die in augustus 1957 in het kanaal werd gelegd voor vrachtauto's met zwaar materiaal ten behoeve van de bouw van de nieuwe Wilhelminabrug (de ophaalbrug no. 9 bij de KNP was op dergelijke lasten niet berekend), stremde het toch al geringe scheepvaartverkeer tussen Bassin en Vief Köp helemaal. Tot dan toe werd het kanaal enkel nog gebruikt door vaartuigen tot maximaal 400 ton als de Maas 'hoog' stond en snel stroomde. Schepen die via de St. Pietersluis het kanaal opvoeren, werden enkel nog gelost bij de zandinstallatie van Van Dongen aan de St. Pieterskade. Verder het kanaal opvaren richting Bassin was zinloos geworden. De strook langs de Kessels- en Van Hasseltkade werd nog slechts een enkele keer gebruikt voor een ark en pontons met daarop de werkketen en materialen voor de bouw van de toenmalige stadskantoren tussen 1959 en de zomer van 1962. Het lot van het kanaal was met de bouw van de (toen nog provisorische) dam in augustus 1957 eigenlijk al bezegeld en het in wezen illegaal storten van overtollige grond tussen dam en Bassinsluis werd oogluikend getolereerd. In 1961 werd met de ingebruikname van het sluizencomplex te Klein Ternaaien het hele kanaal in één klap overbodig en in oktober 1962 trof de firma Prins van Wijngaarden de nodige voorbereidingen tot dempen. Het huisvuil van plaatselijke bewoners hoopte zich vooral 's nachts op tussen deze dam en de ophaalbrug no. 9 bij de KNP. Medio juli 1963 werd de Bloedbak verwijderd en het kanaal werd vanaf dat moment gebruikt als parkeerplaats tot 1974."

Limburgs Dagblad van 24 maart 1976.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Panorama Sint Pieter 1916. Breur Henket rijdend in zijn auto "over de bodem" van het voormalig kanaal", de Maasboulevard. "Het kan verkeren". Foto's: collectie Breur Henket.
Klik op de foto om te vergroten.

Niet alleen belangrijke archeologische vondsten werden gedaan, zo lezen wij in Het Centrum van 15 juli 1911.

Plattegrond Maastricht/St. Pieter omstreeks 1910. Bron: Karl Baedeker: Manuel du voyageur. Belgique et Hollande y compris Le Luxembourg - Leipzig/Paris 1910.

Omtrent 1930. De beide dames wandelen gemoedelijk met hun kinderwagen op de Parkweg langs het kanaal en passeren een gebouw "met boogjes" en veranda. Het betrof hier een uitspanning waar men tot in de lengte van jaren kon dansen. Tijdens de afbraakwoede van midden jaren '60 in verband met de bouw van de J.F. Kennedybrug moest ook dit fraaie gebouw het veld ruimen. Deze uitspanning is ook te zien in Wie, Wat , Waar? van 29 juni 1988. Foto: collectie Mevr. Els Devens-Dolhain.

Kalse Wals zou "Kalse en Wald's Handels-mij. import en gross" moeten zijn, toentertijd gevestigd in de villa van Lhoëst "la Motterie" aan de Blekerij 52 te Maastricht. Een A. Kalse woonde in 1934 aan de St. Lambertuslaan 29 en wordt vermeld als directeur van een handelsmaatschappij; een A. Wald woont in 1934 aan de Spoorweglaan 16 en wordt vermeld als zijnde koopman. In de villa was een zadelmakerij waar ook lederen fournituren werden gemaakt. Mededelingen van Dhr. A. Closset en Dhr. A. Winckers.

De fotograaf is blijkbaar in recordtempo vanaf de voorzijde van het pand aan de Parkweg no. 9 naar boven gesneld en op het dak geklommen. De dames zijn niet veel verder gekomen.

 

In de verte ligt de draaibrug no. 6 aan de Sint Lambertuslaan. Ook zij verdween tijdens de eerste fase van de kanaaldemping in juli 1963. Draaibrug nummer 7 aan de Prins Bisschopsingel was enige weken eerder afgebroken.

 

Opvallend is dat deze brug smaller is dan no. 7. Zij dateert dan ook van 1849 toen het kanaal nog in aanleg was en Maastricht nog de vestingstatus bezat. De doorgang werd daarom zo smal mogelijk gehouden; bovendien lag links aan de (latere) Hoge Kanaaldijk een balkenloods met daaronder boomstammen die men in het geval van een gewapend conflict vlak vóór de brug neerlegde om de opmars van de vijand zoveel als mogelijk te vertragen. Brug no. 7 uit 1881 is breder; zij dateert dan ook van geruime tijd na de opheffing van de vestingstad  (29 mei 1867). Op de plek van no. 6 lag voorheen links en rechts het kroonwerk Hessen, met grachtengordels die hier op het kanaal aansloten. Ook deze brug werd kapotgebrand. Vrijwel niemand besefte op dat moment de unieke historische waarde ervan.

 

 

 Omtrent 1930. Foto: collectie Mevr. Els Devens-Dolhain.

Draaibrug no. 7 dateerde uit 1881 toen het kanaaltracé tussen de Vief Köp (nog net zichtbaar achter de boom rechts) en de werf van Closset (opgeheven in 1920) verlegd werd tijdens de slechting van de buitenwerken. Nog geen 50 jaar vóórdat deze foto gemaakt werd lag op deze plek een prachtig en ingenieus stelsel van fortificaties en grachten in afwachting van afbraak (zie de ingekleurde Waterstaatskaart links boven).

 

De Sint Pieterskade werd aangelegd in 1886, de huizen verrezen een jaar later. In het pand (met erker) links werd later de Cantina Mexico gevestigd.

 

De draaibrug verdween in juni 1963 tijdens de eerste fase van de kanaaldemping; de erbij behorende wachterswoning, ook uit 1881 maar net niet zichtbaar op de foto, werd afgebroken in de zomer van 1954 omdat het scheepvaartverkeer inmiddels sterk was teruggelopen. De PLEM zette hier een nieuw kantoorpand neer. Het gebouw werd in 2008 verbouwd voor bewoning. 

 

 Omtrent 1930. Foto: collectie Mevr. Els Devens-Dolhain.  

Zie: http://www.biermanhenket.nl/media/1734/BHA-427_WEBFOLDER.pdf

De schoorsteen op de achtergrond van afbeelding A. was van Radium NV Rubberfabriek Holland aan de Lage Kanaaldijk no. 13-15. Foto: collectie Dhr. Rob Kamps; deze foto is te dateren 1910-1915. Hier werden fietsbanden geproduceerd onder de merknaam Radium. Het was het meest succesvolle product van de Rubberfabriek Holland die een grote bekendheid genoot, maar ze ging toch in 1937 ter ziele. De failliete boedel werd overgenomen door de NV Bataafsche Rubber Industrie (BRI) te Caberg en voerde de naam "Radium" voortaan zelf vanwege de associatie met het echtpaar Curie.

Gezicht op de verdwenen villa's (linksboven) en de St. Pieterskade in 1949. Foto: Dhr. Ronda.

 

Adresboek van Groot Maastricht 1934. Blekerij.

 

Klik op mij.

Het café met de boogjes, het Paviljoen uitgebaat door het echtpaar Nieste-Kraft.

16 april 1934: het 40-jarig dienstjubileum bij de Nederlandse Spoorwegen van Johannes Hubertus Mulkens gehuwd met Marie Jeanne Thérèse Closset wordt gevierd in het Paviljoen aan de Parkweg te St. Pieter. Jean Mulkens begon zijn loopbaan bij de Nederlandse Spoorwegen in 1894. Foto: collectie fam. Mulkens.

 

Het Utrechts Archief reageerde op een vraag van ons werkgroepmedewerker genealogisch onderzoek Dhr. Ton van Dam:

 

"naar aanleiding van uw vraag over de groepsfoto bij het dienstjubileum van J.H. Mulkens kan ik u melden dat deze - voor zover ik kan nagaan -  niet in een bij ons aanwezig tijdschrift gepubliceerd is. In Spoor- en Tramwegen van 10 april 1934 (blz. 213) staat wel een portretfoto van J.H. Mulkens, onder-stationschef 1e klas te Maastricht, met de vermelding dat deze op 16 april zijn 40-jarig jubileum zal gedenken, gevolgd door een puntsgewijze opsomming van de carrière van Mulkens. Andere personeelstijdschriften (of tijdschriften waar dergelijke foto’s mogelijk in gepubliceerd werden) waren er in dat jaar niet of althans zijn bij ons niet aanwezig. Een Maastrichtse krant zou nog een mogelijkheid kunnen zijn, maar die hebben wij niet".

Uitsnede van bovenstaande groepsfoto.Uitsnede.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De oude loop van het kanaal tussen de vestingwerken door. De plaat geeft de situatie met de nog intacte buitenwerken van vóór 1881 weer. De afbraak der werken (tot 1886), de kanaalverlegging (in 1881) had natuurlijk ook gevolgen voor de timmerwerven van Closset en Krischer (hier in grijs weergegeven). Het commentaar in rood (door Rob Kamps) bij de verschillende werken geeft de data van bouw en afbraak weer. Kaart eigendom RHCL. Bewerking kaarten en situatietekeningen: Dhr. Rob Kamps en Dhr. Jean Frèrejean.

Vrachtschepen liggen rustig te wachten op lading tegenover de villa van PLEM-directeur Gelissen nèt voorbij de draaibrug no. 7 in het verlengde van de Prins Bisschopsingel. Omtrent 1930. De "villa Gelissen" werd gebouwd rond 1920 en moest helaas verdwijnen in 1966. Zij stond namelijk exact in het geplande tracé van de J.F. Kennedybrug. Het pand links, direct achter de boot, is het nog bestaande nummer 10 aan de Sint Pieterskade.

Foto: collectie Mevr. Els Devens-Dolhain.

Op de plek waar de heren Gelissen, Debije en Van Oppen bij mooi weer op de veranda vertoefden (zie de foto elders op deze site) bevindt zich momenteel de parkeerplaats onder voornoemde brug.    

Dhr. C. Vang maakte winter 1962-63 deze foto van kanaal en Parkweg/St. Pieterskade. De huizen aan de Parkweg vormden nog een gesloten front. Het kanaal is dichtgevroren en enkelen wagen zich op het ijs. Direct na de dooi in april 1963 valt voor de strook in de binnenstad het doek en wordt begonnen met de demping. De strook op de foto tussen de nog te leggen dammen aan de St Lambertuslaan (naar het zuiden) en de Pr. Bisschopsingel (achter de fotograaf) zal langzaam droogvallen en een waar rattenparadijs worden. Ten behoeve van de aanleg van de Kennedybrug in 1965 werd een gedeelte van de Blekerij gesloopt. Onderstaand enkele foto's - collectie Dhr. Rob Kamps/Ton van Dam, originelen RHCL - van de gesloopte panden voor, tijdens de sloop, de situatie 1966 en situatie anno 2006 (foto Dhr. Breur Henket).

Winter 1963: komende vanaf het zuiden fotografeert Dhr. Vang het kanaal staande op de draaibrug (no. 6) bij de St Lambertuslaan. De torenspits van de kerk te Sint Pieter is nèt boven de kale boomtoppen zichtbaar. In juli verdween de brug hier.

In de lange muur is een poort zichtbaar, een ingang naar het klooster van de Zusters Carmelitessen. Bij de bevrijding liepen de Amerikanen gebukt voor de muur door, omdat men niet wist of er Duitsers achter verscholen lagen. De mensen keken hoe de Amerikanen langs die muur liepen, maar toen er ineens geweervuur opklonk vanuit het stadspark, stoven de toeschouwers uiteen en waren allemaal verdwenen.

1. Klooster Zusters Carmelitessen.

2. Huis Closset - Feij.

3. Huis Closset - Genders.

4. Loodsen oude scheepswerf Henri Joseph Closset aan

de Maas.

Links: situatie anno 2008. Exact op de plek van de pijler van de Kennedybrug stond het huis van de familie Closset - Genders (nr.3).

Op bovenstaande luchtfoto uit 1962 is goed te zien wat er allemaal niet meer is.

 

 

 

De afbraak van het Carmelitessenklooster aan de Blekerij. November 1977 -  januari 1978. De bouw van de Parkresidentie was eind 1979 - begin 1980. Foto's: Dhr. Paul Smulders.

 

Herman van den Bosch tekende de werkzaamheden op de Blekerij. Zie: www.hermanvandenbosch.nl.

 

De afbraak aan de Parkweg: links het huis van de familie Mulkens met de Ford Anglia nog voor de deur; rechts het pand ( Parkweg 26) van de fam. Bultman met de Renault 4 voor de deur (later bewoond door de fam. Dries Engelen). 18 augustus 1967 werden deze panden gesloopt. Rond die tijd rukte de kanaaldemping t.b.v. de bouw van de Kennedybrug verder op, en het huis naast dat van de familie Mulkens viel daaraan ook ten offer. Roeiers zullen dit pand nooit meer kunnen passeren (zie: de drie broers Closset in hun zelfgebouwde kano). Dries Engelen moest zijn woning al in 1980 verlaten en verhuisde naar een kasteelwoning achter de Beatrixhaven, maar het pand aan de Parkweg werd pas tien jaar later gesloopt om (nog) onduidelijke redenen. Foto's: collectie Dhr. Rob Kamps.

 

Parkweg 24/25 omtrent 1929. Het gezin Mulkens-Closset met grootmoeder Marie-Thérèse Philippet. Foto: collectie Mevr. Ineke Ten Horn - Akkermans.

Bron: Dagblad De Limburger van 29 september 2000.
Villa Belvedère anno 2008. Foto: Breur Henket. Op deze plek waren de loodsen van Closset gevestigd naast het zogenaamde "Witte huis". Zie: vak B 1.

Mooie afbeelding gemaakt ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Vereniging Kunst & Vermaak, met romantische scènes van Maastricht en het voormalige bebouwde eiland De Varkens-Weert inclusief een verdwenen stukje stadpark. Bron: familiearchieven RHCL.

 Het afgebeelde stukje verdwenen stadspark. Foto: onbekende bron.

 

Stichting Maastricht 1867 vermeldt: "Het is moeilijk voor te stellen, dat deze hele rij eeuwenoude huizen zonder veel ophef rond 1965 van de kaart werd geveegd voor de bouw van de Kennedybrug. Waar nu de bekende krulvormige af- en toeritten liggen lag tot die tijd een compleet dorp." Zie: Maquette MAASTRICHT 1867 - Foto's van de maquette. Rechts: nog aanwezige woningen van de "oude" Blekerij.

 

Loonzakje en loonberekening. Met dank aan Dhr. Jan Dauphin.
1912 werd besloten te stoppen met de bouw van houten schepen. Als laatste object werd een houten baggermolen gebouwd voor grindwinning op de Maas. De gebroeders Closset begonnen ook een aannemersbedrijf voor waterwerken. Men bouwde brugjes over riviertjes in midden-Limburg, deed kanaal onderhoud, en maakte aanlegkades o.a. voor de ENCI. Grind werd aanvankelijk alleen verkocht voor wegenbouw, later ook voor betonwerken.Met een aantal wegenbouwers werden steenbrekerijen opgericht, eerst in het Bosserveld in Maastricht, later ook in Maasbracht. Kantoor werd gehouden in de privéwoning van Henri Jean Joseph Closset aan de Graaf van Waldeckstraat 53 te Maastricht.

Het voormalig kantoor van de gebroeders Closset aan de Blekerij anno 2008. op de achtergrond het complex "de Parkresidentie" daterend uit 1978.

Later werd een pand aan de Blekerij als kantoor in gebruik genomen. Het baggerbedrijf was na de oorlog dringend aan vernieuwing toe. De geleverde kwaliteit moest beter, grondaankopen waren van levensbelang. Het was voornamelijk Paul Closset die weer vaart in de onderneming bracht.

De gebroeders werden ouder en ouder en soms wat eigenwijs. Baggermolens en boten kregen de namen van familieleden. Zo waren er o.a. de Raymond, Yvonne, Jolande, Paul, Elly en Thijs.

 

 

1962: het bruidspaar Peperkamp-Janssen. Het schip van de familie Janssen ligt bij de oude sluis van St. Pieter. Op de achtergrond een baggermolen. Foto: collectie familie Janssen.

Januari 1966: foto genomen uit een slaapkamerraam van een van de later gesloopte villa's aan de Parkweg. De Elly is links vaag zichtbaar.

De boot “Elly” werd na de oorlog gekocht. Deze boot had al een leven achter de rug. Voor de oorlog voer hij in België en Frankrijk. Om door de kleine Franse sluizen te kunnen varen was het schip maar 38 meter lang. Men heeft toen de boot tien meter verlengd, zodat hij 450 ton kon laden. Ontdekt in de Antwerpse haven werd hij door de firma gekocht en op de Maas ingezet voor grindtransport. Jammer was dat de boot lang in de haven had gelegen zodat de waterlijn was aangetast hetgeen een zwak punt bleef. De grijsgeverfde spits "Elly", genoemd naar de moeder van Elly Kasdorp - Closset die in 1935 in het kraambed overleed, lag als enige boot in het kanaal afgemeerd bij "het Drifke". De boot voer niet meer omdat hij volgens Paul Closset na de verlenging instabiel was geworden en alleen nog als opslag/magazijn werd gebruikt. Na de kanaaldemping heeft de "Elly" nog een tijdlang in de toegangssluis naar St. Pieter gelegen, vastgebonden aan de baggermolen van Closset en is vermoedelijk daarna gesloopt. 

 

Bron: Maas- en Roerbode, 10 augustus 1951.

De Elly (toen nog 'M.W. 28') tijdens de verlenging op de werf van de Weerter Scheepsbouwmaatschappij. Foto: Gemeentearchief Weert.

Een van de laatste baggermolens. Foto: collectie Dhr. Alexander Closset.

Maandag 5 oktober 2009  verscheen in Dagblad De Limburger een artikel over de terugkeer van de baggermolen. Als illustratie bij het artikel werd een foto gebruikt van de grote baggermolen:

 

De drijvende verwerkingsinstallatie Steenbrekerij Limburg NV Maastricht, was een bepaalde periode ook actief. Een van de Ten Horns was vennoot. Deze NV was echter geen lang leven beschoren. Foto's: collectie Mevr. Ineke Ten Horn - Akkermans.

 

Bij gebrek aan opvolging en een onzekere toekomst voor het verkrijgen van voldoende gronden en vergunningen (milieu) is het bedrijf in bloeiende staat in augustus 1980 verkocht. 14 november 1980, op de dag van de verjaardag van Clémence De Vos - Closset, werd het verkoopcontract bij  de notaris getekend.

 

Op de foto's van de werkplaats van Gebr. Closset rond 1970, die door Alexander Closset jr. zijn gemaakt, staan op de auto links Jan Dons (†) en rechts - met "pielemutsje" op - Pierre Wijnands (†). Pierre is de vader van de ex-beroepswielrenner en wielertrainer Ad Wijnands. Op de rechterfoto zie je nog een ouderwetse oliekachel in het magazijn staan. Deze loods werd gebruikt als opslagplaats, daar men in de Beatrixhaven en nieuwe loods gebouwd had.