Stichting GRAFMONUMENTEN Sint Pieter.

 

 

 

Inleiding:

over de naam Eijssen en varianten op deze naam is al veel gepubliceerd o.a. door Edm. M. A. H. Delhougne (redactie): GenealogieŽn IV - Roermond 1974 en L. Eijssen: Kwartierstaat Eijssen-Oosterbaan - Roermond 1988. Op internet zijn diverse sites te vinden waarin leden van deze familie worden beschreven. In dit project willen wij de tak Sint Pieter beschrijven, d.w.z. de nakomelingen van de familie Eijssen te Sint Pieter, het echtpaar Joannes EIJSSEN en Maria Anna BERDEN. Tevens voeren wij U terug naar het kerkhof van St. Pieter waar enige naamdragers Eijssen begraven zijn. Ook schenken wij aandacht aan de voorouders van deze Joannes Eijssen.

De geslachtsnaam Eijssen:

Als gevolg van de christianisering van onze streken verdwenen de Germaanse "heidense" namen. Uit de bij de doop ontvangen heiligennamen ontwikkelden zich in de loop der tijd familienamen zoals die van Eijssen, Eussen, Eusschen en Heuschen, een naam wellicht afgeleid van de Heilige Eusebius "de vrome godvruchtige" bisschop en martelaar, wiens tong letterlijk werd gesnoerd. De naam van "noodhelper" - een heilige welke aangeroepen wordt in tijden van ziekte en natuurrampen - Eustachius (oorpijn, buis van Eustachius) is natuurlijk ook niet uit te sluiten als herkomst van de geslachtsnaam (a).

Sint Eustachius.

 

De heilige Eusebius is de stadspatroon van Arnhem en de patroonheilige van de Grote of Eusebiuskerk. Uit die kerk is een zilveren borstbeeld afkomstig van deze heilige, waarin een reliek van zijn tong wordt bewaard.

De naamsvariant Esschen, Van den Eschen komt ook voor; dit zou weer kunnen wijzen naar het gebruik van een topografische naam, een zogenaamd toponiem - een naam gebaseerd op een plaatsnaam, een herkomstnaam (b). De vroegste naamdragers kunnen afkomstig zijn uit een dorp Esch, wellicht Eijs of van een hoeve Esschen. Zelfs de mogelijkheid van een naam voortkomend uit de natuur (de Es) is niet uitgesloten; uiteraard is de herkomst naar aanleiding van een vernoeming naar een uithangbord of symbool evenwel goed mogelijk.

Pachter Jan HEUSCHEN wordt uitdrukkelijk vermeld in september 1686. Het echtpaar Wilhelm Theobald VAN EIJNATTEN TOT REIMERSDAL en Catharina Isabella VAN EIJNATTEN - OBSINNICH verkoopt hun eigendommen zijnde adelijk huis, hof en goederen, rivieren met grachten, vijvers en voorhof in september 1686 aan Johan Albert II VON SCHRI(E)CK (1646-1702) schepen en burgemeester van Aken voor een bedrag van 6100 gulden (c). De pachter Jan Heuschen, die al sedert 1670 de voorhof pachtte, mocht na de verkoop blijven. Pachter Jan Heuschen van Rivieren verklaart op 7 oktober 1686 voor de schepenbank te Klimmen, dat op 10 september voor de Akense notaris Franciscus Klinckenberg de verkoop heeft plaatsgevonden (d). De oude en nieuwe eigenaren treden vaker op als doopgetuigen voor de kinderen van deze Jan Heuschen.

Voerendaal, Retersbekerweg. Kasteel Rivieren met hoeve.

 

Ansichtkaart kasteel Rivieren met hoeve (Voerendaal, Retersbekerweg).

 

(a) J. Crott en J. Hoen: Familienamen in Limburg - Maastricht/Geleen 1995.

(b) Edm. M. A. H. Delhougne (redactie): GenealogieŽn IV - Roermond 1974.

(c) RALM LvO 7091 blz. 49-56.

(d) E. Ramakers: Kasteel Rivieren, blz. 146-159 in Zestig jaar vorsen in de geschiedenis van Parkstad Limburg. Jubileumboek Het Land van Herle 1945-2005. Historische Reeks Parkstad Limburg nr. 5 - Heerlen 2005.

(f) Begrrafenisregister St. Pieter 1727-1796.

 

De familie Eijssen te Sint Pieter:

 - Twee wapens (beide schilden ovaal) onder een helm met wrong: 1. een schuinkruis, waardoorheen een paal; 2. gedeeld: drie rozen, paalsgewijs; een boom op een grond. Dekkleden: helmteken: een zeemeermin met opgeheven armen, in de rechterhand een spiegel en in de linkerhand een kam houdende. Lager in een cartouche op de bovenlijst waarvan terzijde een doodshoofd ligt -

Langs de zuidmuur van het kerkhof van Sint Pieter: Joannes Eyssen - Maria Anna Berden / Walterus  Du Chateau - Maria Gertrudis Piels

  N.S.G. / Hier Light - Begraven / Den - Eersaemen / Ioannes - Eyssen / Oudt - Borgemeester / Van - De Vrvheydt - St / Peter - Starf - Den / 25 April 1747 / enDE syne Huisvrouwe / Maria A. Berden / Starf - Den 12 Oct 1764 / En Den Eersamen - Walterus / DuChateau Oud Borgemeester / Van de VrYheerlijkheid StPieter / Sterfden 19 Augustus 1828 / ende zyn huis vrouw de Eersame / Maria Gertrudis Piels Gestorven / Den 16 October 1813 / Bidt Godt voor de / Zielen.

 

Schets zoals getekend in het DTB-register 2 van St. Pieter.

De grafsteen omtrent 1968: duidelijk is te zien hoe deze zerksteen in de loop van ongeveer 40 jaar is geŽrodeerd! Dhr. A. Eijssen meldde mij, dat deze foto indertijd gemaakt werd nadat zijn vader de grafsteen eigenhandig had gerenoveerd. De foto is op verzoek van zijn vader gemaakt, waarschijnlijk door diens vriend Dhr. Storms, indertijd woonachtig te Roermond.

 

 

 

Details: waarschijnlijk is de afkorting N.S.C. veranderd in N.S.G. Wat wordt hier bedoeld; Nomine Sanctu Christi (Gristi) ? Foto's: Breur Henket.

Detail bovenstuk. Detail benedenstuk.

 

 

De grafsteen is afkomstig uit de kerk van Slavante alwaar deze steen in de vloer lag. Toen deze grafsteen op het kerkhof van St. Pieter terecht kwam, werd deze een zogenaamde leugenzerk (schijngraf): er ligt niemand onder begraven.

 

Het klooster te Slavante in 1740. De ruines van kasteel Lichtenberg zijn nog duidelijk zichtbaar. Gravure van Hendrik Spilman uitgegeven door Isaac Tirion (1705-1769) uit "Het verheerlykt Nederland of Kabinet van hedendaagsche gezigten", Amsterdam 1754.

De kapel van Slavante, de St. Anthoniuskapel, verkeert in slechte staat van onderhoud. De eigenaar, gemeente Maastricht, dient heel wat achterstallig onderhoud alsnog uit te voeren ter behoud van deze unieke kapel. Vooral de boom aan de buitenzijde is een ernstige bedreiging voor dit cultureel erfgoed. Meer weten over Slavante, zie: Kerkhofkapel locatie Slavante. Foto's: Dhr. Wil Lem en Dhr. Renť Peels.

 

Jan (Jean) EIJSSEN werd geboren op 21 februari 1675 te Voerendaal, als zoon van Joannes EIJSSEN (EUSCHEN) en Maria VIJGEN. Jan huwde Anna Maria BERDEN (BEEREN), dochter van Wijnandus BERDEN en Agnes RAEDTS, 13 januari 1705 te St. Pieter. Pastoor Joannes van Valckenborgh van Sint Pieter schrijft dit huwelijk in (e). Huwelijksgetuigen waren Winandus EIJSEN, Anna BERDEN en Ida EIJSEN.

 

Joannes Eijssen was gezworene en later burgemeester van de vrije heerlijkheid St. Pieter, o.a. in 1725 en 1733. Hij was landbouwer-grondeigenaar en brouwer (1740), eigenaar van het Leijenhuys ("affkomende van de wesen van maestricht"), het Tholenshuys (het latere "huisje van Frissen"; zoon Lambertus Eijsen verlengt in 1757 de huur van het Tholens Hofken voor de duur van 12 jaar) en de Wintmeulen te St. Pieter, halfwin van de kasteelhoeve Caestert (1740). Hij verkoopt de ouderlijke hoeve "De Breem "onder Overst-Voerendaal op 3 november 1733 aan Nicolaus LEUFKENS. Door het uitkopen van zijn mede-erfgenamen op 28 december 1719 had hij deze hoeve in eigendom gekregen. Samen met zijn vrouw testeert hij op 23 maart 1733 bij notaris F. D. Janssens te Maastricht.

 

Jan overleed 25 april 1747, 72 jaar oud te St. Pieter en werd begraven te St. Pieter. Anna werd gedoopt op 29 oktober 1681 te Hoesselt (BelgiŽ). Zij overleed 12 oktober 1764, 82 jaar oud te St. Pieter en werd 14 oktober 1764 begraven (kosten tien gulden) in de kerk van de Minderbroeders te Slavante door pastoor Arnoldus FRANSSEN, pastoor te St. Pieter gedurende 40 jaar vanaf 1764 (f); hij woont volgens de Franse telling van 1796 "Op Sint Pietersberg" nummer 81, is dan 65 jaar oud en woont naast de kerk. Arnoldus Franssen (Fransen) was een zoon van  Joannes Franssen en Marie Schroenen. Arnold werd gedoopt op 25 januari 1731 te Maastricht, parochie St. Jacob. Doopgetuigen waren Arnold TEUNISSEN en Maria Barbara BRIEE. Hij overleed 10 april 1805, 74 jaar oud en werd 12 april 1805 te St. Pieter begraven.

 

De overlijdensinschrijving van Maria Anna Berden. In de marge wordt gerefereerd aan de begrafenis van Joannes Eijssen (1747). Bron: overlijdensregister St. Pieter.

 

 

Hoeve Caestert anno 2006. Foto: Dhr. Renť Peels.

 

Boven de buitenpoort van de bij het kasteel Caestert gebouwde hoeve is het wapen van Hubert Hendrice, gekozen tot abt 13 september 1674 van St. Jacob te Luik (Ü 30 januari 1695) geplaatst. Zijn devies en jaartal "16 Ad Astra Volo 86" ("vliegend naar de sterren"). Zie: Begraven te Caestert.

 

 

 

 

Ad (Johannes) van der Kop - geboren op 2 juni 1901 te Schoonhoven en overleden te Amsterdam aan de gevolgen van een auto-ongeluk op 4 maart 1963 - schilderde dit gezicht op Heugem vanaf de St. Pietersberg. Ad's vader was wijnkoper en gemeenteraadslid. Ad van der Kop vestigde zich als landschapschilder in Maastricht in 1940. Hij werkte als landmeter bij de Rijks Waterstaat. Van 1948 - 1949 was hij voor een schilder- en tekenstudie in Menton, Zuid-Frankrijk, maar in tegenstelling tot zijn broer slaagde Ad van der Kop er niet in zich een grote reputatie te verwerven. Han van der Kop werd o.a. winnaar van de Prix de Rome in 1931.

 

Het huisje van Frissen is duidelijk zichtbaar. Foto: Dhr. Breur Henket. Collectie Mevr. Miets Caberg.

 

"Hoeselt was een deel van het koninklijk Frankisch fiscus- of kroongebied, dat vrij spoedig een vrijgemaakt kerkelijk leen was, onder het directe bestuur van de prinsbisschop van Luik. Het centrum van de gemeente toont nog sporen van dit oude Frankische dorp: een driehoekig dorpsplein, met daarrond de woningen; een motheuvel, overblijfsel van de versterkte woning van de plaatselijke heer, uit de tiende eeuw; rondom, en hoofdzakelijk op de zuidgerichte hellingen, de oudste ontgonnen en vruchtbaarste akkers van de dorpsgemeenschap. De verder van het centrum gelegen bossen werden ontgonnen en in cultuur gebracht in de 12de en de vroege 13de eeuw. Alhoewel Hoeselt in de 13de eeuw, en dit tot de opslorping van Loon door Luik in 1323, onder voogdij viel van de Graven van Loon, bleef het Luiks territorium en was er het Luiks recht van toepassing. De goederen en de rechten die de prinsbisschop in Hoeselt bezat, werden vanouds beheerd vanuit de Kellerij door een Kelleneer. Hoeselt was opgedeeld in 8 kwartieren: Dorp, Gansteren, Cruys & Hombrouck, Neroy, Crieckendael, Buckinxlinde, Althoeselt-Dorp en Althoeselt-Brouck, waarover ieder jaar een dorpsmeester of burgemeester werd aangesteld. In 1619 verpandde de prinsbisschop Ferdinand van Beieren de heerlijkheid Hoeselt aan de landcommanderij van Aldenbiesen. Achtereenvolgens voerden Edmond Huyn van Amstenraedt, Godfried Huyn van Amstenraedt van Geleen en Edmond Godfried von Bocholtz de titel Heer van Hoeselt. In 1683 nam het Sint-Lambertuskapittel van Luik de heerlijkheid terug aan zich en benoemde kanunnik Bernard Guillaume de Hinnisdael tot tijdelijk Heer van Hoeselt. In 1706 kocht Willem-Gerard Moffarts de titel Heer van Hoeselt met al de heerlijke rechten er aan verbonden. De familie de Moffarts bleef deze functie ook uitoefenen tot aan de Franse Revolutie." Zie: Hoeselt.Be.

 

(e) Stichting Oud Sint Pieter: Sint-Pieter vroeger en nu. Nr. 0, najaar 2004. Jo Wilmes: Van Tholenshofke tot Huisje van Frissen.

 

De huwelijksinschrijving van Joannes Eijsen en Anna Maria Berden te St. Pieter op 13 januari 1705.

 

Kinderen, allen gedoopt te St. Pieter:

i. Joannes Franciscus EIJSEN. Joannes werd gedoopt op 8 januari 1706. Doopgetuigen waren Thomas EIJSEN en Anna BEERDEN. Johannes huwde Gertrudis SCHILLINX (SCHILLINGS), dochter van Gerardus SCHILLINX en Joanna HARST (gedoopt op 3 april 1705 te Voerendaal), 6 juni 1728 (6 juni ondertrouw te Heerlen, protestant te Heerlen op 27 juni 1728) te Heerlen. Huwelijksgetuigen op 6 juni waren Peter SCHILLINGS en Nicolaus ESSCHEN. Johannes overleed voor 24 juli 1747 te Voerendaal en was landbouwer-grondeigenaar.

 

Bekende kinderen:
i. Joannes EIJSSEN (EUSSEN) gedoopt op 28 april 1729 te Voerendaal. Joannes overleed 27 november 1761 te Voerendaal. Landbouwer-grondeigenaar.
ii. Gerardus EIJSSEN (EUSSEN) gedoopt op 12 oktober 1733 te Voerendaal. Gerard overleed 29 augustus 1803 (11 Fructidor an XI) te Hoensbroek.

 

 

Opschriften, waarschijnlijk in het gangenstel van Ternaaien beneden, van Leonardus Eijssen en Joannes Eijssen (1747, 1746 en 1745), nakomelingen van Jan Eijssen en Maria Anna Berden. Vader Jean overleed 25 april 1747 te St. Pieter, 72 jaar oud. Theoretisch zouden het dus ook de namen kunnen zijn van vader en jongste zoon Eijssen. Let op de schrijfwijze van de achternaam. Bron: collectie Mevr. Fieny Beckers-Eijssen.

 

 

Groeve Caestert hoc fecit Willem Eijssen (Willem Eijssen maakte dit) Anno 1744. Bron: CAESTERT Opschriften DataBase.
Ternaaien beneden: W. Eijssen 1738, Arnoldus Eijssen 1743, Willem Eijssen, Willem Eijssen 1744. Bron: CAESTERT Opschriften DataBase.

 

Opschriften in het noordelijk gangenstelsel. Foto's: Mevr. Fieny Beckers-Eijssen:

 

Joannes Eijssen anno 1715.

Wilhelmus (=Guilielmus) Eijssen 1737 en anno - datum niet meer leesbaar.


 

ii. Maria Agnetis EIJSSEN; Maria Agnes werd gedoopt op 22 juni 1707 te St. Pieter. DG: Maria SNACKERS en Laurentius MOORS. Zij huwde Waltherus DU CHATEAU, zoon van Ogier DU CHASTEAU (DU CH¬TEAU DU CH¬TEAU DE SLINS) en een onbekende vrouw, 1 juli 1727 te St. Pieter. Walter werd geboren omtrent 1695 en overleed 6 februari 1748 op de Lichtenberg no. 62 zijnde de hoeve Lichtenberg te St. Pieter. Hij was geŽmancipeerd door zijn vader voor het Hof van Herstal (BelgiŽ) op 1 augustus 1720. Hij was eigenaar van het goed "Naerenbergh" te St. Pieter, pachter van de graven van Schaesberg en vanaf vermoedelijk de tweede helft van de 18de eeuw pachter van de hoeve Lichtenberg. Hij vertrok 1721 uit Fexhe-Slins naar Borgharen om een boerderij te beheren, de Ferme dīOpharen. Arriveert dan vermoedelijk 1727 op Lichtenberg (de pachttermijn is meestal 6 jaar).

Hun zoon  Walter, geboren op 15 augustus 1735 te St. Pieter en overleden, 93 jaar oud op 19 augustus 1828 te St. Pieter, huwde 24 oktober 1762 te St. Pieter met toestemming van de pastoor in sinnen (SCHINNEN) Maria Gertrudis PIELS, dochter van Jan PIELS (PEIJLS PIJLS) en Marie LENAERTS.

Maria Agnes werd bij de telling in 1763 vermeld als rentenierster. Tevens wordt vermeld dat zij kon beschikken over 3 ploegen, 9 paarden en 5 knechten (Paul PAULUSSEN, Gerard LOURS, Hubert BORGER, Jean COX en Lambert GILSON) en 2 meiden (Marie Anne GELON en Mechteld THIJSSENS) (1). Zij werd begraven op 21 december 1790 te St. Pieter.

 

 

 

De inschrijvingen van Theodoor Ridderbeekx in 1763.

In de Chronijk van het dorp Opcanne van Winand Mengels 1740-1778. Transcriptie Victor de Stuers in Publications de la Soc. hist. du Limbourg Tome 24, 1887 - Maastricht, lees men in Korte beschryvinge van het jaer 1765: "dit jaer heeft men beginnen steenen te vaaren ende fondamenten uyt te graven, en selfs eenige muragien aen te leggen, aen de nieuwe winninge genaemt Nerenbergh, gelegen aen de heyde van St. Peter, ontrent de Tombe; dese winninge is gemaekt geworden, of heeft doen timmeren Maria Agnes Eysschen, weduwe van wylen Waltherus du Chateau, die op Lichtenbergh als pachter van den graeve van Schaesbergh eenige jaeren te voren gestorven is [1748], ten tyde van den hier gewesenen oorlogh [Oostenrijkse Successieoorlog, slag bij Lafelt]; men heeft differente jaeren aen dese winnige getimmert, eer dezelve volmaeckt is geweest".

Idem 1768:

"Den 13 April heeft de wed. du Chateau, pachtersche op Lichtenbergh, eenen pubelycken uytroep gehouden van peerden, koeyen, verckens ende allen het getuygh dienende tot den ackerbouw".

 

De mergelgroeve de Tombe, ligt onder de zgn."Franse batterij". Deze kanonnenbatterij is aangelegd door Franse troepen tijdens de belegering van Maastricht in 1794. Nu gebruikt men de naam groeve Duchateau, naar de laatste bovengenoemde exploitant. De groeve is begonnen als een traditioneel gangenstelsel, later is er losse mergel gewonnen door de helling af te graven. Enkele jaren geleden is de groeve ontdaan van bomen en struiken.

 

Een motte is een vroegmiddeleeuwse kunstmatige heuvel waarop een donjon, een kasteel, een burcht of een verdedigingswerk werd aangelegd. De aarde voor de heuvel werd dikwijls verkregen door het uitgraven van een slotgracht rond het bouwwerk. Ook in het Encibos is zo een motte nog aanwezig. Deze motte heeft de status van Rijksmonument. Direct er omheen liggen de restanten van een voormalig legerkamp de zgn. Franse batterij met nog enkele loopgraven uit 1632. Deze locatie zal gekapt en afgegraven worden door de ENCI. Foto's: Mevr. Ineke Henket-Lamberti.

Een andere theorie is dat deze heuvel geen motte is, maar een overblijfsel van een Romeinse grafheuvel. De nam Tombe (tumulus=grafheuvel) kan een duiding zijn. In deze omgeving waren diverse Romeinse villa's gelegen. Daar komt bij dat in de directe omgeving betere strategische punten te vinden waren om een verdedigingwerk te realiseren. Alleen archeologisch onderzoek ter plekke kan duidelijkheid verschaffen.

Boven: detail van het gebied rond de Tombe. Reconstructiekaart door Dhr. Renť Peels.
Uittreksel uit de de Ferrariskaart met Maastricht (U kunt inzoomen), tonende de mate van detail en de aard der opgenomen gegevens. Bron: Kabinetskaarten van de Oostenrijkse Nederlanden opgenomen op initiatief van Graaf de Ferraris (heruitgegeven 1965-1976, Koninklijke Bibliotheek van BelgiŽ). Zie: Jozef de Ferraris - Wikipedia

.

Midden 18de eeuw werd de "Oostenrijkse Successieoorlog" uitgevochten, waarbij de Zuidelijke Nederlanden werden betwist door twee partijen. Enerzijds de Fransen, gesteund door Spanje, Pruisen, Beieren en anderzijds de Oostenrijkers, gesteund door Rusland, Engeland en de Nederlandse republiek. Na een eerste treffen in de slag van Fontenoy (1745), trokken de vijandelijke legers naar het oosten, omdat het prinsbisdom Luik probeerde neutraal te blijven. De Fransen hoopten via het bruggenhoofd Maastricht greep te krijgen op de Zuidelijke Nederlanden. Bron: Slag bij Lafelt - Wikipedia.

 

Schilderij door Pierre Lenfant: de slag bij Lafelt 2 juli 1747. Legeraanvoerder Maurits van Saksen (blootshoofds) bespreekt de situatie met de Franse koning Lodewijk XV (midden).


iii. Lambertus EIJSSEN 7 oktober 1708. Doopgetuigen: Joannes LIEUTENANTS en Anna RAEDTS. Hij was Rooms Katholiek priester, huis- en grondbezitter te St. Pieter. Erft van zijn oom Lambertus EIJSEN die op 19 maart 1711 testeert en welke als soldaat in verre streken verblijft. Als titel tot zijn wijding droegen zijn ouders een tweetal huizen en een perceel grond aan hem over; hij testeert 24 juli 1747 t.o.v. notaris F. D. Janssens te Maastricht; rentmeester en zaakwaarnemer van de familie De Vaes, hij machtigt de Eerwaarde Heer Willem Gesond al zijn pachten en huurpenningen te innen en namens hem te tekenen en treedt zelf als gemachtigde op van Baron A. J. D. (von) Holthausen, missionaris in Holland in 1769. Hij bezat "Het Leyenhuis" op de Lichtenberg, het huis "Beauvors" - ook Bo(o)vors genoemd - of een deel van de "Torentjes" onder St. Pieter, het huis en de brouwerij "De Prince van Luijck" op de Bleekerij, het huis "De Schootel rondom zijn grachten liggend" onder St. Pieter, het huis "De Son" op de Deeken - wellicht het stamhuis van de latere hoeve Zonneberg gebouwd door Emmanuel DUCHATEAU - en anderen eigendommen. Hij overleed op 4 april 1797 te St. Pieter. Op 6 oktober 1800 wordt zijn nalatenschap verdeeld
(b).

 

 

De schuur van de hoeve Zonneberg met als slotsteen een zon. Foto: Breur Henket.

De locaties van de diverse eigendommen van de familie Eijssen te St. Pieter gemarkeerd op de reconstructiekaart van St. Pieter gemaakt door Dhr. Renť Peels.

LE = het Leyenhuis

N = het goed De Naerenbergh

B = het huis Beauvors

T = het Tholenshuys

DS = het huis De Schootel

S = het huis De Son

P = het huis en de brouwerij De prince van Luijck

Z = hoeve Zonneberg

 

iv. Guilielmus EIJSSEN gedoopt op 26 januari 1711. Doopgetuigen waren Catharina RAEDTS en Joannes AERTS. Guilielmus huwde (1) Elisabeth PALMAERS 6 juli 1750 te Maastricht, parochie St. Nicolaas. Elisabeth overleed na 13 april 1751. Guilielmus huwde (2) Ida HONINCK (HONINCKX HONINX), dochter van Christianus HONINX en Ida MAURISSEN, 22 april 1754 te Bilzen (BelgiŽ). De huwellijksgetuigen waren Joannes STIELS en Joannes BORRET. Guilielmus (Wilhelmus) werd 5 september 1785 te Bilzen begraven. Ida werd gedoopt op 11 april 1729 te Bilzen. Doopgetuigen waren Georgius CLAESENS en Maria BOELEN. Ida werd begraven op 28 april 1793 te Bilzen.

Willem Eijssen (Wilhelmus Eijssen) geboren te St. Pieter bij Maestricht wordt als poorter te Maestricht - afkomstig vanuijt de Vreijheijt St. Pieter in 't lande van Luijck - in het kremer(cremers)ambacht ingeschreven op 3 augustus 1750 (2).

 

De beide inschrijvingen.

 

Wat is een Poorter?
 

Een poorter is een burger van een stad die het poorterrecht bezit.
Het poorterboek is een boek met de inschrijvingsregisters van poorters.
Het poorterrecht is het burgerrecht dat gold in middeleeuwse steden.
Het poorterschap is de hoedanigheid van een poorter en tevens het burgerrecht van een poorter.
Burger- of poorterboeken kwamen alleen voor in de steden. In deze boeken werden de van elders komende inwoners ingeschreven. Zij dienden hier toe de eed op de bepalingen omtrent het burgerschap af te leggen.
Het burgerrecht gaf bepaalde rechten, doch schiep tevens verplichtingen.
Bovendien kostte het geld om burger te worden. Voor een kleinere ambachtsman kwam dit al gauw op een half maandsalaris. Daardoor is het begrijpelijk, dat niet iedereen trachtte het burgerrecht te verkrijgen.
Wel was het burgerschap erfelijk in manlijke lijn.
Om een bepaald ambacht of beroep - b.v. de goud- of zilversmeden, het bierbrouwen, broodbakken of metselen - uit te mogen oefenen, was men verplicht om het burgerschap te verwerven. Dit werd dan ook door sommige gilden in hun gildenartikelen verordonneerd. De opzet was om valse concurrentie door niet-ingezetenen tegen te gaan.
Het belang van de burgerboeken ligt daarin, dat zeer vaak de geboorteplaats en laatste woonplaats van betrokkenen worden vermeld.
Sommige namen in de lijst zijn vaak zeer sterk verbasterd: veel ondertekenaars beheersten de schrijfkunst niet of zeer gebrekkig.


Voorbeeld van een eed op het burgerschap:


Ik belove en swere, na mijn hoogste vermogen:
de Stadt Maestricht en Burgemeesteren, Schepenen en Raeden van deselve in alles getrou en gehoorsaam te sijn;
bij en voor deselve op te setten lijff en goed, de eere en reverentie Godes;
den voorsschreven Steede, midtsgaders Burgemeesteren, Schepenen en Raeden van dien, voor te staan 't meeste nut, welvaeren en profijt van deselve;
sampt der Burgeren en inwoonderen van dien nae mijne beste vermogen met alle reedenen en billikheid te soecken en mij in goede gehoorsaemheid, vreede en eendragt bij en onder mijne meede Burgeren te houden en dragen;
alle twist, tweedracht, muiterije en heimlijcke aanslagen, die tegens den Eere en reverentie Godts, Christelijke religie, mitsgaders de Stad en ganse Burgerie, sampt Burgemeesteren, Schepenen ende Raeden voorsschreven, mogten gedagt ofte aangesteldt worden, 't selve tot mijne kennisse gekomen sijnde, belove ick terstond wel en getrouwelijck aen de gemelte Burgemeesteren, Schepenen en Raeden 't openbaeren.
So waerlijck moet mij helpen Godt Almachtigh.

 

Bron: o.a. Gemeente Leeuwarden.


v. Hermannus EIJSSEN gedoopt 27 augustus 1712. Doopgetuigen: Joanna CLERCX en Hermannus VAN DEN BOSCH.


vi. Maria Anna EIJSEN (EYSSEN EIJSSEN) gedoopt 25 augustus 1713. Doopgetuigen: Joanna CLERCX en Hermannus VAN DEN BOSCH. Overleden voor 16 mei 1719.
 

vii. Maria Cornelia EIJSSEN gedoopt 16 juli 1715. Doopgetuigen: Guilielmus RAEDTS en Cornelia BERDEN.  Maria huwde Egidius GILISSEN, zoon van Godefridus GILISSEN en Anna CLERMONTS, 25 juli 1742 te Maastricht St. Nicolaas. Maria werd begraven op 12 januari 1794 te Maastricht.
 

viii. Arnoldus EIJSSEN gedoopt 16 april 1717. Doopgetuigen: Judith CLERCX en Arnoldus VAN DEN BOSCH. Arnold huwde Joanna DAEMEN, dochter van Petrus DAEMEN en Maria MAREES, 23 april 1744 te Lanaye (BelgiŽ).  Arnold overleed 13 februari 1783 te Beek (Limburg). Hij was landbouwer-grondeigenaar. Pachter van de hoeve "Printhagen" onder Beek.

 

Benedenste Hoeve van Printhagen: deze is opgetrokken om twee binnenplaatsen. De in vakwerk opgetrokken tussenvleugel is echter gedeeltelijk in baksteen vernieuwd, aan de buitenzijde heeft deze vleugel thans een in- en uitgezwenkte topgevel met afdekkingen, dubbele speklagen en hoekblokken van mergel en in de top een hoekanker en een steen met omrankt jaartal 1744 en IMCW. Verder is ook hier een van de zeldzame fraaie bakovengebouwtjes te zien.

Foto: collectie Dhr. John Caris.

 

 


ix. Maria Anna EIJSSEN gedoopt 16 mei 1719. Doopgetuigen: Agnes Aldegondis COIX en Paulus HERTEN. Zij huwde Arnoldus SAUVEUR. Maria Anna overleed voor 6 oktober 1800 te Eben (BelgiŽ).
 

x. Anna Maria EIJSSEN gedoopt 6 november 1721. Doopgetuigen Bartholomeus MACHIELS en Anna Catharina JANSSEN. Anna werd begraven op 13 juni 1723 te St. Pieter.

 

xii. Leonardus EIJSSEN gedoopt 20 november 1727. Doopgetuigen: Joanna CLERCX en Leonardus BERTRAND. Leonard overleed 25 december 1802 te Brussel. Leonard was Rooms Katholiek priester. Hij studeerde 5 Ĺ jaar humaniora te Maastricht en daarna dialectica te Gheel (BelgiŽ). Hij is ingetreden in de Societeit van Jezus te Mechelen op 18 oktober 1749 en werd tot priester gewijd te Leuven op 24 september 1763. Hij was leraar aan het JezuÔetencollege te Maastricht van 1753 tot 1759 waarna hij theologie ging studeren in het Theologisch College van de JezuÔeten te Leuven. In 1771 was hij hulpprocurator te Leuven in 1771. Ook was hij procureur van het College te Iperen. Vermoedelijk is hij in 1773 mede geÔnterneerd in Iperen door het Comitť Jťsuitique.

 

De JezuÔeten waren al sinds het midden van de 16de eeuw actief in de Zuidelijke (en later de Noordelijke) Nederlanden. In Maastricht was er al een JezuÔetencollege in 1575. Destijds hadden zij hun intrek genomen in een pand aan de Bredestraat (tegenover de huidige BonbonniŤre). Uit deze tijd bestaat nog een handgeschreven bibliotheekcatalogus uit 1733. Bij de opheffing van de orde in 1773 kwam de catalogus in het bezit van de Onze Lieve Vrouwekerk in Maastricht en werd deze later bij de archieven van de JezuÔeten gevoegd, die in bewaring gegeven werden in het Regionaal Historisch Centrum Limburg (het voormalige Rijksarchief Limburg) aan de St. Pieterstraat. Dit handschrift maakt nu deel uit van het archief van de JezuÔeten te Maastricht (14.D022, inventarisnummer 30: Catalogus Librorum Bibliotheca Collegii Trajectensis ad Mosam Societatis Jesu). Bron: Handgeschreven catalogus Maastrichtse JezuÔetencollectie uit 1733.

 

 

 

Foto "Patersschool". Bron: onbekend.

 

 

 

 

 

 

 
In het vierkant de gebouwelijke overblijfselen van het JezuÔetenklooster in het oude centrum van Maastricht. Bron: Live Search Maps. Zie ook: Welkom bij La Bonbonniere.  

 

 

 

(1) Theodoor Ridderbeekx: Liste des Paroissiens de la Communautť de St. Pierre chez Maestrecht - Maestricht 9 juni 1763 - Rijksarchief te Luik; Fonds des Etats reg. 101.

(2) LHG blz. 406, deel 3 en BUL blz. 477 deel 5 [LHG = Luijcks Hooggerecht (Epi); BUL = Burgemeesterboek Luijcks (Epi)]. Zie: Dhr. Ber Swaen: Nieuwe poorters van Maastricht afkomstig vanuijt de Vreijheijt St. Pieter in 't lande van Luijck. Geredigeerd door Dhr. Rob Dresens en Dhr. Breur Henket.

 

Uit het begrafenisregister van St. Pieter 1727-1796: "die Duodecima octobris 1764 obiit Maria Anna Berden in Hoesselt orta et vidua Joannis Eyssen 14ta ejusdem corpus praecedente cruce per me A. Franssen deductum firit ad Minoritas in Lichtenbergh, quae in corum Ecclesia sepulta et, solutis tamen omnibus juribus meis 10 floreni."  

Walter DUCHATEAU: uit Limbricht no. 5 en "De Maasgouw" LIX, 1939 blz. 59-60: overleden op Lichtenberg no. 62, zijnde de hoeve Lichtenberg, landbouwer, 93 jaar en 4 dagen, zoon van Waltherus en Maria Agnetis EYSSCHEN, echtgenote van Maria Gertrudis PIELS, die overleed op 70 jarige leeftijd, dochter van Jan en Marie LENAERTS. Johannes EIJSSEN testeerde als burgemeester van St. Pieter met zijn vrouw Maria Anna BERDEN voor notaris F. D. Janssens te Maastricht op 23 maart 1733. Voor deze notaris testeerde 24 juli 1747 Lambertus EIJSSEN, priester, geboren te St. Pieter, zoon van Maria Anna BERDEN en die begraven wilde worden op "den Slavantenbergh, alwaer zijn vader Joannes Eijssen begraeven leijt" (deze zerk is - en waarschijnlijk ook andere zerken zijn - afkomstig van Slavante). Hij noemt de kinderen van zijn broer Johannes EIJSDEN en Geertruyd SCHILLINX.

 

 

 

Wapen Eijssen, getekend door K. van den Sigtenhorst naar het wapen van Joannes Eijssen op diens grafsteen te St. Pieter. De oorspronkelijke kleuren zijn onbekend. In blauw een rechter schuinbalk waaroverheen een linkerschuinbalk, over deze beide heen een paal, alles van goud. Helmteken: een aanziende meermin in natuurlijke kleur met gouden haar en goude staart, houdende in de opgeheven rechterhand een zilveren spiegel in gouden lijst en in de opgeheven linkerhand een gouden kam. Dekkleden: blauw en geel. Bron: L. Eijssen: Kwartierstaat Eijssen-Oosterbaan - Roermond 1988. Zie: zuidmuur:Joannes Eyssen.

De restauratie:  

19 april 2010 werd een begin gemaakt met de restauratiewerkzaamheden.

Steenhouwer Edwin Schutz inventariseert wat er zoal moet gebeuren ter verder behoud van deze grafsteen.

De grafsteen wordt op de breukvlakken gepend, schoongemaakt en verder naar links opnieuw met muurankers teruggeplaatst.

 

2 juli 2010: naast het reeds herplaatste monument Rutten - links op de foto's - werd een fundament gemaakt en het onderstuk vastgezet. Het bovenstuk werd losgemaakt van de oude plek.

 

 

De grafsteen werd opnieuw gefundeerd, op de breukvlakken gepend, schoongemaakt er verder naar links teruggeplaatst. De muurankers welke zoveel schade aan de steen hebben veroorzaakt werden weggehaald. Bewust werd er voor gekozen deze steen niet op te schuren ter voorkoming van het wegschuren van het nog zichtbare. Nieuwe "veiligere" muurankers werden aangebracht. De restauratie werd 7 juli 2010 afgerond.

11de restauratie. Deze restauratie werd mogelijk gemaakt door een donatie van De Stichting Bonhomme Tielens en de bijdragen van "Vrienden van ...".