J. M. van der Venne. Limburgsche wapens.

Heraldische Databank, Centraal Bureau voor Genealogie.

In Eijsden en Sint Pieter gebruikt men ook dezelfde familiewapens:

HENKET Katholiek - Eijsden, enz.

Wapen: In zilver drie roode dwarsbalken, een breede tusschen twee smalle, vergezeld van drie roode sterren.

Dekkleeden: zilver en rood.

Helmteken: een uitkomende wildeman, in natuurlijke kleur, met bruinen baard en haren, een zilveren schild in de rechter- en een bruine knots, op zijne schouder rustend, in de linkerhand houdend.

Emmanuel HENKET (1876-1957) schrijft in zijn notitie over de stamboom van de familie Henket-Rosier, Lage Kanaaldijk 87 en van Henket-Bock, Papenweg:
Dit wapen werd ontdekt in het Rijksarchief te Luik (België) in een manuscript over wapens op blz. 142 onder wapens A. D. ± 1680”.

Diverse uitvoeringen van het familiewapen: linksboven het familiewapen op het kerkhof van St. Pieter bij het familiegraf Henket, midden het familiewapen in glas en lood aanwezig bij de familie Henket-Vanderbroeck en rechtsboven eenzelfde uitvoering bij de familie Lieben-Henket. Linksonder het wapen bij de familie Henket-Van Duurling te Maastricht, in het midden het wapen uitgevoerd in hout, als geschenk ontvangen van de familie Henket-Supusepa uit Zaandam. Rechts beneden: Errick Henket trof deze variant van het familiewapen aan in Repertorium familiewapens van bekende Nederlandse geslachten: een overzicht van de wapens van de adel, het patriciaat en aanverwante geslachten van het Koninkrijk der Nederlanden / C.E.G. ten Houte de Lange - 's-Gravenhage.

Porseleinen beugelflesdop en bierflesetiket van Brouwerij "DE HAAN" te Eijsden. Met dank aan Dhr. Wil Lem.

Ook is het wapenschild aan te treffen op diverse bierflesetiketten van Bierbrouwerij “De Haan” (de haan is het symbool afkomstig van de haan op de kerktoren te Eijsden). Deze “Electrische Bierbrouwerij de Haan” was in eigendom van de neven Louis Gerard Joseph HENQUET (1886-1937) en Jean Toussaint Joseph HENQUET (1883-1952). Zie: http://members.home.nl/pch1/VakZ.htm#henquet.

In notities uit het familiearchief van Jet Henket (1869-1938) kan men lezen, wat er via overlevering verteld wordt over de vroegste Henkets: zij waren mijneigenaars in de omgeving van Charleroi in België. Op een gegeven moment schijnt echter de Staat hen dit eigendom te betwisten. Allerlei middelen zijn toen geprobeerd om recht te verkrijgen; er werd geprocedeerd enz. Volgens een andere lezing werden de mijnen in oorlogstijd verwoest. In een akte van 20 april 1297 is er voor het eerst sprake van steenkoolontginning in de streek van Charleroi (provincie Henegouwen, België). Waar nu de stad Charleroi ligt, lag in de middeleeuwen een onbetekenend plaatsje, Charnoi genoemd. Hier leefde men voornamelijk van de landbouw en de mijnbouw.

Tot 1697 (het Verdrag van Rijswijk) werd de streek geteisterd door oorloggeweld, omdat Frankrijk en Spanje voortdurend in oorlog met elkaar waren. Charleroi was afwisselend in handen van een der partijen, werd herhaaldelijk verwoest en telkens opnieuw versterkt. De rust keerde pas terug toen Spanje het gebied toegewezen kreeg in 1697. Hieruit blijkt wel dat de Henkets toen in oorlogsgebied woonden.

 

Kaartje met de kolenbekkens, ontgonnen tot circa 1900.

Jet Henket vervolgt in haar notitie:

"door al deze omstandigheden echter - die waarschijnlijk ook zeer lang geduurd hebben - verloren zij hun fortuin en zijn zij tot betrekkelijke armoede vervallen, zodat zij op andere manieren in het onderhoud moesten voorzien.
Uiteindelijk hebben de "Henketten"  deze processen toch gewonnen. Er wordt zelfs verteld, dat zij de instrumenten welke zij voor hun werk gebruikten, in hun vreugde in het water geworpen zouden hebben, uitroepende, dat zij nu weer rijk waren en deze werktuigen niet meer nodig zouden hebben!
Door allerlei manipulaties en onrechtmatigheden zijn zij echter nooit meer in het bezit gekomen van hun rechtmatige eigendom. Zij hebben nog enige geslachten lang in eenvoudige omstandigheden moeten leven.
"