Stichting GRAFMONUMENTEN Sint Pieter.

- Een kruis, ornament -

Dit graf is geadopteerd door de heren Mr. M.P.W. Lamberti  en Dr. C.J.M. Henquet.

A lá mémoire de / mad. Catherine / Drabbé / né á Halle Belge / le 1 janvier 1839 / trépássee a St.Pierre / le 2 decembre 1889

Op basement: R. I. P.

In deze gemetselde kelder  (B 143 en B 144) - eeuwigdurend eigendom -  is ook bijgezet

Hendricus Clemens ZWIJSEN

 

Grafkistdekselschroef gevonden in de kiezel bij dit graf in 2011. Waarschijnlijk is deze grafplek verstoord bij het maken van het graf recht voor het graf Drabbé, het graf van de familie Dinjens-Tillij.

 

Catherine werd geboren op 1 januari 1839 te Halle (België). Zij overleed 2 december 1889, 50 jaar oud in huize Maesenburg te St. Pieter en werd 4 december 1889 te St. Pieter begraven in "eene nieuwe graftombe".

 

Catherine Drabbé was vermoedelijk de huishoudster/huisgenote van Hendricus Clemens ZWIJSEN. In theorie is het mogelijk dat zij de ongehuwde moeder is van Maria Julietta Antonia DRABBÉ geboren omtrent 1878 te Gent. Deze huwde Johannes Edouardus PALMANS 3 juli 1900 te Maastricht. Maria overleed 24 juni 1924, 46 jaar oud te Maastricht. Joannes werd geboren op 26 oktober 1874 te Maastricht. Hij overleed 15 december 1912, 38 jaar oud te Maastricht. Dit echtpaar dreef een schoenzaak "De Gouden Laars" in de Kleine Staat te Maastricht naast drogisterij/fotozaak Daniëls. Acht kinderen.
 

De ouders van Hendricus Clemens ZWIJSEN waren: Petrus ZWIJSEN (SWIJSEN SWEIJSEN), geboren op 26 mei 1756 te Geetbets (België) en Wilhelmina VAN HERPEN. Peter huwde (1) Cornelia HEESWIJK 3 augustus 1783. Hij huwde (2) Wilhelmina VAN HERPEN 1 juni 1794 te Kerkdriel en overleed 15 augustus 1839, 83 jaar oud te Berlicum. Hij was huursoldaat en molenaar van beroep. Wilhelmina VAN HERPEN werd geboren op 19 augustus 1766 te Rossum. Wilhelmina overleed 12 juni 1840, 73 jaar oud te Berlicum.

 

Clemens werd geboren op 5 april 1807 te Berlicum. Hij overleed op 15 mei 1891, 84 jaar oud te St. Pieter als rustend priester op Maasenburg en werd 19 mei 1891 te St. Pieter bijgezet. Zijn namen en datum zijn nooit bijgeplaatst op de grafsteen.

 

 

Bericht in de Haagsche Courant van 15 juni 1891:
Tilburgse courant van 11 juni 1891: op den huize Maesenburg de Sint-Pieter bij Maastricht is na langdurig en smartelijk lijden overleden de hoogeerw. heer H. C. Zwijsen, R. K. priester, ridder van het H. Graf van Jerusalem, groot-vicaris en eere-kanunik van de patriarchale kerk van Jerusalem, Antiochië en Alexandrië. De overledene bereikte den leeftijd van 86 jaren, was geboren te Berlicum bij den Bosch en was de jongste broeder van wijlen Mgr. J. Zwijsen, z. g. In 1832 ontving hij de H. Priesterwijding en was na den Belgischen opstand geruimen tijd aalmoezenier in het Nederlandsch leger. Vervolgens was hij in België geruimen tijd als priester aan eenige parochies verbonden en muntte uit door zijne hulpvaardigheid en menschenliefde. Zijn kerkgewaden met toebehooren, alsmede een prachtige verzameling reliquieën schonk hij aan de kerk te Sint-Pieter.

De Tijd / godsdienstig-staatkundig dagblad van 5 juni 1891 vermeldt bovendien: in 1882 vierde hij zijn 50-jarig priesterschap. Verscheiden jaren woonde hij vervolgens te Boitsfort, bij Brussel, waar hij een uitgestrekt landhuis bewoonde. Om gezondheidsredenen richtte hij zijn oog op de omstreken van Maastricht, kocht de villa Maesenburg en vestigde voorgoed zijn verblijf te Sint-Pieter.

Na het overlijden van Zwijsen werd het buitengoed Maasenburg publiekelijk verkocht. Het Nieuws van den dag/Kleine courant van 13 juli 1891:

Maasenburg blijft na de verkoop in 1891 een religieuze bestemming houden. Wie dan eigenaar is, blijft  (vooralsnog) onduidelijk. De Maasbode van 18 oktober 1903:

Uit een bericht van De Tijd d.d. 3 oktober 1904 blijkt dat Maesenburg nog in gebruik was als religieus buitengoed. In 1938 werd het 18e eeuwse "Maesenburg(h)" afgebroken t.b.v. Enci-woningen. Het toegangshek werd door de ENCI herbruikt bij het huis (directeurswoning Vossen) Slavante 3 te Maastricht (St. Pieter).

 

Uit het begrafenisregister van St. Pieter (afwijkende leeftijd).

 

 

Zijn oudste broer was Joannes Zwijsen (1794-1877) bisschop van 's-Hertogenbosch en aartsbisschop te Utrecht. Beiden kwamen uit een molenaarsgezin. Van 1832 tot 1842 was Joannes Zwijsen pastoor van de parochie ’t Heike in Tilburg. De grote meerderheid van zijn parochianen bestond uit textielarbeiders en dagloners. Zij verdienden met hard werken slechts een karig loon. De sociale omstandigheden waren bijzonder slecht en kinderarbeid in fabrieken en werkplaatsen kwam in die tijd vaak voor. Pastoor Zwijsen was geraakt door de concrete noden van zijn parochianen. Daarom stichtte hij twee congregaties: de Zusters van Liefde (1832) en de Fraters van Tilburg (1844). Het doel van beide congregaties was om zich in Tilburg in te zetten op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg ten behoeve van de armen en achtergestelden. Zie: Zwijsen.

 

Joannes Zwijsen.

 

 

Joannes Zwijsen was een intieme vriend van koning Willem II (* 1792 † 1849). In de nacht van 13 op 14 maart 1849 roept Willem II in zijn paleis te Tilburg om een dokter. Drie dagen later sterft hij aan een hartstilstand. Joannes Zwijsen deed uitgebreid verslag van zijn sterfbed. Bron: Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra: Ooggetuigen van de koningen van Nederland, 1813-1890. "Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren". - Amsterdam 2008.

 

Illustratie uit bovenvermeld boek. Koning Willem II voor de gotische zaal van zijn paleis aan de Kneuterdijk te Wassenaar in 1848. Tot aan zijn inhuldiging, op 28 november 1840, woonde Willem II er met zijn vrouw Anna Paulowna (Pavlovna), grootvorstin van Rusland (dochter van tsaar Paul I van Rusland).
 

 

12 januari 2012: dagblad De Limburger.

 

In het najaar van 2009 is het Europees initiatief "Sociale Innovatie Instandhouding klein Religieus Erfgoed" (SIRE) gestart. Het project maakt deel uit van Interreg IVa en geldt in eerste aanleg voor een periode van 3 jaar. Vanaf april/mei 2010 kon een beroep worden gedaan op een substantiële bijdrage in het onderhoud en de restauratie van kruisen, kapellen, beelden en ander klein religieus erfgoed. De voorbereiding en coördinatie wordt uitgevoerd door Monumentenwacht Limburg. Onze aanvraag werd beloond. Klik op de afbeelding om het artikel te lezen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De restauratie:

Het grafmonument voor restauratie (11 februari 2011).

Waarschijnlijk werd bij het maken van het huurgraf Dinjens-Tillij in 1936 (B 142), een deel van het voorstuk van het graf Drabbé "afgesnoept". Duidelijk zichtbaar is, dat de kettingen aan oost- en westzijde zijn ingekort en het borduur eveneens. De oude fundatie van de paaltjes aan de oostzijde is nog zichtbaar aan de rand van het graf Dinjens-Tillij. De rechthebbenden van het graf Dinjens-Tillij hebben de grafhuur niet verlengd en afstand gedaan van het grafmonument. Het grafmonument werd verwijderd om weer de originele perceelgrootte te verkrijgen. Zie: geruimd B 142. De stoffelijke resten van de hier eerder begravenen blijven op deze plek begraven. Het is mogelijk dat de originele perceelbreedte groter is geweest aan zuidzijde (padzijde) en noordzijde.

 

Een inkijk in de grafkelder op 18 mei 2012 leverde de volgende informatie op: er zijn twee van bakstenen gemetselde grafkelders aanwezig. Deze kelders liggen naast elkaar en zijn ongeveer 80 cm. breed en 120 cm. hoog. Aan de zuidzijde (padzijde) lagen de stoffelijke resten van emeritus kanunnik Hendricus Clemens Zwijsen. Ter rechterzijde de stoffelijke resten Catherina Drabbé. Enkele resten van de priesterkleding van Zwijsen waren nog zichtbaar. De grafkisten waren uit elkaar gevallen en grotendeels vergaan. Na de inkijk werden de openingen weer dichtgemaakt. De stoffelijke resten blijven op hun plek liggen.

 

14 februari 2012 werden de kettingen en paaltjes verwijderd ter restauratie. De paaltjes en kettingen worden gezandstraald en gepoedercaoted in zwart.

14 maart 2012: het grafmonument Dinjens-Tillij is verwijderd.

 

15 maart 2012: de nieuwe fundamenten voor de paalvoeten zijn gestort.

 

Detail. Het borduurwerk bestond uit oude bakstenen afgestreken met een cementlaag en delen stuk geslagen hardsteen. Het voorwerk zal in blauwe hardsteen uitgevoerd worden.

30 maart 2012: de paaltjes en kettingen zijn teruggeplaatst. Het fundament van het borduur is opgestort en het borduur werd geplaatst.

4 april 2012: het marmersplit maakt het geheel compleet

 

13 juli 2012: de grafstèle is schoongemaakt; restauratie afgerond. Deze restauratie werd mede mogelijk gemaakt door een bijdrage uit het fonds Sociale Innovatie Instandhouding klein Religieus Erfgoed (SIRE). Adoptiegraf en 28ste restauratie.