|
Navagne / Van 't gruwelijk verraet in den jaere 1638 op Maestricht gepractiseert / d'Artagnan.
14 juni 1673 kwam Lodewijk XIV, "de zonnekoning", te Maastricht aan en vertrok dezelfde dag naar zijn leger te Ternaaien (Lanaye), 1½ uur ten zuiden van Maastricht. De vijandelijkheden tussen Frankrijk en Spanje, bezetter van Navagne (De Elvenschans), begonnen in oktober 1673 en nog tot half mei 1674 zou het fort in Spaanse handen blijven. Na de overgave van het fort op 22 mei 1674 werd enige tijd later overgegaan tot slechting van het verdedigingswerk. Hierbij werden veel burgers uit de omgeving en uit Maastricht (gedwongen) ingezet. In 1680 is de schans herbouwd door een aannemer uit Neeritter. Dat is te lezen in de schepenbankregisters van die plaats. 1702 maakten de Maastrichtenaren alles met de grond gelijk en namen alle bruikbare bouwmaterialen mee naar Maastricht. Adam Frans van der Meulen: aankomst van Lodewijk XIV in het kamp bij Maastricht.
Lodewijk XIV had zijn Quartier du Roy, zijn hoofdkwartier, te Wolder gevestigd. De grote witte tent naast de
kerk is van de koning zelf. Jean Paul legde dit tafereel vast.
Midden: Frans van der Meulen - Lodewijk XIV trekt bij het Tolhuis bij Lobith de Rijn over op 12 juni 1672, olieverf op doek 1690. Links: Willem III * Den Haag 14 november 1650 † Hampton Court Palace 8 maart 1702; rechts Louis XIV * Saint-Germain-en-Laye 5 september 1638 † kasteel van Versailles 1 september 1715. Op beneden staande kaart zijn afgebeeld de Zeventien Provinciën in 1672 (het zgn. Rampjaar gezien vanuit de optiek van de Republiek). 12 juni kwam Lodewijk XIV onuitgenodigd de Republiek der Zeven Provinciën binnenvallen met zijn legers. Frankrijk en Engeland vielen ons land vanuit het zuiden en vanaf zee binnen, de bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen vanuit het oosten. Gezamenlijk hadden zij een troepenmacht van zo'n 200.000 man, tegen 30.000 man van de Republiek. Spanje en de Duitse Keizer kozen in 1673 de kant van de Republiek. De gezamenlijke vloten van Engeland en Frankrijk werden door Michiel de Ruyter voldoende toegetakeld om een invasie vanuit zee af te wenden. Engeland beëindigde de Derde Engels-Nederlandse Oorlog met de Vrede van Westminster in 1674.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Vanaf de 14de eeuw heeft Navagne (ook Navaigne, Neuvang, Neyvang, Naivagne, Novuegne, Navel, Elve, Elva, Elf, Elven, Elvenschans) verschillende functies gehad: kasteel, door de Spanjaarden vervolgens verbouwd tot fort. Het fort fungeerde toen o.a. als logement voor hoge officieren. Navagne was als fort uitgangsbasis voor de vele plunderingen die de Spanjaarden uitvoerden in de naaste omgeving. Na de vrede van Utrecht in 1713 werd er een Oostenrijks tolkantoor gevestigd. In 1714 sloten de keizerlijken zich aan bij de Vrede van Utrecht. De Spaanse erfenis werd verdeeld. De Republiek kreeg een nieuwe buur: de Zuidelijke Nederlanden werden de Oostenrijkse Nederlanden. De rol van de Republiek als grote mogendheid was uitgespeeld. Het tolkantoor werd na de Franse revolutie omgevormd tot een woonhuis. Nu zijn er nog enkele resten te zien van de "Schans" en van het Oostenrijks tolkantoor uit de 18de eeuw. Uiteindelijk werd deze plek doorverkocht aan een particulier en werd er een brouwerij gevestigd. Navagne werd daarna meerdere malen gerestaureerd en wordt momenteel geëxploiteerd als horecagelegenheid. Een gedeelte van de hoeve is verbouwd tot vakantieappartementen. De grens tussen Nederland en België loopt op dit moment ongeveer midden door "de ridderzaal" van kasteelhoeve Navagne. |
||||||||||||||||||||||||||
|
Henri-Charles Dessain, drukker van beroep, verbouwde het voormalige tolhuis in 1874 tot buitenverblijf. De tweede dag van de Eerste Wereldoorlog braken de Duitsers dit gebouw af en hergebruikten het zo verkregen bouwmateriaal voor eigen doeleinden. Bron: Jean-Pierre Lensen: Memoire en Images Visé-sur-Meuse - 1998. Zie verder: Het weggetje naar de Maas bij Moelingen.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
De saingnors de Nayvaing sor Mouze.
Afbeelding uit: de Armes des Seigneurs Voués et Seigneurs
temporels de Nivelle., des châtelains de Loën et de Caster. Clichés communiqués
par Mr Pierre Debouxtay d’ Argenteau.
Het
wapen van Gérard De Navagne "saingnor de Nayvaing sor Mouze"
gehuwd met de dochter van Leone III, heer van Nivelle. Hij wordt vermeld van
1282 tot 1303. Louis Printe, zoon van Printe De Warencelles en van Marie -
dochter van Louis de Gothem, huwt met Françoise De Navagne, genoemd De Nivelle,
dochter van de Gérard De Navagne.
Baron de Crassier tekende het wapen van
Navaigne als naast staand. Uit: schetsen
van Limburgse wapens opgetekend door Louis Baron De Crassier ten behoeve van
door hem gepubliceerde artikelen in de Maasgouw. XI.
1540 - 1579 Jean de Navagne of Jan van Elven, schout te Breust in 1566 en 1574,
zoon van X ∞ Jehenne Crasborn. Tussen 1571 en 1576 wordt hun bezit Elven
(Navagne), het grondstuk en zijn grachten in diverse aktes zoals aangetroffen in
het archief van de schepenbank van Breust genoemd. Waarschijnlijk was op deze
plek eerst een verschansing, een versterkte plaats aangelegd, welke in de tijd
werd getransformeerd naar kasteel en fort;
XV.
1644 - 1674 Catherine de Navagne, dochter van XIII. Einde van de lange lijn De
Navagne als heren van Navagne. 1674: ontmanteling van de Elvenschans XIX.
1778 - 1794. Philippe-Joseph de Ryckel d'Oorbeek zoon van XVIII; geen
nakomelingen;
Schematisch genealogisch overzicht:
De omgeving van Navagne nu - de omtrekken van de resten van voormalige bastions tekenen zich af in het veld. Foto's: Breur Henket.
Enkele data (aangevuld):
1282 Akte Ridder Gerard de Navagne. 1571 Kasteel met grachten. 1634 Spaanse verbouwing tot fort. 1661 Toewijzing aan Spanje (Het Partageverdrag). 1663 Omgrachting van het geheel. 1673 Inname van Maastricht door de Fransen. 1674 Aanval troepen Louis XIV. Overgave ruïne - wisselend Frans en Spaans. Tijdelijk Spaans tol. 1702 Franse troepen bezetten de schans. Staatse troepen nemen het gebied in en maken alles met de grond gelijk. Spaanse Successieoorlog. 1717 Bouw tolhuis en kapel door het Oostenrijks bestuur. 1843 Grensscheiding Nederland en België. 1914 Vernietiging van het tolhuis door Duitse troepen bij het begin van de Eerste Wereldoorlog. 1919 Dhr. L.Ph. Pinckers laat het terrein van de boerderij de Schans draineren. De bron valt droog. 1974 Egalisatie van het terrein. 1977-1994 Tussen 1974 en 1994 werden een aantal restauraties uitgevoerd; in gebruik name als Kasteelhoeve Navagne. In de voormalige stallen van de boerderij werden een twaalftal vakantieappartementen gerealiseerd. 1998 De kasteelhoeve wordt aangekocht door H.C.M. Frijns - De La Haye. 2004 Exploitatie familie van Horssen en familie Frijns. 2009 Complex wordt te koop aangeboden. Zie: BLIM.BE Makelaars : Horeca /Bedr. o.g.
Op Nederlands grondgebied zijn nog fragmenten te zien van de noordelijke en oostelijke omwalling en van de drooggevallen buitengracht. Ook de naam Schansweg herinnert nog aan de voormalige "Schans".
Dit is niet de oude bron. Dhr. Hogenhuis heeft een nieuwe bron aangeboord. Foto: Breur Henket.
In 1919, na het draineren van het terrein, valt de geneeskrachtige - mineraal houdende - bron droog, die reeds in 1632 vermeld wordt en zich op het plein vóór het kasteel bevond.
Bron: De Limburger Koerier van 8 mei 1923:
De afdekking van de oude drinkbron. Foto: Aldo Haan.
In diverse advertenties in verschillende dagbladen komen we pachthoeve Navagne tegen:
28 augustus 1920: Eijsden. Notarissen Arnold en Wouters vm. 11 uur ten koffiehuize J. Spauwen, pachthoeve Navagne
23 januari 1933: Dienstbode voor terstond gevraagd, voor huiswerk, kunnende melken. H. Otten, Hoeve “Navagne” Visé of Dorpstraat 28, Eijsden.
7 en 10 april 1937: 15-18 j gevr. op boerderij C. Vliex-Huynen. Navagne Mouland bij Eijsden.
Na afloop van de pachtperiode (traditioneel 9 jaar) van Vliex-Huynen neemt de familie Duijsens de pacht over.
Diverse namen passeren dan als eigenaar o.a. Pinckers, Essers, Seelen en Hogenhuis.
Waarom is hier het familiewapen Henket te zien? Zie: Familiewapen Henket.
Breur Henket doet een poging Staatse troepen terug te dringen. Overigens zal dit niet lukken, omdat dit "geschut" een waar meesterwerk is van geknutsel en nooit zou kunnen functioneren of slechts één keer in een suïcidale bui. Wil Lem bekeek dit "kanon" met Maastrichtse Vestingstadogen voor een second opinion en constateerde o.a.: "Puur decoratie; de mond van het kanon is kleiner dan de ziel. Mocht je er een kogel ingeprutst krijgen dan springt de loop bij het eerste schot in stukken. Ook de tappen zitten verkeerd en er is geen zundgat"
Gravure uit 1598 met centraal tegenover Lixhe het kasteel van Navagne. Een "bezette" galg is prominent aanwezig. Bron: diverse redactie: 1200 ans de commerce à Visé. Numéro spécial des notices Visétoises no 21 - Visé mars 1987.
Door de blokkade van de Schelde in 1585 onder leiding van de protestantse prins Willem van Oranje verliezen de katholieke Spaanse zuidelijke Nederlanden een belangrijke handelsroute. De Maas werd door deze blokkade een belangrijke handelsroute van noord en west Frankrijk naar de noordelijke Nederlanden. In de XVIIde eeuw werkten de vele tolheffingen en de oorlogen gevoerd tussen Frankrijk/ Engeland en de Republiek van de Verenigde Nederlanden echter weer belemmerend voor een bloeiende Maashandel. Aan het eind van de XVIIde eeuw waren er maar liefst 34 tollen ("tonlieux") tussen Namen en Dordrecht. De maashandelaar, vervoerder en/of schipper bleef betalen en de vaart werd door het vele aanleggen er natuurlijk uitgehaald.
Gevelsteen XVIIIde eeuws St. Pieterstraat 40 te Maastricht. De afgebeelde boot met hulpzeil en groot achterroer wijkt nauwelijks af van de boot op de gravure uit 1598. Foto: Breur Henket.
Over
de tollen. Titelpagina van De Massillon 1675. Foto: Jules Bonnet. Over de tol te Nevaigne. De Massillon 1675. Foto: Jules Bonnet.
Argenteau (Vlaams: Erckenteel) en Navagne (Elven) waren ideale plekken om de Maas te controleren. Beide locaties gelegen aan de uitloop van het Ardense hoogplateau, halverwege Luik en Maastricht, waren strategisch heel belangrijk. Tevens waren het ideale plekken om tol te heffen op de Maas, met haar drukke handel. In “Kleinhandel en stedelijke ontwikkeling: het kramersambacht te Maastricht in de vroegmoderne tijd”, auteur Erwin Steegen, kunnen wij lezen dat na de oprichting van het Spaanse licentkantoor in Navagne in 1632 de jaarlijkse opbrengst van de heffingen (rivierbelasting) van het handelsverkeer en dus ook met de vijand 265.000 gulden bedroeg in 1623 en 100.000 rijksdaalders in 1632. In de jaren 1669-1671 bedroeg het gemiddelde rendement voor de inning Navagne-Stevensweert-Roermond 240.000 gulden, terwijl dit voor de periode 1693-1699 naar schatting 180.000 gulden aan de Spaanse kroon opleverde.
Een vroege plaatsvermelding? Het Verdrag van Meerssen gesloten in 870 is genoemd naar de plaats Meerssen bij Maastricht. Het Karolingische Middenrijk, dat aan Lotharius I, zoon van de in 840 overleden Lodewijk de Vrome was gevallen, werd hierbij verdeeld tussen het West-Frankische Francië, later het Franse koninkrijk en het Oost-Frankische Rijk, het latere Duitse rijk. De aanleiding was de dood in 869 van de kinderloze Lotharius II. Zijn ooms (broers van Lotharius I), Karel de Kale (843-877) en Lodewijk de Duitser (843-876), respectievelijk de koningen van West- en Oost-Francië, verdeelden de nalatenschap van Lotharius II. In Lotharingen werd de grens tussen het Franse en Duitse koninkrijk gevormd door de loop van de rivieren de Maas, de Ourthe en de Moezel. Bourgondië werd toegevoegd aan het Duitse Rijk.
Fragment uit de kaart Belgii Veteris Typus. Cartographer: Ortelius (1527-1598). Het verdrag is overigens niet in Meerssen getekend, maar in Aspide "in procaspide super fluvium Mosam", een plaats ergens op gelijke afstand tussen Meerssen en Herstal “in meditullio eorundem locorum” waar de Maas een bocht of landtong vormt. Het verdrag kreeg zijn naam omdat vroeger onduidelijk was welke plaats hiermee bedoeld werd. Lodewijk de Duitser verbleef in een palts te Meerssen tijdens de onderhandelingen; Karel had zijn hoofdkwartier in de palts Herstal bij Luik. Eijsden ligt halverwege en kan zodoende in aanmerking komen voor de plaats van de ondertekening. Een schrijfwijze Aspide (870) / Espede rond 1170 voor Eijsden maakt de identificatie ook waarschijnlijk. Maar Navagne, waar de Berwinne uitmondt in de Maas zou natuurlijk ook goed kunnen. Wishful thinking?
Na 1632 werd door de Spanjaarden de hof van Elven (Navagne) - een soort burcht - en vijftig bunder land geconfisceerd en tot fort uitgebreid. Het kasteel en de onmiddellijke omgeving werd uitgebouwd tot een vesting met aarden wallen; het werd een vooruitgeschoven post langs de Maas, om de Staatse troepen in Maastricht en omgeving in de gaten te houden. Navagne vanuit Google Maps:
Plattegrond van het fort en het kasteel van Navagne (GAM inv.nr. 1570).
----- = de huidige Nederlands/Belgische grens.
Omschrijving: Fort et Château de Navagne, dans le Duché de Limbourg. Investit le 17. May 1674. par Mr. le Mal. de Bellefont. Le 18 du même Mois Il fit établir des Batteries qui furent en état de tirir. La Tranchée fut ouverte le 19 . et l’on continua les Travaux du Siége de ce Fort jusqu’au 23. que S.A.S. Mgr. Le Prince de Condé accorda `a la Garnison d’en sortir avec tous les honneurs de la Guerre.
Deze afbeelding is afkomstig uit: Jean Chevalier de Beaurain (1696-1771): Histoire de la campagne de M. le Prince de Condé en Flandre en 1674 précédée d'un tableau historique de la guerre de Hollande jusqu'à cette époque - Paris 1774. In dit boek een kaart van Holland, gezichten op het kasteel van Argenteau, het fort en kasteel van Navagne, opgedragen en aangeboden aan de koning.
Het fort was
geheel omgeven door een palissade en een buitengracht. De muren van het fort
waren aan de binnengrachtzijde voorzien van obstakels. In de grachten zelf zijn
ook obstakels geplaatst. Enkele (ophaal)bruggen completeren het geheel. Op ieder
van de vier hoekbastions stond een wachthuis (guérite) en een opslagplaats (magasin).
Om het kasteel stonden de barakken en andere dienstgebouwen in een rechthoek.
Een natuurlijke drinkwaterbron (fontaine) was centaal aanwezig.
Er waren diverse grachten aangelegd met een breedte van 18 tot 20 meter die
gevoed werden door het water van de moerasgronden (marais) om het fort gelegen,
dus niet door de Berwinne. De grachten volgden vanuit het noorden de lijn van de
vestingwerken en stonden in verbinding met de Berwinne. Dicht bij de
samenvloeiing met de Berwinne, iets ten noorden van deze kruising, werd een dam
gebouwd om het water in de grachten op de juiste hoogte te kunnen houden.
Voordat de Franse troepen in 1674 arriveerden, verhoogde en versterkte de
gouverneur de dam met het doel een aanzienlijke stijging van het water in de
grachten te bereiken. De grachten konden zodoende het water niet op de normale
manier verwerken en zetten de graslanden onder water, waardoor het naderen van
het fort moeilijker werd. In de buitenwerken twee flêches, kleine zelfstandige
vestingwerken, bestaande uit twee verdedigingswallen (facen genaamd).
Navagne in 1674.
Lodewijk XIV (XIIII), "de zonnekoning", kwam 14 juni 1673 te Maastricht aan en vertrok dezelfde dag naar zijn leger te Ternaaien (Lanaye), 1½ uur ten zuiden van Maastricht. De vijandelijkheden tussen Frankrijk en Spanje, bezetter van Navagne (De Elvenschans), begonnen in oktober 1673 en nog tot half mei 1674 zou het fort in Spaanse handen blijven. Na de overgave van het fort op 22 mei 1674 werd enige tijd later overgegaan tot slechting van het verdedigingswerk.
Uit: Willem Jan Knoop Krijgs- en geschiedkundige beschouwingen over Willem den derde, Tweede deel (1674-1688). Krijgsverrichtingen van 1674 in de Nederlanden:
Zoo was Frankrijk - met de zeekust beginnende - meester van de vestingen Grevelingen, Duinkerken, Veurne en Winoxbergen. Hier sprong dus het Fransche grondgebied in het Spaansche; maar oostelijk daarvan, in de ruimte tusschen de Iperlee en de Lijs, had weer het omgekeerde plaats: daar hadden de Spanjaarden de vestingen Aire, Saint-Omer, Cassel en Iperen. Tusschen Lijs en Schelde had Frankrijk weer Arras, Douay, Rijssel, Doornik, Kortrijk en Oudenaarden; Gent, aan de samenvloeiing der beide rivieren, behoorde den Spanjaarden ; evenals de andere Vlaamsche en Brabandsche steden, Antwerpen, Mechelen, Leuven, Brussel enz. De vesting Ath was weer een vooruitspringend punt, in het bezit van Frankrijk; daarentegen waren Mons, Saint-Guislain, Condé, Valenciennes, Maubeuge en Kamerijk aan Spanje. Bij de Sambre bezette Frankrijk Binche en Charleroi; Spanje had Namen, Charlemont en Givet; terwijl Huy en Dinant, tot Luik behoorende, onzijdig waren, evenals de stad van dien naam. Verder aan de Maas had Frankrijk: Maastricht, Maaseyck en Grave; terwijl de Spanjaarden boven Maastricht de kasteelen van Navagne en van Argenteau hadden en, beneden die stad, de vestingen Venlo en Roermond.
Den 12en Mei begint Condé zijne beweging: hij marcheert over Leuse, Lens, Ville-sur-Haine, Merlauwelz, Thiméon, Gemblours, Avesnes-sur-Méhaigne, en Freren, op Lichtenberg, waar hij den 22sten Mei aankomt en kampeert op den St. Pietersberg, met het front naar de Maas, den linkervleugel nabij Maastricht, den rechtervleugel tegenover het kasteel van Navagne. Elf dagen waren dus doorgebracht om den afstand van Doornik tot Maastricht, bij de dertig uren gaans, af te leggen.
Het oude Château d'Argenteau vóór zijn verwoesting in 1674 en wederopbouw in 1688. Bron: Wikimedia Commons.
Gezicht op het kasteel van Argenteau. Uit: Jean Chevalier de Beaurain (1696-1771): Histoire de la campagne de M. le Prince de Condé en Flandre en 1674 précédée d'un tableau historique de la guerre de Hollande jusqu'à cette époque - Paris 1774. Bron: Koninklijke Bibilotheek
Gedurende den opmarsch van Condé naar Maastricht, had De Bellefonds- [Bernardin Gigauld markies van Bellefonds (1630 - 1694)] zich beziggehouden met de belegering der kasteelen van Argenteau en van Navagne; twee kleine sterkten, maar niet zonder belang, omdat zij, tusschen Maastricht en Luik liggende, de vaart op de Maas tusschen die beide steden beheerschten. De nabijheid van Maastricht stelde den Franschen veldheer in de gelegenheid om gemakkelijk belegeringsgeschut voor die sterkten te brengen. Na een paar dagen rustens te Valkenburg stelde de Bellefonds zich den 15en Mei in beweging; en den volgenden dag kwam eene afdeeling van zijn leger, met twee 24-ponders en één mortier, voor Argenteau. Dit slot was alleen sterk door zijne ligging op een steile rots, en door de zware muren die het omgaven; maar de bezetting was zeer zwak, - ten minste volgens Valkenier, die haar op slechts 40 man stelt ; Beaurain begroot haar echter op bij de 200 man. ![]()
Egmont Justus (1601-1674): Portret van Louis II de Bourbon dit Le Grand Condé (1621-1686). Bron: Wikimedia Commons.
Toen gold het Navagne, een regelmatig versterkten vierhoek, volgens Beaurain bezet door een 4 à 500 Spanjaarden; onze schrijvers brengen die sterkte terug tot op een 300 man. Hier had een geregeld beleg plaats, en er werd een vrij aanmerkelijke artillerie tegen de aangevallen sterkte gebezigd: die artillerie bestond uit 10 24-ponders, 3 mortieren en 18 veldstukken. Den l7en Mei wordt Navagne op den rechteroever der Maas berend; den 18en komt De Bellefonds met de hoofdmacht zijns legers voor de vesting, verschanst zich, om elke poging tot ontzet tegen te gaan, en doet het belegeringsgeschut in batterij komen; den volgenden dag worden de loopgraven geopend en begint een hevig vuur op de vesting. De wederstand van de Spanjaarden was zeer goed, en werd voortgezet tot den 22sten Mei, toen de komst van Condé op den linkeroever van de Maas, tegenover Navagne, hun de overtuiging gaf, dat er aan geen ontzet viel te denken. Zij traden toen in onderhandeling met de Fransche legerhoofden, die als voorwaarde van de overgave stelden, dat de bezetting krijgsgevangen moest blijven; dit werd echter standvastig geweigerd door den Spaanschen bevelhebber; en Condé, die niet meer tijd wilde verliezen met dit beleg, stond aan de bezetting van Navagne een vrijen uittocht toe, met wapens en krijgseer, naar Leuven. Argenteau en Navagne bleven nog eenigen tijd bezet door de Franschen; maar d'Estrades, de bevelhebber van Maastricht, deed in Juni de vestingwerken van Argenteau springen, in Juli die van Navagne slechten, en trok de daar aanwezige troepen en krijgsvoorraad tot zich, in Maastricht.
486 manschapen vertrokken naar Leuven. 27 gesneuvelden werden door de Fransen begraven in de buurt van de monding van de Berwinne in de Maas.19 gewonden werden met geconfisqueerde wagens naar Breust, Moelingen en Eijsden vervoerd.
De fortcommandant van Navagne, Maisières overleed te Visé in 1666 en werd te Visé begraven op 3 november 1666 in de kerk van de Recollecten. Zijn opvolger werd Hugo Massillon de Nivelle. Hij overleed voor 28 februari 1668. Martin Mendez de Vasconcelos werd 28 februari 1668 benoemd tot commandant. 12 mei 1674 is hij nog in functie. Hij moet dus degene zijn die de overgave van het fort uitonderhandelde.
D'r Koeënwòòf nr. 14 (1997/1): Graafwerken aan de Schans in Moelingen. De Elvenschans of het Fort Navagne ligt aan de Maas, grotendeels op grondgebied Moelingen. De buitenwerken liggen ten dele in Nederland (gemeente Eijsden) en in Wallonië (gemeente Visé). Deze versterking werd in 1643 door de Spanjaarden opgeworpen rond het kasteel van de Heren van Elven of Navagne, tegen het leger van de Noordelijke Nederlanden in de vestingstad Maastricht. Dit in volle "godsdienstoorlogen". In 1702 werd de Elvenschans volledig verwoest door de Staatsen. In 1717 bouwen de Oostenrijkers aan de Maas een tolkantoor dat de zetel werd van een uitgestrekt toldistrict. Een bastion verdwijnt. De resten van de aarden schans waren nog indrukwekkend tot rond 1975 toen het noordelijk deel geëffend werd in het kader van de schaalvergroting in de landbouw. Wat blijft is nog voldoende om uniek te zijn en een vermelding "agrarisch gebied met culturele, historische en/of esthetische waarde" op het gewestplan te verkrijgen. Schanscomité. In 1982 was de Schans bedreigd: de hydro-elektrische centrale op de Maas werkt(e) met verminderde capaciteit omdat het onderwater (het water dat de stuw gepasseerd is) niet snel genoeg weg kan. Om dat te verhelpen zou de Maas stroomaf de centrale aan de rechteroever rechtgetrokken worden. Een groot deel van de aarden schans zou afgegraven worden. Het Schanscomité werd opgericht: we lobbyden om het gebied onder de aandacht te brengen en deden noodopgravingen. Daarna werd alles opnieuw stil rond de Schans. Want als er werd afgegraven moest ook een stukje Nederland verdwijnen en daarom werd de Schans pasmunt in de Belgisch-Nederlandse Waterverdragen. Gaspijp. Tot we onlangs opgeschrikt werden door grondwerken voor een internationale aardgasleiding, uitgerekend door het zuidelijke deel van de Schans. Er zou diep gegraven worden om onder de Maas door te gaan. Afspraken werden gemaakt om de terreinvorm achteraf te herstellen. De lijdensgang van deze besprekingen is de heer Hogenhuis, huidige eigenaar van de Schans, ons tijdens de Heemkringvergadering van 13 oktober komen vertellen. Bodemarchief. Het bodemarchief gaat in elk geval verloren en daarom komt de provinciale archeologische dienst regelmatig ter plaatse om waarnemingen te doen en zo nodig monsters in te zamelen. Vermits er nu op de dienst een dossier en een verzameling "Elvenschans" bestaat, werden gegevens en vondsten van ons Schanscomité daaraan overgemaakt. Je kan je afvragen waartoe het gewestplan dient als juist op een dergelijke plaats de bodem verstoord wordt. Wat gaat er trouwens verstoord worden van het neolithische site van Rulen? Geologie. Een interessant gegeven: op nauwelijks 25m diepte werd de Carboonkalksteen aangetroffen, onderdeel van de bekende Visé-Puth opwelving die bij geologen goed gekend is. In De Standaard van 11 februari 1998 verscheen er een hele bladzijde over deze gaspijp, met haar verloop door heel België/Vlaanderen. Een foto van een put bij De Schans heeft als ondertitel: Berneau... Vaklui? Opmeting Elverschans februari 1987, naar werk van C.G. De Dijn, R. van de Konijnenburg, T. Schouteden, W. Pee, M. Buteneers, J. Maris, E. Geerdens - hoogtelijnen om de 0,25 m. Elza Vandenabeele.
Detail van een kaart van Robert de Vaugondy: La Principauté de Liége et le Duché de Limbourg 1754. Omgeving Maastricht / Navagne.
De omgeving van Maastricht in de 18de eeuw. Bron: kaartencollectie Rijksarchief Limburg nr.44.
Tot 1697 (het Verdrag van Rijswijk) werd de streek geteisterd door oorlogsgeweld, omdat Frankrijk en Spanje voortdurend in oorlog met elkaar waren. Charleroi was afwisselend in handen van een der partijen, werd herhaaldelijk verwoest en telkens opnieuw versterkt. De rust keerde pas terug toen Spanje het gebied toegewezen kreeg in 1697. De Berwijn (Berwinne) is de belangrijkste waterloop in het land van Herve. Zij ontspringt bij "La Vlamerie", dicht bij Bierven onder Clermont, op 29 km van de uitmonding in de Maas en stroomafwaarts bij Visé op de plaats genaamd "Aux Osiers". Zij stroomt vervolgens door Clermont-Thimister, Aubel, Val-Dieu, (Charneux), Mortroux, Dalhem, Bombaye, Berneau en Moelingen. Bij de monding van de Berwijn lag het kasteel van de heren van Elven, die in de Middeleeuwen de dienst uitmaakten in de heerlijkheid Moelingen. |
||||||||||||||||||||||||||
|
Moelingen en de Berwijn. Bron: verzameling Breur Henket.
Moelingen - Mouland (1105 Mulanz, 1157 Mulinga, 1178 Meilent. Latijn: Moulandis en in het dialect Moelenge) is het meest westelijke dorp van de fusiegemeente Voeren. In 1795 behoorde Moelingen bij het département de l'Ourthe, in 1815 bij de Provincie Luik, in 1963 bij de Provincie Belgisch Limburg. 1977 werd een fusie met de gemeente Voeren voltooid.
Moelingen was tijdens het Ancien Régime verdeeld in twee lenen
vallend onder het leenhof van het graafschap van Dalhem, vanaf 1314 in leen
gegeven aan de families de Molinghe, Rysack (1375), van Elven alias de Navagne,
de Ryckel (1675). Sinds 1275 deel van het hertogdom Brabant, drossaardschap
Dalhem. De hogere rechtspraak was in handen van de vorst en werd uitgeoefend
door de drossaard van Dalhem. Beroep was bij de schepenbank van 's-Gravenvoeren.
Een van de twee lenen was “Ter Droyen”, of Loy, in 1314 in bezit van de familie
de Loye, achtereenvolgens van Rysack (XV), de Vlodorp (1493), de Gulpen (1586),
de Kerckem (1750) en de Borgrave (1769). De heren bezaten het tiendrecht - een
tiende gedeelte van vooral granen (grote tiende) en bepaalde jonge dieren
(smalle tiende) moest door de tiendplichtigen aan de kerk worden afgestaan; deze
inkomsten waren bedoeld om de pastoor en kerk te onderhouden en de armen te
ondersteunen - en benoemden de priesters. Het andere leen was Navagne waarbij
het dorp Moelingen (Mouland) hoorde. De heren van Navagne hadden het recht om
burgemeester en schepenen te benoemen.
Kerk en kerkhof te
Moelingen; opvallend een "biddende" valk boven de kerk.
Foto: Breur Henket.
Moelingen ligt in het Maasdal aan de rivier de Berwijn. Het wapenschild van Voeren is gebaseerd op dat van de vroegere gemeente 's-Gravenvoeren. Het wapenschild werd op 9 december 1988 door de Gemeenschapsminister van cultuur bekrachtigd. Heraldisch wordt het als volgt omschreven: "Gevierendeeld, 1. en 4. In zilver, een dubbelstaartige leeuw van keel, gekroond, geklauwd en getongd van goud, 2. en 3. In sabel, een leeuw van goud, geklauwd en getongd van keel." Het wapen is gebaseerd op dat van de hertogen van Brabant en Limburg. Voor 1080 lag het machtscentrum van het land van Dalhem wellicht in 's-Gravenvoeren. In de 13de eeuw kwamen zowel Dalhem als Limburg onder het gezag van de hertog van Brabant. Vooral door de slag van Woeringen op 5 juni 1288 breidden de Brabanders hun gebied aan de oostzijde van de Maas uit. Hertog Jan I van Brabant haalde zijn slag thuis en zo kwamen Limburg en het aangrenzende Rolduc onder Brabants bewind. Bron: Zes dorpen.
De Romaanse kerktoren van de O. L. Vrouwekerk dateert uit de 12de eeuw en is een beschermd monument. De kerk zelf vertoont, doordat ze in verschillende fasen tot stand kwam, een combinatie van allerlei stijlinvloeden (romaans, vroeggotisch, neogotisch, barok).
Dichtbij Moelingen ligt een stuwdam - le barrage de Lixhe - die het waterpeil stroomopwaarts moet regelen ten gunste van de Luikse industrie. Aan de oostelijke kant drijft het water een hydro-elektrische centrale aan. Vlak ernaast ligt nu een nieuwe brug over de rivier. Ook is er een vistrap op de Berwijn. Deze moet de stroomopwaarts trekkende vissen de mogelijkheid bieden de kleine stuw van een voormalige watermolen te passeren. Foto: Breur Henket.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Aan het voormalige gemeentehuis, langs de brug over de Berwijn, staan naast het dorpskruis uit 1768 ( alleen het sokkelgedeelte is origineel) enkele grenspalen uit de 18de eeuw (1713), met de wapens van Oostenrijk en de Nederlanden.
De meeste van deze grenspalen uit 1713
werden gevonden in de Berwijn en waar dit riviertje uitmondt in de Maas.
De grenspalen markeerden de grens tussen de Oostenrijkse Nederlanden (inclusief
het huidige België) en Staats
Maastricht. Twee |
||||||||||||||||||||||||||
|
Jacob de Gheyn: musketier 17de eeuw.
Les Arquebusiers de Visé: la guilde armée (ou gilde terme régional) fondée en 1579 à Visé, ancienne Bonne Ville de la Principauté de Liège en Belgique. Cette milice bourgeoise fut connue sous le nom de "Compagnie des Harquebusiers" au 16e siècle. A la fin du 18e siècle démobilisée suite à la Révolution française elle devint la "Compagnie des Anciens Arquebusiers". Au début du 20e siècle, pour des raisons principalement d'ordre politique, elle se scinda en deux et pris le nom de Francs Arquebusiers qui se voulaient apolitiques et sans idéologie face à une frange de tendance ultra-catholique qui garda l'ancienne dénomination. Ce site relate l'histoire des Arquebusiers de Visé depuis le 16e siècle, des Anciens-Arquebusiers à partir du 19e siècle et à partir de 1910 celle des Francs Arquebusiers. Bron: Les Arquebusiers de Visé; Foto: Breur Henket.
Franse officier en musketier eind 17de eeuw.
Rue d'Artagnan te Visé. Foto's: Breur Henket. |
||||||||||||||||||||||||||
|
d'Artagnan in zijn keel getroffen door een musketkogel. De meest gangbare veronderstelling is dat d'Artagnan gesneuveld is door een musketkogel tijdens een gewaagde bestorming van het contrescarp (een versterking voor het bestrijken van een droge gracht gelegen tegenover de hoofdwal) bij de Tongersepoort tijdens het beleg van de stad Maastricht in de nacht van 24 op 25 juni 1673. Zijn zwaargewonde lichaam of stoffelijk overschot zou teruggebracht zijn naar Navagne. Volgens andere bronnen zou hij gedood zijn tijdens het verdedigingswerk te Navagne. Er is nog altijd geen spoor gevonden van zijn begraafplek of begraafakte. Volgens anderen zou hij begraven zijn op het oude kerkhof van Wolder, op de plek bij het voormalige hoofdkwartier van Lodewijk XIV of in een katholieke kerk/kerkhof in de onmiddellijke omgeving van Maastricht. De begrafenisregisters uit Wolder ontbreken helaas over deze periode.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Bovenstaand: fragment uit een kaart betreffende de Franse aanvalswerken tijdens het beleg van 1673 (Section Technique du Génie, Paris Sièges no.3). Nr. 8 is de Groene Maan, de plek waar d'Artagnan gesneuveld zou zijn. Op de achtergrond Bastion "Waldeck", situatie omtrent 1900, de omgeving waar d'Artagnan gesneuveld zou zijn. Meest waarschijnlijk is echter dat d'Artagnan begraven is op de plek
waar hij gesneuveld is. Na 1673 werden de vestingwerken op deze plek
hersteld, uitgebreid en gemoderniseerd. Daarbij werd veel grond verzet.
De kans dat ooit de stoffelijke resten van deze witte musketier gevonden
en geïdentificeerd kunnen worden, is dus erg klein. Een toevalsvondst zoals gedaan in de Picardenlaan in 2004 zou
wellicht enige opheldering kunnen brengen. De opgravingen in 2004 leverden
helaas geen positieve identificatie op. Eric Wetzels van de taakgroep
Cultureel Erfgoed van de Gemeente Maastricht concludeerde:
"Hoewel veel dateringen theoretisch mogelijk zijn, is het ‘t meest
waarschijnlijk dat de graven dateren in de late zestiende eeuw. Stratigrafisch is
deze datering mogelijk. De datering van het ribelement (1565-1630) van
skeletgroep 7, 8, 9 (die waren tezamen aangeleverd) komt goed |
||||||||||||||||||||||||||
|
Er komt geen strafrechtelijk onderzoek naar aanleiding van de zeven menselijke skeletten die dinsdag (4 mei 2004) werden gevonden in een tuin in Maastricht. De technische recherche heeft geconstateerd dat de geraamtes daar al meer dan vijftig jaar liggen. Hierdoor betekent dit dat alle verjaringstermijnen van mogelijke misdrijven zijn verstreken. Afgelopen maandag trof een hoveniersbedrijf in de tuin een schedel aan en lichtte de politie in. In totaal heeft de technische recherche zeven nagenoeg onbeschadigde skeletten blootgelegd. Bron: http://www.security-online.nl/productnieuws.php?pnr=1094. Foto: Rob Oostwegel.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
d'Artagnan - werd door Alexandre Dumas als vierde musketier vereeuwigd in zijn romans. Vele speelfilms en een musical gaan over de avonturen van "De drie musketiers". Alexandre Dumas (1802-1870).
Zelfs een musketiersbier werd in 2006 op de markt gebracht onder de naam 1673. Zie: La Ferme d'Artagnan - Foie Gras * Confits * Rillettes * Oies * Canards.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Vanuit Navagne werd in 1638 tevergeefs geprobeerd via een list Maastricht in handen te krijgen: 22 augustus 1632, tegen het einde van de tachtigjarige oorlog, capituleerde Maastricht, na een lang beleg en bombardementen, door het Staatse Leger onder leiding van Frederik Hendrik, op eervolle voorwaarden. De dag erna verlieten de Spaanse troepen na ruim een halve eeuw de vesting. De Spanjaarden bleven echter in de nabijheid van Maastricht. Even ten zuiden van Eijsden hadden zij nog een hoofdkwartier in de Elvenschans, ook wel fort Navagne genoemd. Van daaruit probeerden zij in 1638 door middel van een list het zo belangrijke Maastricht weer in handen te krijgen. Ondanks de belofte van gelijke rechten, werd het de Maastrichtenaar niet gemakkelijk gemaakt zijn godsdienst uit te voeren. De St. Janskerk en de St. Mathiaskerk werden overgedragen aan een handjevol protestanten; stadsprocessies werden verboden en belangrijke bestuursposten werden toebedeeld aan de - in de ogen van veel Maastrichtenaren - nieuwe bezetter. Men verlangde terug naar de vroegere tweeheerlijkheid van Maastricht: de stad bestuurd door de prins-bisschop van Luik en door de hertog van Brabant. Nu werd de stad bestuurd door de Staten-Generaal en de bisschop van Luik.
Symbolische voorstelling van de tweeherigheid - het wapen van de Prins-bisschop van Luik en de hertog van Brabant. Detail uit een kopergravure naar een tekening van Simon a Bellomonte in Civitates orbis terrarum II. Keulen 1574. Org.: Stadsbibliotheek Maastricht.
Deze tweeherigheid is ontstaan nadat in het begin van de 8ste eeuw de bisschopszetel naar Luik werd verplaatst door bisschop Hubertus; zelfs het lijk van zijn voorganger Lambertus nam hij mee! Voorheen was Maastricht bisschoppelijke zetel (Sint Servaas). Door deze verplaatsing traden de Luikse bisschoppen in de rechten van hun Maastrichtse voorgangers. In 1204 beleende Filips van Zwaben zijn zwager Hendrik I van Brabant met een deel van de stad. Sindsdien moesten de Luikse bisschoppen hun gezag in Maastricht delen met de Brabantse hertogen. De bevolking valt uit elkaar in Luikse - "die van Onze-Lieve-Vrouw" - en Brabantse families - "die van Sint Servaas". Met de parochie-indeling had dit echter niets te maken. In de doopregisters staat altijd de nativiteit (Luiks of Brabants) van de nieuw geborenen vermeld; het kind krijgt automatisch de nativiteit van de moeder. Dit alles werd geregeld in 1297 in een aanvulling op de zgn. Alde Caerte van 1284. Voor het "indivies" bestuur van de Twee-heren-stad gold het adagium (de leus): "Een heer is geen heer, twee heren is een heer" en "bevelen van een heer voor geen bevelen moeten geacht worden". Het hoog-gerecht was gedeeld in Brabants en Luiks, met ieder 1 hoogschout, 1 burgemeester en 7 schepenen. Het laag-gerecht - indivies, bestond uit beide burgemeesters en 8 gezworenen. De magistraat werd ieder 2 jaar aangevuld door commissarissen-decideurs. De regenten hadden geen coöptatie (mochten niet meestemmen voor nieuwe leden).
Dichtbij bij de Helpoort stond het klooster
der Minderbroeders. De orde der Minderbroeders leeft volgens de regels van
Franciscus van Assisi. Vader Franciscus leefde van 1182 tot 1226 en deze man van
Assisi stichtte in 1209 een orde. Hij schreef een voorlopige Regel van 1221 en
een definitieve Regelredactie kwam tot stand in 1223 - deze laatste werd
schriftelijk goedgekeurd door paus Honorius III. Als identiteit én opdracht voor
de nieuwe religieuze groep had Franciscus de naam van "mindere broeders"
gekozen.
De Franciscanen preekten en dienden de sacramenten toe. In de
eerste jaren van de Hollandse bezetting heerste er pest. De verpleging was
toevertrouwd aan de Cellebroeders en aan de zusters van Elisabeth Strouven. De
Minderbroeders deden meer aan zielzorg; de Minderbroeder pater Vinck was
ondermeer de geestelijk leidsman van Elisabeth Strouven. De verhouding tussen
protestanten en katholieken was gespannen. De protestanten verdachten de
katholieke priesters soms absolutie te geven voor zonden die de biechteling in
de toekomst nog wil gaan doen. Vanaf de preekstoel fulmineerden de dominees
tegen het "paapse bijgeloof" en tegen het "drijven der Jezuïeten". De Jezuïeten
verzorgden het onderwijs aan hun Latijnse school. Rector Boddens onderhield
zowel goede contacten met de regering in Brussel (de Spaanse) als met die in Den
Haag (de Hollandse).
In 1638 kocht de brouwer Jan Lansmans "een man goet patrimonie" het huis "Den halven Maen" aan de St.Bernardusstraat (Hoogbrugstraat; in vico alti pontis). In de kroniek van Loyens wordt “Achter de Minderbroeders” genoemd als plek van dit huis. Hij verhuurde dit huis vervolgens aan Claude de la Court, een soldaat van het Staatse garnizoen. Deze laatste was niet lang tevoren door de Spanjaarden gevangen genomen, blijkbaar overgehaald door de fortcommandant van Navagne -François de Maisières, luitenant-kolonel in dienst van Spanje - aan hun plannen mee te werken en weer vrijgelaten. Het huis "Den halven Maen" grensde aan de Onze-Lieve-Vrouwewal. In een muurboog in de achtertuin van het pand bevond zich een met mergelblokken dichtgemetseld poortje. De la Court meldde zich in Maastricht als "deserteur" en sprak daar met metselaar Jan Rompen, genoemd Hopman. Via een kleermaker in Visé legde De Maisières contact met Lansmans die zich voor veel geld liet overhalen om mee te doen. Lansmans en De la Court moesten ervoor zorgen dat dit poortje zou worden opengebroken. Voor het sloopwerk konden zij rekenen op de medewerking van een andere metselaar - meester metselaar Caters. Door dit poortje zou een afdeling Spaanse soldaten ’s nachts heimelijk naar binnen trekken. Daarna zouden zij de wacht van de Onze Lieve Vrouwepoort overrompelen en de poort openen, zodat de Spaanse ruiterij naar binnen kon trekken om met de rest van het garnizoen af te rekenen. Had men ook medewerking of informatie nodig om binnen te komen via het Minderbroedersklooster? De plannen vielen echter heel anders uit. De la Court had in de Elvenschans van de Spanjaarden een flinke som geld ontvangen, onder andere voor de aankoop van het huis aan de Sint-Bernardusstraat. Hij viel in de stad op, doordat hij als arm soldaat plotseling met geld begon te smijten o.a. bij het kaartspel. Stadscommandant Goltsteyn liet hem aanhouden. Na een hardhandige ondervraging viel hij door de mand, waarop ook Lansmans werd gearresteerd. De la Court heeft toen een heel onwaarschijnlijk verhaal verteld: dat hij alleen meedeed om na te gaan wie er allemaal bij betrokken waren, zodat hij de Hollanders kon helpen het complot op te rollen. Misschien noemde hij de naam van Lansmans. En hij noemde de Jezuïeten: hij zou met hen in Luik tijdens de biecht over de plannen hebben gesproken. Maar de stadscommandant had bij mensen uit de vriendenkring van Lansmans zelf al geruchten opgevangen die ongeveer dezelfde aanwijzingen bevatten. Lansmans dacht dat zijn aandeel kleiner zou lijken als hij ook anderen zou noemen. Hij vertelde onder meer dat hij bij pater Vinck gebiecht had en dat deze hem een brief met het loon had overhandigd. Daarna volgde de ene arrestatie op de andere: in totaal zouden twintig burgers en geestelijken worden opgepakt. Binnen korte tijd werden aangehouden: metselaar Lenart Caters en Agnes La Court-Bourien, de vrouw van Claude de la Court, de Franciscaan Servatius Vinck en kapelaan Thomas Sylvius, de Jezuïeten rector Jan-Baptist Boddens, pater Gerard Pasman, broeder Philippe Nottijn, en nog een tiental anderen.
Portret aanwezig in de schatkamer van de O. L. Vrouwe Kerk te Maastricht. Volgens overlevering zou deze afbeelding een portret zijn van Pater Vinck.
De beschuldigingen tegen de Jezuïeten waren zeer vaag. Men vond het al verdacht genoeg als ze contacten met Vinck of Lansmans leken te hebben. Pater Pasman had verteld dat broeder Nottijn eens bij Lansmans was binnen gegaan en dat hij eens uit Visé was teruggekomen met een bericht over een op handen zijnde aanslag op de stad. Maar daar praatte de hele stad al maanden over. Er volgden veel "scherpe examinaties", m.a.w. de pijnbank. Deze "ondervragingen" resulteerden natuurlijk in een aantal onbetrouwbare bekentenissen. Op 3 maart 1638 werd de minderbroeder Servatius Vinck, sinds enkele weken gardiaan van het Minderbroederklooster, gearresteerd. Hij werd van betrokkenheid bij het verraad verdacht, maar legde ondanks zware martelingen geen bekentenis af. Negen verdachten werden uiteindelijk schuldig bevonden en ter dood gebracht. Voor de Jezuïeten kwam van katholieke zijde internationale diplomatieke hulp op gang om de executies te voorkomen, maar tevergeefs. De terechtstelling vond plaats op 7 juni 1638. De afgehakte hoofden van Lansmans, De la Court, Caters, pater Vinck en broeder Nottijn werden als afschrikwekkend voorbeeld, met het gezicht naar de vijand, op ijzeren pinnen tentoongesteld op het bastion "De Drie Duiven". Sinds die tijd heet dit rondeel "De Vijf Koppen".
Boven: plaat uit 1638: op het schavot La Court, Agnes La Court-Bourien en Lenaart Caters met de gefantaseerde beeltenissen van de betrokken kloosterlingen. Links: de "richtlijnen" voor de executies. Beneden een gekleurde uitvoering van bovenstaande afbeelding.
In het groevestelsel van de St. Pietersberg werd het gruwelijke tafereel ook vastgelegd.
Dichtbij het rondeel "De Vijf Koppen" werd een muurtoren van de tweede stadsmuur, die de "Thorne achter die Swestern" heette, en die in de jaren 1906 en 1907 werd gerestaureerd, naar pater Vinck genoemd: "Het Pater-Vink Torentje". Pater Vinck heeft hier nooit gewoond of gevangen gezeten, wel kon hij vanuit het Minderbroederklooster deze plek zien.
De Limburger Koerier van 27 augustus 1944.
De Franciscaner Minderbroeders in Maastricht werden na het "verraad" van 1638 op 25 juni 1639 uit de stad "verbannen" en vestigden zich aan de oever van de Maas, tegen de flanken van de Sint-Pietersberg bij hun collega's de Franciscaner Observanten, op de plek waar nu Slavante - een verbastering van het woord Observanten - gelegen is. In 1640 woonden echter nog twee paters in het klooster te Maastricht, die de kerk bedienden en na 1640 aldaar recht hadden op een "bequame plaetse tot haer verblijff" (Resoluties van de Staten Generaal over het jaar 1640; fol.534 verso).
Het klooster te Slavante in 1740. De ruïnes van kasteel Lichtenberg zijn nog duidelijk zichtbaar. Gravure van Hendrik Spilman uitgegeven door Isaac Tirion (1705-1769) uit "Het verheerlykt Nederland of Kabinet van hedendaagsche gezigten", Amsterdam 1754. Deze paters behoorden tot de Recollecten, een strengere richting van de Minderbroederorde, voortkomend uit de Observanten. De paters van "Slavante" beoefenden o.a. de wijnbouw op de hellingen van de St. Pietersberg. Slavante is evenals Chateau Neercanne een terrassenkasteel. In 1853 vestigden de Franciscanen zich wederom in de stad Maastricht. In 1859 werden hun kerk en klooster aan de Tongersestraat ingezegend.
Hoe het ook zij, de Staten Generaal beschouwden de medewerking van Pater Vinck aan de katholieke Spaans gezinden als een verraad tegen de vesting en op grond van deze beschuldiging werden de betrokkenen aangeklaagd en berecht. Dat Goltsteyn veel geweld liet gebruiken tijdens de verhoren staat buiten kijf. Het verraad van 1638 mislukte en eindigde onder meer met de terechtstelling van vijf samenzweerders.
Het gebruik van "tortuur"
tijdens verhoren was echter gebruikelijk en zeker geen uitzondering.
Alleen al het dreigen van het laten zien, het "schouwen"
van de martelwerktuigen,
was vaak al voldoende om bekentenissen te verkrijgen. In theorie was de
procesgang en het gebruik van tortuur geregeld. Een verdachte kon alleen ter
dood veroordeeld worden, i
De duimschroeven; om iemands tong wat losser te krijgen, vaak ingezet als "mild" martelwerktuig.
Als men al niet overleed tijdens de pijnlijke folteringen, zorgde deze methode voor valse beschuldigingen; de gepijnigde noemde maar wat namen, vaak van familieleden, kennissen of buurtgenoten om van de vreselijke pijnen verlost te zijn. Zo werden veel onschuldigen gearresteerd en veroordeeld. Daardoor leek het soms of er hele bendes crimineel actief waren in een bepaalde periode, denk maar eens aan de "Bokkenrijders", de ghost riders in de sky van de achttiende eeuw! Het herroepen van alles wat de beschuldigden hadden verklaard tijdens de pijnlijke examinatie(s) had geen enkele zin. De bekentenis was opgetekend en de omstandigheden waaronder telden niet. De tegenstellingen tussen katholieken en protestanten zal zeker ook een rol gespeeld hebben in deze kwestie, maar niet de hoofdrol.
Zie ook:
katholicisme
Vinck lit4
B.H.M. Vlekke: Van 't gruwelijk verraet in den jaere 1638 op Maestricht gepractiseert - Antwerpen 1938.
Arnaud de Trega (pseudoniem van Jules Schaepkens van Riempst): Ramp en Misdaad 1632-1638. Historische roman - Brugge 1925.
Wouter van Mastricht publiceerde 1 maart 2007 de thriller "Spaans Vuur". De plot van Spaans Vuur is gebaseerd op twee waargebeurde feiten: de - nooit geheel opgehelderde - ontsnapping van een aantal Spaanse officieren en de poging van binnenuit tot verraad van de stad aan de Spanjaarden - Uithoorn 2007.
Godefroid graaf d' Estrades. In een akte opgemaakt op 18 juni 1674 voor notaris Veestraten - notaris te Maastricht - is te lezen dat Gerard Henket van Lanaye verklaart, dat Michel Briffet voornemens is de militaire dienst te verlaten en zich in "zijn" huis terug te trekken (van schoonvader of schoonzoon?) en vraagt toestemming om de dienst te verlaten aan de graaf d'Estrades, gouverneur van Maastricht en vertegenwoordiger van Lodewijck XIV, onder de belofte niet meer in dienst te gaan (kennelijk had hij dat dus niet mogen doen). De graaf heeft toegestemd in de belofte van Michel niet meer in dienst te gaan, tenzij men hem (Michel Briffet) met geweld zou komen halen. Om te vermijden dat men hem met geweld komt halen, zal hij (Michel Briffet) al het mogelijke ondernemen om van Brussel "kwijtschelding", in dit geval ontslag uit militaire dienst te verkrijgen. Gerard Henket stelt zichzelf borg met vijf roeden land "a la campagne del Naije", grenzend aan bergzijde aan Henri Depuis en aan dalzijde Henri Depuis genaamd "Gelt" bij le Thier.
Michel Briffet was de schoonzoon van Gerard Henket (* omtrent 1660 † voor 4 september 1713, gehuwd met Elisabeth Henket (* 24 maart 1650 † 4 september 1713). Hij was soldaat geweest in het fort Royal van Navagne. Gerard Henket was gehuwd met Elisabeth Le Texheur - de tweede groot oud neef van Henricus Hubertus HENKET begraven in vak B op het kerkhof van St. Pieter. De graaf d'Estrades was gouverneur te Maastricht en de toenmalige gezant van Lodewijk XIV in de Nederlanden. De naam Dupuit (ook Dupuits, Depuis) krijgt vaak de toevoeging dit (genaamd) Gueldre of Gelder. Thier of au Thier, ook wel "sub monte", is de plaatsaanduiding van een helling bij Caestert tegenwoordig Petit-Lanaye geheten. Zie: Akten genealogie Henket.
Handtekening van Gerard Henket onder de akte van 18 juni 1674.
De geroemde Vestingstad Maastricht blijft tot 1867 geteisterd door belegeringen en alle gevolgen van dien. Bij Koninklijk Besluit van 29 mei 1867, werd de vestingstad Maastricht officieel opgeheven. Regelmatig komt nog wel iets te voorschijn wat herinnert aan het onder vuur liggen van Maastricht en de verdediging van de stad:
Stadkrant De Ster publiceerde 9 maart 2007.
Menno van Coehoorn was de meest bekende Nederlandse vestingbouwkundige van de 17e eeuw, onze Gouden Eeuw. Tijdens de oorlog met Frankrijk tussen 1672 en 1678 ontwierp hij het naar hem genoemde coehoornmortier. Een mortier is een stuk krombaangeschut waarmee vanuit een dekking gemakkelijk achter een andere dekking geschoten kan worden. Ideaal dus bij belegeringen om vlak achter een stadswal of -muur te schieten. Tegenwoordig zijn mortieren relatief korte buizen, al dan niet gemonteerd op wielen. Het coehoornmortier is eigenlijk niet veel meer dan een grote ijzeren (later bronzen) pot, nagenoeg even lang als breed, met onderin een kruitkamer. Er konden ‘granaten’ tot dertig centimeter doorsnee mee afgevuurd worden. Zo’n mortier is een stuk geschut dat gemakkelijk mee te dragen is. Het coehoornmortier wordt nu niet meer gebruikt bij de oorlogsvoering, wel bij het afvuren van vuurwerk of van lijnen bij het reddingswezen. Bron: BN/DeStem.
Coehoornmortier.
Gelet op de grote diameter moet deze kogel van een oud type Coehoornmortier zijn. Jammer dat men deze kogel heeft vernietigd. Was een mooi stuk geweest voor een nog altijd de realiseren Maastrichts museum!
|
||||||||||||||||||||||||||
![]() ![]() Deze "bom" (in wezen een grote steen van om en nabij de 50 kg, thans in privé collectie) werd door Wim Reiff en zijn team ontdekt op een diepte van ca. 6 meter (dus 4 meter onder de kanaalbodem van het voormalig kanaal Luik - Maastricht)) ter hoogte van de poort van Bonhomme, tijdens de bouw van de parkeergarage aan de O.L. Vrouwe Wal te Maastricht in de tweede helft van de jaren '70. Deze steen, vermoedelijk uit de Middeleeuwen, werd gebruikt als projectiel tijdens een van de vele belegeringen. Foto: Rob Kamps.
Tijdens de graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van het Kanaal van Luik naar Maastricht in de periode 1847-1850 werden vele bodemvondsten gedaan. Philippus van Gulpen tekende op een zeer realistische manier enkele vondsten waaronder aardewerk en een aantal sleutels. |
||||||||||||||||||||||||||