Henket of Henquet - Liese (Lixhe), Ternaaien (Lanaye), Eben-Emael, Eijsden, Sint Pieter of Maastricht?

Panoramablik op Lanaye en Lixhe vanuit Eijsden.

Uit de gegevens van volkstelling van 31 mei 1947 blijkt dat er in Maastricht 29 keer de familienaam Henket voorkwam. In Heerlen werd vijf keer genoteerd. 

Groningen 0
Friesland 0
Drenthe 0
Overijssel 0
Gelderland 0
Utrecht 1
Amsterdam 0
Noord-Holland 1
Noord-Holland totaal 1
Den Haag 4

Rotterdam

0
Zuid-Holland 1
Zuid-Holland totaal 5
Zeeland 0
Noord-Brabant 2
Limburg 34
totaal 43

 

Groningen 0
Friesland 0
Drenthe 0
Overijssel 0
Gelderland 1
Utrecht 1
Amsterdam 1
Noord-Holland 0
Noord-Holland totaal 1
Den Haag 0
Rotterdam 0
Zuid-Holland 0
Zuid-Holland totaal 0
Zeeland 0
Noord-Brabant 0
Limburg 37
totaal 40

 

Aantal naamdragers HENKET bij de volkstelling van 1947 volgens het Nederlands Repertorium van Familienamen en aantal naamdragers HENQUET bij de volkstelling van 1947 volgens het Nederlands Repertorium van Familienamen. Bron: aantal naamdragers per provincie plus Amsterdam, Rotterdam en Den Haag bij de volkstelling van 1947 - The quantity of namesakes and the distribution per province according to the census taken in 1947. © 2004 Leendert Brouwer, Meertens Instituut.

Topografische verspreiding van de naam HENKET in Nederland en België anno 2004 (gebaseerd op telefoonnummers):

Nederland: Henket 29 - Henquet 25.

België: Henket 16 - Henquet 185.

Frankrijk: zie http://www.geopatronyme.com/cgi-bin/carte/nomcarte.cgi?nom=henquet&submit=Valider&client=cdip.

In de Verenigde Staten vinden wij een familie Henket in 1930 te Jefferson, Michigan. De herkomst van deze familie is nog niet bekend.

Zelf wist ik weinig over mijn familie en voorouders, wat voornamelijk te verklaren is uit het feit dat ik thuis de jongste was; vele familieleden waren reeds overleden en bleven onbekend voor mij.

Ook mijn vader (Jan Bernard 1905 - 1985), grootvader (Johannes Hubertus 1854 - 1915) en overgrootvader (Joannes Baptist 1803 - 1872) blijken allen de laatst geborenen te zijn binnen hun gezin! Als jongste maak je op deze manier sprongen door de tijd. Bovendien waren de Henkets niet zo "familie-minded". Veel familieleden kende men niet of alleen maar van naam.

Al met al voldoende reden tot onderzoek naar het verleden van de familie Henket; de naam ook geschreven als Hancken, Heneket, Henryket, Henketh, Hencket, Heynte, Henckait, Hinke, Hinket, Hinken, Hincke, Hincken, Hincquet, Henkuet, Henkeut en Henquet zoals snel zal blijken.

Velen "waren het schrijven niet machtig" en de betreffende koster, pastoor of ambtenaar schreef de namen op zoals hij ze hoorde, vaak dus fonetisch. De Franse ambtenaren maken er vanaf 1794 soms een potje van.

 

Volkstelling te Eijsden 1849. Het gezin Wilhelmus HENKET - Maria Theresia Josephina DELBOUILLE.

 

De parochieregisters van Lixhe zijn bewerkt door Dhr. Joseph Dortu. Ook uit de nalatenschap van Veldman zijn gegevens opgedoken en verwerkt. 

Veel "Henkets" zijn niet makkelijk te plaatsen, omdat een aantal (deel)archieven van Ternaaien (Lanaye) en omgeving verloren zijn gegaan door brand of andere oorzaken. De parochieregisters van Lanaye (Ternaaien) zijn te raadplegen in het Rijksarchief te Hasselt (Be) microfilm n° 0613308.

Zie verder: literatuuropgave.

De afbeelding links geeft alle lokaties aan van de personen uit het bestand Henket - Henquet.

In het boek Familienamen in Limburg van J. Crott en J. Hoen is de naam HENKET, HENQUET en JANSON (Johan) gerangschikt onder de namen van Waalse komaf; het voorgeslacht is meestal te lokaliseren in het Luikse land. Bij de familienamen die afgeleid zijn van een voornaam zijn de roepnamen met een uitgang -et(te), -ot(te) en -ar(d) karakteristiek.

HANNEMAN, HANNEN, HANS(S)EN, HENSGENS, HENS(S)EN, HENNEN, HENNEKENS naast JANS, JANSONIUS, JANS(S)EN, JANSSENS, JENNEKENS van Jo(h)annes, de Doper of ook apostel, "Jahweh is genadig; Godsgeschenk". Johannes was wel de meest populaire doopnaam, met als roepnamen Jan, Johan, Hans en Hens en veel varianten daarvan. JESSEN zou via Jens er ook uit af te leiden zijn, maar anderen denken dat deze naam is terug te voeren op Jesse, Jessai = Isaï, wat betekent "Jahweh is"  of op Jesaja "Jahweh is heil". Waalse varianten: HAN(N)ON, HANIN, HANNOT, HANQUET, HANSOUL.

In het boek Verklarend Woordenboek van de Familienamen in België en Noord-Frankrijk van Dr. F. Debrabandere staat vermeld:

HANQUET, HANQUEZ, HENQUET, HENQUEZ, HENKET, HANCKÉ, ANQUET, ANQUEZ: patroniem (vadersnaam, familienaam ontstaan uit een mannelijke voornaam); Luiker Waals; vleivorm – diminutief - op –et van Hanke (een afleiding waardoor de voornaam in de omgang een vertrouwelijke of vriendelijker klank kreeg); afleiding van de voornaam Han, Johannes.

Januari 1289 draagt het kapittel van Saint Paul uit Luik goederen over aan Jean HANEKIENS (fermier) van Lixhe en zijn opvolgers. Is dit de vroegste vermelding van een "Henket" uit de omgeving Lixhe?

In 1297 is er sprake van een Margherite HANOKEDE (table des testaments 293 uit Doornik). 1502 wordt is er een Hanckenne le "texteur" (texteur of texheur=wever) genoemd in het Registre 214 des Gabelles (zoutbelastingen) van de stad Visé (Visé R. 214, f. 280: 1502).

P. HANQUET schrijft in Le Parchemin: "Frappez un bosquet… il en sort un Hanquet!".

Hiermee geeft hij aan dat deze naam heel veel voorkomt in het Luikse en Brabants Waals gebied. Bovendien is de naam afgeleid van de meest voorkomende voornaam: Jean of Jehan vormt de naam JEHANCHET, JEANCHET, later HANCKET en HANQUET.Gelet op het voorafgaande is het duidelijk dat niet alle HANQUET’s afstammen van dezelfde Jean. Een relatie tussen de huidige naamdragers HANQUET en HENQUET kon niet worden aangetoond en bestaat waarschijnlijk ook niet.

Een Gi(e)let Hancken wordt vermeld in een akte uit 1634. Hij wordt vermeld als oud burgemester van Visé op 28 mei 1571. Bron: Couvent des Sepulchrines de Visé 17e 223. Met dank aan Dhr. Joseph Dortu.

Ad Welters schrijft in zijn boek Uit Valkenburgs verleden op blz. 89: "Onze voorouders lieten zich des nachts bewaken door een of meer nachtwachten die meest vergezeld werden door een waakhond. Dat deze speciaal op brandgevaar moest letten spreekt vanzelf. Daarom waarschuwde de nachtwacht na negen uren om de lichten (kaars en olielamp) te doven en op tijd naar bed te gaan. Hij werd genoemd de "haniquenne" en daarvan zijn afgeleid onze Limburgse familienamen: HENKET, HENQUET, HANECOUT, HENNEKENS".

In de dictionnaire des noms de famille de France (et d'ailleurs):

Henique, Hénique Nom rencontré en Belgique et en Picardie. Il s'agit du diminutif d'un nom de baptême, pour lequel on peut hésiter entre deux hypothèses : soit Hen, diminutif avec aphérèse de Jehen = Jean. Soit Hein, Hen, diminutif avec apocope de Heinrich = Henri.

Mijn oudste broer Jean Henket (1930 - 2000), voormalig restaurateur bij het Rijksarchief Limburg te Maastricht noemt een andere verklaring van de naam HENKET: Henket zou afgeleid zijn van Henker, beulen te Kortrijk. Waarop deze verklaring gebaseerd is, is niet bekend. 

De nog vele vragen opwerpende Henkeput ("d’n Eenkepöt" in het plaatselijke dialect) in het Savelsbos is wellicht vernoemd naar Henker in de betekenis van beul; anderzijds noemt men de Henkets (Henquets) op Sint Pieter Hinke en te Eijsden Hingkings. Lag deze put op Henkets grondgebied (van Gerard Hencket)? Werden de lijken van verslagen soldaten in deze groeve geworpen? Dit zou je aan de skeletresten - sporen van letsel - moeten kunnen zien. Beulswerk? Eveneens zichtbaar aan de skeletresten. Werd deze groeve op veilige afstand van dorp en stad gebruikt om mensen welke gestorven waren aan besmettelijke ziektes snel te kunnen begraven; er werden geen resten van kleding/schoeisel e.a. ontdekt. Waren deze verbrand, zoals gebruikelijk was in tijden van epidemieën? Deze put heeft ongetwijfeld gefunctioneerd als onbedoelde valkuil voor mensen dier.

Zicht vanuit de Henkeput tijdens het onderzoek in 1964. Bron: Prehistorische vuursteenmijnen van Rijckholt - St. Geertruid (Ryckholt) vuursteenmijn.

Een verklaring voor het woord Eenke is er niet. Deze trechter eindigt in een pijp met een doorsnee van anderhalve meter en een lengte van vijf meter. Aan het einde van de pijp bevindt zich een onregelmatige kamer met een doorsnede van ongeveer elf meter. Door de haksporen in de zijwanden van de kamer en de pijp is duidelijk te zien dat het een door mensenhanden gemaakt gat is. Het is dus geen natuurlijk verschijnsel. Over de Henkeput doet een aantal hypotheses de ronde. Een van deze hypothese gaat over het feit dat het een Romeins massagraf zou zijn. De Henkeput zou gebruikt zijn als begraafplaats voor de gesneuvelde Romeinen uit een veldslag tegen de Eburonen. De gesneuvelden werden in de Henkeput geworpen. De veldslag heeft volgens Caesars ‘De Bello Gallico’ plaats gevonden op twee dagmarsen van de Rijn. Een groot gebied dus waar deze slag heeft kunnen plaatsvinden. De Romeinen verloren deze slag trouwens. In de Henkeput zijn tijdens onderzoek in 1888 tientallen geraamten van mensen gevonden. Bij deze geraamten werd niets van gespen of knopen van kleding teruggevonden. Daarom gaat men ervan uit dat de lichamen naakt waren toen ze in de put geworpen werden. Aangezien de Henkeput op het grondgebied van graaf De Geloes van Eijsden lag, zijn alle vondsten in het kasteel van de graaf terecht gekomen. Ze zijn later allemaal verloren gegaan. Analyse van de geraamten heeft dus nooit plaats kunnen vinden. Bij later onderzoek zijn wel nog resten aardewerk uit de Romeinse tijd gevonden. Volgens de hypothese van de geschiedschrijver Habets zou de Henkeput gegraven zijn om de ter dood veroordeelden in te werpen na hun terechtstelling. Echter in een periode van bijna drie honderd jaar werden in de omstreken van Gronsveld en Rijckholt nauwelijks doodvonnissen voltrokken. Dus een zeer onwaarschijnlijke hypothese. Een andere hypothese gaat over het feit dat het een vuursteenmijn zou zijn. Ook niet echt waarschijnlijk omdat de Henkeput hemelsbreed 300 meter van de vuursteenmijn van Rijckholt verwijderd ligt. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat er hooguit enkele ‘kruiwagens’ vuursteen in de Henkput aanwezig zijn geweest. Dus niet echt aannemelijk dat er zo’n gat gemaakt werd om slechts een kleine hoeveelheid vuursteen te delven. De meest waarschijnlijke hypothese is dat het een mijn is geweest voor het winnen van mergel. Deze mergel werd gebruikt voor de landbouw en niet voor de huizenbouw omdat deze mergel daar niet geschikt voor is, te zacht, te bros. Een soortgelijke mijn is ook in de gemeente Meerssen aangetroffen tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de spoorlijn Aken-Maastricht. De gewonnen mergel werd gebruikt om het land te ‘bemergelen’, te verrijken als het ware. Naar alle waarschijnlijkheid heeft men gekozen voor mijnbouw omdat men dan gedurende de winterperiode ook mergel kon winnen. Het winnen van mergel in een open groeve, dagbouw dus, kan in de winter niet plaatsvinden door de invloed van de vorst. In een ondergrondse ruimte zal het ook in de winter niet vriezen. De temperatuur zal nooit lager dan ongeveer tien graden Celsius worden. Dus een aangename temperatuur om mergel in te delven. In de Henkeput zijn tijdens meerdere onderzoeken honderden skeletten van zoogdieren gevonden. De Henkeput is ook gebruikt om gestorven vee in te dumpen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog is een uit België gevluchte Russische krijgsgevangene in de Henkeput gevallen. Hij heeft de val overleefd omdat die gebroken werd door een grote hoeveelheid takken en bladeren die op de bodem van de Henkeput lag. 

Bron: Grueles.

Dagblad de Limburger, regio Maastricht:

In Roodkapje, een sprookje van Grimm, is in het Duits te lezen:


“Der Schwab aber fing an zu schreien: Henket mich, henket mich! So komm ich der Marter ab. Der will mich zwingen mit dem Leberlein und hört doch wohl, daß das Lämmlein kein Leberlein gehabt hat! Henket mich nur stracks und flugs! Wie solches unser Herrgott hörte, daß sich der Schwab eher wollt henken lassen, als die Wahrheit gestehen, befahl er, ihn herabzulassen, und machte nun selbst den Toten lebendig.“

In de Egyptische oudheid bestaat er een hiëroglief voor het Egyptische woord "henket" wat "bier" betekent, o.a. gebruikt in onderstaande tekst:

"Hotep-di-Nesu Pa-Aton em Akhet,
peret-kheru ta henket kau apedu,
en ka en remetch nebu em AkhetAten djet er neheh”

Vertaling: "A royal offering which is given to the Sun Disk in the Horizon,
that there might come forth bread and beer, oxen and fowl,
for the spirit of all the people in AkhetAten for ever and ever”

 

Opmerking: wat betreft de jaartallen: voorzover niet anders vermeld is geboortedatum ook doopdatum en overlijdensdatum ook begraafdatum.

Arnoldus Henket (Hinken) zal de gids zijn voor een tochtje door de tijd. Vanaf deze voorouder is er veel met zekerheid bekend over de personen Henket/Henquet. Over de voorouders van Arnoldus is nog niet zo veel bekend. Veel Henkets en familieleden waren binnenschipper, visser, hovenier, landbouwer of combineerden deze beroepen; een hovenier is een kweker van groenten en andere tuinbouwproducten. Zie: beroepen Frans Nederlands.

Doopakte uit 25 december 1622. Akte uit de Registres Paroissiaux Nº 1 van Lixhe (België) - Dopen, huwelijken en overlijden van 1608 -  circa 1625. Bron: microfilm nr. 2192154 AEL te Luik. Zie ook: akten genealogie Henket.

De tot nu toe vroegst bekende voorouder (de zogenaamde stamvader) is Joannes HENCKETH. Zijn broer Henricus is op 25 december 1622 peter bij een doop van een tweeling te Lixhe. De zoon van Joannes, Gerard HENKET (±1630 - na 1658), gehuwd met Elisabeth LE TEXHEUR, wordt genoemd in de Chambre des Comptes reg. 465 (registres des censiers - hereboeren -  de la Vallée) Archives de l'état Liège. Zijn kleinzoon Joannes (Jean) HENKET (±1665 - na 1704), zoon van Henri HENKET gehuwd met Catherine GARDIJ, woonde in Lixhe met zijn vrouw Gertrudis DELNAIJE (CLAESKEN DEL NAYE DELNAY ±1665 - 30 aug. 1691). 1704 is hij burgemeester van Lanaye en het gehucht au Thier (Petit-Lanaye).

Inschrijving in overlijdensregister Gertrudis Delnaije te Lanaye op 30 augustus 1691.

In de notariële akten van het AEL (Luik) betreffende het gebied Blegny - Dalhem, notaris N. J.  DOSSIN (periode 6 juni 1741/ 5 juli 1741; bewerkt door Joseph Dortu) is te lezen: 11 juli 1741 comp. Elisabeth RUET  jonge dochter met haar schoonbroer Jacques CANE gehuwd met Catherine RUET. Er worden genoemd Collas RUET, Michel BRIFFET et Elisabeth HOUCHET (=HENKET) grootvader en grootmoeder van de comparanten. Deze Elisabeth HENKET (ook HENQUET, 1650-1713) is een dochter van Gerard HENCKET en Elisabeth LE TEXHEUR.

Arnoldus leefde van 1762 - 1804 en was gehuwd met Maria Ida BLANCKERS (1757 - 1821). Zij kregen 5 kinderen. Via deze kinderen voert een lijn naar Sint Pieter, een andere naar Maastricht en elders.

Inschrijving doop van Arnoldus Henket op 27 oktober 1762 te Lixhe.

Voor de tijd van deze Arnold (via Gerard HENKET, een broer van zijn bedovergrootvader Jean Henket) voert een lijn naar Eijsden; zoals blijkt uit volgende relatieschema's:

Nn HENCKET (* ± 1525) ∞ Nn NN: tot nu toe bekend twee zonen:

Joannes HENKET (HENQUET * ± 1575 ∞ Marie CLEMENS

Henricus HENEKET (HENCKET) * na 1550  † na 25 december 1622 ∞ Nn SAUVEUR

Joannes krijgt o.a. een zoon Henricus HENCKET * ± 1595 te Loën † na 25 december 1622 18 februari 1618 te Lixhe Catherine GARDIJ (CHARNEUX), geboortig van Nivelle. Dit echtpaar krijgt meerdere kinderen waaronder:

Joannes HENCKET (HENKET HENQUET)

Opmerking: het is ook nog mogelijk dat deze Joannes HENCKET een neef of zelfs een zoon is van Gerardus HENCKET.

* 9 juni 1655 † na 1704 ∞ ± 1672 Gertrudis DELNAIJE (CLAESKEN DEL NAYE DELNAY) * ± 1650  † 30 augustus 1691 te Lanaye.

Henricus HENKET (HENQUET) * 1687 te Lanaye † 26 januari 1748 te Lanaye ∞ 23 mei 1712 te Breust Anna JEUCKENS (IJEKENS YEKENNE) * 1690 BREUST † 13 december 1759 te Lanaye.

Henricus HENKET * 10 augustus 1717 te Lanaye † 5 maart 1770 te Lanaye ∞ 2 september 1749 te Lanaye Catharina SIMON (SIMONS COLA) * 25 april 1726 te Lanaye † 24 mei 1771 te Lanaye.

Arnoldus HENKET (HINKEN HENQUET * 27 oktober 1762 te Lanaye † 5 januari 1804 te Sint-Pieter ∞ 8 februari 1789 te Sint-Pieter Maria Ida BLANCKAERS (BLANCKERS) * 13 januari 1757 te Sint-Pieter † 28 april 1821 te Sint Pieter.

Gerardus HENCKET (HENKET)

* ± 1620 - na 18 juli 1674 ∞ ± 1645 Elisabeth LETEXHEUR (LE TEXHEUR) * ± 1620 - ????

Egidius HENKET (HENCKET HENQUET) * 2 juli 1646 te Lanaye
na 1671 ∞ ± 1665 Ida Catharina DE PUIS (DEPUITS PIRLOT POLE GODEFROID) * ± 1650 ????

Gerardus HENKET (HENKE HENCKET HINCKET HENQUET) * 22 februari 1679 te Lanaye
30 maart 1750 te Lanaye ∞ ± 1700 Anna CLOKERS (CLOCKERS) * ± 1679 voor 23 juli 1732.

Leonardus HENKET (HINCQUE HINCQUET HENQUET HENQUERT) * 1 april 1717 te Lanaye 4 maart 1799 te Lanaye ∞ 28 oktober 1744 te Moelingen Marie Agnes CHILEROID (GELEROND CHILEROID GELROE GILEROIJ GELEROI GELEROND GELEROIJ) * 28 januari 1720 te Moelingen 23 maart 1774 te Lanaye.

Gerardus HENKET (HENKET HINKET) * 14 augustus 1752 te Lanaye
6 november 1832 te Lanaye ∞ 14 augustus 1752 te Lixhe Maria Ida LECRENIER (LECRENIERE) * 9 maart 1758 te Loën 9 februari 1839 te Lanaye.

Guillelmus HENQUET (HINKET HENKET) * 2 augustus 1787 te Lanaye
17 september 1848 te Eijsden ∞ 14 november 1833 te Eijsden Maria Theresia Josephina DELBOUILLE * 6 augustus 1804 te Eijsden (op bidprentje wordt 4 augustus 1804 vermeld) 23 februari 1892 te Eijsden.

Nakomelingen: tak Sint Pieter en Maastricht. Deze nakomelingen gebruiken de schrijfwijze Henket.

Nakomelingen: tak Eijsden en Maastricht. Deze nakomelingen gebruiken de schrijfwijze Henquet.

Het gemeentewapen van Eijsden sedert 5 februari 1890:

" Van zilver beladen met een getakt Bourgondisch kruis van keel, vergezeld van het ten halve uitkomende beeld van de H.Christina van goud, met gelaat en handen van natuurlijke kleur en nimbus van goud, houdende in de opgeheven rechterhand een slang van sinopel en in de opgeheven linkerhand een bundel van 3 pijlen van sabel; links en beneden van een zesbladige roos van keel, rechts van een van goud gekroonden leeuw van keel, houdende in de opgeheven rechter klauw een opgeheven zwaard van goud en in den linker een pijlenbundel van ‘tzelfde.”

Het gemeentewapen van Eijsden sedert 16 juli 1983:

"Gedeeld: I in zilver een knoestig schuinkruis van keel, II in goud een dubbele adelaar van sabel, gebekt, getongd en gepoot van keel met op de borst een schildje van goud, beladen met 3 ballen van keel, in een schildvoet van keel een ingebogen punt van goudhermelijn. Het schild gedekt met een gouden kroon van 3 bladeren en 2 parels."

Oorsprong/verklaring: alle bekende Eijsdense schepenbankzegels vertonen de H. Christina en een getakt Bourgondisch kruis. Dit laatste symbool herinnert aan de periode dat Eijsden aan de hertogen van Bourgondië toebehoorde. In 1430 was de heerlijkheid als onderdeel van het land van Valkenburg aan Bourgondië gekomen. Het kan ook van iets jonger datum zijn, toen Eijsden behoorde tot de zgn. Bourgondische Kreits in het Duitse Rijk (1548). Het kruis komt ook voor op een reeks grensstenen in en rond de huidige gemeente uit 1828.

In het nieuwe wapen is het oude Eijsdense kruis vergezeld van de adelaar met de ballen van Gronsveld en de schildvoet herinnert aan de voormalige heerlijkheid Breust.

Bij gelegenheid van de officiële opening van het integratieproject Ursulinencomplex Eijsden onthuld door H.K.H. prinses Margriet der Nederlanden op 22 juni 1984.

N.B. de meesten die geboren worden te Lanaye worden gedoopt te Lixhe. Dit  voorouderschema is zeker niet compleet en definitief; er moeten nog heel wat gegevens herschikt, gezocht en gevonden worden.

In Eijsden hanteert men vanaf ± 1700 tot en met heden de schrijfwijze HENQUET en HENKET, soms voor dezelfde persoon door elkaar zoals uit veel originele aktes blijkt. De huidige generaties in Eijsden gebruiken de schrijfwijze HENQUET (Hingkings genoemd in Eijsden). De nakomelingen van Arnoldus hanteren meestal de schrijfwijze HENKET; een enkele keer schrijft men, onder invloed van de franse ambtenarij, HENQUET. De volgende generaties schrijven echter weer HENKET (Hinke genoemd te Sint Pieter).

Bron: Maas- en Roerbode, 23 juli 1891.

De burgemeesters van Lixhe en Lanaye. 

Het besluit van 10 juni 1691, geaccordeerd door de leden van de gemeenschap en de baron van Surlet, afgevaardigde van de prins van Luik, maakt het mogelijk 3 burgemeesters te benoemen. Sindsdien kwamen ieder jaar, op 7 januari, de familiehoofden (les surséants) bij elkaar in vergadering en kozen de burgemeesters voor een periode van 1 jaar. Een van de burgemeesters werd gekozen door de inwoners (les manants) van Lixhe en Loën; een tweede door de inwoners van Nivelle en de derde burgemeester door de inwoners van Lanaye en Petit-Lanaye (au Thier). De collecteurs (belastingontvangers) werden eveneens benoemd voor een periode van 1 jaar. De registers waarin deze benoemingen zijn opgenomen zijn bijna allemaal in zeer slechte staat bewaard gebleven. Uit de restanten kon de volgende lijst samengesteld worden:

Gerardus HENCKET (HENKE HENKET HINCKET HENQUET), zoon van Erasmus (Egidius) HENKET (HENCKET HENQUET) en Ida Catharina DE PUIS (DEPUITS PIRLOT POLE GODEFROID) werd gedoopt op 2 juli 1646 te Lixhe (België). Hij was bierhandelaar (marchand brasseur) te Lanaye (België). In 1720 is hij burgemeester van Lanaye en van Le Thier. 15 juli 1715 krijgt hij de opdracht, de pastorie te herbouwen welke bij de overstromingen in de winter van 1709 vernield was (akte via de notaris A.N. LE BLAN). Jean HENKET en Raskin HENKET worden genoemd als getuigen: "Le 15 juillet 1715, rendage fait par les manants de la Naye Pays de Liège, obtenu par Gérard HENKET, aussi l'un des manants. L'an mille sept cent et quinze du mois de juin, le onzième (?) jour, comparurent par devant moy nottaire soubsigné et les témoins en bas de cette dénommés: Le Sr Raskin DEPUIS, capitaine
Jean DELNAYE
Arnold DELNAYE
Jean HENKET
Joris JOCKIN
Wathelet FRAIKIN
Raes HAIRON
Herman HALLEUX
Servais VARLET
Simon KEUT
Raskin HENKET
Hendrik BENDLUR
Pierre VARLET
Jean TASSET
Colas LAUHAY
Louys LANGE
Mathieu FION
Godefroid fils
Godefroid LEONARD
Georis le SERURIER
Henry LEONARD
Henry CLOCKERS
Guillaume LEONARD
Jean WIDEMAN
Tous manants et surcéants du village de la Naye, spécialement assemblez au son du tocsin, lesquels se trouvant obligé d´ériger une maison pastorale aux frais de la ditte communauté ont esté si advisé pour leur plus grand profit que de rendre cette au rabais au conditions suivantes:
Qu'icelle maison deverat estre de 32 pieds de longueur et saise pieds de hauteur les basses murailles voire qu´icelles deveront estre bâtiés contre le front d´espisse (sic) de leur Esglise et tenir la largeur d´icelle, dans quelle il y deverat avoir quatte places parterres, une cave et un grenier qui soit aussi long que tout le corps du dit bâtiment. Le repreneur serat aussi obligé de fournir tous bois, verrouilles, pour portes et fenestres, chessy, wers, lattes et générallement tout excepté les pier, bricques, chaux et sable que la dont ditte communauté luy fournira et ferat tout corvées nécessaires à icelle dite maison. Lesquels dit comparants n'aiant trouvé personne qui lay voulu faire meilleur marché que le Sr Gérard HENKET, icy présent acceptant qui L'at là même accepté aux susdittes conditions, au prix de 750 florins une rois. et pour asseurance de fournir a son obtention, at obligé sa personne et biens meubles, ayant aussy les dits mannants s'obligé de fournir le prix de la ditte reprise avant que l'on puisse entrer et inhabiter dans icelle, a quel effect, ont reporté ens mains de moi le dit nottaire ce stipulant au proffit du dit Gérard HENKET, le généralité et spécialité de tous leurs biens, meuble et immeuble présent et futur, pour sur iceux susrecouvrir toute faute par un seul adjour de quinzaine, comand de tiers jours, prompte et parate exécution, le tout privilègement tant ens que hors vacances, et autrement selon loy et pour le premis renouveller et réaliser ou besoing serat, les dittes parties ont commis et constituer tout porteur de cette et chacun d´eux in solidum.

Sur Quoy at esté fait et passé devant L´Esglise du dit village de la NAY, scitué devant Esden, y présents come tems a ce spécialement requis et appelé Gilles de MOLLIN le vieux, de Lixhe et François LAROCHETTE.

Et moy A.N. LE BLAN, notte.

Suivent les signatures des comparants."
Bron: Protocole du notaire A.N. LE BLAN, Archives de l´Etat, Liège.

Uit een akte, verleden bij notaris Albert Nicolas LEBLAN (getuigen Franck DAMAF en Elisabeth JODOGNE), op 7 april 1718, blijkt, dat hij een rente van 80 gulden ontvangt van Leonard CLOCKERS (zijn schoonbroer) als compensatie ter behoud van de bezittingen van zijn overleden vader Franck CLOCKERS, gelegen "Rue de la Halle".
De andere bezittingen worden verdeeld; schoonzoon Gérard HENKET krijgt het derde deel (van de te verdelen 5 delen - 1 zoon en 4 dochters, dus schoonzonen):
- 10 verges grandes (1 verge grande = 435,89m) land "dans l'Enclos";
- 12 vg land "derrière Loine";
- 5 vg land "en Treux" of "en Troux";
Bovendien dient hij aan het "Gasthuis Sint Abraham" te Luik een hoeveelheid graan te schenken.

De Zaagmolen:

op 7 maart 1703 verkoopt Otto Coecken de Zaagmolen voor ƒ 1000 aan Hubert Rutten (uit St. Mertensvoeren?), wonende in de banaalmolen van Eijsden. Laatstgenoemde molen is rond 1700 gepacht door Willem Rutten. Bij de overdracht van de Zaagmolen verkeert deze in niet al te beste staat, wat ook valt op te maken uit de lage prijs die ervoor wordt betaald. Zowel Hubert Rutten als, na zijn overlijden (21 december 1719), zijn weduwe Alice Pacquay (Aldegundus Paques), hebben moeite om het bedrijf - de Saeghmolen - gaande te houden. Omdat zij uiteindelijk niet aan haar verplichtingen kan voldoen, verkoopt de weduwe Rutten op 6 januari 1722 de molen aan Gerard Hencket. Gerard Hencket neemt de verplichting op zich, de achterstallige rente van de weduwe Rutten aan het prins-bisdom Luik (jaarlijks dient dertien malder rogge te worden geleverd) te voldoen, maar van verdere betaling is geen sprake. Wel wordt vermeld dat Hencket de nodige herstellingen aan de molen zal uitvoeren en de kosten daarvan zal noteren, zodat deze bij verdere vervreemding in rekening kunnen worden gebracht.
Dat die kosten aanzienlijk zijn geweest, blijkt tien jaren later. Op 8 september 1732 verkoopt Hencket de molen voor ƒ 4200 aan Hubert Maur Ferdinand baron, sinds 10 september 1745 graaf, de Geloes. Op 27 oktober 1757 verklaart Jean François Jeunhomme, gehuwd met Joanna Houbiers, wonende te Breust, dat hij enige jaren de pacht van "de banaalmolen van graaf de Geloes" ten achter is. De scbuld bedraagt ƒ 700. Hij belooft daarvan jaarlijks 3% rente te betalen en stelt bet kindsdeel van zijn echtgenote tot onderpand. Haar vader, Jan Houbiers, stelt zich eveneens garant voor correcte betaling.

Bewijs van betaling van de "la Taxe noble" betaald door Gerard Hencket bij de verkoop van de banaalmolen aan de baron des Geloes.

"De Zaagmolen", gelegen in de buurtschap Laag Caestert was in zijn tijd, wat gebouw en ligging betreft, de mooiste watermolen op de Voer. Met de molen is met behulp van waterkracht ooit hout gezaagd. Van deze functie, die vóór 1800 moet zijn voorgekomen, heeft hij de naam "Zaagmolen' overgehouden.
De molen met het huis bestond uit een hoog bakstenen gebouw, met mergelsteen langs het water, hardstenen raam- en deuromlijstingen en gedekt met een pannenzadeldak. Een bijzonder aanzien gaven de kleine getraliede vensters gevat in Naamse steen en op manshoogte voorzien van luiken. Een gevelsteen vermeldt het jaartal 1729. Als gevolg van verbouwingen en de plaatsing van een turbine met turbinekamer is van het oorspronkelijke karakter veel verloren gegaan.
In de 18de eeuw was de molen eigendom van de graven De Geloes. In 1834 wordt de graaf Constantin de Geloes nog als eigenaar genoemd. Vier jaar later verkocht hij de molen met toebehoren aan de Luikse bankier Gerard Nagelmaekers De molen was toen als graanmolen ingericht en werkte met een eenvoudig houten middenslagrad met rechte schoepen, dat één koppel stenen aandreef. Het waterrad had een middellijn van 5 m. en een breedte van 0.63 m. De schoephoogte bedroeg slechts 0,28 m. Vóór het rad bevonden zich twee sluisgebinten. Een gebint met de maalsluis stond dichtbij het waterrad. Het tweede gebint met de lossluis stond op korte afstand daarvoor. Deze sluis sloot de afslagtak langs de molenark af. Het koppel stenen werd door een houten enkelvoudig gangwerk aangedreven. Dit gangwerk bestond uit een aswiel op de molenas. dat rechtstreeks op het rondsel van de steenspil werkte. Nagelmaekers bleef tot 1858 in bezit van de "Zaagmolen". Hij verkocht de molen toen aan de leerlooiers de Gebr. Louis- en Charles Coopman. Louis Coopman had een leerlooierij in Maastricht. De leerlooierij van Charles Coopman was in Eijsden aan de Diepstraat gevestigd. Ongetwijfeld heeft het koppel stenen toen eikenschors of looi gemalen.
In 1880 werd de molen met huis en bergplaats bij een boedelscheiding aan Charles Coopman toegewezen. Kort na 30 mei 1890, de dag waarop de opzichter van de provinciale waterstaat een peilschaal bij de molen had geplaatst, liet Coopman het waterrad door een turbine vervangen, die het water door een gemetseld kanaal kreeg toegevoerd. Voor de aanleg was echter geen toestemming gevraagd. Op 13 augustus 1890 bezocht een opzichter opnieuw de molen en maakte van de aangebrachte veranderingen een procesverbaal op. In 1898 liet Coopman het molengebouw slopen en in 1899 herbouwen, waarvoor evenmin toestemming werd gevraagd. In hetzelfde jaar verleende Gedeputeerde Staten voor de wederrechtelijk aangebrachte veranderingen echter alsnog een vergunning. Daarin wordt de molen schorsmolen genoemd.
In 1907 verkochten de erven Coopman de looimolen met huis en stal aan graaf René de Geloes. De graaf liet het maalwerk uitbreken en een dynamo opstellen. Tussen de dynamo en de turbine werd een drijfwerk met riemen opgesteld. De dynamo was verbonden met een in de molen opgestelde accumulatorbatterij, bestaande uit 65 Tudorcellen, die het kasteel met de bijgebouwen, de molen en het woonhuis van licht voorzag. Deze stroomvoorziening is tot kort na de Tweede Wereldoorlog in bedrijf geweest. Op het einde van de jaren veertig werd de installatie verwijderd toen de molen tot woning werd verbouwd.
Na de dood van graaf René de Geloes en zijn echtgenote vererfde de voormalige watermolen in de familie De Liedekerke de Pailhe; graaf Marcel wordt dan eigenaar. Bron: M. Meerman: Watermolens in Eijsden. Uitgave Stichting Eijsdens Verleden - Eijsden 1990.

Bron: dagblad De Limburger 25 juli 2006.

Jean Henri HENQUET (Joannes Henricus HENKET, 1804 - 1863 gehuwd met Maria Margaretha CLAESSENS, 1806 - 1857) was ook een van de burgemeesters van Lanaye.

Correspondentie van de burgemeester Jean Henri HENQUET, burgemeester van Lanaye van 1830 - 1844.

Over een bijdrage aan de opstand schrijft hij, dat de inwoners nog geen schenkingen gedaan hebben, niet uit desinteresse, maar uit angst de naburige vesting Maastricht te provoceren.

Lanaye, le 13 décembre 1830.

Mr. le Commissaire de l'arrondissement de Maestricht, 

En exécution de votre circulaire du 2 courant, j'ai l'honneur de vous informer que jusqu'à ce jour, aucun don patriotique n'a encore été fait par les citoyens de cette commune en faveur de notre Révolution. Si jusqu'ici les habitants de Lanaye n'ont pas partage l'élan général et déposé leur offerande, je vous prie de croire, Mr le Commissaire, que ce n'est pas par indifférence pour la cause commune mais plutôt par la seule raison que voisins de la forteresse de Maestricht, ils craigtnent de se compromettre vis-à-vis de nos ennemis.

J'ai l'honneur... Le Bourgmestre, Henquet

Tijdens de Belgische opstand liep het kasteel Caestert veel schade op. 1831 werd het kasteel aangevallen door een colonne infanterie en cavalerie uit Maastricht. Belgische jagers "De chasseurs de Chasteleer", die het destijds bezetten, dreven echter de aanvallers terug. Dit gebeuren en de aangerichte schade is te lezen in een brief gedateerd 21 januari 1831, gericht aan de commissaris van het district:

Dans la matinée d'avant-hier (19 janvier), et vers six ou sept heures du matin, une calonne composée d'infanterie et de cavalerie, sortie de la garnison de Maestricht est venue attaquer le château de Castert situé sur cette commune; lequel était alors occupé par la compagnie des chasseurs de Bruxelles appuyés par un détachement de voltigeurs. Les troupes susdites et à l'aide de la compagnie franche-Tournaisienne stationnée a Cannes, forcèrent la colonne hollandaise à se replier, mais les derniers emmenèrent avec eux cinq vaches pleines appartenant à M. Gilles Cuvelier, fermier au dit Castert. Durant l'attaque, une autre vache appartenant au même Cuvelier, avait été tuée dans l'étable. Le bourgmestre Henquet.

Zie: Kapellen en de Lourdesgrot. Andere grafmonumentvondsten.

Over het vieren van de Belgische opstand schrijft hij, af te zien van de feestelijkheden uit angst dat Maastricht haar poorten zal sluiten voor zijn inwoners, waarvan een groot aantal de kost verdienen in het Nederlandse Maastricht met handel en het verkopen van groenten in Maastricht:

                     manière que ce n'est que dans l'appréhension de compromettre les habitants de cette commune vis và vis la Lanaye, le 15 octobre1833.

Monsieur Le Commissaire,

 J'ai l'honneur de vous informer que dans l'intérêt de mes administrés, j'ai cru devoir m'abstenir de faire célébrer par des fêtes les journées de septembre 1830.

Le seul motif qui en ceci m'a dirigé et que j'espère sera approuvé par l'autorité supérieure le voici: plusieurs jours de la semaine grand nombres d'habitants de cette commune se rendent à Maestricht, les uns pour affaires de commerce, les autres pour y vendre leurs légumes ce qui chez la plus part forme pour ainsi dire leur principale ressource, de susceptibilité hollandaise qui aurait fort bien pu leur refuser léntree des portes de la ville que nous avons cru pour le moment nous conduire comme il est dit ci-dessus.

Le bourgmestre de Lanaye,J. H. Henquet.

De handtekening van Jean Henri HENQUET bij de aangifte van het overlijden van zijn dochtertje Marie-Marguérite HENQUET op 30 april 1847 te Lanaye.

Tot en met heden zijn nog veel Henkets en Henquets, zowel in Nederland als in België, actief op maatschappelijk en bestuurlijk terrein, werkzaam in de gezondheidszorg, het onderwijs, in technische beroepen of actief als ondernemer.