Doopkapel, de voormalige doopkapel, St. Rochuskapel, St. Antoniuskapel (Slavante), St. Lambertuskapel, de Lourdesgrot en de Fatimakapel te Wolder, grafkelder te Caestert en overige grafmonumenten

Grafmonumenten in de doopkapel van de kerk (de voormalige uitvaartkapel).Doopvont.De doopkapel.

Het doopvont werd in mei 1955 geschonken door de aannemer die de kerk in 1954 restaureerde. Een doopvont (fons=bron) is een waterbekken en dient om het doopwater te bewaren en hiermee mensen te dopen. De achthoekige vorm is symbolisch en verwijst naar zowel de nieuwe schepping, als de achtste dag waarop de besnijdenis van Jezus Christus plaatsvond.

 

 

 

 

 

 

Doopvont.

Een houten beeld voorstellende Maria van Thüringen. Dit beeld is een geschenk van pastoor Theunissen, de pastoor welke in 1954 de kerk heropende.

In deze kapel zien wij 2 schilderijen:

dit schilderij is een voorstelling van de "traditio clavium". Het evangelie naar Mattheus (Mattheus 16:18-19) vermeldt Petrus als rots van de Kerk. Jezus zegt: "Jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen. Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn".

Het rechter schilderij is een voorstelling van "Het laatste Avondmaal", ca. 1800 en vermoedelijk afkomstig uit het klooster van Slavante.

 

Links: Cecilia HardiHier is begraven / Cecilia Hardi  Stirf / Den 25 April / 1763 / Bidt Godt Voor de Ziel 

Caecilia HARDI, dochter van Servatius HARDIJ en Anna PELSERS, huwde Franciscus THUIJS. Hun dochter Maria Gertrudis THUIJS werd gedoopt op 12 Januari 1763 te St. Pieter. Maria werd op 25 juli 1763 te St. Pieter begraven.

Midden: Petrus Teunissen - Hier ligh Begra / ven Den Eesam / Petrus Teunise / Sterf den 20 / 7Ber J761 / Bidt voor De / Zile

 

Petrus THEUNISSEN senior werd omtrent 1690 geboren, als zoon van Lambertus THEUNES (THEUNISSEN) en Elisabeth PASMANS (PAESMANS) - op 3 mei 1692 te St. Pieter werd een Petrus THEUNISSEN gedoopt). Hij huwde Maria Ida DASSEN 26 mei 1711 te St. Pieter. De huwelijksgetuigen waren Gertrudis SERVAES en Leonardus MEESEN. Waarschijnlijk was hij eerder getrouwd met Anna PAULI (Anna werd begraven op 16 februari 1711 te St. Pieter). Indien dit juist is moet de geboortedatum van Petrus bijgesteld worden.


Bekende kinderen allen gedoopt te St. Pieter:
i. Joannes THEUNISSEN (THONISSEN) gedoopt op 21 april 1712. Jean (Jan) huwde Maria JEURISSEN (JORISSEN) 22 februari 1735 te St. Pieter. Jean werd 20 december 1794 te St. Pieter begraven.
ii. Matthias THEUNISSEN gedoopt op 30 januari 1714. Bijnaam "de smaalen Thijs". Mathieu huwde Elizabeth NELISSEN 28 januari 1742 te St. Pieter.
iii. Maria Agnetis THEUNISSEN gedoopt op 1 april 1716. Agnes huwde Matthias DE ROSIER (ROSIER) 3 februari 1743 te St. Pieter.
iv. Cornelius THEUNISSEN gedoopt op 12 december 1717.
v. Joanna THEUNISSEN gedoopt op 21 juli 1721.

Petrus werd 2 juli 1724 te St. Pieter voor het altaar in de kerk begraven. Maria werd geboren omtrent 1690. Zij werd 24 maart 1734 te St. Pieter begraven. Is de Petrus TEUNISE van de grafsteen welke 20 september 1761 te St. Pieter begraven werd een nakomeling van Petrus THEUNISSEN "senior"?
 

Rechts: Henricus SchrIJnEmakers -  Hier Light beg / raeven Den Eer / saemen Hendric / k Schrynmaec / kers out Borge / mester Deser / Vryheyt van St / Pieter Stierf / Den - J Mey J763 / R. I. P.

De familie SCHRIJNEMAKERS (ook geschreven met AE, EE, AA en CK) komt al, voor zover nu bekend, sinds 1574 voor te St. Pieter (Thiel SCRINEMEKERS). De meeste Schrijnemakers behoorden tot het hoveniers- en smidsgilde; ook treden zij meerdere keren op als burgemeester.

Henricus SCHRIJNEMAKERS: zijn ouders waren Hendricus SCHRIJNEMAEKERS en Elisabetha HERTEN. Hendrikus werd gedoopt op 29 april 1691 te St. Pieter. Hij huwde Elisabetha HERTEN 26 april 1716 te St. Pieter. Hendricus werd 31 december 1742 te St. Pieter begraven. Elisabetha HERTEN werd gedoopt op 7 oktober 1679 te St. Pieter. Elisabeth huwde (1) Lambertus PAULI op 4 januari 1698 te St. Pieter. Lambertus Pauli overleed 10 augustus 1713 te St. Pieter. Elisabeth huwde (2) Hendricus SCHRIJNEMAEKERS 26 april 1716 te St. Pieter. Elisabeth werd op 6 januari 1742 te St. Pieter begraven.
Henricus werd gedoopt op 12 december 1724 te St. Pieter. De doopheffers waren Wilhelmus SCHRIJNEMAKERS en Catharina HENDRIX. Hij huwde Mechtildis SERVAES,
dochter van Franciscus SERVAES en Mechtildis WAELRAEVE (WALRAVEN), 2 augustus 1744 te St. Pieter.

Kinderen, allen gedoopt te St. Pieter:
i. Henricus SCHRIJNEMAKERS gedoopt op 14 september 1746. Hij overleed te St. Pieter 6 oktober 1746.
ii. Mechtildus SCHRIJNEMAKERS gedoopt 31 juli 1748. Mechtel overleed 6 augustus 1748, 7 dagen oud te St. Pieter en werd te St. Pieter begraven op 6 augustus 1748.
iii. Mechtildus SCHRIJNEMAKERS gedoopt op 14 juli 1751. Zij huwde Arnoldus BLANCKERS (BLANCKARS BLANCKAERS) 15 januari 1775 te St. Pieter. Megthildis overleed 23 januari 1814, 63 jaar oud te St. Pieter.
iv. Henricus SCHRIJNEMAKERS gedoopt op 14 juni 1755. Henrij huwde Cornelia VAN DEN BROECK 8 oktober 1775 te St. Pieter. Marie Cornelie overleed 18 januari 1798, 54 jaar oud te St. Pieter in het huis De Bleekerij. Henri overleed 17 augustus 1803, 48 jaar oud en werd begraven op 17 augustus 1803 te St. Pieter.
v. Maria Elisabeth SCHRIJNEMAKERS gedoopt op 1 september 1760. Zij huwde (1) Arnoldus PERENBOOM voor 7 maart 1794. Arnoldus overleed 7 maart 1794 te Maastricht. Maria huwde (2) Joseph CLAESSENS op 26 augustus 1797 te Maastricht. Maria overleed 22 oktober 1803, 43 jaar oud te Maastricht "Rue de Tongres".

Henricus was tuinder en burgemeester van St. Pieter voor 1763. In 1763 was Leonard GORREN dienstknecht; dienstmeid was Marie SCHRIJNEMAECKERS.
Henricus overleed 38 jaar oud en werd op 1 mei 1763 te St. Pieter in de kerk voor het altaar begraven "In heiligdom voor het altaar ofwel afgebeeld is".

 

Everardus Everaerts / Mattheus Everaerts -  Catharina Marres

- Een kruis. Een hart met drie nagels -

D.O.M. / Hier - Ligt - Begraven - Den / Eersamen - Everard [E]ver[ae]r[ts] / Gestorven - Den - 1 - April 1761 / Als - oock - Den - Eersaemen - Matthevs / Everaerts - Sijnen - Soone - Gestorven / Den - J6 April 1750 - Met - Sijn - Hvysvrov / De Eersaeme - Catharina - Marres / Gestorven - Den - J4 December - J759 / B.G.V.D.S. 

 

De ouders van Everardus EVERAERTS waren Matthias EVERAERTS (EVERAERT EVERAEDTS EVERARTS EVERDTS) en Isabella HOUWI (HOUVI BOUVI?). Matthias werd gedoopt omtrent 1640 te St. Pieter. Isabella overleed en werd 4 mei 1666 te St. Pieter begraven. Matthias  huwde (2) Elisabetha POTMANS op 4 mei 1666 te Maastricht parochie St. Nicolaas. Matthias overleed 20 oktober 1701 te St. Pieter aan dysenterie en werd 20 oktober 1701 te St. Pieter begraven. Elisabetha POTMANS werd omtrent 1642 te Heugem geboren. Lisbeth werd op 28 mei 1716 te St. Pieter bijgezet.
 

 

 

 

In de 17de eeuw zien we dat velen overlijden aan pest of dysenterie te St. Pieter. Rond 1632 - het beleg van Maastricht in de 80 jarige oorlog - vooral veel pestdoden en rond 1672 en daarna - rampjaar, de Hollandse oorlog en Lodewijk XIV- veel dysenteriedoden.

 

 

 

Detail bovenzijde grafsteen.Hun zoon Everardus werd gedoopt in 1672 te St. Pieter. Hij huwde Oda (Ida) PERI (PERRIJ), dochter van Arnoldus DE PERI en Helena JANSSENS, 16 november 1693 te St. Pieter. Everard overleed 25 maart 1761 te St. Pieter en werd 28 maart 1761 in de kerk van Lichtenberg (Slavante) begraven. Hij was omtrent 89 jaar oud.

 

Kinderen allen gedoopt te St. Pieter:
i. Elisabetha EVERAERTS gedoopt op 19 oktober 1694. Zij huwde Antonius PEREBOOM (PEERBOOM PEEREBOOM) 5 oktober 1716 te St. Pieter. Elizabeth overleed 89 jaar oud en werd begraven op 22 maart 1763 te St. Pieter in de kerk.

ii. Arnoldus EVERAERTS gedoopt op 14 september 1696. Arnoldus overleed 13 jaar oud en werd op 25 september 1709 te St. Pieter begraven.
iii. Mattheus EVERAERTS gedoopt op 13 september 1698. Doopgetuigen waren Everardus PERI (PERRIJ), Eva HUIJNEN en Maria DE ROSIER. Mathias huwde Catharina MARES (MARRES MAREEZ),
dochter van Michiel MARES en Catharina LENAERTS, 13 mei 1727 St. Pieter. Mathias overleed 16 maart 1751, 52 jaar oud en werd 18 maart 1751 bij de Minderbroeders te Lichtenberg in de kerk begraven. De overlijdensdatum is afwijkend van de datum op de steen. Mathias was landbouwer en daarnaast burgemeester van St. Pieter. Catharina overleed 14 december 1759, 51 jaar oud en werd 16 december 1759 bij de minderbroeders te Lichtenberg in de kerk begraven.

iv. Henricus EVERATS gedoopt op 2 december 1701 te St. Pieter.

v. Helena EVERAERTS gedoopt 8 april 1707 te St. Pieter.

 

Grafmonumenten in de voormalige doopkapel.

Belonge vermeldt in 1960 de volgende grafstenen welke hij situeert in de toenmalige doopkapel. De grafstenen bevinden zich in de ruimte van de verwarmingsinstallatie en zijn nog maar gedeeltelijk zichtbaar. Deze grafstenen zijn gelet op de overlijdensdata oorspronkelijk afkomstig ofwel uit de in 1747 afgebroken kerk van St. Pieter locatie Blekerij/St. Lambertuskapel, of uit de kerk van Slavante (1797 gesloten door de Franse revolutionairen), of uit de eerste kerk te St. Pieter boven, ingewijd in 1760 en afgebroken in 1897. Zie: Historie van kerk en kerkhof St. Pieter. 20 maart 2007 kreeg Dhr. Jo Morreau onverwacht een telefoontje van koster Dhr. Jo Rosier over het feit dat de verwarmingsruimte in de kerk leeg was gemaakt en dat dezelfde ochtend de nieuwe c.v. installatie hierin werd geplaatst. Als een hazenwind spoedde de altijd alerte Jo Morreau, conservator van het het Sint-Pieters Museum op de Lichtenberg, zich naar huis om een fototoestel te halen en kroop vervolgens letterlijk op zijn knieën door het stof, dit keer niet om te bidden, maar om deze unieke gelegenheid te benutten foto's te maken van de tijdelijk bijna volledig zichtbare grafstenen. Een enkele rand van een grafsteen is niet zichtbaar door een later geplaatste muur. Jammer dat deze geplande vervanging van de verwarmingsketel niet eerder bekend was bij Stichting Oud Sint Pieter en bij Stichting Grafmonumenten Sint Pieter. In dat geval hadden wij ons beter kunnen voorbereiden en nog betere foto's kunnen maken. Ook was het de overweging waard geweest, deze grafstenen eventueel te verhuizen naar een betere locatie zodat deze grafstenen permanent zichtbaar zouden zijn.

 
Janine Leunessen 23 maart 2007:

Joannes Caen - Maria Matthys - Margareta Jaspars

 

Het nog zichtbare gedeelte van de grafsteen in de verwarmingsruimte van de kerk.

- In een medaillon een wapen: een staand zwaard, terzijde waarvan links een lelie; helm met wrong en dekkleden; helmteken? -

Hier is begraven Den Eersaemen / Ioannes Caen Ald. Borgemr / Deser Vryheyt Gestorven Den / 26. April Ao 1711. In Synen Eersten / HouwelYck getrouwt met D. / Eerbaere Maria Matthys Gestorven / Den 27 - Augusti - Ao. 1694 / Als oock de Deuchdsaeme Margareta / Jaspars syn tweede Huysvrouwe / Gestorven Den □□

 

Joannes CAEN huwde Maria MATTHIJS (MATHIJSSEN) omtrent 1675.

Kinderen, allen gedoopt te St. Pieter:

i. Joannes CAENEN geboren op omtrent 1675. Joannes werd begraven op 2 september 1686 te St. Pieter.
ii. Petrus KAEN gedoopt op 7 augustus 1678.
iii. Nicolaus CAEN gedoopt op 20 april 1681. Hij huwde Maria Joanna BROUNS 24 maart 1705 te St. Pieter. Nicolaus overleed 10 augustus 1724, 43 jaar oud te St. Pieter. Maria Joanna BROUNS werd begraven op 28 februari 1763 te St. Pieter in de kerk.
iv. Maria CAEN gedoopt op 20 april 1684. Maria werd begraven op 21 juni 1692 te St. Pieter. 8 jaar oud.
v. Cornelia CAEN gedoopt op 13 april 1685. Cornelia werd begraven op 28 november 1688 te St. Pieter. 3 jaar oud.
vi. Maria CAEN gedoopt op 3 april 1687. Maria werd begraven op 27 augustus 1694 te St. Pieter. 7 jaar oud.
vii. Maria CAEN gedoopt op 7 juni 1692.

Joannes huwde (2) Margaretha JASPARS (JASPERS) 11 juni 1695 te St. Pieter. Joannes overleed 26 april 1711 te St. Pieter en werd begraven op 28 april 1711 te St. Pieter in de kapel. Hij was burgemeester (consul) van St. Pieter geweest. Maria MATHIJSSEN werd begraven op 27 augustus 1694 te St. Pieter in de kerk. Margarita JASPARS werd eveneens begraven te St. Pieter in de kerk.

Joannes CAMUS - Christianus VAN DEN BROECK - Cornelia BLANCKAERTS

Het nog zichtbare gedeelte van de grafsteen in de verwarmingsruimte van de kerk.

- † / I.H.S. Een hart, waarboven 3 nagels -

Ici Git Honnorable / Iean Camus Bourgeois De Cette / Franchise Dont La Belle / Soeur Marie Minet Vefve / D'Evrard Camus a Fonde / Le Sa..t (salut?) qui se chante Tous / Les Lundis Dans Cette Eglise / Lequel Trespassa / Le 9 D'Avril 1722 / Ende Cristiaen van den / Broeck out Borgems / Deser Vryhydt St. Pieter / Stie[r]f Den 7 Feb. 1763. En de / Eerbaere Corneli Blanckers syne / Hvysvrovw sterf den 29 Februari / 1764 / R.  I. P.

Joannes CAMUS overleed 9 april 1722 en werd 13 april 1722 te St. Pieter in de kerk begraven. Jean was gehuwd met Elisabeth CREININCK (CRENUIC).

Bekende kinderen gedoopt te St. Pieter:
i. Maria Oda CAMUS gedoopt 18 mei 1709.
ii. Maria CAMUS gedoopt 17 januari 1711.

Zijn broer Everardus CAMUS huwde Maria MINET 13 oktober 1686 te St. Pieter.

De ouders van Christianus VAN DEN BROECK waren Petrus VAN DEN BROECK en Margarita GORREN. Petrus werd omtrent 1680 geboren. Pieter huwde (1) Margarita GORREN 25 oktober 1699 te St. Pieter. Pieter huwde (2) Anna PELSERS 30 mei 1713 te Maastricht parochie St. Martinus. Pieter overleed 10 november 1719 te Maastricht. Margarita GORREN werd gedoopt op 18 februari 1670 te St. Pieter. Margaretha overleed 17 maart 1713.

Christiaen werd gedoopt op 5 november 1700 te Maastricht parochie St. Martinus. Cristiaen huwde Cornelia BLANCKAERTS (BLANCKERS),
dochter van Engelbertus (Angelus) BLANCKARTS (BLANCKAERTS BLANCKERS) en Maria BROUNS (BRAUNS BROENS BRUENS), 3 februari 1732 te St. Pieter.

Kinderen allen gedoopt te St. Pieter:
i. Petrus VAN DEN BROECK gedoopt op 8 februari 1733.
ii. Marie VANDENBROECK gedoopt op 24 april 1735.
iii. Engelbertus VAN DEN BROECK gedoopt op 5 november 1736. Engelbertus werd 28 februari 1745 te St. Pieter begraven.
iv. Anna Margaretha VAN DEN BROEK (VAN DEN BROECK VAN DER BROECK) gedoopt op 5 maart 1739 te St. Pieter. Anne Margarita huwde Franciscus HAMELERS (HAMELEERS) 15 februari 1767 te St. Pieter. Anne Margarita overleed 3 januari 1818 te St. Pieter. Anne Margarita werd 5 januari 1818 te St. Pieter begraven.
v. Christianus VAN DEN BROECK gedoopt op 6 juli 1741. Christiaan huwde Joanna Maria DEBEAR (DUBAER DE BAAY) 12 april 1779 te St. Pieter. Christiaan overleed 17 juli 1789 te Heugem.
vi. Maria Cornelia VAN DEN BROECK gedoopt op 13 oktober 1743. Marie Cornelie huwde Henricus Antonius SCHRIJNEMAKERS 8 oktober 1775 te St. Pieter. Marie Cornelie overleed 18 januari 1798 in het huis De Bleekerij te St. Pieter.


Christiaen overleed 7 februari 1763 te St. Pieter. Hij werd begraven 9 februari 1763 te St. Pieter in de kerk. Hij was in leven burgemeester van St. Pieter. Cornelia werd gedoopt 20 februari 1704 te St. Pieter. Zij werd 29 februari 1764 te St. Pieter begraven. Na het overlijden van haar echtgenoot in 1763 wordt zij vermeld als "brandaviniste" (brandewijnstookster), herbergierster en hovenierster.

Verder nog 3 tegels (29x29 cm):

 

1. Hubertus Herten

 Hier Light / Begraven / Hubertus Herten. sterf / Den 26 / November / 1760 R: I: P:

De ouders van Hubertus HERTEN waren Paulus HERTEN en Catharina HENDRICX (HENDRIX). Paulus HERTEN (HIRTE) werd gedoopt op 2 november 1677 te St. Pieter. Hij huwde Catharina HENDRICX 31 januari 1704 te St. Pieter. Paulus overleed op 49 jarige leeftijd en werd begraven op 18 juli 1727 te St. Pieter. Catharina HENDRICX (HENDRICKS HENDRIX) werd gedoopt op 1 september 1677 te St. Pieter. Zij overleed op 79 jarige leeftijd en werd begraven op 18 november 1756 te St. Pieter.

Hubertus werd gedoopt op 2 juni 1706 te St. Pieter. Peter en meter waren: Mathias HAMELERS en Elisabeth JANSEN. Hij huwde Cornelia ISERMANS (EIJSERMANS) 23 februari 1727 te St. Pieter. De huwelijksgetuigen waren: Gerardus DE ROSIER en Cornelia BLANKARTS. Hubert overleed 26 november 1760, 54 jaar oud en werd 28 november 1760 in de kerk te St. Pieter begraven. De kosten van de begrafenis waren: 8 florenos.

Cornelia, dochter van Thomas ISERMANS (IJSERMANS) en Cornelia BLANCKARTS (BLANCKAERTS), werd gedoopt op 19 februari 1698 te St. Pieter. Zij overleed op 78 jarige leeftijd en werd begraven in de kerk op 29 februari 1776 te St. Pieter. In 1763 was zijn tuinster en woonde bij haar broer Arnold in één kamer.

2. Maria Catharina COX

Hier Light Beg/rav: M: Cathar: / Hvysvr: van Ian / Ieukens Stirf / D: 7 Meert 1763 / R. I. P.

Maria Catharina COX huwde Joannes JEUCKENS (JEUKENS), zoon van Arnoldus JEUCKENS en Maria Anna VLECKEN, 3 oktober 1757 te St. Pieter.

Bekende kinderen allen gedoopt te St. Pieter:
i. Arnoldus JEUCKENS geboren op 24 augustus 1758. Arnold overleed 30 september 1758 te St. Pieter.
ii. Anna Elisabeth JEUCKENS gedoopt op 23 augustus 1759.
iii. Joannes Arnoldus JEUCKENS gedoopt op 11 mei 1761.
iv. Joannes Gerardus JEUCKENS gedoopt op 16 januari 1763 te St. Pieter. Jean huwde Maria Catharina HEUNDERS 17 januari 1790 te St. Pieter. Jean overleed 14 maart 1807 te St. Pieter.

Catharina overleed 7 maart 1763 te St. Pieter en werd aldaar begraven op 9 maart 1763.

Het nog zichtbare gedeelte van de grafsteen in de verwarmingsruimte van de kerk.

3. Anna PELSERS

Hier Light Begraeven / Anna Wed: Vaes / Hardy Den 16 / Xbris 1764

De ouders van Anna PELSERS waren Lambertus PELSERS en Sophia RUTTEN. Lambertus werd omtrent 1660 geboren. Hij huwde Sophia RUTTEN voor 21 september 1680. Lambrecht werd begraven op 28 november 1697 te St. Pieter. Sophia RUTTEN werd gedoopt op 12 november 1661 te Maastricht parochie St. Nicolaas. Sophia huwde (2) na het overlijden van haar echtgenoot Reinerus MARES op 9 april 1698 te St. Pieter. Sophia werd 18 oktober 1722 te St. Pieter begraven.

Anna werd gedoopt op 24 augustus 1691 te St. Pieter. Anna huwde Petrus VAN DEN BROECK 30 mei 1713 te Maastricht parochie St. Martinus.
 

Bekende kinderen:
i. Maria Cornelia VANDENBROEK geboren omtrent 1734. Maria werd 16 juni 1819 te St. Pieter begraven.

Anna huwde na het overlijden van haar echtgenoot, Servatius HARDI (HARDIJ),
zoon van Servatius HARDIJ (HARDIJS) en Caecilia BROEKEN, 22 mei 1725 te Maastricht.
 

Bekende kinderen gedoopt te St. Pieter:
i. Maria HARDI gedoopt op 10 september 1732. Zij huwde Paulus JONGEN 13 februari 1752 te St. Pieter. Maria overleed 10 oktober 1811 te St. Pieter en werd aldaar op 13 oktober 1811 begraven.
ii. Caecilia HARDI gedoopt op 5 juli 1737. Zij overleed 25 april 1763 en werd op 27 april 1763 te St. Pieter begraven
(zie: Cecilia Hardi)
.
iii. Anna Ida HARDI. Anna huwde Franciscus JANSEN 22 september 1754 te St. Pieter. Anna werd op 23 januari 1792 te St. Pieter begraven.


Anna overleed 16 december 1764 te St. Pieter en werd 17 december 1764 in de kerk van St. Pieter begraven.

 

De Sint Rochuskapel. Locatie Lichtenbergweg.

Opschrift: H. Rochus B.V.O. / J.M. Kribs / Past. St. Pieter / aug. 1888.

 

De restauratie van de St. Rochuskapel door Stichting Oud Sint Pieter werd voltooid middels een feestelijke inwijding en inzegening op 21 oktober 2006.

Als gevolg van de mergelwinning werd 1972 het kapelletje verplaatst van het kruispunt van de Luikerweg met de weg van Lichtenberg naar Kanne naar een nieuwe plek: de toegangsweg naar de Lichtenberg en ingezegend door pastoor Theunissen. Foto's: Stg. Oud Sint Pieter en collectie Rob Kamps.

Het huidige beeld van de

H. Rochus in het kapelletje.

 

 

Opschrift en het inmiddels nieuw vervaardigde kruis (Dhr. W.A. Rousseau). De H. Donatus achter het traliewerk in de nis van het dak. Het beeld werd in 2006 gerestaureerd door Breur en Chris Henket.

De heilige Donatus van Münstereifel. Sjabloondruk van Pellerin, omtrent 1900.

 

 

De kapel werd en wordt beschermd door de Heilige Donatius (ook wel Donatus genoemd). Deze was een heilige, martelaar en Romeins soldaat. Donatus behoort tot de zogenaamde catacombenheiligen, heiligen van wie in historisch opzicht niets bekend is, maar over wie diverse legenden bestaan. Volgens een legende behoorde hij tot het Legio fulminatrix (Bliksemlegioen). Vandaar dat Donatus afgebeeld wordt met een pijlenbundel, bestaande uit bliksemschichten, in de hand. Hij wordt vereerd in het Rijnland en de Lage Landen, als beschermer tegen onweer en blikseminslag. Zijn feestdag valt op 30 juni.

 

 

De pestheilige, Rochus van Montpellier - geboren in 1295 in Montpellier en daar overleden in 1327 - genoot een zeer ruime verering. Rochus trok op zijn achttiende naar Rome. Onderweg verzorgde hij slachtoffers van de pest, maar op de terugweg raakte hij zelf besmet. Hij genas echter mede dankzij een hond die dagelijks zijn wonden likte en hem voedsel bracht; aldus de legende. Terug in Montpellier werd hij van spionage beschuldigd en in de kerker opgesloten. Hij wordt vaak afgebeeld met een staf en een boek; een hond met een stuk brood in zijn bek en hij heeft een pestzweer op zijn dij.

De H. Rochus is de patroon van gevangenen, zieken, ziekenhuizen, artsen, apothekers, chirurgen, boeren, kunsthandelaren, tuinlui, meubelmakers, stratenmakers en de patroon tegen besmettelijke ziekten in het bijzonder de pest, cholera, hondsdolheid, beenkwalen, knieaandoeningen, ongelukken.

Het kapelletje dateert uit 1888 en is in opdracht van pastoor J.M. Kribs gebouwd ter ere van St. Rochus (de cholera-epidemie van 1865/1866 eiste veel slachtoffers op St. Pieter). Oorspronkelijk lag de Rochuskapel op de splitsing van twee oude wegen: die van de weg van Lichtenberg naar Canne en de huidige Luikerweg. In tijden van nood werd vaak een beschermheilige aangeroepen en beloofde men een kapel te bouwen als men voor het dreigend onheil gespaard bleef.

Een fragment uit een afbeelding naar een tekening van Van d'Argent uit de Katholieke Illustratie van 1887.

De gemeente Sint Pieter had in 1861 ook nog 2 kleine eilanden of platen in de Maas in bezit: het Sint Franciscus eiland gelegen tegenover de Lichtenberg en het Sint Rochus eiland gelegen tegenover de Kleine Weert.

Th. Schaepkens van Riempst schreef De Broederschap van de H. Rochus - Maastricht 1954. Dit broederschap was een broederschap van de Sint Nicolaaskerk te Maastricht, en het boekwerkje werd uitgegeven op de feestdag van de Heilige Rochus "op St.Rochus 16 augustus 1954".

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat velen niet weten is dat er nog een Sint Rochuskapelletje was niet op, maar in de berg. In de wand van mergel was een kleine nis uitgehakt om er een beeldje in te plaatsen. Een grote spijker onder deze nis diende om de verlichting aan te hangen. In het onderschrift stond: "Heilige Rochus, bid voor ons", met de namen van de waarschijnlijke makers: P. Perken, H. Proon en F. Scasburgh. Bovendien in sierlijke letters het jaartal 1659. Foto: Enci-Schakels, twaafde jaargang juli-augustus 1953 No.5.

 

 

Het kruispunt met de oorspronkelijke plek van de Rochuskapel op een afbeelding uit de Gemeente Atlas Limburg 1868 van J. Kuyper en op een kaart uit 1632.

 

Locatie Slavante Observantenweg: de Sint Antoniuskapel (Slavantekapel).

 

Het klooster Slavante - detail uit een tekening van Jan de Beyer uit 1740:

Deel van een pilaar van de kerk van het Observantenklooster, tentoongesteld in het Sint-Pieters Museum op de Lichtenberg. 

Tijdsbeeld:

1484. De paus bekrachtigt de verkiezing van Jan van Horne tot bisschop van Luik. Willem van der Mark tekent de vrede van Tongeren. In Luik krijgt een permanente commissie de opdracht om de belasting van elke sociale klasse te bepalen en te innen.

1485. Van der Mark wordt in Maastricht onthoofd.

1492. Na een nieuwe periode van chaos keert Jan van Horne terug als bisschop van Luik.

1495. Het bisdom Luik wordt bij Westfalen gevoegd.

1504. Een zware aardschok treft het Maasland. De kracht wordt geschat op een schaal van vier (4) in Luik.

1505. Jan van Horne overlijdt en wordt opgevolgd door Everhard van der Marck (Mark) * Sedan 31 mei 1472 † Luik 16 februari 1538.

 

Frater Antonius Gonsales, recollect,  schrijft in zijn De Reyse van Jerusalem, gedrukt te Antwerpen in 1673:

 

 

 

 

 

Uit de Maasgouw van 10 december 1887:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het klooster te Slavante in 1740. De ruines van het kasteel Lichtenberg zijn ook nog duidelijk zichtbaar. Gravure van Hendrik Spilman uitgegeven door Isaac Tirion (1705-1769) uit "Het verheerlykt Nederland of Kabinet van hedendaagsche gezigten", Amsterdam 1754 - privé bezit.

Situatie anno 2004.

Slavante anno 2006.Slavante anno 2006.

De officiële naam van het klooster op de St. Pietersberg was Conventus Montis divinae gratiae: klooster van de goddelijke genade. In de volksmond werd het woord Observanten of Ter Observanten in de 18de eeuw verbasterd tot Obslavante en Slavante. De kloosterlingen die hier woonden, Franciscanen-Observanten, ook wel minderbroeders, recollecten of bruine paters genoemd, geven zelf een verklaring voor het woord Slavante: hun verblijf was gelegen op de oostelijke helling van de St. Pietersberg en lag dus vol in de ochtendzon "de soleil levant", de opkomende zon - denk aan het impressionisme en het bekende Zonnelied van Franciscus!

Geloofd zijt gij, mijn Heer, met al uw schepselen,
vooral heer broeder zon, die de dag is,
en door wie Gij ons verlicht.
En hij is mooi en stralend met grote luister.
Van U, Allerhoogste, draagt hij het zinnebeeld.

Strofe uit het Loflied van broeder Zon.

De kloosterlingen duiden dan ook hun verblijf aan als "dat van de soleil levant". Deze uitdrukking werd wellicht door de dorpelingen van St. Pieter verbasterd tot Slavante. Op een kaart van Bory de St. Vincent wordt de bewuste locatie Lavandegh ou Slavande genoemd. Is Lavandegh op dat moment de locale benaming?
 

Bory de St. Vincent , Baron (1778-1846): carte du plateau St. Pierre. Detail uit een ingekleurde kaart van de St. Pietersberg bij Maastricht ca. 1821.

Ook kan het eenvoudig zo zijn dat de locatienaam bij of op de Observanten leidde naar het woord Slavante, we zullen het nooit zeker weten. In documenten leest men vaak de benaming conventus Montis Lucis, klooster van de Berg van het Licht, vulgo (gewoonlijk) Lichtenbergh. De heilige Franciscus van Assisië (* 1181 † 4 oktober 1226) stichtte de genoemde orde. Paus Innocentius geeft Franciscus en zijn eerste elf gezellen omtrent 1210 toestemming te leven volgens het evangelie. In de 15de eeuw bezint men zich over het (te) werelds leven van veel hunner collega's en worden de strenge regels van de stichter nauwgezet geobserveerd: nageleefd.

 

 

Strikte armoede was zeer lang het kenmerk van de orde der Franciscanen. Dat hield in dat de broeders niet alleen afstand deden van persoonlijk, maar ook van gemeenschappelijk bezit. Te midden van de andere kloosterorden werden ze door Franciscus de mindere broeders, Minderbroeders, genoemd. Toen zijn medebroeders eens een klein huisje hadden gebouwd om tenminste enige bescherming tegen wind, regen en zon te hebben, klom Franciscus op het dak en begon pannen naar beneden te gooien tot ze beloofden het huis weer af te breken. Elke vorm van bezit was Franciscus een gruwel. Hierdoor werd het noodzakelijk om het noviciaatschap in het leven te roepen. De nieuwe broeders werden niet meteen minderbroeders, maar moesten een jaar in het noviciaat om hun vrome bedoelingen te bewijzen. De volwaardige broeders hadden hun kappen vast zitten aan hun pij, de novicen moesten een losse kap dragen.

De oudst bekende afbeelding van Franciscus van Assisi, een fresco in het klooster van San Benedetto in Subiaco.

In 1455 liet graaf Johan van Heijnsberg, prins-bisschop van Luik en als zodanig ook Heer van de vrije heerlijkheid St. Pieter, op de plek van de kluis (kluizenaarsverblijf; ermitorium) bij Lichtenberg een klein en primitief klooster bouwen door de minderbroeders-observanten, aan wie Johan dezelfde rechten en gunsten verleende als verleend aan hun ordebroeders te Maastricht. Deze kleine kluizenarij werd tussen 1485 en 1489 tot een volwaardig klooster uitgebouwd met financiële steun van de prins-bisschop van Luik Jan van Horne (Johan IX van Horn, 83ste bisschop, bisschop van 1482-1506, zoon van Jacob I, graaf van Horne en van Joanna, gravin van Meurs). Voorwaarde voor zijn financiële steun was wel dat de broeders voor hem in het klooster een persoonlijk vertrek zouden inrichten. Dit vertrek diende als buitenverblijf maar ook als vluchtoord voor de bisschop als de Luikenaren hem de grond onder zijn voeten te heet maakten. Hij was ook in het bezit van een slot te Curingen bij Hasselt en verbleef vaker in het klooster Van den Biessen te Maastricht. In 1484 hield Jan van Horne zijn blijde inkomst te Maastricht. Jan van Horne ontvlucht Luik als gevolg van politieke onrust en overlijdt 18 december 1505 te Maastricht, vermoedelijk in zijn verblijf aan de Helmstraat en werd 19 december om 2 uur 's middags in het Minderbroederklooster te Slavante voor het hoogaltaar ter aarde besteld. Naast hem werd in 1506 zijn hulpbisschop Libertus van Broeckem (De Broeckem, Broekom ± 1420-1506) begraven.

De Sint Antoniuskapel een overblijfsel van het voormalig klooster Slavante. De tekst op het ANWB-bord luidt:

SLAVANTEKAPEL 1681

Mergelstenen kapelletje met dubbele pilasters,

geprofileerde kroonlijst en volutenfronton,

waarin een gedenksteen met het jaartal 1681 en

een gedenksteen met de wapens van de families

Bocholtz en van Groesbeek.

De Kapel was toegewijd aan

St. Antonius van Padua en behoorde bij

het klooster van de Observanten,

welke benaming in de volksmond verbasterd

werd tot "Slavante".

De kapel op een ansichtkaart uit 1906.

 

De kapel in 1906.

De zijwanden worden elk door twee vensters met flauw gebogen bovendorpel onderbroken. De ruimte is overdekt met een stucplafond, oorspronkelijk met wapens beschilderd (niet meer aanwezig).
Wapen. Gevierendeeld: I en IV een zwart kruis van de Duitse Orde in een zilveren veld; II en III ook gevierendeeld: a en d drie zilveren luipaardkoppen in een groen veld (Bocholtz, van vaderskant); b en c een rode golvende dwarsbalk in een zilveren veld (Van Groesbeeck, van moeders kant). Het wapen wordt bekroond door drie helmen met als helmtekens een zwaan (Bocholtz), een vlucht (Duitse Orde), en een zwaanshals, gehalsband met een golvende dwarsbalk (Van Groesbeeck).
Het wapen is van Edmund, Godfried van Bocholtz, ridder van de Duitse Orde en landcommandeur van de balije Alde Biezen. Hij maakte het mogelijk het kapelletje te bouwen, dat ook bekend is als de St. Anthonius- of Wamsteekerkapel, zo genoemd naar de in 1939 overleden kluizenaar Wamsteeker die in het huis ernaast woonde. De kapel was aan Anthonius van Padua toegewijd. Detail.

In het gemeentewapen van Groesbeek is de rode golvende dwarsbalk prominent aanwezig.

Het beeld van deze heilige, dat in de kapel stond opgesteld, is in het huis ernaast in veiligheid gebracht, want het bouwwerk dreigt - na begin deze eeuw op initiatief van Jhr. Victor de Stuers gerestaureerd te zijn - weer het slachtoffer te worden van verval en verwaarlozing.

Het huidige beeldje van St. Anthonius in de kapel.
Het huidige beeldje van St. Anthonius in de kapel. Detail.

Bij het wapen van de familie Von Bucholtz (Bocholtz) zien wij de drie luipaardkoppen en de zwaan terug.

 

Bron: Het Vaderland van 9 augustus 1921.

In Eijsden werden bij werkzaamheden aan een woning een achttal haardstenen aangetroffen. Waaronder bovenstaande. Het is een typisch Luikse steen met links het wapen van keizer Maximiliaan II (1564-1576) en rechts het wapen van de Luikse bisschop Gerard van Groesbeek (1563-1580). Dit laatste wapen toont een kronkelende rivier ("een geënte dwarsbalk"). In het midden staat de Luikse perroen met de letters L en G. Het woord DILIGE kan het devies van een van de heren zijn geweest of gewoon "Van Luik" betekenen. MAX IMP is Maximiliaan Imperator. Jaartal: 1566. 

Bron: Limburgsch Dagblad van 23 maart 1950

Bronnen: Groesbeek - Heraldrywiki. Bron en foto: Publications (PSHAL) 123 (1987) H. Stoepker: Archeologische kroniek van Limburg over 1986 - Maastricht 1987.

Slavante op een ansichtkaart uit 1908.

 

Slavante in 1908.

Slavante op TV Maastricht, uitzending 5 juli 2012.

Harry van Eck en zijn vrouw Nel (†) vertellen o.a. over het vroegere gastenverblijf van Slavante:

 

 

 

De kapel verkeerde in slechte staat van onderhoud. Restauratie was dringend noodzakelijk. 2011 is men met een grondige restauratie van de kapel gestart. 5 mei 2012 werd de kapel ingezegend. Zie: Stichting Oud Sint Pieter. Helaas zorgden nieuwe problemen ervoor dat de kapel in 2016 opnieuw onder handen moest worden genomen. De gemeente Maastricht investeerde in 2016 wederom om deze oudste vrijstaande kapel uit 1681 te behouden.

 

Herplaatsing kerstgroep Antonius Wamsteeker in de St. Antoniuskapel op 22 december 2012:

 

 

 

Casino Slavante - buitensociëteit daterend uit 1846; de meeste restanten van het klooster van de paters Franciscanen zijn verdwenen. Tafelkleden, vaatdoeken en ander wasgoed liggen op de hagen om te "bleken". Na sluiting van het klooster Slavante in 1796 werd dit nationale complex voor 12100 francs verkocht aan een zekere J.W. Dubois, een gewezen Franciscaan van Slavante. 25 Germinal an 6 (14 april 1798) wordt de sociëteit van de Amis de la Patrie van Maastricht zitting houdend op de berg bij de Recoletten (Observanten) verplaatst naar de zaal van de Redoute te Maastricht.

 

Anna Maria Joanna Barbara (Anne Marie Jeanne Barbe) DUBOIS was in 1825 herbergierster en woonde op het Slavanteklooster. Zij werd gedoopt op 26 juli 1742 te Maastricht St. Catharina en overleed 11 februari 1825, 82 jaar oud te St. Pieter. 13 februari 1825 werd zij begraven te St. Pieter. Zij was weduwe van Joannes Christianus SAUER begraven op 13 juni 1795 te Maastricht bij de broeders Recollecten. Waarschijnlijk is zij een familielid van genoemde J.W. DUBOIS. Haar dochter Joanna Theresia SAUER woonde tot haar huwelijk in 1823 eveneens op het Slavanteklooster.

 

 

Petrus Egidius Claessens "Brasseur de profession" koopt op 22 november 1827 van Christiaan BROUWERS en Thomas VAN LIJF het voormalige klooster der Minderbroeders Observanten, in de volksmond "Slavante", voor 4000 Nederlandse Gulden. De koper liet de kerk en het grootste gedeelte van de kloostergebouwen afbreken en het overblijvende gedeelte inrichten als casino; hij bouwde er op het vrijgekomen terrein een café. Bij akte van 12 mei 1843 - het sterfjaar van vader Petrus Egidius Claessens, verkoopt zoon Pieter Gillis CLAESSENS "Slavante" aan de "Groote Sociëteit" te Maastricht voor 12000 Nederlandse Gulden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11 januari 2009: Ralph Faun stelde voor onze site deze mooie heliumballonopname van de slingerweg naar Slavante ter beschikking voor publicatie.

 

 

Uit: Het Algemeen Handelsblad van 5 augustus 1880.

 

 

 

 

 

 

 

 

Briefkaart naar een pentekening van Henri Schoonbrood (1898-1972): landschap Slavante.

 

Verdwenen grafmonumenten bij Slavante.

 

Opmerking: er zijn door Van Heel (Necrologium) en Belonge (Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden) soms verschillende data genoteerd. Deze zijn geel gemarkeerd.

Op zerken:

Anno Domini 1784 29 Novembris pie in Domino obiit in hoc conventu V.P. Josephus van Riet S.P.C. Terminarius et Portarius fidelis, Jubilarius ac vir vere pacificus.

Niet teruggevonden; vgl. De Maasgouw 1919, blz. 9b.

 

In de Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg à Maestricht Tome LXXXVI-LXXXVII - Maastricht 1950-1951. Pater D. Van Heel: Necrologium van de Minderbroederskloosters (Liber recommendationis pro coNventu Lichtenbergensi) te Maastricht en te Lichtenberg (Slavante) p. 273-327, vind ik hem terug (fol. 162): 29: "Anno D. 1784 29 Nov. pie in Domino obiit in hoc conventu V.P. Josephus van Riet S.P.C. terminarius et portarius fidelis, jubilarius ac vir vere pacificus".

 

Vertaling: "In het jaar 1784, op 29 november, overleed vroom in de Heer, in dit klooster de eerwaarde pater Joseph van Riet, terminarius en trouwe portier, jubilaris en zeer vreedzaam man".

Richard Keijzer wees mij op Kramers' Algemeene Kunstwoordentolk, uitgave 1863, waarin een Terminarius als een bedelmonnik geduid wordt. K0BBE verhaalde mij het volgende:

Pater Barnabas Van den Brule o.f.m. cap. schreef in 1998 in het
Bossche "Rond Janus & Bet:
De Termijnbroeder.
Een onvergetelijke figuur destijds in het Bossche klôster was broeder Nicolaos. Die was portier en termijnbroeder, en zo kwam hij mee veul mensen in kontakt. Wanneer de postbode aonbelde dan legde hij een ruiltje: hij ontving de post en ging dan naor de keuken om een vers bakske koffie voor hem te haolen. Wanneer hij op termijn ging - het is te zeggen om goede gaven te bedelen voor het levensonderhoud van de broeders - ontmoette hij heel veul mensen en in de kortste keren kende hij hen van naom entoenaom.

Boed Marres van Marres Familiegeschiedenis verwoordde het als volgt: "Nadere vondsten duiden er op dat het een officiële functie was in kloosters bij monniken, niet alleen bij Capucijners maar ook bij Predikheren. Terminarius lijkt een nogal hoge functionaris te zijn, die de inkomsten voor het klooster regelt. Een fondsenwerver, vaak leider van een team, dus toch bedelaars! Overigens kwam ik het ook eenmaal tegen in de betekenis van een persoon die pacht (in termijnen) betaalde".

Minderbroeders hadden geen bezit. Door de groei van de kloosters waren vrijwillige bijdragen niet voldoende om hun bestaan te financieren. Als vergoeding voor de geestelijke werkzaamheden ontwikkelden de minderbroeders de gedachte aan een rondgang, de termijn; deze moest het klooster aan regelmatige inkomsten helpen.

 

Afbeelding uit: Werkgroep K.750: 750 jaar Minderbroeders in Maastricht 1234–1984 (Binnenpandreeks 8) - Utrecht 1984.  Zie ook: tekeningen in het Caestert-gangenstelsel.

 

 

 

/ A° 1761 18 Jul. / Obiit P.P. / Franc Bosch S.P.C. R.I.P.

 

Necrologium: (fol. 92): 18: "Anno D. 1760 18 Julii obiit in hoc conventu praedilectus nobis in Xto confr. Pr. fr. Franc. Bosch sac. Praed. et conf. anno aetatis suae 48, prof. 31 sac 16".

 

Vertaling: "In het jaar des Heren, op 18 juli 1761 (of 1760), overleed in dit klooster onze zeer geliefde medebroeder in Christus Franciscus Bosch, kapelaan, predikant, in zijn 48e levensjaar, in het 31e jaar van zijn professie, en in het 16e jaar van zijn priesterschap".

/ A° 1717  / 18 Oct. Obiit / V†P†t P†etrus van Vucht S.P.C. / R.I.P.

 A° 1784 / 28 Nov. / V-P. Ids ... / van de . . - / Jur . . .

De Maasgouw; Orgaan voor Limburgsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde jrg 39, 1919 (33), no 9:


 

Ob. / 29 Mar / 1781 Fr. P. Jo/annes Nicols / Sp. C. Ae 36 / P. 16 / R.I.P.

 

Necrologium: (fol 103): 21: Anno D. 1781 die 21 Martii obiit in hoc conventu fr. Joes Nicols sac. praed. et conf.

 

Vertaling: "In het jaar des Heren 1781, op 29 (of 21) maart, overleed in dit klooster de eerwaarde pater Joannes Nicols, kapelaan en predikant", in zijn 36e levensjaar en in het 16e jaar van zijn priesterschap". 


Op zerken las men vlg. Publ. Limb. XVI, 1879, p. 260/1:

 

- Twee wapens: 1. een getande dwarsbalk en 2. een schuinbalk, beladen met drie rozen -

 

D. Heer Jan van Tongeren J. C. en Petronella van Beyensdorp syn huysvrouwe 1662. Heer Thomas de Letter ende Rebecca Anna van Tongeren.


Louis François Pinsen van der Aa en vrouwe Maria Clara de Champ syn huys­vrouw 168 . .

 

Kwartieren:

Pynssen Boschhuysen
Bomberg Wolfswinckel
Robiano Schore
Hellemans Wolfswinckel

                                                                  

Hij zou directeur-generaal van het koninklijk tuighuis te Mechelen zijn geweest, † 15 juni 1725; zijn vrouw † 9 februari 1722. Maria Clara DE CHAMP is vermoedelijk een dochter van Guillaume DE CHAMP (zie beneden).


- Wapens: 1. een keper met drie rozen beladen (de Champ); 2. Van Tongeren-

 

Messire Guillaume de Champ conseiller de Sa Majesté catholique au conseil souverain de Brabant et Marie van Tongeren sa compagne 1682.

 

Necrologium: (fol. 103): 10: "Memoria perpetua amplissimi Domini Joannis Guilielmi Deschamps supremi Concilii Catholicae Majestatis Consiliarii ac serenissimae conjugis ejus Dominae Mariae van Tongeren, qui ex affectu singulari erga Ordinem huic conventui donaverunt pretiosam casulam ex holoserico nigro insigniis familiae condecoratam, ut fratres ex tunc orent pro incolumitate ejusdem. Obiit illa Amstelodami anno 1683, ille vero 1693, 28 Junii. R.I.P".

 

Vertaling: "Ter eeuwige nagedachtenis aan de weledele heer Joannes Guilielmus Deschamps, raadsheer van de Hoge Raad van de Katholieke Majesteit, en van zijn edele echtgenote, vrouwe Maria van Tongeren, die uit bijzondere genegenheid voor de orde aan dit klooster een kostbaar kazuifel hebben geschonken van zwarte zijde, gezierd met de tekenen van de familie, opdat de broeders in het vervolg zouden bidden voor zijn heil. Zij overleed te Amsterdam in het jaar 1683, hij in 1693, op 28 juni. Mogen zij rusten in vrede".

- Twee wapens: 1. een schuinkruis beladen met vier rozen; 2. gedeeld: a. vier dwarsbalken; b. drie hoefijzers -


Petrus Muesens en Isabella van der Biesen syne huysvr. Andries van der Biesen en Barbara van Meer syn huysvrouwe.

 

Isabella VAN DER BIESEN was de zuster van Laurentius (Lambert) VAN DER BIESEN (VAN DEN BIESSEN), pastoor te Berg en Terblijt sinds 19 april 1694, geboren te Maastricht, † 13 december 1712 te Maastricht, St. Nicolaasparochie. Hij schonk een verguld zilveren miskelk met inscriptie aan de kerk van Berg. Lambert had theologie gestudeerd aan de Leuvense Universiteit.

 

- De wapens Van Eyck en Nootstock, respectievelijk drie palen en een schildhoofd met drie eikenbladen en drie kardinaalshoeden -

 

Hier ligt begraven Andreas van Eyck sterft 1562 22 janr'y, wiens huysvrouw Anna Noetstock gestorven 1587 en liet begraven in de kerck van St. Elisabeth tot Stockhem


Enkele andere zerken zijn gebruikt voor de vloer onder de veranda van de buitensociëteit. Niet meer zichtbaar (2006).

 

Jo en Miets Morreau wisten toch nog een gedeelte van een van deze grafstenen te fotograferen.

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Isabella Godefrida Francisca DE HOENSBROECK / Ulricus Antonius Dominicus Hyacinthus Johannes DE HOENSBROECK

 

Een vroegere altaaropzet uit deze kapel vermeldt:

 

Een ovaal schild onder een veelparelige kroon: gedeeld: a. gevierendeeld: l. on 4. Hoensbroeck; 2. en 3. tien rode ruiten, 3, 3, 3 en 1 op zilver; b. gevierendeeld: 1. on 4. de Lamargelle; 2. en 3. v. Bocholtz. - In Honarem S. Antony a Padua / Et piae - Memoriae Isabelloe Godefridae / Baronissae - de - Hoensbroeck / Anno - aet - suae 7 mo - Defunctae; Frater Eivs Charissimvs - Vlricvs . Antonivs. Toparcha / in - Oost - et - Comitis - in Fvra, Hoc - Altare posvit, / Anno 1681 die 2a Junij - qvae - Anniversaria est / Obitvs svi.

 

Dit altaar werd na de dood van Isabella van Hoensbroek (1681) op Slavante ter ere van de Heilige Antonius gesticht door haar broer Ulricus Anthonius. Het St. Antoniusbeeld verdween omstreeks 1820 en werd door Pastoor Heijnen vervangen door een beeld van de H. Petrus (mogelijk van voor 1500). Ook werden toen in de cartouche boven de middelnis de twee sleutels aangebracht. Het oude houten altaar werd in 1841 in de nieuwe zijbeuk van het kerkje op de berg geplaatst en staat nu in de kerk te St. Pieter beneden.

 

Foto uit: De monumenten van Geschiedenis en Kunst in de provincie Limburg. Eerste Stuk: De monumenten in de Gemeente Maastricht. Vijfde aflevering - 's-Gravenhage 1953.

 

Anthonius Candidus DE HOENSBROECK-GEUL (HONSBROECK) - Anna Maria VAN BERGHE, alias Trips

 

Een zerk, gemaakt van terra-cotta (volgens Belonje), die oorspronkeliik in de kapel van Slavante lag werd overgebracht naar kasteel Oost en vervolgens naar kasteel Hoensbroek. In 1935 naar Schloss Haag - een bezit van de graven van Hoensbroek -  en daar in het poortgebouw gemetseld. In het midden aan een lint twee schilden:

 

1. Hoensbroeck; 2. v.d. Berghe gnd. Trips (ruitvormig schild) en: Monumentum / Perillustrium Coniugum / toparch. de Oest / D. Antony Candidi / Baronis de Hoensbroeck / ac / D. Annae Mariae van Bergh als Trips / haec vicesima octava Junii denata solo / ille / An. 1693 die 6: Xbris aetatis suae 69 / utrique Jesus det pie pacem / in polis / Amen.

 

Lager: een doodshoofd; vier Ionische kolommen en terzijde vier reeksen kwartier-wapenschilden met onderschriften:

 

 
Pallant

Hoensbroeck

van Bergh gt. Trips

Houdrion

Alpen

Daure

Hunsberg

Brakele

Batenborgh

Merode

Ley

Roysin

Harff

Hompesch

Haecke

Launoy

Leerodt

Grobendonck

Hoeszyt gt Oest

Bernemicourt

Grein: d'Oveur

Recteren

Aelbroeck

Hemstede

Wyling

Ursel

Eynatten

Grobendonck

Gronstein

Immerzeel

Gulpen

Ursel

 

De ouders van Anthonius Candidus DE HOENSBROECK-GEUL (HONSBROECK) waren:
Conrard Ulrich VAN HOENSBROECK-GEUL, geboren omtrent 1590. Conraad huwde Isabella DE HAUDION 7 november 1613 te Brussel. Conraad overleed 12 april 1652 te Geulle.
Isabella DE HAUDION werd geboren omtrent 1590. Isabella overleed 11 mei 1640 te Geulle.

Antoon werd geboren op 28 juli 1630 te Geulle. Antoon huwde (1) Anna Maria VAN BERGHE (VAN BERGH-TRIPS), alias Trips op 15 december 1655 te Aken. Antoon huwde (2) Maria Alexandrina Catharina DE LAMARGELLE,
dochter van Arnold Theodorus Amor. DE LA MARGELLE en Isabella Adolphina DE HOENSBROECK, 13 februari 1673 te Breust.
 

Kinderen van Antoon en Catharina:

i. Baronnesse Isabella Godefrida Francisca DE HOENSBROECK. Isabella werd gedoopt op 18 februari 1674 te Maastricht, parochie St. Catharina. Isabella overleed 2 juni 1681, 7 jaar oud en werd op 4 juni 1681 te St. Pieter in het klooster Slavante begraven. Gravin van Hoensbroeck-Oost.

 

D.H.O. register St. Pieter 1588 - 1699.

 

ii. Graaf Ulricus Antonius Dominicus Hyacinthus Johannes DE HOENSBROECK gedoopt op 14 augustus 1676 te Eijsden. Ulrich Anton Johan huwde barones Maria Anna Alexandrine LAMARGELLE 1 februari 1706 te 's-Gravenvoeren. Hij overleed 24 april 1727, 50 jaar oud te Eijsden. Heer van Oost, graaf van Fura ('s-Gravenvoeren) en Eijsden.
iii. Anna Maria Alexandria Domenica Clara DE HOENSBROECK. Anna werd gedoopt op 4 augustus 1678 te Eijsden. Zij huwde Franciscus Hyacinthus DE RENESSE 9 december 1694 (huwelijksvoorwaarden). Anna overleed 3 maart 1729, 50 jaar oud te Stockhem. Gravin van Hoensbroeck-Oost. Kanunnikes van het adellijk kloooster der Benedictinessen te Munsterbilsen.

Antoon overleed 6 oktober 1693, 69 jaar oud te Oost en werd begraven te St. Pieter, Slavante. Hij was Heer van Oost en testeerde op 28 augustus 1689.

De ouders van Anna Maria VAN BERGHE (VAN BERGH-TRIPS) alias Trips waren:
Hieronimus VAN BERGHE, geboren ongeveer (geschat) 1568. Jeronimus huwde (1) Anna VAN PALLANT TOT BREIDENBEMD 21 november 1600. Jeronimus huwde (2) Johannna VAN OYENBRUGGE (DURAS) 4 november 1615. Jeronimus overleed 29 maart 1648 op kasteel Oost.

Anne Marie werd geboren op 25 januari 1612 te Breust. Anne Marie huwde (1) baron Arnold VON SCHNETTER,
zoon van Caspar VON SCHNETTER en Alide DE BUNDE, op 2 februari 1653 (11 februari 1653 huwelijksvoorwaarden) te Aken.
Anne Marie huwde (2) Anthonius Candidus DE HOENSBROECK-GEUL (HONSBROECK),
zoon van Conrard Ulrich VAN HOENSBROECK-GEUL en Isabella DE HAUDION, 15 december 1655 te Aken. Anne Marie overleed 28 juni 1670 op kasteel Oost en werd begraven te St. Pieter, Slavante.

Kasteel Hoensbroeck en Schloss Haag: Nicolaas Hoen, komt voor het eerst voor in een oorkonde uit het jaar 1365, werd in 1370 schout van Maastricht, sneuvelde in de slag van Baesweiler op 21 augustus 1371 als aanvoerder van een rotte aan de zijde van de hertog van Brabant. Zijn zoon Herman werd in 1388 dankzij de hertog van Brabant de eerste heer van Gebroek. Rond deze tijd werd waarschijnlijk het "Gebroekhoes" gebouwd op de plaats van de oude vesting. 

Adriaan van Hoensbroek, na de dood van zijn moeder opgevoed door een tante op Schloss Haag te Geldern, Duitsland, erfde van zijn oom Arnold van Boedberg tot Den Haag, erfmaarschalk van Gelre, een enorm bezit aan kastelen, heerlijke rechten en goedbetaalde functies. In 1639 keerde hij op Hoensbroek terug en begon met de grote uitbreiding. Hij bleef echter op Schloss Haag wonen. De traditie wil dat de oudste zoon op Hoensbroek woonde totdat de vader overleed en dan vervolgens naar Haag verhuisde. 
 

Ogerius Florquin.

In de Maasagouw van 15 april 1899, No 7 noemt P. Doppler nog Ogerius FLORQUIN. Doppler ontleende deze gegevens uit de Analectes pour servir à l'histoire ecclésiastique de la Belgique, deuxième série, tom. VI p. 213 en verder.

Ogerius werd geboren voor 1668. Ogerius overleed 6 mei 1702 in het klooster Lichtenberg te St. Pieter. Hij was lector van de Heilige Schrift aan het college van de Franciscanen-Recolletten te Leuven aangesteld in 1668, later van de H. Godgeleerdheid, welke wetenschap hij 7 jaar onderwees. Hij was een grote minnaar van de eenzaamheid en kwam zijn laatste dagen doorbrengen in het klooster Lichtenberg nabij Maastricht.

Laurent DOSSIN - Ida Alexandrine BETTONVILLE.

Laurent DOSSIN huwde Ida Alexandrine BETTONVILLE, dochter van Damiaen SWENNEN alias Betonville en Gertrude PASMANS, 4 juli 1686 te St. Pieter in de kapel van de Minderbroeders Recollecten tot Lichtenbergh. Huwelijksgetuigen waren Hubertus WAERTS en Gertrudis BETONVILLE.

De ouders van Laurentius DOSSIN waren:
Tilman DOSSIN gedoopt op 25 september 1625 te Visé. Tilman huwde Marie ANCION 11 januari 1665 te Visé. Tilman overleed 30 augustus 1680.
Marie ANCION. Zij overleed in 1680 te Visé.

Laurent werd gedoopt op 6 december 1665 te Visé.

Bekende kinderen:
i. Marie DOSSIN gedoopt 21 april 1687 te Luik, parochie Notre-Dame au Fonts. Marie huwde Guillaume BORET 16 maart 1719.
ii. Laurent-Walter DOSSIN gedoopt op 24 januari 1696 te Luik.
iii. Tilman DOSSIN.

Laurent overleed 9 juli 1717. Hij werd begraven te Luik. Laurent was koopman te Luik. Het echtpaar woonde in de parochie van de Sainte Catherine.

Servatius VAN SCHARN.

Servatius VAN SCHARN was een zoon van:
Joannes VAN SCHARN (VAN SCHAREN) geboren omtrent 1620. Hij huwde Sophia RUTTEN in 1647. Jan overleed 24 september 1661 te Heer. Sophia RUTTEN werd geboren omtrent 1615 te Eijsden. Sophia huwde (1) Walterus KNIBBEN (KNIBBENS) 11 februari 1638 te Breust, St. Martinus. Zij overleed 24 september 1661 te Scharn-Heer.


Servatius werd gedoopt op 17 september 1656 te Heer. De doopgetuigen waren Nicolaus SLEIJPEN en Anna BLANCKARTS. Hij testateerde 18 juli 1680 bij gelegenheid van zijn aanstaande professie als Minderbroeder in het klooster op Lichtenberg.

---

Diversen:

- Frans NN overleed 11 januari 1803 te St. Pieter en werd begraven op 13 januari 1803 te St. Pieter. Hij was knecht van het klooster Slavante.

- Joannes Baptista BOUIJTMANS overleed 7 februari 1811 te Maastricht. Hij werd 9 februari 1811 te St. Pieter begraven. Hij was gardiaan op Slavante.

- Gerardus LIJNEN overleed 1 april 1819 te St. Pieter. Hij werd begraven op 3 april 1819 te St. Pieter. Hij was Minderbroeder, woonachtig op den Deken, op het goed van Dhr. Godding met zijn bijnaam de patriot.

- Joannes Lambertus DUCHATEAU:

De ouders van Joannes Lambertus DUCHATEAU waren:

Waltherus DUCHATEAU (DU CHÂTEAU) geboren omtrent 1695. Hij huwde Maria Agnetis EIJSSEN (EIJSSCHEN) 1 juli 1727 te St. Pieter. Walter overleed op Lichtenberg no. 62 zijnde de hoeve Lichtenberg te St. Pieter en werd begraven op 6 februari 1748 te St. Pieter bij de Minderbroeders ("recollecten in monte lucis").
Maria Agnetis EIJSSEN (EIJSSCHEN) gedoopt op 22 juni 1707 te St. Pieter. Marie Agnes werd 83 jaar oud zijnde bijgezet op 21 december 1790 te St. Pieter bij de Minderbroeders.
Lambert werd gedoopt op 23 juli 1743 te St. Pieter. De doopgetuigen waren: Elizabeth BARTELS, Maria Margarita EIJSCHEN, Lambertus EIJSSCHEN en Petrus Joannes LUCION. Lambert overleed 19 juni 1822, 78 jaar oud te Maastricht en werd begraven op 21 juni 1822 te Maastricht (Wijck). Hij was Minderbroeder te Slavante.

- Joannes DUBOIS: hij werd geboren omtrent 1741 en overleed 84 jaar oud. Hij werd werd begraven op 2 januari 1823 te Aubel. Hij was kapelaan in Aubel en voorheen Minderbroeder te Slavante St. Pieter.

 

De Sint Lambertuskapel: Lage Kanaaldijk-Kapelweg te Maastricht.

 

 

 

 

 

 

Foto's: Breur Henket 2008.

 

 

 

De kapel bevindt zich binnen de parochie van Sint Pieter Beneden, St. Maternusstraat - de parochie H. Petrus, vanaf 1996 samengevoegd met Sint Pieter Boven, Ursulinenweg 2  - de parochie Allerheiligste Verlosser en H. Petrus.

De kapel is achthoekig van vorm, opgetrokken uit baksteen en met leien bedekt. De frontzijde is ruim 2.71 m. breed. De kapel werd opgericht ter ere van St. Lambertus in 1749. De aanleg van het Kanaal van Luik naar Maastricht van 1845 tot 1850 maakte het noodzakelijk de kapel te verplaatsen. De huidige kapel ligt op 13 meter ten westen van de in 1748, ten gevolge van oorlogsgeweld, afgebroken middeleeuwse parochiekerk van St. Pieter. Reeds in 1682 wordt een oudere St. Lambertuskapel vermeld. Deze was een aanbouwsel van de toenmalige kerk. Tijdens de grondwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van het kanaal werden een vijftiental "Frankische" sarcofagen ontdekt, vervaardigd van Jurakalksteen en afkomstig uit de omgeving van Verdun en Savonnières. Behalve de 18de eeuwse kapel werden ook grote delen van de fundamenten van de oude kerk, gewijd aan de heilige Petrus, verwijderd. De oostelijke helft van het middeleeuwse kerkhof "verdween in het water".

 

Herinneringsprentje aan de plechtige (her)inzegening van de kapel op 22 september 1963. Met dank aan Dhr. John Claessens.

Tijdvers op de bovendorpel van de deur van de kapel: strUCtUra CanaLIs eVanUI pIetate DenUo sUrreXI honorI beatI LaMbertI - Bij (door) de bouw van het kanaal ben ik verdwenen; uit vroomheid ben ik weer opgebouwd ter ere van de H. Lambertus (1847).

 

 


Klik voor een vergroting.

 

 

Detail uit een kaart uit 1846 betreffende de te onteigenen panden rondom de St. Lambertuskapel i.v.m. de aanleg van het kanaal. Klik op de foto voor een vergroting. Bron: inventaris Rijkswaterstaat te Maastricht 07.H05/2 nrs. 1725 - 1727 - 1729.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fons Olterdissen op 20-jarige leeftijd.

Fons Olterdissen maakte een aantal fresco's in de kapel. Hij voltooide dit werk op 5 september 1896. Bij een latere restauratiebeurt verdwenen deze fresco's helaas onder een laag witsel.

 

Het huidige Sint Lambertusbeeld in deze kapel.

 

Detail altaar.

haec nostris manibus dat vobis premia xps

(Deze beloningen geeft Christus u door onze handen)

Het kleine altaar stamt mogelijk uit de St. Servaaskerk, wellicht uit het atelier van architect Pierre Cuypers. Op het altaar staat een beeld van de heilige, dat in 1879 in plechtige processie naar de kapel werd gebracht. Op de steen onder de altaartafel is door de Maastrichtse kunstenaar Fons Olterdissen een schildering aangebracht. Het stelt een heilige met pelgrimsstaf in priesterkleding voor met daarboven twee engelen die een kroon boven hem houden; in een boog boven de voorstelling staat
"haec nostris manibus dat vobis premia xps" ("Deze beloningen geeft Christus u door onze handen"). Als symbool voor Christus zie je vaak een X met een P erdoorheen. In het Grieks wordt "Christos" geschreven als XPICTOC, vandaar. De Griekse letter X (chi) ziet men natuurlijk tegelijk als het kruis (vergelijk ook Engels "Xmas"). PREMIA had beter geschreven kunnen worden als PRÆMIA. De regel is een correcte dactylische hexameter:
haec nos / tris mani/ bus        - dat / vobis / praemia / Christus.
láng lang / láng kortkort / láng - lang / láng lang / láng kortkort / láng lang.

Met dank aan August de Man, Richard van Schaik en K0BBE voor de verstrekte informatie en adviezen voor een juiste vertaling van de "altaarspreuk".

In een gang van het Zonnebergstelsel fotografeerde Ed Stevenhagen een bijna identieke voorstelling van Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand. Afgebeeld is de Maagd Maria in een donkerrood gewaad met een blauwe mantel en sluier. Aan de linkerzijde is de aartsengel Michaël te zien. Hij draagt de lans en spons als voorwerpen van Jezus' kruisiging. Aan de rechterzijde is de aartsengel Gabriël afgebeeld met een 3-kruis en spijkers.

 

 
De St. Lambertuskapel en omgeving anno 2008.  

De St. Lambertuskapel en ernaast het atelier van Fons Olterdissen aan de Lage Kanaaldijk nr. 17 te St. Pieter.

Identieke situatie vanuit een andere gezichtshoek. Collectie Stg. Oud Sint Pieter.

De jaarlijkse processie van St. Pieter doet ieder jaar de St. Lambertuskapel aan. Foto's: Tim Hendrikx.

 

Op zoek naar Lambertus:

 

Glas in lood. H. Jozef met kind.

Interieurdetail.

Gebed.

Interieur van de Lambertuskapel door Ph. van Gulpen, omstreeks 1850. Collectie Gemeentearchief Maastricht.

 

 

Bron: Bedevaartplaatsen in Nederland : "Na zijn marteldood omstreeks 705 [17 september 705, "op de 15de voor de kalenden van october" in het dorp Luik] werd Lambertus begraven te Sint Pieter. Van meet af aan kwamen vereerders uit Maastricht en van elders naar zijn graf. Ook nadat het lichaam van Lambertus omstreeks 718 (ook 721 wordt vaak genoemd, in ieder geval 13 jaar na de dood van Lambertus dood) was overgebracht naar Luik, bleven vereerders zijn voormalige graf bezoeken. De instandhouding van zijn grafkapel is een aanwijzing voor een langdurig bestaan van deze cultus, ofschoon expliciete gegevens over bedevaarten ontbreken met betrekking tot de periode van de 9e tot in de 18e eeuw. In de 20e eeuw ontstond te Maastricht opnieuw een verering van St. Lambertus in de kerk van de in 1911 gestichte St. Lambertusparochie. Ofschoon deze verering enkele stimuli kreeg - onder meer door het verwerven van een Lambertusreliek in 1938, het oprichten van een dragersgilde in 1985 en de oprichting van een speciale broederschap in 1992 - is ze nooit meer geweest dan een parochieel gebeuren". De moord op Lambertus.

Aangenomen wordt dat het ouderlijk huis van Lambertus, genaamd "Den Gulden Boom" stond op de hoek Hondstraat/Bredestraat (aan een stuk van de oude Romeinse baan) te Maastricht. Lambertus zou hier rond 638 zijn geboren onder de naam Landbert - volgens Collette wordt hij geboren te Maastricht ("trajecti") en gedoopt in 656 als zoon van Aper (Merovingische adel). Lambertus is dus de enige Maastrichtenaar of St. Pieternaar die heilig werd verklaard! Hij verblijft tussen 696 en 705 te Luik. Hij werd op een 17de september, na een episcopaat van veertig jaar zoals vermeld in de Via Huberti, waarschijnlijk net voor 706 vermoord; Hubertus wordt in 706 immers reeds als bisschop in een oorkonde vermeld. Bisschop Hubertus komt in 718 naar Maastricht om het gebeente van zijn voorganger St. Lambertus op te graven en over te brengen naar Luik. Op zondag 6 september 1896 werd te St. Pieter het twaalfde eeuwfeest van de marteldood van St. Lambertus gevierd. Pastoor Kribs schrijft: "Wiens lichaam alhier in de vaderlijke graftombe gedurende dertien jaren gerust heeft". Lambertus wordt het slachtoffer van een machtstrijd tussen de oude families die aan de kant van de Merovingers stonden, rondom Childerik II, en de nieuwe families die opkwamen rondom de Pepiniden. Twee leden van de familie waarmee de familie van Lambertus overhoop lag, werden vermoord door aanhangers van Lambertus. Als wraakoefening trokken aanhangers van de andere familie naar Luik, om wraak te nemen op de familie van Lambertus. Ze omsingelden het huis, een door Lambertus herbouwde Romeinse villa. Lambertus' dienaren werden omgebracht; Lambertus zelf lag op een bed te rusten in zijn kamer na een nachtelijke gebedsdienst en werd gedood door een handlanger die op het dak gekropen was en hem met een lans doorboorde. De plek waar de moord was gepleegd, groeide weldra uit tot een bedevaartplek. Het lichaam van de vermoorde Lambertus werd naar de bisschopsstad Maastricht vervoerd en vervolgens werd Lambertus begraven "in basilica S. Petri" (de toenmalige St. Servaaskerk), gelegen bij een Merovingisch grafveld.

 

De villa te Luik werd op last van Hubertus afgebroken en een grafkerk werd opgericht. In deze grafkerk werden in 718 de stoffelijke resten van Lambertus bijgezet door bisschop Hubertus. Later verrees hier de St. Lambertuskathedraal, vernield tijdens de Luikse Revolutie in 1794. De collegiale Kerk van Saint-Paul, gesticht in de 10de eeuw, gelegen tussen de Maas en het graf van Lambertus, werd de nieuwe kathedraal van Luik. Volgens de "Vita Lamberti", uit circa 735, werden overal waar men bij de overbrenging van de stoffelijke resten van bisschop Lambertus van Maastricht naar Luik op deze tocht stopte (rustte), kapellen opgericht o.a. te Nivelle. Zie verder: Geschiedenis.

Godefridus Augustinus Collette (1672 -1755) tekende dit wapen van St. Lambertus. Of Collette uitgaat van het banier van Aper en diens clan of zijn eigen creatieve verbeelding gebruikte is niet bekend. Het graafschap Loon, dat hoorde bij de kerk van Luik en dat ontstond in de streek waar de vader van Lambertus eerder graaf was, voerde na het jaar 1000 het wapen:Gemeentewapen van Sint Pieter bij Maastricht.Armoiries Comtes de Looz. gedwarsbalkt in tien stukken van goud en rood. Duidelijk is dat de afgebeelde sleutel wijst naar de iconografische duiding van een sleutel in de katholieke leer: een sleutel gegeven door de H. Petrus kan iedere ziel binden en ontbinden. Zelf beheert Petrus de sleutel van de Hemelpoort. Vergelijk de sleutel van St. Servaas en de afbeelding van de Heilige Petrus met sleutel. Bron: de handschriftencollectie 18.A van het H.C.L.

Sleutel van St. Servaas.

Een oude boerenwijsheid zegt dat wanneer het op St. Lambertus helder en zonnig is, een droog voorjaar volgt; regent het op deze dag dan zal de herfst niet veel zegen geven.

Het voormalige kerkhof op deze plek is ernstig verstoord door afvalkuilen, herbegravingen, knekelkuilen e.d. Men is niet altijd even zorgvuldig omgesprongen met de stoffelijke resten van de overledenen. Zelfs nu kun je hier makkelijk menselijke botresten oprapen. Wel heeft men nog zeven kistbegravingen uit de 17de en 18de eeuw vrijgelegd bij het archeologisch onderzoek in 1994 rondom de voormalige Limburgse Kaarsenfabriek van de Fa. V.d. Weijer. De overledenen hadden allen een (in één geval zelfs 2) rozenkrans meegekregen, die bestond uit een ijzeren ketting met houten kralen, waaraan een crucifix en medaillons bevestigd waren. Het crucifix lag telkens op de rechterheup van de overledene.

Ontlastingsboogje aan de kapelweg. Deze boog wijst de plaats aan waar een gang gevonden werd, opgevuld met grond en oorspronkelijk verbonden met een onder de St. Lambertuskapel gelegen kelder. Hier werd de steen uit 1618 gevonden (zie verder beneden). Na wat graafwerk vond men in de kelder twee Frankische zerken aan, eerder gevonden in 1847 op de plek van de oude St. Lambertuskapel.

Deze zerken hebben dezelfde vorm en zijn van dezelfde steensoort gemaakt als de zerken gevonden in de St. Servaaskerk. De Romeinen verbrandden de stoffelijke overschotten van hun doden; de as werd in een urn gedaan en met delen van de huisraad van de overledene begraven. De Frankische christenen van hoge stand begroeven hun doden in stenen bakken, vaak met kostbare bijgiften. Onder invloed van het Christendom werd later enkel een pot met houtskool en wierook en een schaal  met gewijd water in het graf meegegeven. Het bewieroken bij uitvaarten en het zegenen met gewijd water van de lijkkist herinnert nog aan dit gebruik.

 

 

2 maart 1972 schreef Dr. C. Thewissen over het behoud van de St. Lambertuskapel.

 

 

7 juni 1980 besteedde De Limburger aandacht aan het archeologisch onderzoek bij de kapel.

28 mei 2009 De Limburger:

 

 

 

 

 

 

 

Er zijn geen archeologische bewijzen aangetroffen voor de stelling dat hier het ouderlijke domeingoed van Lambertus gezocht moet worden, noch voor het bestaan van een aan Petrus gewijde kerk in het begin van de 8ste eeuw. Gelet op het feit dat de grafkerk van St. Servaes de traditionele begraafplaats was voor de bisschoppen van Maastricht en omdat Petrus al sinds de 10de eeuw als een van de patroonheiligen van deze kerk wordt vermeld, dient de tijdelijke laatste rustplaats van Lambertus gezocht te worden in de St. Servaaskerk. Bron: Publications 1995 (131) T.A.S.M. Panhuysen, F. Brounen en R.A. Hulst: Archeologische kroniek van Maastricht 1994 - Maastricht 1995. Deze zogenaamde Servatiaanse visie wordt bestreden door de aanhangers van de Mariaanse visie. Deze laatste aanvaarden het feit dat de toenmalige bisschopskerk in Maastricht de voorgangster was van de huidige Onze-Lieve-Vrouwekerk en ongeveer op dezelfde plek moet hebben gelegen. Zie: Rolf Hackeng: Het middeleeuwse grondbezit van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht in de regio Maas-Rijn - Maastricht 2006. Anderen beschrijven echter dat Lambertus in 698 in Luik werd vermoord. Het bootje met het lichaam van Lambertus kwam de Maas afdrijven en landde aan op de plek van de vroegere St. Lambertuskapel. Het lichaam werd in plechtige processie begeleid door de voltallige geestelijkheid van Maastricht overgebracht naar de O. L. Vrouwekerk en daarna begraven onder St. Pieter.

9 januari 1981 berichtte De Limburger in een artikel Onderzoek in Boedapest Opgegraven gebeente van familie Lambertus(?).

Opmerking: resultaten van aangekondigd onderzoek te Boedapest heb ik nog niet kunnen ontdekken.

 

- Een herdenkingssteen -

Anno 696 / Hoc - In - Loco - In / Sepvlchro - Paterno / Corpvs - Sancti / Lamberti - Episcopi - Leodiensis - MVltis / In Dies - Corvscans / Miracvlis Sepvltvm / Iacvit - Vsque - Ad / Annvm 709

Deze steen is door pastoor Happaert geplaatst en vertelt dat St. Lambertus op deze plek, of in deze omgeving werd begraven. Deze steen vervangt de steen van 1624.

De steen gevonden in 1624. Deze steen vermeldt dat in 1618 of ervoor een sarcofaag was ontdekt waarvan men meende dat St. Lambertus hierin te ruste werd gelegd.

 

 

 

In dat jaar werd door Happaert een onderzoek gedaan naar het graf van St. Lambertus - Fredericus Van Eijnatten, heer van Gerdingen, was ook bij dit onderzoek aanwezig; men vond twee zerken, maar heeft toen niet kunnen vaststellen in welke zerk St. Lambertus begraven was en van wie de gevonden beenderen afkomstig waren. De steen werd teruggevonden op 17 januari 1957 tijdens werkzaamheden van het Gemeentelijk Gas- en Waterbedrijf door de grondwerker H. J. Waldhouwer. Deze steen heeft boven een sarcofaag gelegen, waarvan men meende dat dit de grafzerk was van St. Lambertus. De twee sarcofagen (een sarcofaag is een stenen doodskist met aan de buitenkant van de kist en het deksel vaak inscripties of beeldhouwwerk die aan de "bewoner" herinneren) die hierbij behoorden zijn in 1956 uit de ondergelegen grafkelder verwijderd en buiten geplaatst, alwaar zij beschadigd werden door "spelende" kinderen. De sarcofagen werden vervolgens ondergebracht in het Bonnefantenmuseum. Verder zijn er bij de graafwerkzaamheden voor het Kanaal Luik-Maastricht nog 12 sarcofagen tevoorschijn gekomen. Via opslag bij de gemeente, destijds in de Dominicanerkerk te Maastricht, zijn ze waarschijnlijk terecht gekomen in het Bonnefantenmuseum te Maastricht, waar men reeds een vrij groot aantal fragmenten bezat (bezit?) van sarcofagen waarvan men de herkomst niet meer wist. Zeker is dat er geen sarcofaag aanwezig is in het Koninklijk  Kabinet te Leiden (nu het Rijksmuseum van Oudheden). Zie: het Rijksmuseum van Oudheden - National Museum of Antiquities - Beleef Geniet Bewonder. De mededelingen welke pastoor Heijnen doet in zijn Levensbeschrijving van de H. Lambertus over de plekken waar de sarcofagen zich bevinden, moeten wellicht met een korreltje zout genomen worden. Bron: J. Sprenger: Fundamentresten, een tweetal sarcophagen en een 17e eeuwse grafsteen gevonden te Sint Pieter, Maastricht. Verschenen in de Maasgouw 1956 - Maastricht.

Het zou aan te bevelen zijn een deskundige inventarisatie te laten uitvoeren in het depot van Gemeente Maastricht ten einde te komen tot een juiste identificatie betreffende de herkomst en datering van de nog aanwezige sarcofagen en sarcofaagdelen. Stichting Grafmonumenten Sint Pieter zal in ieder geval trachten enkele vondsten gedaan op de locatie van de St. Lambertuskapel terug te brengen naar St. Pieter en daar in fysieke aanwezigheid toonbaar te maken voor bezoekers.

- Sterk afgelopen zerk voor de ingang, herdenkingssteen -

Hier / Ligt Be [graven] De .... / aper / En zyn .... eobwin / Heris (?) .... Moeder / van den Heiligen Lambertus

Pastoor Heijnen begroef de gevonden beenderen uit 2 sarcofagen in een houten kist. Hij nam aan dat het de stoffelijke resten van de ouders van Lambertus waren. De afgebeelde steen werd hierop geplaatst en vermeldt dat de ouders van Lambertus (Graaf Aper, graaf van het tegenwoordige Loon en gravin Herisplindis) op deze plaats werden begraven.

 

Voor de ingang van de kapel:

Herman van Eijnatten / Fredericus van Eijnatten - Beatrix van Merode

Detail grafsteen Van Eynatten.

 

In een medaillon het volle wapen van Herman II en III Van Eynatten, waarvan het schild afgesleten is; helm met wrong en dekkleden: helmteken: een merlet tussen twee ossehoorns.

 - Fragment van een grote grafsteen met wapens, afkomstig uit de eerste parochiekerk van St. Pieter -

In het oorspronkelijke midden het uitgelopen wapen Van Eynatten, toegevoegd in de bovenhelft in het vlak binnen het randschrift in 17de eeuwse letters:

Hie[r] Lig[ge Begrave]  Den / WelEdeleGeb[o]ren Heer / Frederick van E[yna]tte[n] / [Baron van Nieuwstadt / Heer tot Gerdingen Starf] / Ao 1640 1o October / Ende Die Edele Geboren / Vrovwe Mevrovwe Beatrix / [Baronesse De] M[erode] Syn / Hvsvrouwe Starf Ao 1647 / [1e Jan] Bidt / Godt voor / De Ziel.

Het oorspronkelijk randschrift in gotische minuskels luidde:

Hyr lygt begraven / Ioncker Hermã vã Eynatte - heer tot d'hyntorm Loo... / .... / .... Geerst ende dynych sesden dag Augusti

Dit randschrift werd in de bovenhoeken onderbroken door het wapen Van Eynatten en een wapenschild beladen met een dwarsbalk en drie merletten in het schildhoofd (Bock Lichtenberg). Ter weerszijde van het wapen in het midden werd het omschrift onderbroken door de wapenschilden van Hoensbroeck en Buren, nu niet meer zichtbaar.

De ouders van Frederick VAN EIJNATTEN (DE GERDINGEN) waren:
Heynrick VAN EIJNATTEN *, jonker, geboren omtrent 1530. Henrick huwde Hélène Alida (Aleijda) VAN WEERST (WARSAGE) in 1554. Henrick overleed voor 10 oktober 1594. Hij was Heer van Lichtenberg (Op Lyechtenberch), Abée (Abe), Tinloz (Tynloy), Gerdingen en Nieuwstadt. In 1558 schepen te St. Pieter.
Hélène Alida (Aleijda) VAN WEERST (WARSAGE) werd geboren in 1537. Aleth overleed 16 februari 1614, 77 jaar oud te St. Pieter. Zij werd te Abée (België) begraven. Zij was jonkvrouwe en erfdochter van Gerdingen en Nieuwstadt. Het echtpaar kreeg
9 zonen en vijf dochters.

* De ouders van Heynrick VAN EIJNATTEN waren:
Herman VAN EIJNATTEN geboren in 1489.
Hij was een zoon van Henricus (Herman) VAN EIJNATTEN ZU LICHTENBERG geboren omtrent 1450. Hermann huwde Alida (Adelheid) HOEN VAN HOENSBROECK (DE BROUCK) 31 mei 1483. Hermann overleed na 1489. Alida (Adelheid) HOEN VAN HOENSBROECK (DE BROUCK) werd geboren omtrent 1450 te Hoensbroek. Alide (Aleidis) overleed 9 april 1511. Herman huwde Catherina VAN BLÉHEM VAN ABÉE 26 november 1527. Herman overleed in 1575 en werd begraven te St. Pieter. Hij was Heer van Lichtenberg en Reimersbeek, in 1488 Schepen van St. Pieter, jonker en schout van St. Pieter en lid van het ridderschap van Luik. Bij het delven van zijn graf te St. Pieter werd bij de verwoeste kerk een loden of bronzen plaat gevonden met de vermelding camina aenea, cui inscriptum habebatur, hic jacet sepultus sanctus martyr Dei Lambertus - deze plaat vertelt dat St. Lambertus hier begraven was.

Frederick huwde Béatrices VAN MERODE, barones, dochter van Ijsbrant VAN MERODE TOT BOCKHOVEN baron en Maria VAN CULEMBOURG, 18 mei 1608.

Bekende kinderen:
i. Louis VAN EIJNATTEN geboren in 1610. Louis huwde Maria Eva DE COLIJN (DE COLIJN-BEUSDAEL) in 1642. Louis overleed 15 maart 1647 op De Lichtenberg te St. Pieter).
ii. Florentina VAN EIJNATTEN (AB EIJNATTEN). Florentina werd gedoopt op 30 april 1616 te St. Pieter.
iii. Claudia AB EIJNATTEN. Claudia werd gedoopt op 15 juli 1618 te St. Pieter. Claudia werd begraven op 11 juli 1625 te St. Pieter.
iv. Maria Catharina VAN EIJNATTEN. Maria huwde Hermannus VON MIRBACH,
zoon van Nicolaus VON MIRBACH en Regina VON CLOUTH, 17 januari 1640 te St. Pieter. Maria Catharina werd begraven op 28 augustus 1647. Hermann werd geboren op 27 augustus 1613 te Zweibrüggen (Duitsland). Hij overleed 18 april 1676.

Frederick overleed 1 oktober 1640 op De Lichtenberg te St. Pieter als 70-jarige en werd te St. Pieter begraven. Vanaf 1605 was hij Heer van Lichtenberg. Eveneens Baron van Nieuwstadt (St. Pieter) en Heer tot Gerdingen. Beatrix werd geboren in 1576. Zij overleed 1 januari 1647
als 70-jarige tijdelijk in Gerdingen Neustadt en werd 1 januari 1647 te St. Pieter bijgezet.

 

Schema totale grafsteen van Herman Van Eynatten / Frederick van Eynatten en Beatrix Van Merode. Bron: Louis Baron De Crassier: Succession Généalogique des Seigneurs de Lichtenberg lez Maestricht. Publiée dans les Publications du Limbourg 32e année 1895 - Maastricht 1896.

Bij de Recollecten was een gebrandschilderd raam daterend uit 1642 te zien met daarop de wapens, namen en titels. Dit raam of een afbeelding hiervan is (nog) niet terug gevonden.

Zie ook: Parenteel Van Eijnatten.

 

 

 

Het wapen Van Eynatten.

In zilver een rode schuinbalk vergezeld van zes rode merletten (eenden)-  zoomsgewijze geplaatst. Dekkleden: zilver en rood. Helmteken: een merlet, geplaatst op een rode muts met zilveren opslag, tussen twee zilveren buffelhorens, die ter rechterzijde beladen met drie rode rechterschuinbalken, die ter linkerzijde met drie rode linkerschuinbalken. Wapenspreuk: Enatent vel evolent (Ze zwemmen of vliegen weg).

Huis Amstenraeden gebouwd door Jean I van Eynatten in de 14de eeuw.

Reliekbuste van St. Lambertus in de heiligdomsvaartprocessie van 1948. Bron: Katholieke Illustratie 82 -1948.

De St. Lambertuskerk te Maastricht (Emmaplein).

Het kerkgebouw is ontworpen door architect Van Groenendael uit 's-Hertogenbosch, leerling van Pierre Cuypers. De bouw werd vertraagd door de eerste wereldoorlog en door bouwkundige problemen rond de fundering van de koepel. De bouwconstructie bepaalde in feite het kommervolle bestaan van de kerk, tot ze in 1985 (voorlopig?) gesloten moest worden. De in 1916 gebruikte mergelblokken zijn afkomstig van de groeve te Cadier en Keer van de congregatie SCJ. 1938 verkreeg de parochie uit de schatkamer van de kathedraal van Luik een reliek van de H. Lambertus: zijn dijbeen. Het atelier van de Gebroeders Brom uit Utrecht maakte in 1940 hiervoor een schrijn in de vorm van een buste van de heilige. De schrijn bevat 20 kg. zilver en is 110 cm hoog. Met uitzondering van het aangezicht is het geheel verguld en zijn mijter en gewaad rijk versierd met edelstenen, medaillons en emailcloissoné.

Rondom de kapel:

Maria Sophia NIJst

- Oorspronkelijk een kruis (verdwenen) -

Ci Git / Mlle Sophie Nyst / En Religion / M. Marie Emmanuelle / Rel: Urs: / à Maestricht / Décédée à l'Age / de 38 Ans / Le 12 Janvier / 1873 / R.I.P.


Guillaume Pierre NIJST werd geboren op 13 oktober 1758. Guillaume huwde Maria GODDING 20 mei 1797. Hun zoon Petrus Dominicus werd geboren op 6 juli 1801 te Maastricht. Pierre Doménique huwde Maria Cornelia Hubertina JANSSEN, dochter van Gerardus JANSSEN en Isabella PRICK, 19 mei 1830 te St. Pieter.

Hun dochter Maria Sophia NIJST werd geboren op 5 februari 1835 te Maastricht. Zij overleed 12 januari 1873 Groote Gracht 1640 te Maastricht, bijna 38 jaar oud en werd begraven te St. Pieter "aan de Kapel" op 15 januari 1873. Maria Sophia werd religieuze bij de Ursulinen onder de naam Mère Marie Emmanuelle.
 

 

Adrianus Hermanus de Haan (Joannes Nepomucenes)

- Een kruis-

Hier is / Begraven / De Eerw. Broeder / Joannes Nepomucenes / van de Orde der Minderbroeders / Overleden in het Klooster Dier Orde / te / Maastricht / Den 15. / Maart / 1860 / R.I.P.

Adrianus Hermanus DE HAAN werd geboren in 1799 te GOES. Adriaan overleed 15 Maart 1860 te Maastricht in het klooster der Minderbroeders, Tongersestraat 2152, 61 jaar oud. Hij werd begraven te St. Pieter. Hij was weduwnaar en werd later Minderbroeder te Maastricht onder de naam Joannes Nepomucenus. Deze naam is gekozen als verwijzing naar de H. Johannes Nepomucenus:

Beeld van de H. Johannes Nepomucenus te WittemAls zoon van een rechter in Pomuk (Tjsechie), werd Johannes rond het jaar 1350 geboren. Hij genoot een uitstekende opleiding bij de Cisterciënzers en studeerde aan de zo pas geopende universiteit van Praag. Hij werd hier doctor in de theologie, later behaalde hij in Padua het doctoraal in het canoniek recht. Een grote toekomst lag voor hem open maar hij wilde slechts een ding; zielzorg en dat met grote overgave. Nadat hij tien jaar notaris bij  het aartsbisschoppelijke gerecht in Praag was geweest, ontving Johannes in 1380 de priesterwijding en werd pastoor in een Praagse wijk. In 1389 werd hij vicaris- generaal van dit aartsbisdom. Zijn werk werd steeds meer bemoeilijkt door de ingrijpende houding van koning Wenzel IV (zoon van Karel IV). Johannes bleef zich daartegen verzetten en werd steeds heen en weer gejaagd tussen de koning en de aartsbisschop. Johannes hield steeds stand door zijn oprechte houding. Op 20 maart 1393 werd hij door de koning, samen met zijn bediende en de proost,  gevangen genomen en werd hij vreselijk gefolterd en mishandeld. Zelfs de koning nam aan deze folte

ringen deel en besmeurde Johannes met de pekfakkel. Daarop werd Johannes door de straten van Praag naar de Moldau gereden en vanaf de Karlsbrucke in de rivier geworpen. De reden van zijn arrestatie is nooit bekend geworden. Er is een legende die de reden probeert te verklaren. Johannes Nepomucenus was de biechtvader van de echtgenote van de koning. De koning probeerde bij hem het biechtgeheim te ontrukken om zo zijn eigen escapades te rechtvaardigen. Johannes echter gaf geen krimp en bleef zwijgen. Hierop zou de koning in woede ontstoken zijn en hem hebben laten folteren. Patroon van: Bohemen, priesters, biechtvaders, schippers, molenaars, bruggen, vlotschippers, biechtgeheim, geheimhouding. Patroon tegen: Laster, watersnood. Bron: http://www.heiligen.net/mei/1605.htm.

Alice Thérèse Reintjens

- Oorspronkelijk met gietijzeren crucifix -

A. Reintjens / En Religion / Mere Blandine / 1848-1880

De ouders van Alice Thérèse REINTJENS waren Petrus Gerardus Anthonius REINTJENS en Sophia Engelberta GADIOT. Petrus werd geboren op 11 maart 1801 te Maastricht. Petrus huwde Sophia Engelberta GADIOT 25 augustus 1835 te Maastricht.


Hun dochter Alice werd geboren op 18 april 1848 te Maastricht. Zij overleed 7 februari 1880 Grote Gracht nr. 1640 te Maastricht en werd begraven te St. Pieter. In leven was zij kloosterzuster bij de Ursulinen onder de naam Mère Blandine.

Niet meer aanwezig zijn:

Lambertus MAAS (MAES)

[Hic] Iacet Sepvlt[vs] / Lambertus Ma ...... / [Past]or Stï Petri .. / .... Ao 1618 Me.... / .... Die 18 Feb[ruarii} ... / ....

 

 

Lambertus MAAS was pastoor te St. Pieter van 1600 tot 1618. Hij verkreeg 21 maart 1615 bij het kapittel van O. L. Vrouw van Maastricht het beneficie van de H. Agatha, gelegen sub campanis (onder de klokkentoren). Hij overleed 18 februari 1618 en werd begraven te St. Pieter.

Ogerus Poislevache

- Een doodshoofd -

 Hic Jacet / Redus dominus D: / Ogerus / Pois Levache / [pastor] huius ecclesiae / Obyt decima May J727 / cuius amina / requiescat in pace

De ouders van Ogerus POISLEVACHE waren Jacques POISLEVACHE en Gertrude Bartoleyns QUENTIN. Oger werd gedoopt op 22 december 1675 te Vechmael. Hij was kanunnik van het St. Elisabethsdal te Nunhem en pastoor van St. Pieter van 1706 tot 1727. Hij testeerde 18 januari 1726. Het testament werd gedeponeerd bij notaris W. Kicken te Maastricht op 10 mei 1725. Hij overleed 10 mei 1727 en werd begraven te St. Pieter.

 

Koster Joannes Rosier vermeldt nog:

"1863 den 23 februarij is begraven aan St. Lambertus Kapen een broeder van Franciskus begraven uijt Maastricht".

"1864 den 6 februarij is begraven aan de kapel van St. Lambertus een broeder van Liefde van Rutten".

"1865 den 7 Augustus is begraven een Minebroder aan de Kapel".

"Den 9 februarij [1880] is begraven te sint pieter Maria Josephine Reijensen urselin aan de Kapel van sint Lambertus".

 

Duidelijk is dat na de voltooiing van het Kanaal van Luik na Maastricht nog begraven werd "aan de Kapel van sint Lambertus".

 

Verder valt op dat er zeer ruw is omgegaan met deze grafmonumenten rondom de St. Lambertuskapel, gelet op de beschadigingen.

 

 

De Lourdesgrot en kapel. Een groot aantal ex voto’s: dankbetuigingen in de vorm van tegels.

Oudst bekende LOURDESGROT in Nederland, met bidkapel, 1880. Gebouwd in opdracht van de familie Claerenboets en gesitueerd in de voortuin vanhun toenmalige woonhuis, de Villa Maaszicht. Omschrijving Lourdesgrot met bidkapel, gebouwd aan de binnenzijde van de gepleisterde mergelmuur van de Villa Maaszicht. De kapel is toegankelijk via een rondboogvormige ijzeren deur in deze muur. De kapel heeft een bouwlaag onder plat dak, is opgetrokken in baksteen, gemetseld in kruisverband en voorzien van lisenen en muizetanddecoraties. Spitboogvensters met gekleurd glas. Buitennis. Het interieur van de kapel is gepleisterd en voorzien van imitatievoegen en Florentijnse bogen. Via een dubbel smeedijzeren hekwerk is de Lourdesgrot bereikbaar, opgetrokken in uit de naburige mergelgroeve gedolven vuursteenkeien. De tuinmuur is tussen de Lourdesgrot en de bidkapel bedekt met witmarmeren ex voto-plaquettes. Waardering De Lourdesgrot met bidkapel is van zeer grote cultuurhistorische waarde, als specimen van een geestelijke en typologische ontwikkeling en vanwege het pionierskarakter van de grot. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door het gebruik van streekgebonden bouwmateriaal. Grot en kapel zijn in hoge mate gaaf en beschikken bovendien over een zeer grote typologische en functionele zeldzaamheidswaarde. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De oudste Lourdesgrot van Nederland werd gesticht door André Claereboets, een fabrikant van behangselpapieren, op zijn buitengoed Maaszigt naar aanleiding van een bedevaart in 1873 naar Paray-le-Monial en Lourdes. Reeds in 1871 had hij het perceel van het buitenhuis Maaszigt gekocht. Zelf woonde hij in een groot huis aan de Grote Gracht te Maastricht, dat later deel zou gaan uitmaken van het daar gelegen Ursulinenklooster. Najaar 1874 bouwden Brusselse werklui een rotspartij van silex (vuursteenkeien) afkomstig uit de naburige mergelgroeven; tevens werd er een kapel gebouwd. Het gezin van de weduwnaar Claereboets bestond uit vier dochters, die allen ongehuwd bleven. Félicie en Eveline zijn bekend als dé zelatricen van het H. Hart, Adèle en Pauline traden in bij de Ursulinen te Maastricht. In 1877 werd door de familie Claereboets Maaszigt gedeeltelijk ter beschikking gesteld voor de wekelijkse uitstapjes van de leerlingen van het pensionaat en voor de zomervakanties van de zusters.

 

Locatie Ursulinenweg 3. Ingang Lourdesgrot en gedeelte voormalig klooster.

 
In de Arnhemsche Courant van 12 juni 1875 verscheen dit artikel:  

 

 

Na de dood van Eveline erfden de Ursulinen huize Maaszicht met de Lourdesgrot. In 1907 richtten zij Maaszigt in tot een klooster, dat in de jaren dertig opgeheven werd. De devotie van de familie Claereboets tot O.L. Vrouw van Lourdes stond in nauw verband met hun bijzondere devotie tot het H. Hart. De grot genoot in geheel Nederland een zekere bekendheid via het tijdschrift Maandrozen, waarvan de jezuïet R.J. Pierik in die tijd redacteur was. Na 1900 nam de verering geleidelijk af, slechts een lokale verering bleef over. 1966 schonken de Ursulinen de Lourdesgrot aan de kerk van St. Pieter op de berg. De Lourdesgrot is nog altijd te bezoeken. Adres: Ursulinenweg te Maastricht na huisnummer 3.

De ouders van Andreas CLAEREBOETS waren Adrianus CLAEREBOETS en Maria Theresia DE COSTER. Adrien werd geboren omtrent 1747 te Leuven. Hij huwde Maria Theresia DE COSTER voor 1806 te Leuven. Adrien overleed 15 januari 1828 te Leuven. Maria Theresia DE COSTER werd geboren omtrent 1768 te Leuven. Theresia overleed 2 december 1808 te Leuven.

André werd geboren op 6 april 1796 te Leuven. Hijhuwde Maria Catharina SMITSMANS,
dochter van Joannes Hubertus SMITSMANS en Maria Elisabeth SAUVEUR, 23 juni 1829 te Maastricht. André overleed 9 juni 1886, 90 jaar oud. Maria Catharina SMITSMANS overleed 11 februari 1860 te Maastricht.

De Lourdesgrot gefotografeerd voor 22 januari 1904.

Kinderen:

i. Maria Elisa Felicia CLAEREBOETS geboren op 2 mei 1830 te Maastricht. Félicie overleed 30 november 1883, 53 jaar oud te Maastricht. Zij was ongehuwd en zelatrice (werkend lid) van het H. Hart.

ii. Anna Catharina Adèle CLAEREBOETS later zuster Thérèse  van de Ursulinen geboren op 24 mei 1833 te Maastricht. Zij overleed 25 april 1919, 87 jaar oud te Maastricht en werd begraven 28 april 1919 te St. Pieter.
Zie:
vak D Ursulinen.

iii. Bernardus Hubertus Felix CLAEREBOETS geboren op 24 mei 1833 te Maastricht. Hij overleed 18 november 1833, 6 maanden oud te Maastricht.

iv. Charlotte Hubertina Pauline CLAEREBOETS geboren op 4 september 1834 te Maastricht. Pauline overleed 5 maart 1913, 78 jaar oud te Maastricht. Ongehuwd; ingetreden bij de Ursulinen te Maastricht.


v. Andreas Hubertus Josephus CLAEREBOETS geboren op 18 juli 1836 te Maastricht. Hij overleed 17 september 1838, 26 maanden oud te Maastricht.

vi. Maria Catharina Evelina CLAEREBOETS geboren op 28 december 1838 te Maastricht. Eveline overleed 25 april 1903, 64 jaar oud te Maastricht.
Zelatrice van het H. Hart.
 

 

Bron: Dhr. John Claessens:

Een briefkaart van Huize Maaszicht welke geschreven werd op 2 januari 1944 door Mère Ursule Osn(?) aan de twee gezusters Annie en Thecla SNELS, die op dat moment verbleven in het Klooster Heilig Hart van Maria te Horn. Annie was 12 en Thecla 9 jaar oud.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden bij de Ursulinen op St. Pieter mensen ondergebracht die hun huis hadden verloren als gevolg van het bombardement van 27 november 1941 op het "Blauw Dörrep". Een grote Engelse torpedobom, een zogeheten blockbuster, vernietigde het huizenblok tussen de Mr. Ulrichweg, de Gildeweg, de Proostdijweg en de Sint-Servatiusweg.

In het jubeljaar 1953/1954 onder paus Pius XII, paus van 1939 tot aan zijn overlijden op 9 oktober 1958, werd t.g.v. het feest van Maria Koningin van hemel en aarde, ook wel Maria Regina genoemd (tegenwoordig is de feestdag op 22 augustus), de Mariabeeldvereniging van Sint Pieter uitgenodigd door de paus, omdat men te Sint Pieter de eerste en oudste Lourdesgrot van Nederland rijk was. Pastoor A.C. Theunissen stond bekend als een Mariavereerder. Een delegatie vertrok naar Rome. De Franciscanessen missionarissen van Maria hadden in een atelier in de Capucijnenstraat te Maastricht het betreffende vaandel vervaardigd.

De symboliek: groen staat voor de aarde; blauw voor de hemel. De kroon voor koningin; XP het monogram van Christus en de lelie als symbool van de maagd Maria.

Het vaandel werd gezegend te Rome en voorzien van de pauselijke medaille.

Met dank aan Dhr. Jo Rosier voor de verstrekte informatie.

  Foto: Fernand Paulussen

Doos en medaille. Voor- en achterzijde medaille. Foto:'s Breur Henket.

Het Klooster Heilig Hart van Maria te Horn.

In de winter van 1911 werd begonnen met de bouw van het klooster, dat aan het Heilig Hart van Maria zou worden toegewijd. In 1912 werd een afdeling van het Groene Kruis opgericht en in 1917 kon de nieuwe bijzondere meisjesschool in gebruik worden genomen. Als dank voor de hulp tijdens de griepepidemie in 1918 schonk het dorp een beeld van het Heilig Hart dat in een nis bij de school geplaatst werd (momenteel staat het beeld op de begraafplaats van Horn). In 1942 moest het Groene Kruis worden ontruimd in verband met " burgerlijke ongehoorzaamheid ". In de laatste dagen van de oorlog werd het klooster nog zwaar beschadigd. Na de oorlog werden nieuwe en nevenactiviteiten ondernomen in vrouwen-, bejaarden-, en invalidenbond alsmede in gespreksronden van de Ecclesiagroep. Door de verbouwing van 1966 konden de zusters die in de omgeving van Horn studeerden of werkten daar een thuis vinden. Ook daklozen, kinderen van werkende ouders en vrouwen en meisjes met huwelijksproblemen, of spanningen thuis werden hier opgevangen. Omdat er geleidelijk aan minder zusters beschikbaar waren, was een en ander spoedig geregeld toen zich in 1985 een geschikte koper voor het huis meldde. In november van dat jaar verlieten de zusters voor de laatste keer het huis. De koper, heeft het klooster omgebouwd tot hotel, het toenmalige Abelene. In 1996 hebben nieuwe eigenaren het hotel verbouwd en werd de naam veranderd in het huidige Hotel de Abdij. In 2001 volgde een uitbreiding met restaurant, tuinterras en wijnkelder.

Dhr. H.J. VAESSEN van het schildersbedrijf Gebr. Vaessen aan de Glacisweg heeft in zijn vrije tijd de spreuk "Ga[at] deez' plek hier niet voorbij, zonder een Avé voor Mij" en andere ornamenten geschilderd. Op een zomerse vrije zaterdag trok hij met zijn fiets, sjablonen en andere materialen naar de kapel om te werken aan de beschilderingen. Zie: geruimd Vaessen. De SRAL – Stichting Restauratie Atelier Limburg – heeft eind 2016 de originele tekst boven de grotingang gerestaureerd. Mevr. Claessens is momenteel onze grotbewaarster.

 

Traditioneel wordt de Lourdesgrot beheerd door de familie Jorissen: Mathieu JORISSEN, tuinder te St. Pieter, geboren op 25 mei 1909 te Heer en overleden op 29 juli 1997 te Maastricht onderhield jarenlang de Lourdeskapel.
Zelfs de winnaar van de Amstel Gold Race 1996, Stefano Zanini zal op deze plek een schietgebedje gedaan hebben en het heeft geholpen...
Met dank aan Mevr. Oda van den Borne-Janssen voor de verstrekte informatie.

Ook het NK Wielrennen 2006 - 24 & 25 juni Maastricht - kwam weer langs. Michael Boogerd werd de winnaar.

Huize Maaszicht anno 2007.

 

Detail André Claereboets.

Detail Eveline Claereboets.

Dhr. Gerard van der Plaats.

De meest recente votieftegels:

 

 

 

 
De Mariaverering in buurdorp Wolder: de Fatima kapel:

Van 11 tot 15 augustus 1940 zou in Maastricht het derde Internationale Maria- congres plaatsvinden. De voorbereidingen waren al ver gevorderd toen in mei de Tweede Wereldoorlog uitbrak en het congres moest worden afgelast. Al vrij snel na het einde van de oorlog besloot Mgr. Lemmens, bisschop van Roermond, dat het congres nu doorgang zou vinden van 3 tot en met 7 september 1947.
Inmiddels had de bisschop van Leiria in Portugal, in wiens bisdom het dorpje Fatima ligt waar in 1917 Maria verschenen was aan drie herderskinderen, besloten het Mariabeeld dat hij op aanwijzingen van de kinderen had laten maken aan Z.H. de Paus te schenken. Tijdens een Internationale Bedevaart in Fatima in mei 1947 werd het plan opgevat het beeld niet rechtstreeks naar Rome te brengen maar in een lange voetprocessie door West-Europa te laten trekken om vrede over de wereld af te smeken. Het beeld zou dan het Maria- Congres in Maastricht kunnen bijwonen. Aldus geschiedde. Het beeld van Onze Lieve Vrouw van Fatima begon een ware zegetocht door Europa waarbij onderweg diverse wonderen zouden zijn gebeurd. Op 1 september 1947 kwam het beeld in Tongeren aan en werd de volgende dag al naar Maastricht gedragen. Vanuit België werd het beeld door de nodige hoogwaardigheidsbekleders uitgeleide gedaan tot aan de grens in Vroenhoven waar het werd opgewacht door het bijna voltallige Nederlandse episcopaat en vele burgerlijke autoriteiten. Tijdens het ceremonieel vond het beeld een rustplaats op een provisorisch aangelegd rustaltaar voor villa Bocken (eerste villa na de grenspaal aan de linkerzijde, richting Tongeren). Na de overdracht vertrok de stoet richting Maastricht.
Enkele inwoners van Wolder namen spontaan het initiatief om ter herinnering aan deze glorieuze intocht ter plaatse een kapelletje te bouwen ter ere van Onze Lieve Vrouw van Fatima. In korte tijd kwam het kapelletje tot stand. Een beeld van O.L.Vrouw van Fatima vond er zijn plaats en al snel ontstond er een bescheiden volksdevotie. Er werden kaarsen gebrand en novenen gehouden.

In de afgelopen jaren werd de kapel een aantal keren opgeknapt en voorzien van een nieuw Mariabeeld - vandalen hebben tot drie keer toe het beeld gestolen. Nu in 2007, zestig jaar na de oprichting van de kapel, besloten opnieuw enkele Woldenaren spontaan dat het tijd werd voor een grote restauratie van de kapel en een nieuw Mariabeeld. De restauratie werd door de Woldenaren zelf uitgevoerd waarbij de materialen gratis ter beschikking werden gesteld door Tuincentrum Erica. Voor de aanschaf van een nieuw beeld werd een beroep gedaan op donateurs en verenigingen. Het beeld is inmiddels gekocht en in de kapel geplaatst.
Bijdragen zijn nog altijd welkom bij:

Chel Bastiaens
Tongerseweg 396 a
Maastricht (Wolder)

Mocht er meer geld ontvangen worden dan de kostprijs van het beeld dan zal dat geld worden gebruikt voor het onderhoud van de kapel.

P.S. Tijdens het schrijven van dit stukje en het raadplegen van het “verslagboek van het Maria- congres” en krantenartikelen bleek dat men overal vermeldt dat de kapel al voor de komst van het beeld was gebouwd. Hetgeen volgens ooggetuigen absoluut onjuist is. Het was geen initiatief van de organisatie, vooraf, maar een spontaan initiatief van de Wolderse bevolking, achteraf.
 

Met dank aan Dhr. Wil Lem. Zie verder: Stichting Heemkunde van Wilre tot Wolder.

De twee gevonden fragmenten. Locatie Ursulinenweg/Houwsteeg te St. Pieter.

CATAR(I/N)A NYPELS

- Rechterbovenhoek van een in een ovaal kader gezet familiewapen -

... EERBAERE CATAR(I/N)A NYPELS HUYSVROUW ...

Waarschijnlijk betreft het hier Maria NYPELS uit het gezin FRAMBACHT-NYPELS.

De ouders van Wilhelmus FRAMBACHT waren Theodorus FRAMBACHT en Gertruda BOOMS (BOEMS).

Wilhelm werd gedoopt op 20 september 1699 te Maastricht St. Jan. Wilhelm huwde Maria Catharina NYPELS (NIPELS), waarschijnlijk een dochter van Petrus NYPELS en Cornelia BOS (BOSCH) 30 november 1728 te St. Pieter. Maria werd gedoopt op 18 november 1704 te Maastricht. Beiden werden begraven te St. Pieter: Maria Catharina 9 april 1743, Wilhelmus 2 augustus 1744.

 

Bekende kinderen allen gedoopt te St. Pieter:

i. Gertrudis FRAMBACHT gedoopt op 9 april 1730.
ii. Theodorus FRAMBACHT gedoopt op 11 juni 1731.
iii. Petrus Dionisius FRAMBAGHT gedoopt op 17 november 1732.
iv. Maria Elizabeth FRAMBACHT gedoopt op 7 februari 1734.
v. Beatrix FRAMBAGHT gedoopt op 26 april 1736.

Voorjaar 1993 werden bij werkzaamheden aan de riolering twee fragmenten gevonden van een versierde, achttiende-eeuwse grafzerk. In de watergoot aan de zuidzijde van de Houwsteeg (lokaal bekend als de "Slouw" - een "zouw" is een waterloop) waren oude hardstenen bouwelementen en grafstenen verwerkt, waarschijnlijk afkomstig uit de oude kerk van voor 1874. Een aantal stenen was afgestaan aan de eigenaar van "De Torentjes"; deze herbruikte de stenen in zijn tuin. De gevonden fragmenten zijn helaas ontvreemd uit de tijdelijke opslag van de aannemer.

Bron: Publications (PSHAL) 129 (1993) T.A.S.M. Panhuysen, W. Dijkman en R.A. Hulst, met een bijdrage van L. Kooistra: Archeologische kroniek van Maastricht - Maastricht 1993.

 

 

De werkgroep gevelsteneninventarisatie van Stichting Oud Sint Pieter begon in 2006 met het fotograferen en documenteren van gevelstenen, opschriften en andere huismerken te Sint-Pieter. Werkgroepmedewerker Dhr. John Machiels kwam twee grafsteenresten op het spoor, beide gevonden op locaties Lage Kanaaldijk, herbruikt in een muur en een keukenvloer en gelet op de datering afkomstig uit de oude kerk van St. Pieter ter hoogte van de Blekerij of uit de kerk van Slavante:

 

699I / LON / DAS / NVA / JOH /IIL? / NVA / JUII? / ?US

 

?.BONAVENT. / STASSARTE / A.1676 I II

Begraven "in de berg". Grafkelder te Caestert.

Zijn er ook mensen "ondergronds" d.w.z. in het gangenstelsel van de St. Pietersberg begraven?

Dhr. Caris, aangesloten bij de Studiegroep Onderaardse Kalksteengroeven, meldt mij dat er verschillende onderzoeken lopen. "Er zijn op twee plaatsen mensen begraven geweest in een mergelgroeve. Het gaat om twee privé-grafkelders. De ene grafkelder bevind zich in een klein stelseltje op het Belgische deel van de St. Pietersberg bekend onder de naam Graftombe of Grafkelder. Dit kleine stelseltje ligt onder het voormalige kasteel Caestert. In de grafkelder zijn zes, lege, grafnissen te vinden. Voor zover bekend heeft er slechts één persoon begraven gelegen, Jacoba Cornelia NAHUYS, de echtgenote van Eustache VEUGEN. Volgens mondelinge overlevering zou nog één nis bezet geweest zijn door Marie Sophie Agnes VEUGEN, maar daarover zijn verder geen feiten bekend." De graven zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog geruimd.

 

Tijdens het blokbreken in de gangen van de Sint Pietersberg gebeurden ongelukken en overleden mensen.

Op de foto een opschrift uit 1771: hier is / gestorven den / eersamen winandus / mengels gestorven / den 17 october / anno 1771 / bit got / voor de / siele. Bron: Ir. D.C. Van Schaïk: Maastricht en de Sint Pietersberg - Heer 1948.

Winand Mengels schrijft in zijn Chronijk van het dorp Opcanne bij Maastricht (1740-1778):  "Den 17 dito is Winand Mengels, jonckman, sone van mynen halven broeder, onder de ruinen van eenen piller in den Maesbergh doodtgebleven".

24 april 1751 werd te Canne Winandus MENGELS gedoopt als zoon van Petrus MENGELS en Maria VRIJENS. In 1771 werd te Canne een Winandus Mengels begraven.

In een grot tussen de fundamenten van het kasteel gebouwd in 1888:

Henri Veugen - Paul Joseph Le Clercq - Marie Sophie Agnes Veugen

- Een fragment van een steen -

Henri Veugen / .... Le Clercq ..../ .... Sophie .... / Agée 60 .... / 6 octobre 1819

De ouders van Marie Sophie Agnes VEUGEN waren Joannes Godefridus VEUGEN en Maria Helena Barbara LOUSBERG (LOUSBERGH LOUSBERGS). Na het overlijden van Jean-Godefroid VEUGEN woonde de weduwe nog een paar jaar in Maastricht. Jean Godefroid bezat het licentiaat in beide rechten; hij was schepen en thesaurier van Maastricht, schout van Heer, Rutten en Vleijtingen.

Onder het Franse bewind koopt Marie-Hélène-Barbe LOUSBERGS op 12 mei 1798 het domein Caster (in de volksmond Caestert genoemd) met 92 bunder bouwland - nationaal eigendom - aan voor het in die tijd relatief laag geachte bedrag van 1.150.000 francs. Zij ging hier wonen met haar 3 nog ongehuwd gebleven kinderen: Maria Elisabeth Veugen, Wilhelmus Veugen en Johan Everard Veugen.

Dochter Maria Anna Elisabeth was ongehuwd. Lieske werd gedoopt op 5 juli 1762 te Maastricht, parochie St. Jacob. Zij overleed 11 juni 1846 op de Grote Gracht 980 te Maastricht.

Na drie jaar revolutie werd Frankrijk een republiek en alles werd anders dan voorheen. Er is slechts één republiek, er is slechts één God: het volk! Een nieuwe kalender wordt toegepast en een nieuwe cultus, compleet met standbeelden, voor de godin van de Rede - Candeille - ontstaat. Het Feest van de Rede wordt gevierd.

Het verhaal gaat dat zij als "Godin der Rede" gefigureerd zou hebben op het altaar van de Waalse kerk te Maastricht. Haar liefdesleven baarde veel opzien. Deze mooie, jonge en zeer rijke vrouw was omgeven door aanbidders die om haar streden. Twee afgewezen minnaars, waaronder een officier, betreurden deze afwijzing zo zeer dat zij zich hebben verhangen aan het ijzeren toegangshek van het kasteel Caestert. De lijken van deze jonge lieden zouden zonder doodskist in een van de mergelgangen onder het kasteel zijn begraven. Maar wat is het waarheidsgehalte van dit verhaal?

Marie Sophie Agnes Veugen werd geboren 28 maart 1771 te Maastricht. Marie huwde Frederic BRUCE, afstammeling van een oud Schots geslacht en lid van de Lutherse gemeente, 24 mei 1791 "dans la maison de Madame la veuve Veugen". Marie huwde te Lanaye (België) op 23 januari 1804 (2 Pluviôse an XII) voor de tweede keer met Paul Joseph LECLERQ, rentenier te Brussel, zoon van Pierre Joseph LECLERQ en Ida HEUS. Ten tijde van dit tweede huwelijk woont zij op Caestert. Zij werd te Caestert begraven, wellicht in de grafkelder in de groeve.

 

Haar broer Philippe Hendrik VEUGEN werd geboren 24 januari 1776 te Maastricht. Hij huwde Maria Anna Catharina Helena DE ROOTH 10 januari 1797 te Heerlen. Philippe Henri overleed in 1861 te Aken. In leven was hij Garde général des bois nationaux, later gepensioneerd groot-forestier te Gressenich. In de Franse Tijd was het Weltercomplex te Heerlen eigendom van Philippe Henri Veugen en Jean Godefroid Veugen. Op 10 maart 1798 werden zij door koop eigenaar. In 1821 verkocht Philippe Henri Veugen voor zich en als gemachtigde van Marie Hélène Barbe Lousberg, weduwe van Jean Godefroid Veugen, de watermolen - de Weltermolen - met aanhorigheden aan Marie Helena Veugen, dochter van Philippe Hendrik VEUGEN en Maria Anna Catharina Helena DE ROOTH (DEROOT). Philippe Henri overleed in 1861 te AKEN (DE). Maria Helena VEUGEN d'Orrotte was (1) gehuwd met graaf Reinier Antoon Frederikus Willem DE CARITAT DE PERUZZIS.

 

Prent Weltermolen. Vierkante toren met drie verdiepingen, pyramidevormige spits en windvaan, die een karper uitbeeldt. Hij is opgetrokken uit baksteen en heeft geblokte hoeken van mergelsteen. De voet, die waarschijnlijk van oudere datum is, bestaat uit Kunradersteen.De molen behoorde tot het Huis Strijthagen tot Welten, ook het Huis te Welten genoemd, een kasteel dat er vlakbij lag. In 1381 wordt de molen als Leen van Valkenburg voor het eerst genoemd.

 

 

 

 

Frederik overlijdt in 1830. Tussen 1837 en 1841 zou de molen in bezit zijn gekomen van Mathijs Joseph SCHEEPERS, die veearts was en zich op de Weltermolen vestigde. Hij was de tweede echtgenoot van Maria Helena Veugen; Maria huwde (2) Mathijs Joseph SCHEEPERS, zoon van Jan Matheus SCHEEPERS en Maria Josepha BISCHOPS, 23 juli 1832 te Heerlen. Bij akte van 12 september 1870 werden zij van tafel en bed gescheiden. Op 9 januari 1871 verkocht Maria Veugen voor notaris Smeets in Heerlen het kasteel Strijthagen tot Welten, bestaande uit behuizingen met stalling, watergraanmolen, schuur, stallingen, vijvers, tuinen, boomgaarden. weilanden en hakhout, aan Hubert Frederik Hennen. Maria overleed 22 mei 1873, 74 jaar oud te Heerlen.

 

Wapen Caritat de Peruzzis. Bron: http://jean.gallian.free.fr/comm2/Images/genealog/caritat/p2b.pdf.

 

 

 

Gezicht op Caestert in de 18de eeuw. Tekening van Remacle le Loup.

Een zekere broeder Bovon (Leson) had met toestemming van Albéron I de Louvain, bisschop van Luik van 1122 tot 1128, een kerk en aanhorige gebouwen gebouwd ter ere van de heilige Maria Magdalena (zie: 22 juli - H. Maria Magdalena) op de plek Caster "in Insula" - de helling van l'Lilay (en l'íleal, en l'íslalle). Deze kapel bestond nog in 1356 als Caster ten deel valt aan Bertrand van Liers, heer van Eben-Emael. Deze liet op de hoogte een versterkt kasteel bouwen. 1378 werd dit echter door Luikenaren verwoest, omdat het kasteel een vluchtoord was geworden voor hun tegenstanders. Eerder genoemde Bovon wordt nog genoemd in 1131: bisschop Alexandre I van Luik (bisschop van 1128 tot 1135) verklaart dat Bovo als stichter van de kerk van de Heilige Maria Magdalena in Caestert ("Castris") acht bunder land heeft verworven, ressorterend onder de hof van Lenculen. De kanunniken van Sint Servaas treden op als getuige.

Het kasteel werd weer opgebouwd - in 1424 droeg Bertrand van Lier, zoon van de vorige, Caster (d'Enchastre) over aan het klooster van St. Jacobus (Saint-Jacques) te Luik, een Benedictijner orde. 1578 werd de burcht verwoest door Staatse troepen uit het garnizoen te Maastricht. De hooggelegen burcht had evenals de Lichtenberg veel te lijden van de huurtroepen van verschillende landen in de 16de, 17de en 18de eeuw bij de diverse belegeringen van Maastricht. Het latere slot werd in de 18de eeuw gebouwd door de abten van Saint-Jacques, Nicolas Jacquet en Nicolas Maillart. Boven de buitenpoort van de bij het kasteel Caestert gebouwde hoeve is het wapen van Hubert Hendrice, gekozen tot abt 13 september 1674 van St. Jacob te Luik († 30 januari 1695) geplaatst. Zijn devies en jaartal "16 Ad Astra Volo 86" ("vliegend naar de sterren"). Tijdens de Franse Revolutie verdwenen de gebouwen van de boerderij gelegen achter deze poort. 12 mei 1798 koopt de weduwe Marie-Hélène-Barbe LOUSBERG het domein Caster. De latere woning, ten noorden van het kasteel gebouwd, dateerde van 1888. Ook tijdens de Belgische opstand liep het goed veel schade op. 19 januari 1831 werd het kasteel aangevallen door een colonne infanterie en cavalerie uit Maastricht. Belgische jagers "De chasseurs de Chasteleer", die het destijds bezetten, dreven echter de aanvallers terug. In de grotten van de St. Pietersberg treft men de volgende inscriptie aan: la compagnie des Chasseurs de Chasteleer, le 13 janvier 1831.

Detail kaart Lanaye 1824. Foto uit: P. J. Debouxhtay en F. Dubois: Histoire de la Seigneurie de Nivelle-sur-Meuse et de L’ancienne paroisse de Lixhe - Luik 1935.

 

 

De oude abdij van Saint-Jacques-le-Mineur te Luik omtrent 1735. Het wapen in de rechterbovenhoek is het wapen van abt Nicolas Jacquet. Tekening van Remacle le Loup.

Wapen Jacquet:

Een geopend kompas vergezeld van 3 zespuntige sterren. Ao 1713. Devies: "Constanter ad Astra" ("Standvastig bij de sterren[hemel]").

Zie: Le site de Fabrice Muller - Découvrez Liège - Église Saint-Jacques.

Dit gebeuren en de aangerichte schade is te lezen in een brief geschreven door Jean Henry Henquet, burgemeester van Lanaye van 1830-1844, gericht aan de commissaris van het district, gedateerd 21 januari 1831:

Dans la matinée d'avant-hier (19 janvier), et vers six ou sept heures du matin, une calonne composée d'infanterie et de cavalerie, sortie de la garnison de Maestricht est venue attaquer le château de Castert situé sur cette commune; lequel était alors occupé par la compagnie des chasseurs de Bruxelles appuyés par un détachement de voltigeurs. Les troupes susdites et à l'aide de la compagnie franche-Tournaisienne stationnée a Cannes, forcèrent la colonne hollandaise à se replier, mais les derniers emmenèrent avec eux cinq vaches pleines appartenant à M. Gilles Cuvelier, fermier au dit Castert. Durant l'attaque, une autre vache appartenant au même Cuvelier, avait été tuée dans l'étable. Le bourgmestre Henquet.

 

 

 

 

26 september 1832 verwoestte een troep van 800 man van het Maastrichtse garnizoen tuinen en bossen van Caster.

 

De kapel van Caster. Foto uit: P. J. Debouxhtay en F. Dubois: Histoire de la Seigneurie de Nivelle-sur-Meuse et de L’ancienne paroisse de Lixhe - Luik 1935.Ansichtkaart Lanaye Château de Caster.

21 februari 1821 koopt Guillaume Vischers, bankier te Maastricht, gehuwd met Maria Elsabeth Nijst, Caestert. Na haar dood op 19 oktober 1825 ging het eigendom over naar hun enige kind Maria Gertrude gehuwd met Jhr. Charles Marie Joseph Ghislain De Brouckère, toen wonend te Maastricht, Vrijthof 785. Hij speelt een markante rol bij de Opstand van 1830 en wordt minister te Brussel op het ministerie van Oorlog en Financiën. Hij overleed in de functie van burgemeester van Brussel in 1860. Hun dochter Elisabeth Marie Charlotte huwde Jules Gérard Antoine Nagelmackers, bankier te Luik en kreeg de goederen van Caestert. Haar echtgenoot overleed 13 september 1873 op het kasteel Caster - er waren geen nakomelingen - het kasteel met aanhorigheden werd eigendom van Alfred De Brouckère, geboren te Maastricht op 19 mei 1827, broer van Elisabeth Marie Charlotte. Hij overlijdt te Caster op 8 augustus 1908. Alfred de Brouckère was kabinetschef van de Minister van Buitenlandse Zaken en Belgisch senator. Hij was getrouwd met Flora Neyt (1828-1892), weduwe van senator Nicolas Reyntiens. Het echtpaar Reyntiens-Neyt had 3 kinderen waaronder R. Reyntiens. Hij erft Caestert via zijn oudere zus van zijn pleegvader. Daarna is het domein eigendom geweest van verschillende families, o.a. Hendrick de Theulegoet en Van Rijckevorsel-Kervijn. In de Eerste Wereldoorlog wordt het kasteel bewoont door de Duitse verantwoordelijke voor de grensbewaking. Omtrent 1930 werd het domein verworven door de "Société Fortuna". Men realiseerde twee woningen in het geheel. Een gedeelte werd bewoond door M. Souten-Hermans en het andere gedeelte door M. Aug. Smeets-Indekeu uit Wijk Maastricht. Door verwaarlozing en/of desinteresse of zelfs met de intentie tot verwaarlozing en afbraak van het kasteel door de laatste eigenaar, de C.B.R., deze kocht in 1936 het kasteel, de hoeve en de omliggende gronden, De brand in 1972.en het niet ingrijpen van Belgische overheden, gaat het snel achteruit met het kasteel. 1966 stort de hoofdtoren in. Op deze hoofdtoren had in 1914 nog een Belgische soldaat de bewegingen van de Duitsers vastgelegd; bij gebrek aan schrijfgerij kerfde hij zijn observaties met zijn zakmes in de zinken dakbedekking. Ter herdenking van dit feit werd op ondeskundige wijzer een plaquette aangebracht in deze torenmuur. Waarschijnlijk was dit de oorzaak van de instabiliteit van deze toren. Het kasteel wordt regelmatig "geplunderd", oude bouwmaterialen verdwijnen zomaar. Nadat men met de sloopwerkzaamheden begin 1972 was begonnen, brandde 5 maart 1972 het kasteel af; de te hulp geschoten brandweerkorpsen uit Maastricht en Hasselt konden de resten niet redden, de hoeve werd echter gespaard. Hoeve Caestert, gelegen langs de Luikerweg op de grens van Kanne (Riemst) en Klein-Ternaaien (Visé), dreigt echter te verdwijnen.

Per 2 oktober 1795 werd elke gemeente verplicht, op grond van een besluit van de Nationale Conventie, een lijst op te stellen van alle inwoners (de Telling van het jaar IV). Deze telling geeft de gezinssamenstelling weer: het familiehoofd met leeftijd en beroep, zijn echtgenote met de leeftijd, de kinderen boven de 12 jaar, soms de kinderen onder de 12 jaar, het dienstpersoneel en de datum van aankomst in de gemeente. De opgetekende leeftijden kloppen echter vaak niet, men dient rekening te houden met een marge van wel 5 jaar!

Deze registres civiques zijn te vinden in het "Frans Archief" in het Rijksarchief Maastricht.

In het recensement (telling) sous la révolution française a Lanaye van 1796 staan vermeld M VEUGEN (waarschijnlijk Maria Helena Barbara LOUSBERG) 45 jaar, Philippe Henri Veugen, 19 jaar, Joseph Grimont, 35 jaar oud, Marie J Grailet servante (dienstmeid) 28 jaar oud, Marie Anne Grailet 20 jaar oud en Henri Clasens 18 jaar oud. Een Martin Jacques GRIMONT is op 23 januari 1804, dan 44 jaar oud, en lid van de gemeenteraad van Lanaye, te Lanaye huwelijksgetuige bij het huwelijk van Paul Joseph LECLERQ en Marie Sophie Agnes VEUGEN. Henri Clasens is Henricus CLAESSENS, zoon van Egidius CLAESSENS en Anna Maria LAMKIN. Henri werd geboren te "sub monte" - onder de berg en gedoopt 25 november 1777 (de doop werd te Lixhe en St. Pieter ingeschreven). Philippe Henri woonde dus omstreeks 1796 in de omgeving van Lanaye.

Winandus CLAESSENS (Winnon), een verre neef van Henri CLAESSENS, werd geboren op 29 september 1801 te Lanaye als zoon van Winandus CLASENS (CLAESSENS) en Anna Maria HENKET. De getuigen van de aangifte van deze geboorte waren Martin Jacque GRIMONT, 40 jaar oud en Marie Helene Barbe LOUSBERG echtgenote VEUGEN, 50 jaar oud.

Detail uit een kaart uit 1846 met de ligging van Caster. Bron:

inventaris Rijkswaterstaat te Maastricht 07.H05/2 nrs. 1725 - 1727 - 1729.

De geboorteakte van Winandus CLAESSENS.

In de grot onder de kapel:

Jacoba Cornelia Nahuys

- In de entree van een dichtgemetselde grafkamer een zerk -

Jacoba Cornelia Nahuys / épouse Veugen Receveur Général / Décédée le XVIII Décembre MDCCCIX / âgée de XXXIII ans / La vie ne commence qu'au delà du tombeau (Het leven begint eerst aan gene zijde van het graf)

Deze grafsteen bevindt zich nu in het Musée de la Montagne St. Pierre te Lanaye.

De grafkamer met twee rijen drie lege grafnissen. Foto's: Aldo Haan.

De ouders van Jacoba Cornelia NAHUYS waren Petrus Cornelis NAHUYS en Catherina DE SAINT-AMANT. Jacoba werd geboren te Meerzorgt bij Amsterdam. De gereformeerde Jacoba huwde na de dood van haar eerste echtgenoot Jacobus WIJNANTS, Eustachius Servatius VEUGEN, zoon van Joannes Godefridus VEUGEN en Maria Helene Barbara LOUSBERG in 1805. Jacoba overleed 17 december 1809 St. Servaasklooster, 33 jaar oud te Maastricht. Haar stoffelijk overschot werd overgebracht naar Caestert en daar bijgezet in de nis links beneden van de grafkelder.

Haar zus Catharina NAHUYS was gehuwd met Raadpensionaris en Eerste Kamerlid Rutger Jan SCHIMMELPENNINCK.

Omstreeks 1800 werd, onder keizer Napoleon, de mode van het Empire geïntroduceerd, geïnspireerd door de Klassieke Oudheid. De jurken à la grecque of à la romaine hadden een eenvoudige snit en waren gemaakt van soepel vallende witte stof: ragfijn tule, mousseline of gaas. Bron: 20 Eeuwen Nederland - Oudheid en mode. Meer informatie over Caestert is te lezen in: J. Silvertant: Caestert. De genese van het gangenstelsel - Maastricht 1999.

 

 

Pierre-Paul Prud’hon schilderde dit portret genaamd "Réunion de famille" van Rutger Jan Schimmelpenninck, zijn vrouw Catharina Nahuys, de 12 jaar oude Catharina en zijn achtjarig zoontje Gerrit. 1801-02 Oil on canvas, 263,5 x 200 cm Rijksmuseum, Amsterdam.

Bron afbeelding: http://www.xs4all.nl/~estevenh/geonet/index1.html.

 

Dhr. Caris vervolgt: "De andere grafkelder bevindt zich in Valkenburg aan de Plenkertstraat. Deze groeve heet Groeve Loisel, naar de eigenaren. Hier liggen nog steeds 12 personen bijgezet tussen 1822 en 1955. Deze groeve is niet toegankelijk. Verder zijn er hardnekkige geruchten over berglopers wiens as verstrooid zou zijn in de Zonneberg en in de Fluweelengroeve. Maar ja, het zijn geruchten. Daarbij; as verstrooien in de berg is illegaal. Feiten zullen daarom nooit te achterhalen zijn, als het al gebeurd zou zijn."

Opmerking: Bertrand LOISEL - maire van Valkenburg - was een schoonbroer van Jacoba Cornelia NAHUYS.

Literatuur zie: geraadpleegde bronnen / literatuur.

 

Mei 2007 verscheen in diverse media onderstaand persbericht. Zelfs het NOS-journaal besteedde zendtijd aan dit onderwerp.

Opmerking van Breur Henket: "Jammer en ergerlijk vind ik dat het werk van Jacquo Silvertant e.a.: Caestert De genese van het gangenstelsel - Maastricht 1999 niet wordt vermeld!". Correctie: Dhr. H. Blaauw reageerde met de terechte opmerking dat Silvertant WEL wordt genoemd: ref 54 p. 70 + in tekst p. 39. Het woord "herontdekt" is afkomstig van de NOS en door hen bedacht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

St. Joris en de draak, met roet getekend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jachttafereel, houtskool.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nar / blokbreker, rood krijt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kroning, rood krijt.

Unieke collectie laatmiddeleeuwse tekeningen onder de Pietersberg.

Diep verscholen in de onderaardse mergelgroeven van de Limburgse Sint Pietersberg zijn tekeningen te zien van narren en duivels, maar ook bijbelse voorstellingen. Houtskool, rood krijt en het roet van olielampjes dienden als tekenmateriaal. Kunsthistorici en chemici van de Radboud Universiteit Nijmegen hebben het afgelopen jaar halsbrekende toeren verricht en geëxperimenteerd met verschillende technieken om de tekeningen te dateren. Vanaf 2 juni zijn de laatmiddeleeuwse tekeningen te zien op de tentoonstelling ‘Zotheid in de duisternis’ in het Regionaal Historisch Centrum Limburg.

Vijftig laatmiddeleeuwse tekeningen, onder de grond, ergens in de buurt van Maastricht. Hoe bijzonder is dat? Jos Koldeweij, hoogleraar Kunstgeschiedenis van de Middeleeuwen aan de Radboud Universiteit, heeft daar wel een antwoord op. ’Dat is volstrekt uniek! Dat je als onderzoeker één laatmiddeleeuwse tekening krijgt aangeboden die ergens opduikt, dat kan nog voorkomen. Maar vijftig stuks, waar nog nooit iemand serieus naar gekeken heeft, in de omgeving waarin ze ontstaan zijn – dat maak je zelden mee. Bovendien: de weinige groevetekeningen díe in Nederland bekend zijn, zijn eeuwen jonger.’

Hoe het begon
Verantwoordelijk voor de ‘ontdekking’ is Henk Blaauw. Van geboorte Maastrichtenaar, opgeleid tot chemicus, jaren werkzaam geweest aan de Radboud Universiteit Nijmegen en sinds 2000 gepensioneerd. Een jaar of twee na zijn pensionering wakkerde zijn interesse in de grotten van de Pietersberg weer aan, als kind had hij er nog in rondgezworven. Hij sloot zich aan bij de Studiegroep Onderaardse Kalksteengroeven (SOK) en kwam zo in groeves van het uitgestrekte Pietersbergcomplex waar hij nog nooit geweest was. In een van die groeves troffen hem de tekeningen die nu zijn onderzocht. Ze stonden op het plafond van de plusminus twaalf meter hoge gangen en daartegenaan, hoog op de wanden. ’Dat ze er waren, was in kleine kring bekend. Maar hoe ze gemaakt zijn, wat de afbeeldingen voorstellen en hoe oud ze zijn, was nooit onderzocht. Wel is er wild over gespeculeerd: ze zouden in de oorlog gemaakt zijn door ondergedoken vluchtelingen. Of anders misschien wel door aanhangers van een bepaalde sekte. Intussen weten we dat dat allemaal onzin is.’

Dat de tekeningen zo hoog tegen de wanden en zelfs op het metershoge plafond staan, was voor Blaauw aanleiding om te veronderstellen dat ze erg oud waren. Het lag voor de hand om te denken dat ze zijn gemaakt in een tijd dat de gangen slechts anderhalf tot twee meter hoog waren. Het gaat hier om steengroeves; de zogenaamde blokbrekers, die de stenen dolven, hebben in de loop der tijd de gangen steeds dieper uitgehakt.

Experimenteren om te dateren
Om vast te stellen hoe oud de tekeningen waren, schakelde Blaauw zijn netwerk in. Hij liet foto’s zien aan Jos Koldeweij. Die wilde er wel nader onderzoek naar doen, mits Blaauw de natuurwetenschappelijke datering voor zijn rekening zou nemen. Voor de houtskooltekeningen was dat relatief eenvoudig, wist de chemicus. Je neemt een flinke ladder mee het groevestelsel in, schraapt wat houtskool af van een plekje waar het de tekening zo min mogelijk beschadigt, en je laat het onderzoeken in een laboratorium waar men zogenaamde C14-dateringen kan uitvoeren. Vastgesteld werd dat de houtskooltekeningen tussen 1370 en 1470 gemaakt zijn: hoe hoger op de wand, des te ouder ze zijn.

Er waren echter ook nog de tekeningen op het plafond, sommige wel vijf meter breed en hoog, die niet met een houtskoolstift maar met roet gemaakt waren. De blokbrekers moeten daarvoor met een roetend olielampje heel gericht hebben staan ‘tekenen’. Die bleken een stuk lastiger te dateren. Blaauw: ’Het was al snel duidelijk dat we hierbij niet voldoende hadden aan een paar millimeter afgeschraapt roet. Ik heb toen de hulp ingeroepen van Tom van Weerd, practicumleider scheikunde aan de Radboud Universiteit. Samen hebben we met een olielampje en een mergelblok staan experimenteren om uit te vinden wat de minimale hoeveelheid roet was om tot een goede datering te kunnen komen.'

De uitkomst was enigszins ontmoedigend: er moest minimaal 10 vierkante centimeter roet worden afgekrabd. Blaauw: ”Maar dat kun je niet van een tekening wegschrapen, dat is een veel te grote aanslag.’ Het enige wat nog wel kon, was roetvlekken die in de directe nabijheid van de plafondtekeningen zaten af te schrapen en met de C14-methode te dateren – aannemend dat die plekken in dezelfde tijd ontstaan zijn. Een omvangrijke, omslachtige klus, vertelt Blaauw. ’We hebben een steiger moeten bouwen in die groeven. Een heel gedoe, want alle materiaal moest getransporteerd worden over een weg, door een wei, langs een bospaadje, een helling af, de grotten in en dan nog een stuk lopen om de plek van de roetvlekken te bereiken.’ Maar het was de moeite waard. Er was voldoende roet om naar het C14-laboratorium in Kiel te sturen, en de tekeningen werden gedateerd op om en nabij 1375. De kunsthistorische datering was zowel voor de roet- als de houtskooltekeningen in overeenstemming met dit meetresultaat.

Het plaatje compleet
Intussen had Jos Koldeweij de kunstgeschiedenisstudenten Femke Speelberg en Jacoline Zilverschoon aan het werk gezet. Zij onderzochten onder zijn leiding de tekeningen kunsthistorisch. Zij herkenden in de roet- en houtskooltekeningen, maar ook in de scheikundig niet te dateren krijttekeningen, duidelijk laatmiddeleeuwse motieven. Femke Speelberg: ’De boom met de slang eromheen, de nar, de wildeman, maar ook het gebruik van bepaalde religieuze beelden – het klopt helemaal. Ook dingen als de kledingstijl passen precies in het plaatje.’ Koldeweij: ’Het is de beeldwereld van Jeroen Bosch. Hij is de top, dit is de volkse variant.’

Speelberg en Zilverschoon maakten aannemelijk dat ook gewone mensen zoals de blokbrekers op de hoogte konden zijn van dergelijke beelden en motieven via volkse toneelvoorstellingen, de kerk en gebedenboeken. Zilverschoon: ’De gekruisigde Christus met een wijnrank, de Christus als Salvator Mundi – het zijn allemaal afbeeldingen die je ook elders terugvindt, uit dezelfde tijd. Waarom mensen toen religieuze voorstellingen tekenden, daarover lopen de meningen uiteen. Ik houd het erop dat de late Middeleeuwen geen beeldcultuur kende zoals wij nu. Plaatjes kijken kon je hooguit in bijbels en gebedenboeken. En dat worden dan je voorbeelden.’

Bescherming tekeningen
Doel van de tentoonstelling ‘Zotheid in de duisternis’ is op de eerste plaats bekendheid te geven aan deze bijzondere tekeningen. Daarnaast zouden de initiatiefnemers ook graag zien dat er maatregelen worden getroffen om zowel de groeve als de tekeningen te beschermen. Een complete afsluiting van de groeve hoeft dat niet te zijn, wel een beperkte toegang, aldus Koldeweij.

Het kunsthistorisch onderzoek van Femke Speelberg en Jacoline Zilverschoon wordt beschreven in een boek bij de tentoonstelling: ’‘Zotheid’ in de duisternis, Middeleeuwse tekeningen in de Sint-Pietersberg’ (Rotterdam: Nijmegen University Press, 2007)

De tentoonstelling is van 2 juni tot 29 juli 2007 te zien in het Regionaal Historisch Centrum Limburg in Maastricht en gaat daarna op reis naar Visé (Wallonië), Kanne (Vlaanderen), het Limburgs Museum in Venlo. In het najaar is de tentoonstelling te zien op de Radboud Universiteit Nijmegen. 

Bron: Cultuuragenda Maastricht: Zotheid in de duisternis. Van zaterdag 2 juni tot en met zondag 29 juli is in het Regionaal Historisch Centrum Limburg een expositie te zien over de middeleeuwse tekeningen in de onderaardse mergelgroeven van de Sint Pietersberg. Deze tekens en tekeningen zijn het afgelopen jaar onderwerp geweest van kunsthistorisch onderzoek aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. In de tentoonstelling worden de voorlopige resultaten van het onderzoek getoond.

De oudste tekens komen voor op plafonds van de onderaardse gangenstelsels en dateren – zo bleek uit een C14 analyse – uit de veertiende eeuw. Het zijn met roet van olielampjes gemaakte stippen en strepen. Waar deze dienden als huismerktekens, gaven zij aan wie eigenaar was van een bepaald deel van de groeve. Concessietekens laten daarentegen zien wie het recht had om op bepaalde plaatsen mergel te winnen.

Naast deze tekens komt in de gangenstelsels ook een groot aantal tekeningen voor, vaak met houtskool of rood krijt gemaakt. Op verschillende plaatsen zijn galgen en raderen afgebeeld, die mogelijk verwijzen naar de galg en het rad die in de veertiende eeuw niet ver van de ingang stonden opgesteld om daar executies uit te voeren.

Vaak ook vonden de tekenaars hun inspiratie in het middeleeuwse volksvermaak. De veel afge-beelde narren waren toen onmisbare personages bij zottenfeesten en carnaval en in het middeleeuwse toneel. De titel van de expositie is ontleend aan een tekening van een blokbreker in narrenkleding. Deze afbeelding kunnen we misschien zien als een parodie op het leven van een middeleeuwse blokbreker: wie is er nou zo zot om blokbreker te worden?

Een van de grootste afbeeldingen is die van Sint Joris en de draak. Maar ook echt religieuze thema’s zijn veel getekend. Een van de afgebeelde heiligen is Sint Franciscus. Dit doet vermoeden dat een deel van de tekeningen is gemaakt door kloosterlingen van de Franciscaner orde. Het toenmalige klooster van Slavante van de Observanten (een kleine gemeenschap binnen de Franciscaner orde) lag destijds dicht bij de ingang van de groeven.

Voor het onderzoek werden enkele jaren geleden 47 wandtekeningen en plafondtekens gefotografeerd. Deze collectie werd aangevuld met 20 foto’s van religieuze houtskooltekeningen uit een in 1951 ingestort deel van het gangenstelsel. Kunsthistorische datering op basis van inhoudelijke en stilistische kenmerken wees uit dat de tekeningen zijn aangebracht in de veertiende en vijftiende eeuw. Datering volgens de C-14 methode was hiermee in overeenstemming.

Afbeelding Franciscus van Assisi uit J. Silvertant: Caestert. De genese van het gangenstelsel - Maastricht 1999.

 

In de ENCI-schakels van 1951 lezen wij in een artikel van J. A. Th. Dielis al over de Wandschilderingen, het doel van een wetenschappelijke speurtocht. Naast staand een gedeelte uit dit artikel.

 

21 december 2007 verscheen onderstaand verontrustend bericht in Dagblad De Limburger:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zie: hoeve Caestert moet blijven!

 

 

Dagblad De Limburger, donderdag 13 januari 2011:

Kanne. Een deel van de historische Hoeve Caestert is vorige week ingestort. Gevreesd wordt voor verder verval of zelfs sloop van de eeuwenoude boerderij op de Sint Pietersberg tussen Kanne en Klein Ternaaien.
Een deel van de stallen naast de toegangspoort zakte vorige week in elkaar. Niemand raakte gewond. De toekomst van de beeldbepalende boerderij, die geen formele monumentenstatus heeft, staat al lang ter discussie. Het complex wordt nog bewoond door een inmiddels gepensioneerde pachter, maar is eigendom van het Waalse Gewest, dat zegt geen geld te hebben om de bouwwerken op te knappen. Gevreesd wordt dat de instorting nu aangegrepen wordt om de hoeve te slopen.
De Vlaamse natuurorganisatie Natuurpunt startte een paar maanden geleden een handtekeningenactie om te pleiten voor behoud van de boerderij. Inmiddels hebben ongeveer negenhonderd sympathisanten hun handtekening gezet. Complicerende factor is dat de hoeve vrijwel op de grens tussen Vlaanderen en Wallonië ligt, in de gemeente Bassenge. Natuurpunt was samen met buurtgemeente Riemst en mergelgroeve onderzoeksinstituut Europa Subterranea bezig met het maken van plannen om de hoeve te restaureren. Het zou de uitvalsbasis moeten worden voor de Waalse en Vlaamse beheerders van het natuurgebied op het Plateau van Caestert, een bezoekerscentrum en de thuisbasis voor Europa Subterranea. 'Het is heel spijtig dat dit nu is gebeurd' , zegt Jacquo Silvertant van het onderzoeksinstituut. 'Het verval is al jaren geleden ingezet, maar als dit zo doorgaat, gaat het dezelfde kant op als kasteel Caestert'
De hoeve werd in 1686 gebouwd en hoorde ooit bij het kasteel. Dat werd gesloopt nadat het in 1972 door een verwoestende brand in verval was geraakt. De boerderij is in carrévorm gebouwd, deels met speksteenlagen: mergel afgewisseld met baksteen. Op de poort staat de tekst "Ad Astra Volo": ik vlieg naar de sterren. Bij het Waalse Gewest was gisteren niemand beschikbaar voor commentaar.

Vikkie Barthololomeus.

Foto's: Natuurpunt Zuidoost-Limburg.

Dagblad De Limburger, donderdag 9 februari 2012:

Kasteel Caestert is al verdwenen.

Vlakbij de hoeve, op de bergrand boven Klein-Ternaaien, stond vroeger kasteel Caestert. Al in de twaalfde eeuw wordt Castris genoemd, maar wanneer het kasteel werd gebouwd, is niet duidelijk. Er werd in de 18de eeuw al om gevochten. Het raakte later in verval. In 1966 stortte de toren in; in 1972 was er een zware brand die het kasteel verwoestte, waarna het werd gesloopt. De oorzaak van de brand is nooit opgehelderd.
 

Reddingsplan Hoeve Caestert.

MONUMENT

Waalse natuuroganisatie Natagora zet zich in voor vervallen hoeve

door onze verslaggeefster

KANNE – DeWaalse Natuurorganisatie Natagora is bezig met een plan om de vervallen Hoeve Caestert op te knappen en een nieuwe bestemming te geven. Gedacht wordt onder meer aan een bezoekerscentrum voor eco-toerisme. Natagora zou allerlei partijen als natuurorganisaties en overheden proberen samen te brengen om de hoeve te redden. Wat Natagora’s plan precies inhoudt, is niet bekend; er was gisteren niemand bereikbaar om de plannen verder toe te lichten. Ook de Vlaamse natuurorganisatie Natuurpunt, die zich eerder heeft ingezet om Caestert te behouden, kon gisteren geen verdere informatie geven. De gemeente Riemst heeft laten weten de reddingsoperatie te steunen.

Hoeve Caestert is een populair punt in veel wandelroutes over de Sint Pietersberg. Foto: Rob Oostwegel.

 

Hoeve Caestert is zwaar vervallen. Een jaar geleden stortte een deel van de stallen naast de toegangspoort in. De instorting is inmiddels provisorisch gerepareerd. De toekomst van het complex staat al lang ter discussie. Een complicerende factor is dat de hoeve op het plateau tussen Kanne en Klein-Ternaaien vrijwel op de grens ligt tussen Vlaanderen en Wallonië. Allerlei verschillende overheden en natuurorganisaties zijn er bij betrokken. Natagora zou nu de regie in handen hebben genomen. Natuurpunt startte vorig jaar een handtekeningactie om de hoeve te redden; inmiddels zijn er bijna 1400 steunbetuigingen. Veel wijk- en buurtplatforms schaarden zich achter de actie. De hoeve is een populair punt in veel wandelroutes over de Sint Pietersberg. Een eerder initiatief van het Nederlandse bureau Europa Subterranea strandde. Ook dit bureau, dat gespecialiseerd is in onderaardse mergelgangen, wilde er samen met natuurorganisaties een bezoekerscentrum van maken. De hoeve is in carrévorm gebouwd; deels met speksteenlagen, afwisselend mergel en baksteen.Het oudste deel van de boerderij is gebouwd in 1686. Het woonhuis is gebouwd in 1908. Boven de poort staat het Latijnse devies Ad Astra volo oftewel ‘vliegend naar de sterren’. Het oudste deel van de boerderij is gebouwd in 1686. Het woonhuis is gebouwd in 1908. Boven de poort staat het Latijnse devies Ad Astra volo oftewel ‘vliegend naar de sterren’. Dit zou een verwijzing zijn naar de Franse tijd, waarin een groot deel van de oorspronkelijke gebouwen verdween. Noot: deze laatste zin is niet juist. Zie: Hubert Hendrice.

Een nieuw dieptepunt, 2 april 2013. Nieuwsblad.be:

De conciërgewoning van hoeve Caestert op de grens met Kanne is in vlammen opgegaan. Een deel van de historische gebouwen stortte in 2011 al in. Een nieuwe toekomst voor de locatie lijkt, ondanks inspanningen van Natuurpunt, verder weg dan ooit.

De brandweerlui van Bilzen moesten zondagnacht rond 4 uur uitrukken voor een brand in de historische hoeve Caestert op de grens van Kanne (Riemst) en Klein-Ternaaien (Visé). De brandweerkorpsen van Bilzen en Voeren rukten uit, maar ook de brandweerlui van Maasmechelen-Lanaken en Maastricht schoten te hulp.

Foto: Tom Palmaers.

 

De toestand van het veelbesproken 17de-eeuwse gebouw is een doorn in het oog van heel wat partijen. Verder dan jarenlang gepalaver tussen de besturen, Europese instanties, het Waals Gewest en Natuurpunt komt het niet. Het gebouw komt nu - nadat er in 2011 al een deel instortte door de sneeuw - nog meer gehavend uit een volgende voorval. Het enige gerenoveerde gedeelte, de conciërgewoning is helemaal uitgebrand.
‘De gebouwen liggen erg afgelegen. Vermoedelijk was de brand al enkele uren voor we door een cafébaas uit Kanne verwittigd werden ontstaan. Toen we toekwamen was het gerestaureerde woongedeelte al helemaal uitgebrand. De conciërge was met vakantie', klinkt het bij brandweer Bilzen. ‘We hebben de aanpalende gebouwen wel kunnen vrijwaren. De oorzaak van de brand is nog onduidelijk.'
De vierkantshoeve, gelegen op het Plateau van Caestert, behoorde tot het intussen verdwenen kasteel Caestert en dateert oorspronkelijk uit 1686. De hoeve is eigendom van het Waals Gewest, maar staat al jaren te verkommeren.
Verschillende organisaties, waaronder Natuurpunt, ijveren ondertussen voor het behoud en de restauratie van de historische hoeve. Er was in 2011 ook sprake dat de gemeente Riemst en Europa Subterranea de boerderij wilden renoveren en een complex van maken.
Natuurpunt Riemst kreeg van DNF, de Waalse tegenhanger van Natuur en Bos Vlaanderen, een stal ter beschikking om hun machines te plaatsen. ‘We ijveren al een aantal jaren om actie te ondernemen. Wellicht ligt een gebrek aan centen aan de basis van de verkommering', zegt Kristof Odeur van Natuurpunt, conservator van het Plateau van Caestert . ‘Op onze petitie tekenden al bijna 3.000 mensen. We willen echt dat er een doorbraak komt om de gebouwen alsnog te behouden en een bestemming te geven. De hoeve is geen beschermd erfgoed en daar knelt het schoentje. Niemand lijkt met fondsen over de brug te willen komen.'
Ook schepen van Monumenten in Riemst, Mathieu Eycken (CD&V), ziet niet dadelijk een doorbraak. ‘Als bestuur hebben we geen actie in die richting gepland. Het plateau mag dan wel deels op ons grondgebied liggen, maar de hoeve is in Waalse handen. Er zijn dan ook, bij mijn weten, geen gesprekken aan de gang.'

In 1919 maakten Jules Stoop en A.C. Nubé voor de Hollandia Filmfabriek een film van Hoeve Caestert. Bron: Geschiedenis 24 - Speler - Limburg in beeld (deel 2: op een Limburgse boerderij).

Inhoud: - Hoge pan langs binnenplaats hoeve "Caestert": oa boerenkarren, mestvaalt, stallen en poorttoren, 23"; - paarden zwoegen voor mestkarren, aangespoord door boerenknecht met zweep 42"; - kinderen bedienen pomp 15"; - koeien bij vakwerk schuur 14"; - boer toont stier en paard voor de camera 36", cu paard; - diverse shots koeien op binnenplaats, in de wei en bij vennetje, 2'07"; - boer ploegt (m.b.v. drie paarden), plus cu ploegschaar, 1'10"; - door vijf paarden getrokken hooiwagen 24"; - opgetuigde paarden trekken boerenkarren en hooiwagen, 51"; - div. shots opgetuigde paarden 16", trekpaard 11"; - door trekpaarden getrokken karren in weiland met publiek 24"; - keuring kleinvee (konijnen) 16"; - boer en boerin (in zondagse kledij) voederen kippen en paard 43"; - kinderen met korenschoven 25".

 

Monumenten voor oorlogsslachtoffers.

 

In de achtertuin van het appartementencomplex Hof van Veldeke in de Aylvalaan is een gedenkplaat aangebracht in de muur van het restant van de schoolkapel.

De gedenkplaat behelst de namen van de oud-leerlingen van de Hogere Burgerschool  en het Gymnasium , voorheen in de Aylvalaan gelegen, die in de Tweede Wereldoorlog en bij de politionele acties in voormalig Indië zijn omgekomen.

Deze gedenkplaat was vroeger geplaatst in de hal van de school en was geschonken door de vereniging van oud-leerlingen van het Veldeke-College.

Dat zij die van ons zijn heengegaan

hun leven gaven in oorlog en in vrede

dag aan dag in onze gedachten staan

vermanend ons aan wat zij voor ons deden

 

Met dank aan Dhr. Leon van Neer.