Kerk
en kerkhof vanaf het plateau van de St. Pietersberg in het voorjaar en najaar.
Foto's: Breur Henket.
U kunt op de linker- en rechterafbeelding inzoomen, door met de
muis op de foto te klikken.
De parochie van St. Pieter bestaat momenteel uit
de parochie van de Allerheiligste Verlosser en H. Petrus (de oude kerk boven)
aan de Ursulinenweg en de parochie H. Petrus (de nieuwe kerk beneden) aan de St.
Maternusstraat. De huidige parochie van St. Pieter werkt in een
samenwerkingsverband met de parochie van de Onze-Lieve-Vrouwe kerk (Slevrouwe)
te Maastricht.
Omtrent
1145 vermeldt kanunnik Nicolaus (canonicus
Leodiensis) in zijn Vita Lamberti twee kerken te Maastricht in de tijd van
St. Lambertus: de Onze Lieve Vrouwe Kerk en de St.
Bartholomeuskerk; in deze laatst genoemde kerk was St. Servatius begraven. St.
Lambertus was begraven in het kerkje van St. Petrus, dat eenzaam was gelegen op
de naar het oosten gerichte berghelling, die Castra - een castrum is een
versterkte nederzetting of versterking rond een klooster - werd genoemd, met de
Jeker als grens tussen die plek en Maastricht.Zie: Rolf Hackeng: Het middeleeuwse
grondbezit van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht in de regio Maas-Rijn -
Maastricht 2006. Paus Hadrianus IV bevestigde in 1157 het Maastrichtse kapittel
van Onze-Lieve-Vrouw in het bezit van een kerk gelegen ten oosten van de huidige
St. Lambertuskapel. Dit betekent dat er al voor 1144 een kerk in deze omgeving
moet zijn geweest. In de oudst bekende levensbeschrijving van bisschop Lambertus
(achtste eeuw) is er al sprake van een St. Petruskerk. Lambertus' ouders Aper,
graaf van Loon en vrijheer van St. Pieter en zijn echtgenote Herisplindis zouden
hier begraven zijn. In hun graf dat zich destijds "in basilica S. Petri"
bevond, is de H. Lambertus na zijn marteldood in Luik tijdelijk bijgezet
geweest. 28 april 709 liet De H. Hubertus, opvolger van de H. Lambertus, het
heilig gebeente naar Luik overbrengen.
Het Prinsbisdom
Luik was oorspronkelijk een bisdom waarover bisschop Notger in 980 van de Duitse
Keizer Otto II de heerlijke rechten kreeg en dus naast de geestelijke macht ook
de wereldlijke macht kon uitoefenen. Vanaf dat ogenblik werd een deel van het
Bisdom Luik een Prinsbisdom onder bescherming van de Keizer.
St. Pieter kreeg als gevolg van een akte
uit 1284 een eigen rechtskring, losgemaakt uit het gewone landrecht; dit is de
reden waarom de heerlijkheid ook als "vrijheid"
of "franchise"
wordt betiteld. In
1212 geschiedde iets soortgelijks: bisschopHugo van Pierrepont
besloot toen een "bourg"
bij de muren van Maastricht te bouwen
"er
accordaàceuxquiviendraient l’habiter,
toutes les franchisesdontjouissaient les
bourgoisliëgois de
Maestricht".
Zie: Perreau, Recherches
St.Pierre p. 212/213.
St. Pieter strekte
zich al vroeg uit tot aan de wallen van Maastricht. De zgn. Nieuwstad gelegen
buiten de Helpoort, het huidige stadsdeel tussen het Pater Vincktorentje
(overigens pas na de restauratie van 1905-1906 zo genoemd) en
Poort Waerachtig was grondgebied van St. Pieter. In de 14de eeuw was
St. Pieter nog omringd met wallen.
In 1466 smeden
dertien Luikse steden een verbond tegen Karel de Stoute. Op 28 oktober 1467
voerde Karel de Stoute oorlog in de Slag bij Brustem met Limburgers en
Luikenaars. Hierbij sneuvelden 4000 soldaten, het merendeel Luikenaars. In 1468
belegerde en verwoestte hij Luik. Lodewijk van Bourbon was met de invloed van
zijn oom Filips de Goede benoemd tot prins-bisschop van Luik. De inwoners van
Luik waren daar niet gelukkig mee en de Franse koning Lodewijk XI al evenmin. In
oktober 1468 braken onlusten uit te Luik. De aartsbisschop vluchtte de stad uit,
maar de Luikenaren achterhaalden hem te Tongeren en voerden hem terug naar Luik.
De hertog van Bourgondië, Karel de Stoute, trok Luik binnen met een leger om
orde op zaken te stellen. Lodewijk XI moest hem vergezellen. Op 22 oktober hakte
het Bourgondisch leger een Luikse militie in de pan bij Lantin.
De
kroniekschrijver Filips van Komen verhaalt hoe Gosuin van Strailhe en Vincent
van Bueren 600 mannen uit Franchimont verzamelden voor een wanhoopspoging. In de
nacht van 27 op 28 oktober 1468 bestegen de "Franchimontezen" de trappen naar
Sint-Walburgis, waar de Bourgondiërs hun kamp hadden opgeslagen. Hun plan was,
om de hertog van Bourgondië en Lodewijk XI gevangen te nemen. Ze konden de
wachtposten verschalken, maar raakten daarna in gevecht met de toegesnelde
soldaten en verloren allen hun leven. De volgende dag staken de Bourgondiërs als
wraakoefening de stad Luik in brand. Luik zou zeven weken gebrand hebben. Mythe
of waarheid ?
Na
de dood van Karel de Stoute op 5 januari 1477 ontstaan overal onlusten. Maria
van Bourgondië ziet af van haar aanspraken op het rumoerige prinsbisdom Luik. De
Vrede van St. Jacob zorgde voor verzoening tussen Lodewijk van Bourbon en de
bevolking van Luik. De rust zou niet lang duren. De nieuwe voorman van de
oppositie Willem de la Marck, "le sanglier des Ardennes" nam in 1482 Luik in;
hij vermoordde de bisschop en plaatste zijn eigen zoon Jean de la Marck op de
bisschopstroon.
St. Pieter was
inmiddels geheel verwoest na de opstand van de Luikenaren tegen hun wettige
vorst en moest verscheidene jaren in onbebouwde toestand blijven. Karel de
Stoute had verboden ten gunste van de stad Maastricht en van haar verdediging
nog huizen te bouwen op St. Pieters gebied. Na de dood van Karel de Stoute werd
St. Pieter weer mondjesmaat herbouwd vaak onder protest en met tegenwerking van
de stad Maastricht; de grandeur van voor 1477 werd niet meer bereikt. Het slopen
en opbouwen van St. Pieter was echter nog niet voorbij, zoals later zal blijken.
In het grijze
gedeelte het grondgebied van het prinsbisdom Luik in 1477. Bron uitsnede
kaart:
Universiteit van Texas - Central Europe in 1477 uit de Historical Atlas van
William R. Shepherd, 1926.
Joris Van der Haagen
ca. 1615-1669: gezicht over de Maas op de St. Pietersberg en Slavante bij
Maastricht, omtrent 1650. Aan de rechterzijde (inzet) de oude kerk van St.
Pieter.
1624 werd de toenmalige kerk
verwoest door Staatse troepen.
Mei 1672 - het beleg van
Maastricht van 1673 onder aanvoering van de Franse Zonnekoning Lodewijk XIV was
aanstaande - werd de toenmalige kerk en pastorie in brand gestoken. Zie:
http://www.breurhenket.com/Verraad.htm.
De nieuwe en sterke toren liet men met kruid springen. Later werden de
overblijfselen gerestaureerd.
Sint Pieter en La Motterie, panelen op kamerscherm - Limburgs
Museum te Venlo.
Op het afgebeelde schilderij van Joris Van der
Haagen is aan de uiterste rechterzijde de oude kerk van St. Pieter te zien die
in 1747 werd afgebroken. De gouverneur van Maastricht liet de kerk van St.
Pieter afbreken gelet op de aanstaande belegering van Maastricht in het kader
van de Oostenrijkse successieoorlog. Schout Collette noteert: "Den 14 april
[1748] wiert de capelle en het pastoorshuijs van st. Piter door eenige
gecommandeerde manschap affgebrooken." Maurits van Saksen, maarschalk in Franse
dienst, veroverde in 1746 Namen, in 1747 Bergen op Zoom en in 1748 de vesting
Maastricht, die hij tevoren tweemaal tevergeefs had bedreigd.
Maastricht was bezet van 10 mei 1748 tot 3 februari 1749. 18 oktober 1748
kwam de Vrede van Aken tot stand. Frankrijk werd gedwongen Bergen op Zoom en
Maastricht weer aan de Republiek af te staan.
La Motterie (Gouverneurs Lusthuys) op een kaart
uit het Toonneel der Steeden van de vereenighde Nederlanden/Maestricht. Auteur
Joan Blaeu - 1649.
De kerk was oorspronkelijk gebouwd in Romaanse
stijl en bestond uit een vierkante westtoren met rondbogige galmvensters, een
schip met zijbeuk, zonder transept en een vlak gesloten koor. De kerk stond
boven de Blekerij op de plek waar voor de aanleg van het kanaal Maastricht-Luik
de St. Lambertuskapel stond. De eredienst werd bij gebrek aan een kerk
vervolgens gehouden in "een huys oft groote kamer in de
Lamotterye geheeten". La
Motterie werd afgebroken tijdens de belegering door de troepen van Lodewijk XIV
in 1673. Ook dit pand moest wijken ter verkrijging van een beter en vrij
schootsveld voor de verdedigers van de vesting Maastricht. De familie Van Aken
was vanaf 1484 eigenaar van dit pand. 1624 verkoopt deze familie het pand aan de
Franse edelman Claude de Lannoy (1578-1643), heer de la Motterie. Na de aanleg
van het kanaal Luik-Maastricht bouwde Léon Lhoest op deze plek de nog bestaande
villa. Zie:vak A
Lhoest.
Ingangspartij villa Lhoëst geschilderd op een impressionistische wijze door
Guillaume Eberhard (1879-1949).
Godefridus Augustinus Collette - hoogschout van Maastricht in 1747, schout
van St. Pieter, daarnaast tussen 1695 en 1755 griffier van Neder-Canne -
verklaart dat hij op 2 april 1746 op verzoek van de eerwaarde pastoor van
Sint Pieter zich heeft begeven naar de begraafplaats van St. Pieter om zich te
vergewissen of deze begraafplaats altijd was geweest zoals de plek nu is en het
geheel onderzocht te hebben, verklaart hij te zijn geweest benoemd schout van de
vrije heerlijkheid Sint Pieter sinds het jaar 1695 en geresideerd in deze plaats
gedurende 35½ jaar, en de genoemde begraafplaats nog gezien te hebben in
functie, deze eveneens te hebben zien afbreken en de grond weghalen tot ongeveer
5 voet diep, en ook te hebben gezien dat daarna een nieuwe begraafplaats is
afgemeten zonder greppel of ommuring (zoals deze plek nu nog is), dat de grond
van het aangrenzende stuk op gelijke wijze afgevoerd is nadat de plek
geëgaliseerd was, het een en ander is geprobeerd om ruimte te winnen, het een
voor begraafplaats, het ander om de grond te herkrijgen, waarvan nadat hij
herkregen is, hij niet gelooft dat de begraafplaats aan de straatzijde voorheen
zo gelopen heeft, maar alleen tegenover de hoek van de pastorie, er zeker van te
zijn, dat genoemde begraafplaats geen hoek gehad heeft die zo scherp was dat die
verder gaat dan de hoek van de pastorie, dat het gat waar de mensen leem zochten
dus in die scherpe hoek was, en waar(waarvan?) ongedoopte kinderen werden
begraven en gelooft niet dat dit stuk ooit van de begraafplaats geweest is zoals
men zelf kan waarnemen. (Vrije vertaling van de oorspronkelijk Franse tekst,
met dank aan Dhr. Boed Marres).
Collette
tekent "naar waarheid en voor zover het geheugen reikt" en zegelt de akte
met zijn gewone zegel. Waarschijnlijk wilde men al voor het beleg en dus voor de
afbraak buiten de St. Pieterspoort weten hoe de toestand op dat moment was om
een eventuele schadeloosstelling na het beleg te kunnen staven. Benedenstaand
een deel van de originele akte.
Winand Mengels schrijft in zijn Chronijck van Canne in de
Beschrijvinge over het jaar 1747:
"Den 2en Mei en de volgende dagen heeft men begonnen de
huizen buiten St. Pieters- en Tongersche poort af te breeken. Deze tijding
ontvongen de inwooners met zeer arme schrikt en droefheid, gingen dagelijkx naar
den Gouverneur om dezelve te verbidden, doch gelijck het door de opperingenieurs
vastgesteld was, was er niets aan te doen; velen begonnen hunne huizen af te
breken om het hout en steenen nog te konnen sparen en tot profijt te brengen,
anderen lieten dezelve nog staen, denkende dat zij ze nog zouden behouden, doch
eindelijck wierden de soldaten der stad gecommandeert om buijten te gaen,
dewelke dezelve in korten tijd hebben neergetrokken en bedorven; de oliemolens
buiten de Tongersche poort wierden in brand gestoken en alzoo verbrandt. De
kercke van St. Pieter en wiert oock niet gespaard maar wirdt oock afgebroken;
zij stondt alsdoen op eene andere plaats als de tegenwoordige, waervan ick in
het vervolgh op eene andere wijze zal beschrijven. Onder aen den voet van St.
Pietersfort stont een allerschoonst plaisant huis, toebehoorende aen de heer
Collette, hoogschout van Maestricht,
hetwelk door de soldaten oock met geweld afgebroken wirdt; in dit huis was eenen
trap of opganck, die 100 gouden pistolen gekost had; alles was naer advenandt
daerbinnen even schoon met zalen, kamers en keldeers evenwel voorzien; in dit
huis wirdt op eenen voor-denmiddag alles geruineert en bedorven; tegenswoordig
heeft den Cononick Godding,
neeve van voorschreven heer Collette, later Deken der Rijkskerke van St.
Servaes, dit goed anders doen opbouwen, doch heeft het tiende part geen
schoonheid of weerde meer tegen het eerste".
Op deze gravure gemaakt vóór 1747 is het kasteel
Lichtenberg nog in volle glorie afgebeeld en de oude kerk van St. Pieter goed te
zien. Deze gravure laat op de voorgrond galg en rad (ter waarschuwing en
afschrikking) zien te Wijckerveld even buiten de vestingwerken van Wijck.
Op een veilige afstand van de vesting, buiten het
verboden gebied tegenover de huidige Torentjes (zie:"Spreeuwarts
Thoorenthien", liet de toenmalige pastoor Ridderbeecks halverwege de helling
van de St. Pietersberg een nieuw kerkhof aanleggen, dat door hem in 1752 werd
ingewijd; ter vergelijking: 27 januari 1812 werd het kerkhof aan de Tongerseweg
te Maastricht ingewijd door A.L. Partouns pastoor van de St. Nicolaaskerk te
Maastricht. 1755 werd begonnen met de bouw van een kerk opgetrokken uit mergel.
30 augustus 1760 werd de nieuw gebouwde kerk ingewijd. De kerk was een
eenvoudige kerk, meer een soort kapel. Boven de deur hing een kruisbeeld -
waarschijnlijk afkomstig van Slavante, 15de
of 16de eeuws - geflankeerd door twee houten engeltjes op planken. Op
het dak stond een kleine toren met klok. Ook de oude pastorie had een
klokkentorentje op het dak. De pastorie werd omgeven door mergelmuren. 1794 werd
het kerkje door Franse soldaten totaal geplunderd. 1797 werden de paters
Franciscanen (Minderbroeders) uit Slavante gejaagd. 1805 (? zie beneden) werd
Nicolaus Servaes, een geboren St. Pieternaar tot pastoor benoemd en breken
rustiger tijden aan. Pastoor Willem Heijnen vergrootte het kerkje nog met een
zijbeuk. Verdere uitbreidingsplannen werden uitgesteld omdat geen schade vergoed
zou worden veroorzaakt door de gevolgen van eventuele aanvallen op Maastricht of
op het fort St. Pieter. Zie:De
grafmonumenten langs de zuidelijke muur van het kerkhof.
Reeds op 3 maart 1800
werd het resultaat bekend van een opmeting van kerkhof, pastorie, kerk en hof te
St. Pieter. Pastoor N. Servaes van St. Pieter is de opdrachtgever. Daaruit
blijkt dat hij wellicht al eerder dan 1805 tot pastoor van St. Pieter werd
benoemd. De landmeters zijn Dhrn. Vrijens en Paulussen. Rijgenoten naar
Maastricht zijn de weduwe Frissen, ter andere zijde het Observantenklooster
Leonard Gorren, op het ander hof naar de Maas de Observantenweg en naar St.
Pietersberg de erfgenamen Pieter Dassen. De landmeters komen tot de maatbepaling
van 7 grote en 2 kleine roeden. Bron: collectie Breur Henket.
Gezicht op
Maastricht en Wyck vanaf de St. Pietersberg. Op de voorgrond de voormalige kerk
van St. Pieter gebouwd tussen 1755 en 1760.Bron: Gemeentearchief
Maastricht; litho P. Lauters 1839.
De oude kerk van St. Pieter met pastorie, gezien van het noorden. Foto: collectie Prenten, tekeningen- en
fotocollectie Rijksarchief Limburg.
Oude kerk van St. Pieter met pastorie 1870, gezien
vanuit het oosten. Tekening van Brabant.
Foto: collectie Prenten, tekeningen- en
fotocollectie Rijksarchief Limburg.
In 1825 besluit de gemeente Sint Pieter de kerk te vergroten met twee "kapelkens" en de nodige
reparaties te laten uitvoeren door bouwmeester Joannes Lambriex woonachtig te
Maastricht. De totale offerte bedraagt 1359,98 N. Gulden. Jean LAMBRIEX werd
geboren op 26 december 1766 te Sussen (België). Hij overleed 6 september 1853,
86 jaar oud te Maastricht. Hij was meester metselaar van beroep. Hij was gehuwd
met Maria Gertrudis OP DEN CAMP. Zijn kleindochter Maria Theresia LAMBRIEX zal
in 1867 huwen met Petrus Egidius Hubertus KRISCHER. Zie:
Pagina een van betreffende offerte. Bron: Parochiearchief Parochie
St. Pieter.
De oude kerk, pastorie en
kerkhof voor 1841 (nog geen zijbeuk, deze was in oktober 1841 afgebouwd).
Afbeelding uit:
De Nedermaas 1924-1925.
Links:
de nieuwe kerk van Sint-Pieter (op de foto links, in 1875 gewijd) en (rechts op
de foto) de in 1897 afgebroken oude kerk met pastorie daterend van 1760.
Bron: foto Gemeentearchief Maastricht.
De oude kerk werd nog tot 1897 gebruikt om godsdienstonderwijs te
geven, werd als opslagplaats gebruikt en diende zelfs als veestal. Rechts: gezicht op
St. Pieter vanuit het noorden, aquarel - anoniem - toegeschreven aan Philippe
van Gulpen (1792-1862). Uiterst rechts de eerste kerk van St. Pieter "op de
berg" (zie uitsnede). Op de achtergrond is de ruïne Lichtenberg duidelijk te
zien en op de linker Maasoever De Hoogenweerth.Bron:
Gemeentearchief Maastricht, CvdN 72.
Beschrijving:
Allerheiligste Verlosser
St. Petrus, 1875. Vroeg werk van
Johannes Hermandus Julius
Kayser (* Harlingen 1842 - † 's-Hertogenbosch 1917).
Zie: Architects: J.H.J. Kayser.
Neogotische kruisbasiliek met toren, geïnspireerd op de vroege gotiek,
uitgevoerd in sobere baksteenvormen. Ronde lichtbeukvensters; roosvensters in de
eindgevels van het transept. Zware toren met vier geledingen met haakse
steunberen en rond de achthoekige naaldspits vier pinakels van baksteen met
mergelstenen banden. Het schip en de transepten hebben zadeldaken, de zijbeuken
hebben lezenaardaken. Alle daken zijn met leien gedekt. Het kloktorentje op het
transept werd in 1954 door aannemer Bartels afgebroken. Dit torentje verkeerde
in bouwvallige staat. Het eenmanuaals mechanisch orgel met
een orgelfront in neobarokke vormen werd gebouwd
door de Amsterdamse firma M. Knipscheer.
Op 16 mei 1875 werd het geplaatst
in de 14de eeuwse Nederlands Hervormde Kerk van Abbenbroek op het eiland
Voorne-Putte, Zuid-Holland. Na restauratie bij de gebroeders Vermeulen in Weert
werd het orgel vlak voor Pasen 1964 in de kerk geplaatst. De originele onderbouw
bleef in de kerkbalustrade van Abbenbroek achter. Het orgel is muziekhistorisch
gezien vrij goed bewaard gebleven en het oorspronkelijk (klassieke) klankidioom
is goed behouden. Op één register na is al het pijpwerk nog origineel. Dankzij
de bijzonder goede akoestiek van het kerkgebouw vult het relatief kleine orgel
de gehele kerk met klanken.
Zie:Muziek in Jeroen.
Tijdens een
herbegraving in 2010 werd de fundatie van de zijbeuk van de oude kerk uit 1760
zichtbaar. Deze zijbeuk was in oktober 1841
afgebouwd. Reeds eerder waren deze restanten ook
aangetroffen bij het graven van een achterliggend graf. De gele lijn geeft de
locatie aan.
Foto's:
Breur Henket.
Uit: Chronijk van het dorp Opcanne W. Mengels 1740-1778 in Publications de la Soc.
hist. du Limbourg Tome 24 1887 - Maastricht.
De Originele waterpomp op de restanten van de
"cour" van de oude kerk. Ook zijn er nog een aantal muurrestanten aanwezig.
Langs het pad van de pastorie in de tuin, bij het poortje naar het kerkhof lagen
in 1960 nog een of twee hardstenen dorpels, vermoedelijk voorheen gebruikt bij
de toegangsdeur van de oude kerk met daarop een tijdspreuk : "Laete
ConseCraMVs Deo" (met blijdschap aan God gewijd) = 1755 en een
engelenkopje. Deze stenen zijn helaas niet meer aanwezig.
Met dank aan Dhr. Gerard Thissen.
Bovenstaand
links: vermoedelijk een van de stijlen van de toegangsdeur van de oude kerk
boven. Herontdekt bij de verbouwing van een pand te St. Pieter. Dit pand werd
gebouwd onder architectuur van Jean Henri Antoine Huysmans (1913-1974). Deze
steen met ijzeren ring heeft jarenlang voor de ingang van het kerkhof gelegen.
Kinderen gingen erop zitten en de mensen bonden hun hond vast aan de ring. Een
kerkmeester heeft deze steen indertijd "weggegeven" aan de oude eigenaar van
betreffend pand.De steen is recent rechtop geplaatst in de tuin door de
nieuwe eigenaar en blijft op deze wijze goed en veilig bewaard voor de toekomst.
Foto's: Breur Henket.
Foto's: Breur Henket.
Doopvont, uitgevoerd in "rood" marmer met koperen deksel op een hardstenen voet,
afkomstig uit de oude kerk beneden, afgebroken in 1747 en vervolgens geplaatst
in de nieuwe kerk "op de berg", momenteel in de kerk "beneden".
Kanunnik en rentmeester van de prins-bisschop van Luik Hendrick de Grati ontving
dit doopvont op 24 mei 1660, volgens de inscriptie op de voet, als geschenk van
zijn medebroeders van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel. Het koperen deksel dateert
uit 1826. Op 12 januari 1826 overleed de ongehuwde veldwachter van St. Pieter
Leonardus THUIJS, jongste zoon van Guilielmus THUIJS en Cornelia BIESMANS
(BEISMANS BEESMANS). Leonardus werd gedoopt op 13 juni 1751 te St. Pieter. Hij
werd 12 januari 1826 te St. Pieter begraven. Volgens oude traditie gaven alle
ongehuwden bij de begrafenis van een vriend of vriendin een herinneringsgeschenk
aan de kerk. Ter zijner nagedachtenis werd het koperen doopvontdeksel door de
"jonkheid" geschonken.
De originele toegangssleutel van de huidige kerk van Sint Pieter boven.
In 1939 was het oude Petrusbeeld (waarschijnlijk 15de eeuws), een
rouwmoedige Petrus met de kraaiende haan, verhuisd naar de nieuwe kerk
"beneden". Door bemiddeling van Prof. Timmers werd in 1956 een antiek houten
beeld van de H. Petrus verworven voor de kerk "boven". Het beeld werd eerst
grondig gerestaureerd en de patroon van St. Pieter kreeg en ereplaats in de
kerk. De apostel Petrus is afgebeeld als bloedgetuige van Christus met het
symbool van zijn martelaarschap: het omgekeerde kruis. De sleutel symboliseert
zijn rol als sleuteldrager van het Godsrijk.
In 1961 kreeg de kerk "boven" een reliekschrijn van de H. Petrus in bruikleen
van het gemeentebestuur van Maastricht.
Het borstbeeld is vervaardigd door
de Maastrichtse kunstenaar Fons Bemelmans.
De kop en de hals zijn gedreven in zilverplaat. De haarbedekking op de schedel
is van zuiver goud. Dit is erop gesmolten met behulp van een kwikamalgaam boven
een houtskoolvuur volgens een procedé, dat in de Middeleeuwen algemeen werd
toegepast, maar tegenwoordig algemeen verdrongen is door elektrolytische
vergulding. De hier gevolgde werkwijze, de zogenaamde vuurvergulding, heeft
echter een rijker en levendiger karakter.
Het borstgedeelte is bezet met emails (emailles) met diverse voorstellingen die
op St. Petrus betrekking hebben. Zo vindt men aan de voorzijde uitgebeeld: 1. de
marteldood van de heilige aan het kruis; 2. Christus, tronend in de
heerlijkheid; 3. de steenrots, waarop de Kerk voor altijd veilig staat en 4.
Christus geeft aan Petrus de opdracht: "Weid mijn lammeren". Op de zijkanten
ziet men links een voorstelling van de wonderbare visvangst en rechts van het
wonder op het meer, waar Petrus aan de hand van Christus over het water loopt.
De emails op de achterzijde vertonen: 1. de symbolen van het Pausschap; 2. de
haan, die kraaide bij de verloochening van Petrus; 3. het laken met de onreine
dieren, die Petrus zag in het visioen, waardoor God hem te kennen gaf, dat hij
zich ook tot de heidenen moest richten; 4. de genezing van een lamme door Petrus
bij de tempelpoort en 5. de Doop van de eerste Christenen na de neerdaling van
de H.Geest op het Pinksterfeest.
De emails zijn uitgevoerd in zogenaamde cloisonné-techniek. De tekening is in
opstaande draad gebogen en vormt zo vakjes, die met emailpoeder gevuld, in de
oven bij 900° Celsius zijn gesmolten en dan tot een vaste, kleurige eenheid zijn
gestold, waarbij de bovenzijde van de draad als contour zichtbaar is gebleven.
Tussen de ajourgewerkte emailzettingen bevinden zich zuiltjes, waarop edelstenen
van verschillende soort. Men ziet er de donkerrode pyroop-granaat, de
violet-grijze amethistkwarts, de groene chalcedon, blauwgroene turkoois en
donkergroene malachiet (zwart gekringd). Het geheel rust op drie voetjes, die
gevormd worden door vissen.
In 1963 werd door Ronald Scheffers van
de afdeling edelsmeedkunst van de Stadsacademie een koperen kandelaar vervaardigd,
waarvan de knop versierd is met de symbolen van de vier evangelisten. Roland
Scheffers komt uit een familie van beeldend kunstenaars; vader kunstschilder en
glazenier, broer kunstschilder en keramieker. Niet verwonderlijk dus, dat hij op
17-jarige leeftijd ook naar de kunstakademie ging, waar hij les kreeg van
gevestigde kunstenaars zoals Fons Paanakker (edelsmid), Albert Meertens
(beeldhouwer) en Jef Scheffers (kunstschilder). Zie:
Bij het
evangelie van Matteüs is de mens het symbool, omdat zijn verhaal begint met
de menselijke stamboom van Christus. Bij Marcus is de leeuw het kenmerk. De
leeuw is een woestijndier, want hij begint met het leven van Johannes de
Doper in de woestijn. Lucas wordt afgebeeld met een rund, omdat hij zijn
evangelie laat beginnen met het offer in de tempel door Zacharias, de vader
van Johannes de Doper. En bij Johannes hoort de adelaar, want in het eerste
hoofdstuk nemen zijn woorden een hoge vlucht." Foto's: Breur Henket.
Mei 1954.Uit het
Rijke Roomse Leven: de bidprocessie trekt langs velden en wegen, straten en pleinen
tijdens de "kruisdagen", ook langs de grot van de familie Blanckers. De
kruisdagen waren de maandag, dinsdag en woensdag vóór Hemelvaart en werden
gehouden als boete- en smeekdagen voor een goede oogst. De kruisprocessie was
een stoet met het kruis voorop. Het kruis wordt gedragen door Dhr. Jo Rosier. De
processie wordt afgesloten door pastoor Theunissen.
Kalenderblad uit 1956. Een foto uit 1954 werd gebruikt voor de druk van
deze kalender. Het kalenderblad hing ingelijst op in de grot van Greetje
Blanckers. De processie is hier aangekomen aan de Ursulinenweg ter hoogte van de
Slouw. Foto's kruisdagen: collectie Dhr. Jo Rosier.
Ma
Hugo Oldenbroek schonk een soortgelijk kruis of liet alleen de inscriptie
aanbrengen (?) met opschrift aan de achterkant "In
Memoria Hugo V.C. Oldenbroek + 8 mei 1956". Victor Hugo Casper Oldenbroek
overleed 8 mei 1956 te Maastricht en werd te St. Pieter begraven. Zie:
Vak P
Loyens.
Het draagkruis met inscriptie en op het kruis
Christus en de symbolen van de vier evangelisten.
De christelijke traditie
heeft al vroeg de auteurs van de vier evangeliën verbonden met de vier
dieren rond Gods troon uit Openbaringen 4:7. Maar ook in het Oude Testament
is er sprake van vier hemelse schepsels. In Ezechiël 1:1-14 worden er vier
genoemd: een menselijk wezen, een leeuw, een os en een adelaar. In Ezechiël
10:1-22 worden genoemd: een engel, een menselijk wezen, een leeuw en een
arend. In Daniël 7:1-8 zijn het een leeuw, een beer, een luipaard en een
verschrikkelijk vierde beest met ijzeren tanden en 10 horens. De kerkvader
Ireneüs ziet Mattheüs als mens of engel, Johannes als leeuw, Lucas als os en
Markus als een adelaar. Augustinus onderscheidt Markus als mens of engel,
Mattheüs als leeuw, Lukas als os en Johannes als adelaar. Aanvankelijk stond
dus niet helemaal vast welk symbool verbonden werd met welk evangelieboek.
Later vormde het onderwijs in de vier symbolen van de evangelisten een vast
onderdeel van catechese. In het algemeen gesproken treffen we de symbolen
van de evangelisten aan in kerkgebouwen, op liturgische voorwerpen of op
liturgische gewaden. Bron:
Nieuwe pagina 17. Foto's: Breur Henket.
Rustaltaar, opgesteld voor De Wijngaard, Lage Kanaaldijk 87 te St. Pieter.
Een rustaltaar is een altaar meestal van provisorische aard, waarbij wordt
stilgehouden tijdens een processie om de monstrans met daarin het heilige
Sacrament (een grote geconsacreerde hostie) enige tijd neer te zetten voor
aanbidding. De datum van de foto is niet bekend. Foto: collectie familie Henket.
Met steun van enkele
particulieren, het gemeentebestuur van St. Pieter en onder de bezielende leiding
van pastoor Johannes Kribs werd deze kerk in 1875 vervangen door de huidige kerk
"op de berg".
De beslissing voor de nieuwbouw viel op nieuwjaarsdag 1872. Deze kerk van de
parochie St. Pieter werd, na een nacht van onweer, wolkbreuken en modderstromen,
op 29 juni 1875 ingewijd door Monseigneur Paredis, bisschop van Roermond,
geassisteerd door pastoor Kribs. De kerk werd ontworpen door architect Johannes
Kaijser (1842-1917), een leerling van Pierre Cuypers, in een neogotische stijl.
Er werd, tot spijt van vele St. Pieternaren, niet gekozen voor mergelsteen als
bouwsteen. De kerk werd opgetrokken uit ter plaatse gebakken bakstenen. Zie:
Architects: J.H.J. Kayser (1842-1917).
Kaijser kon via zijn leermeester Cuypers een 18de
eeuws marmeren hoofdaltaar "regelen" uit de inboedel van de Sint Servaaskerk
(Cuypers restaureerde de Sint Servaaaskerk in 1869). De kosten à 500 gulden
werden voldaan door een van de ongehuwde familieleden Ceulen. Dit altaar
belandde later in de kerk beneden, maar keerde uiteindelijk terug in de kerk
boven en is daar nu te bewonderen.
Opvallend is dat men bij de nieuwbouw de trap naar het oksaal was vergeten te
plannen of te plaatsen! Dit werd gecorrigeerd door in het voorportaal alsnog een
trap te plaatsen. Of was er sprake van eenzelfde manier van werken als bij het
altaar? Eerst een trap regelen en dan pas inbouwen? Voorheen was om de houten
trap een houten koker gemaakt, een soort tonvorm. De opgang werd verlicht door
een olielampje. Men noemde het geheel daarom "t Kengkeeglaas" (een kengkee is
een petroleumlamp). In de jaren 50 werd de houten trap via aannemer Bartels
vervangen door de huidige ijzeren trap, afkomstig uit kasteel Borgharen.
Trap naar het oksaal in het voorportaal en detail.
Foto's:
Breur Henket.
Uit het
kerkhofreglement van 26 november 1876 blijkt dat
er gewone graven op rij waren voor diegene welke zich geen huur- of koopgraf
hadden. Er waren koopgraven voor inwoners en voor "vreemden"; deze laatsten werd
een fors hoger tarief berekend. Daarnaast waren er nog huurgraven voor 15,20,25
en 30 jaar door Kerkbestuur vast te stellen. In 1919 werden de tarieven en
termijnen aangepast.
Uit het
parochiearchief blijkt, dat men als leidraad neemt de "Verordening op de
Algemeene Begraafplaats en het begraven" (Gemeenteblad van Maastricht 1919
Afdeeling C. N° 109) daterend van 23 mei 1919 en reeds op 29 oktober 1917 door
de Raad van Maastricht vastgesteld. In 1953 is deze verordening nog altijd
actueel en wordt er wederom bij gemeente Maastricht geïnformeerd naar deze
verordering. Ook de "Verordening op de heffing van rechten op het vervoer en het
begraven van ljken, het onderhoud van graven en het plaatsen van grafteekens op
de algemeene begraafplaats" (Gemeenteblad van Maastricht 1919 Afdeeling C. N°
110) wordt geraadpleegd. Bron:
parochiearchief Parochie Sint Pieter. Niet geïnventariseerd.
Een overzicht van de "Uitgaaf voor den
nieuwen muur van het kerkhof over 1875" is bewaard gebleven.
De totale kosten bedragen 1379 gulden en 50 cent. Pastoor Kribs
betaalt uit eigen zak in totaal 725 gulden! De declaraties en uitgaven lopen van
22 mei 1875 tot en met 3 mei 1877. Het deliberatieregister is gedateerd op 5
februari 1878.
Een hoogste post is die van M.J. Wishaupt: voor het
leveren van ijzerwerk voor het "stangketsel" (hekwerk) nl. 319 gulden en 10½
cent.
Enige bijzonderheden over Martinus Josephus WISHAUPT:
zijn ouders waren Joannes Hubertus WISHAUPT en Maria Joanna (Anna
Maria) STEVENS.
Joannes Hubertus WISHAUPT werd geboren op 30 juli 1799 (12 Thermidor An VII) te
Eupen (België). Jean Hubert huwde Maria Joanna (Anna Maria) STEVENS 21 april
1828 te Lanaken (België). Hij overleed 4 februari 1844, 44 jaar oud Boschstraat
1316 te Maastricht en werd 5 februari 1844 te Maastricht begraven.
Maria Joanna (Anna Maria) STEVENS werd geboren op 14 januari 1798 te Smeermaas
(België). Anna overleed 21 juni 1855, 57 jaar oud Boschstraat 922 te Maastricht
en werd 26 juni 1855 te Maastricht begraven.
Martinus werd op 29 april 1837 te Maastricht geboren. Aangifte op 1 mei 1837 om
elf ure voormiddag door Joannes Hubertus Wishaupt, winkelier, 37 jaar, wonende
aan de Boschstraat ... kind van het mannelijk geslacht geboren éérgisteren half
acht 's avonds, van hem, comparant en van Anna Maria Stevens ... naam Martinus
Josephus. Getuigen: Martinus Niesten, landbouwer, Maastricht, 40 jaar; Pieter
Joseph Raeker, herbergier, Maastricht, 48 jaar ... laatste getuige verklaart
niet te kunnen schrijven.
Martin huwde Maria Catharina Isabella Hubertina CLAESSENS,
dochter van Franciscus CLAESSENS en Maria Marguerita MEERTENS (MERTENS) 16
november 1860 te St. Pieter.
Bekende kinderen van dit echtpaar, allen geboren
te Maastricht:
i. Nn WISHAUPT levenloos geboren op 16 mei 1862.
ii. Joannes Hubertus WISHAUPT geboren op 3 augustus 1870. Hij overleed 22
augustus 1870, 3 weken oud te Maastricht.
iii. Petrus Egidius Hubertus WISHAUPT geboren op 10 april 1872. Petrus huwde
Maria Anna Angelina SCHRIJNEMAKERS 19 oktober 1893 te Maastricht. Petrus
overleed 25 juni 1913, 41 jaar oud te Maastricht.
iv. Maria Helena Hubertina WISHAUPT geboren op 11 januari 1875. Zij huwde
Clement Dominique Hubert LAHAYE 26 juli 1898 te Maastricht. Maria overleed 6
maart 1919, 44 jaar oud te Maastricht.
v. Petrus Hendricus Hubertus WISHAUPT geboren op 25 januari 1878. Petrus huwde
Maria Elisabeth Ida LEMMENS 5 februari 1901 te Maastricht. Hij overleed 15
november 1957, 79 jaar oud te Maastricht en werd 19 november 1957 te Maastricht
begraven.
Martin overleed 25 juli 1906, 69 jaar oud aan de Kesselskade 65 te Maastricht en
werd 25 juli 1906 te Maastricht begraven. Hij was slotsmid en hoefsmid van
beroep. Aangifte op 25 juli 1906 door: Gerard Dielemans, koster, 34 jaar en
Josef Dielemans, koster, 32 jaar, verklaren dat alhier op heden ten halftien ure
voormiddag is overleden Martinus Josephus Wishaupt, zonder beroep, 69 jaar en 3
maanden. Weduwnaar van Catharina Isabella Hubertina Claessens. Adres van
overlijden: Kesselskade 65, Maastricht. Zoon van Joannes Hubertus Wishaupt en
van Anna Maria Stevens. Martin's oudere broer Joannes Hubertus WISHAUPT,
spekslager van beroep, huwde Maria Catharina
Hubertina HENKET, dochter van Engelbertus HENKET, spekslager, herbergier en
handelaar in koloniale waren in de Hoenderstraat te Maastricht en Maria Sibilla
LEENDERS (LENAERTS).
Detail uit de staat van uitgaven. Bron:
parochiearchief Parochie Sint Pieter. Niet geïnventariseerd.
Metselaar G. Theunissen dient vele afzonderlijke
declaraties in en deze zijn getotaliseerd de hoogste uitgave bij de bouw van de
kerkhofmuur: 561 gulden en 4 cent.
De ouders van metselaar Gerardus THEUNISSEN waren Jan Lodewijk
THEUNISSEN en Maria VAN WEERT. Gerard werd geboren op 7 januari 1846 te
Oud-Vroenhoven. Hij huwde (1) Hubertina Agnes CEULEN, dochter van Antoon CEULEN
en Catharina LEDENT, 28 augustus 1873 te Oud-Vroenhoven. Hubertina werd geboren
op 4 maart 1844 te Oud-Vroenhoven. Zij overleed 13 juli 1881, 37 jaar oud te
Oud-Vroenhoven.
Bekende kinderen van dit echtpaar allen geboren
te Oud-Vroenhoven:
i. Josephus Ludovicus THEUNISSEN geboren op 2 juni 1874. Hij overleed 29
september 1874, 3 maanden oud te Oud-Vroenhoven.
ii. Catharina Maria THEUNISSEN geboren op 14 juni 1875. Zij huwde Christianus
Johannes Hubertus VEUGEN 28 juni 1900 te Oud-Vroenhoven.
iii. Christiaan Ludovicus THEUNISSEN geboren op 10 september 1876. Hij overleed
11 augustus 1877, 11 maanden oud te Oud-Vroenhoven.
iv. Maria Gertrudis THEUNISSEN geboren op 28 september 1877. Zij huwde Andreas
Hubertus LIEBEN 22 mei 1902 te Oud-Vroenhoven.
v. Joannes Antonius THEUNISSEN geboren op 28 december 1878. Hij overleed 14 juli
1900, 21 jaar oud te Maastricht.
vi. Josephus Antonius THEUNISSEN geboren op 24 juli 1880. Hij overleed 16 maart
1884, 3 jaar oud te Oud-Vroenhoven.
De blijkbaar zeer vitale Gerard huwde (2) Maria Isabella
VAN NOPPEN, dochter van Laurens VAN NOPPEN en Maria Barbara STEVENS, 5 januari
1882 te Oud-Vroenhoven.
Bekende kinderen van dit echtpaar allen geboren
te Oud-Vroenhoven:
i. Laurentius Hubertus THEUNISSEN geboren op 7
december 1882. Hij huwde Maria Emilie HUNTJENS 27 oktober 1910 te Maastricht.
ii. Maria Barbara THEUNISSEN geboren op 15 juli 1886. Zij overleed 27 oktober
1886, 3 maanden oud te Oud-Vroenhoven.
iii. Barbara Gertrudis THEUNISSEN geboren op 21 augustus 1887 te Oud-Vroenhoven.
Zij huwde Lambertus Josephus Simon LIEBEN, zoon van Libertus LIEBEN (LEBON) en
Catharina Hubertina HENKET), 27 januari 1914 te Oud-Vroenhoven.
iv. Gerardus Matheus Hubertus THEUNISSEN geboren op 18 februari 1889.
v. Maria Barbara Agnes THEUNISSEN geboren op 18
mei 1891.
vi. Gijsbertus Ludovicus THEUNISSEN geboren op 2 december 1893 te
Oud-Vroenhoven. Hij huwde Maria Henriette SMUDERS 28 september 1915 te
Oud-Vroenhoven. Gijsbertus overleed 22 november 1940, 46 jaar oud te Maastricht.
vii. Maria
Agnes THEUNISSEN geboren op 18 februari
1895.
viii. Paulus Hubertus THEUNISSEN geboren op 14 juni 1897.
ix. Maria Ida THEUNISSEN geboren op 4 januari 1899.
Gerard overleed 27 juni 1922, 76 jaar oud te Maastricht. Maria Isabella overleed
17 april 1916, 54 jaar oud te Oud-Vroenhoven. Beiden werden begraven op het
kerkhof te Oud-Vroenhoven (Wolder).
Andere personen welke werkten bij de bouw van de
kerkhofommuring:
J. Hameleers: varen van kalk en brikken, varen van blokken, varen
van zand, varen van potlandsche cement.
H. Hameleers: varen van blokken.
L. Paulussen: omzetten van, en assorteren van brikken, uitgraven
van de fundamenten van de muur, laden van puin
J. Beeks: uitdragen van zand.
Ph. Wouters: voor het leveren van zand.
L. Dreu: voor het uitdragen van kalk en zand.
Demanier: voor het dragen van kalk.
C. Van den Hoof: voor het leveren van zand.
Bollen: voor het leveren van brikken.
L. Frissen: voor oetregt en vetregt, voor pacht 6½ klein.
A. Hamelers: voor het halen van kruiwagens.
Jos. Klijn: voor de huur van kruiwagens en van gereedschap tot
het hangen der klokken.
W. Moermans: voor gedane werkzaamheden.
J. Soer: voor het leveren van klaverzaad.
Pereij en zoon: voor het leveren van stenen voor de muur, voor
het leveren van een stenen trap op het kerkhof.
Jean Joseph PERÉE (PIREY):
De ouders van Jean Joseph PERÉE (PIREY) waren:
Johannes Laurentius PERRIJ (PERÉE) geboren op 9 juni 1806 te Maastricht. Jean
Laurens huwde(1) Maria Anna LEMAIRE 3 mei 1827 te Maastricht. Hij huwde (2) Anna
Catharina BRAUN 12 november 1845 te Maastricht. Jean Laurens overleed 10 april
1879, 72 jaar oud aan de Onze Lieve Vrouwewal 2690 te Maastricht. Hij was
steenhouwer in 1865. Verder wordt als beroep nog vermeld schoenmaker en
klokkenluider.
Maria Anna LEMAIRE werd geboren in 1804 te Herve (België). Zij overleed in 1843,
39 jaar oud te Luik.
Jan werd geboren op 7 juni 1836 te Luik. Hij huwde Sophia
HOLLANDER, dochter van Antoon HOLLANDER en Marie Anna CRANS, 3 mei 1865 te
Maastricht. Jan overleed 3 november 1890, 54 jaar oud te Maastricht. Hij wordt
vermeld als steenhouwer in 1865.
Het ouderlijk graf Henket-Rouwmans.
Foto: Breur Henket.
Voor de uitbreiding van de begraafplaats van
St. Pieter werden twee perceeltjes aangekocht voor de som van fl. 100,00,
waarvan akte op 6 november 1888. Een perceel hiervan, 3 are en 1 centiare
bouwland was eigendom van de kinderen (broers en zus) uit het gezin Henricus
Hubertus Henket-Anna Maria Rouwmans. Henricus Hubertus Henket was een broer van
de eerder genoemde Engelbertus Henket. Bij de bouw van de nieuwe kerk werd het
oude kerkhof geruimd en rond de oude plek werd een nieuw kerkhof aangelegd. De
grafmonumenten van de burgemeestersfamilie Ceulen werden naar de nieuwe
begraafplaats overgebracht. Meerdere keren werd de nieuwe begraafplaats
uitgebreid. Het einde van de kerkhofmuur aan de noordzijde van de kerk en het
bijna haaks daarop liggende pad, geeft de grootte aan van het oorspronkelijke
kerkhof. Door de meest recente uitbreiding aan de zuidwestelijke zijde werd het
oude kerkhof van pastoor Ridderbeecks weer bij de huidige begraafplaats gevoegd.
Links het oude gedeelte,
rechts de eerste uitbreiding. Het afgebeelde pad is de
scheiding tussen oud en nieuw.
Op bovenstaande foto: 1934; de afbraak van de noordelijke muur
ten behoeve van de eerste uitbreiding van het kerkhof.
Op de foto zijn te zien op de voorgrond Lambertus Hubertus
Montulet (1864-1949) metselaar van beroep en berggids gehuwd met Catharina
Hubertina Rosier (1868-1962) en verderop Matheus Hubertus Rosier (1906-1973),
neef van Catharina Hubertina (Net) Rosier, gehuwd met Anna Elisabeth Verhoef
(1907-1966), de vader van de huidige koster Jo Rosier. Met de stenen van de
afgebroken muur werd de nieuwe muur aan de noordzijde weer opgebouwd (A). Een
ligusterheg werd geplant ter afscheiding van het land van de familie Rosier (B).
Omtrent 1951 werd deze grond (B) aangekocht door de kerkfabriek en daardoor kon
de eerste uitbreiding voltooid worden. Foto: collectie Dhr. Jo Rosier.
Ontvangstbevestiging getekend door metselaar Montulet.
Bron:
parochiearchief Parochie Sint Pieter. Niet geïnventariseerd.
De
toestemming voor de uitbreiding werd door Gemeente Maastricht verleend op 21
september 1934. Het advies om de muur ofwel op te trekken in mergel ofwel de
baksteen wit te kalken werd niet opgevolgd. De muur met de "ezelsruggen" werd
opgemetseld met de goede stenen van de af te breken muur. De gebroken stenen en
andere resten werden in de fundering verwerkt.
De afgegeven vergunning d.d. 15 februari
1951 en uitsnede detail.
21 april 1951: beschrijving kerkhofuitbreiding (B).
De afgegeven vergunningen d.d. 21 september
1934 en 26 april 1951. Bron:
parochiearchief Parochie Sint Pieter. Niet geïnventariseerd.
Kerk en kerkhof, situatie omtrent 1925 - Luchtfoto KLM 1925.
Links boven (nu meest recente uitbreiding) het "drenkelingenhok"; rechts tussen
de kerkhofmuur en de Schutterijweg de toekomstige eerste uitbreiding.
.
De
natuur doet haar best, sleetse grafmonumenten op te fleuren. Graf Lahaije-Vossen
daterend uit 1949. Vak F, eerste uitbreiding (A).
Uittreksel uit het kadastrale plan. Gemeente Sint Pieter .
Sectie B. Schaal 1 op 1250 d.d. 6 oktober 1930. Bron: parochiearchief Parochie Sint Pieter.
Niet geïnventariseerd.
Boven:
situatie 1972.
Rechts:
foto afkomstig uit St. Pieter en omgeving "aanders" nr. 10. Een uitgave
van de Ondernemersvereniging St. Pietersgilde 1997.
Foto: José Cartens.
12 april 2007 ontdekte Breur Henket de
fundatiesteen van deze kerk. Reeds eerder had ik
deze steen gevonden tussen vak T en vak V achter het graf van het echtpaar
Arnoldus Verweyen en Allegonda Schoenmakers. Pas na grondig schoonmaken met
assistentie van koster Dhr. Jo Rosier bleek deze steen geen verloren geraakt
deel van een grafmonument te zijn maar de fundatiesteen uit 1875. Waarschijnlijk
is bij de verbouwing van de ingang van de sacristie in 1954 deze steen tussen
het puin geraakt en gedumpt aan de rand van het kerkhof. Enkele cementresten
werden verwijderd en daarbij bleek dat de steen oorspronkelijk ingemetseld was
in rode baksteen. Pastoor F. Delahaije meldde dit zijn parochianen in nr.6 van
het Parochieblad St. Pieter van 5 mei 2007:
Breur Henket: "Deze unieke
steen zou een plaats verdienen ingemetseld in de baksteen bij de hoofdingang van
de kerk aan de linker- of rechterzijde of bij het grafmonument van pastoor Kribs; het zou een aardige geste zijn als een
parochiaan of andere betrokkene dit werk op zijn kosten deskundig laat
uitvoeren".
Inmiddels heeft deze steen een plek gekregen op het hoofdaltaar van de kerk
"boven".
P.H. CEULEN.BURG.
/ J. M. KRIBS. P.
/ 4. juni. 1875
De vindplaats en de sporen zichtbaar in de muur van de
voormalige ingang sacristie van voor 1954.
Zie: oude_ingang.
De teruggevonden fundatiesteen.
P.H. Ceulen is burgemeester
Petrus Hubertus Ceulen (1809-1877) en J. M. Kribs is pastoor
Joannes Matthias
Kribs (1822-1901).
4 juni 1875 viel op een vrijdag.16 mei 1875 was het Pinksteren
geweest. Met Pinksteren viert de Kerk de uitstorting van de Heilige Geest over
de apostelen, zeven weken na Pasen. Deze gebeurtenis markeert de geboorte van de
Kerk. Pinksteren zou in 1876 op 4 juni vallen.
Breur Henket en Jo Rosier
bezig met het schoonmaakwerk. Foto's: Breur Henket.
De parochie Sint-Pieter groeide; bisschop Lemmens gaf op 12 februari
1937 opdracht te St. Pieter "beneden" in "de Kleef" niet ver van de plek waar de
voormalige "basilica S. Petri" was gelegen, een kerk te bouwen; hier woonden nu
immers de meeste parochianen. De door de wolgeverfde Pastoor Joseph Steegmans
werd bouwpastoor. De sluiting van de kerk op de berg in 1939 viel niet bij
iedere St. Pieternaar in goede aarde; een aantal parochianen, onder wie de
familie Henket, ging "principieel" niet naar de kerk beneden. De strijd tussen
de antiliberalen (boven) en de liberalen (beneden) laaide op. De nieuwe kerk zou
13 mei 1940 ingewijd worden, maar de plechtige inwijding door bisschop Lemmens
kon pas plaatsvinden op 9 september 1946 als gevolg van de inval van de Duitsers
op 10 mei 1940. In 1954 werd de kerk boven weer in gebruik genomen en opnieuw
ingericht. De kerk beneden behield als oorspronkelijke parochie het interieur en
de liturgiegewaden van de gesloten kerk boven. In de tussentijd was de kerk
boven ondermeer gebruikt als voedselopslagplaats en na de Tweede Wereldoorlog
als hoofdkwartier van de jeugdbeweging Jong Nederland. Architect Harry Koene had
de leiding over de restauratie en kapelaan Antoine Theunissen werd tot pastoor
benoemd. Met Pasen 1954 werd de kerk plechtig heropend. De kerk werd toegewijd
aan de Allerheiligste Verlosser en de H. Petrus om verwarring met de nieuwe kerk
beneden (H. Petrus) te voorkomen. Vanaf de heropening werd besloten om de
oude kerk en de daar omheen gevormde nieuwe parochie in het vervolg "Sint Pieter
op de Berg" te noemen.
De aannemers die aan de kerk verbouwd hadden, schonken in 1955 een
doopvont - een hardstenen kuip - aan de kerk boven. Architect Harry Koene was de
ontwerper. Het koperen deksel heeft de vorm van een kroon en is vervaardigd door
de edelsmid Nico Kreemers. Zie verder:Doopkapel.
Uit Veritas: katholiek
14-daagsch blad voor Maastricht 6 augustus 1938:
Nieuwe kerk te Maastricht OP
SINT PIETER
Alweer een nieuwe kerk! Een dezer dagen
zijn de werkzaamheden begonnen.
Het stadsbeeld van Maastricht is beroemd
om zijn torenrijk silhouet. Heel uit de verte ziet ieder, dat hij een oude
katholieke stad nadert. Van het eene einde tot het andere is het één
aaneenschakeling van kerken, wier torens in vormen van de grootste
verscheidenheid als even zoo veel vingers niet streng, maar toch dringend, naar
den hemel wijzen. Daartusschen maken de oude wereldlijke gebouwen een uitstekend
effect in het harmonisch geheel, terwijl toch ieder zijn eigen stem heeft en
zijn eigen geluid.
Dat is het oude Maastricht. In het moderne
Maastricht tracht een eigenwijze indringer de beweeglijke rust van het geheel te
storen. Men kan 't als een teeken des tijds beschouwen. Maar het totaal is
onaangetast gebleven. Of neen; nog sterker. Om dat oude Maastricht is in weinige
jaren een nieuwe torenstad ontstaan. De reuzen uit vroeger eeuwen worden in 'n
twintigsteeeuwsch tempo letterlijk omringd door een groot getal van jonge
reuzen, die niet trachten hun voorgangers
afbreuk te doen, maar die hun uiterste best doen om zich te scharen in de lange
rij, zónder op te vallen, die integendeel het torenbeeld van de stad
vervolmaken.
Wij zouden er graag in zien een steenen
bewijs voor levende godsdienstzin van onze tijdgenooten. Laten we tenminste
hopen, dat het nageslacht zal moeten getuigen, dat zij niet tevergeefs zijn
verschenen. Maar heel zeker zijn ze de monumentale bewijzen van de liefderijke
zorg, waarmee de Kerk in het algemeen de haar toevertrouwde zielen koestert en
meer in het bijzonder van de groote toewijding van onzen Bisschop om aan de
moderne eischen der zielzorg te voldoen en van de volgzaamheid van zijn pastoors
en priesters, die met niet te tellen opofferingen de zware taak op zich nemen om
de hun gegeven opdrachten uit te voeren. De goedwillende en
verder-dan-hunneus-kijkende katholieken erkennen dat volmondig en toonen hun
erkentelijkheid in door dankbaarheid ingegeven daden.
Zoo wordt nu de ring van jonge kerken om
onze stad, voorloopig althans, gesloten door den bouw van de nieuwe kerk te Sint
Pieter.
De parochianen hebben met belangstelling
de voorbereidende werkzaamheden van hun nieuwen pastoor gevolgd en weten, dat
zijn weg niet over rozen is gegaan. Heel Maastricht heeft in zekeren zin
aandachtig zitten uitkijken naar den nieuwen tempel. En nu zal hij met Gods hulp
binnen niet al te langen tijd zijn plaats innemen bij het graf van Sint
Lambertus.
De kerk van Sint Pieter immers heeft
gestaan boven dit graf, in de buurt van de tegenwoordige Lambertuskapel langs
het kanaal. Op militair bevel werd deze kerk afgebroken. De aanleg van het
kanaal werd de aanleiding om den ouden grafkelder af te breken. De kapel werd
vlakbij weer opgebouwd; ieder kent de plek en verlangt vurig naar een meer
waardige uitwendige verschijning.
De kerk werd veel meer naar het zuiden en
hooger tegen den Sint-Pietersberg gebouwd volgens de verwachtingen, die men in
die dagen had van de uitbreiding van de stad zelf, zoowel als van het aloude
Sint Pieter. Maar de mensch wikt en God beschikt. De ontwikkeling van de stad
heeft, zooals in zooveel gevallen, een geheel andere richting genomen.
Ook onze Bisschop heeft zich noodgedwongen
bij den ontstanen toestand moeten neerleggen en bevel gegeven de nieuwe kerk te
bouwen. En nu komt ze. Helaas, zal
voorloopig de toren zich nog niet tegen de groene hellingen van den Sint
Pietersberg verheffen. Wijs beleid en mannelijke voorzichtigheid hebben dit
offer doen brengen.
Want, zeggen de niet-verantwoordelijke
menschen, wat is nu 'n kerk zonder toren? En eigenlijk hebben ze gelijk. Maar
voorloopig zullen we het moeten stellen met de hoop, dat de bouw er van niet al
te lang op zich zal laten wachten.
De parochianen van Sint Pieter willen het
niet laten bij het lijdzaam uitspreken van die hoop, maar zijn aan het werk
getogen om te trachten de zeer zware lasten, die toch nog overblijven, naar best
vermogen te helpen verlichten.
Op 13, 14 en 15 Augustus a.s. wordt er
namelijk in de school van de Eerw. Zusters Ursulinen aan de Burgemeester
Ceulenstraat een parochiefeest georganiseerd, waar ieder onder gepaste
ontspanning in staat wordt gesteld een steentje of een grooten steen tot den
bouw bij te dragen.
In die dagen zullen de werkzaamheden aan
de kerk reeds zoo ver gevorderd zijn, dat ieder wel eens zal willen zien, hoe de
toestand daar op het nieuwe Sint Pieter nu eigenlijk wordt. Want het is
merkwaardig, welke „wilde" ideeën er in de hoofden van sommigen nog rondspoken
over de nieuwe situatie. Welnu, het terrein van het parochiefeest ligt maar
enkele stappen van 't terrein van de nieuwe kerk. En op Sint Pieter verwacht men
met recht en met reden, dat men daaraan niet voorbij zal gaan. De geestdrift,
waarmee de Maastrichtenaren de laatste jaren weer kerken hebben gebouwd, al gaat
dat nu dan ook anders dan voor vele eeuwen, is een waarborg, dat het ook met de
kerk op Sint Pieter wel weer terecht zal komen en dat Maastricht zijn zooveelste
toren ook niet al te lang zal moeten missen.
Wie bouwt er mee? A. T.
De toren zou echter nooit
gebouwd worden.
1964. Bron:
archief familie De Beaumont.
De kerk "beneden" anno 2008. Foto's:
Breur Henket.
Kapelaan
Petrus Henricus Martinus Camps ( * 23 november 1919 † 21 oktober 2001) schreef
in 1993 het boek "Het kapläönsje vaan St. Pieter".
Adolphus Emile Hubertus (Ad) Welters werd geboren op 13
april 1888 te Echt. Adolf werd tot priester gewijd te Roermond op 28 maart 1914. Vervolgens was hij
kapelaan te St. Pieter van 1914 tot 1919. Daarna: kapelaan van de O.L.V. kerk te
Maastricht van 1919 tot 1935, pastoor te Mheer van 1935 tot 1937 en pastoor te
Valkenburg van 1937 tot 1966. Hij overleed te Valkenburg op 3 februari 1970, 81
jaar oud en werd aldaar begraven.
Ad Welters als
pastoor.
Hij was medeoprichter en bestuurslid van Veldeke, bestuurslid van het Limburgs
Landschap. Hij publiceerde over cultuurhistorische aspecten van Limburg in o.a.
De Maasgouw en De Nedermaas. Verder ondermeer:
Legenden van de Sterre van
de Zee. Illustraties door Georges Tielens - Sittard.
Het
Limburgsche veldkruis in zijn verschillende bestaansvormen, vergeleken met het
veldkruis in de naburige landen - Leiter-Nypels - Maastricht 1929.
Legenden
van Sint Lambertus. Tekeningen van Georges Tielens - Maastricht 1937.
Legenden van de Sterre der Zee -
Maastricht van Aelst, geïllustreerd door Georges Tielens - Sittard 1940.
De Lieve
Vrouwkes van Limburg - Maastricht van Aelst - plaatjesalbum met 21 plaatjes van
Jeanne Hebbelynck en Liesje Thomassen -1941.
Kluizenaars in Limburg - Heerlen 1950.
Uit Valkenburgs verleden. Historische schetsen van
Ad.Welters verzameld t.g.v. zijn 80ste verjaardag 1888 - 13 april - 1968 -
Valkenburg 1968.
Herinneringsprentje H. Priesterwijding
en eerste H. Mis. Collectie Breur Henket.
Pastoor Janssen volgde pastoor Van
Genabeth op.Zie:
5
augustus 1945 werd P. Camps tot priester gewijd (uitsnede foto). 5 december 1947
werd kapelaan Peter Camps benoemd tot kapelaan te St. Pieter beneden. In het
boek beschrijft pastoor Camps op een luchtige en humoristische wijze zijn
wederwaardigheden als jonge kapelaan te St. Pieter onder pastoor Steegmans.
De omslag van dit boek en de tekeningen in het boek werden gemaakt door
Armin Elmansdorp. Helaas werden niet alle voorwerpen afkomstig uit de
oude kerken van St. Pieter teruggeplaatst in de kerk boven. Pastoor Theunissen
moest in 1954 de inboedel letterlijk bij elkaar schrapen. Op de zolder van de
St. Mathiaskerk lagen een Pieta en een St. Jozefbeeld in opslag. Pastoor
Theunissen - voorheen kapelaan in de St. Mathias - gaf deze beelden een plek in
de kerk boven. Zie ook:vak D
Antoine Theunissen.
Sjef Eymael: St. Antonius met kind, aangeschaft door pastoor
Antonius Theunissen.
Het uit hout gesneden
kruisbeeld van de Maastrichtse beeldhouwer Weerts.
Pastoor
Theunissen deed er alles aan, geld bij elkaar te brengen om zijn kerk weer te
restaureren. Eén gulden per boekje!
1954:
In 1977 kreeg Guus Dohmen de aanstelling tot
pastoor van St. Pieter op de Berg. Zelf typte Guus een kaartenbak, zijn broer
maakte een plattegrond van het kerkhof en Guus besloot diverse oude graven
vervallen te verklaren. Achteraf gezien, valt de beslissing om oude graven
vervallen te verklaren en een aantal van deze graven te ruimen vanuit historisch
oogpunt te betreuren. Dohmen gaf het kerkhof de huidige definitieve inrichting
en nam het initiatief tot restauratie van de kerk. Pastoor Dohmen bracht
talrijke spullen van de inmiddels gesloten St. Gerarduskerk aan de Wycker
Grachtstraat in, zoals de kruiswegstaties van Willy Hameleers en het uit hout
gesneden kruisbeeld van de Maastrichtse beeldhouwer Weerts.
Uit een ongedateerd Persbericht.Bron: parochie-archief St.
Pieter:
De overgang
van
de
volksbuurt
in Wyck naar
het landelijke
St.Pieter op de Berg
was
een grote stap.
Doordat
past.Theunissen zich
niet goed meer kon verplaatsen
was
het eigene
van
de parochie
enigszins
ondergesneeuwd,
het werd
zaak
dat St.Pieter
op de Berg zijn eigen gezicht
weer
kon laten zien.
Dat lukte
zeer wel.
Met de hulp
van
velen kwam veel voor
mekaar. Steeds lukt het om mensen te
mobiliseren, om mee
te
helpen
en werk
over te
nemen.
In 1986 werden de parochianen opgeschrikt
met de slogan:
"Als P(astoor)D(ohmen)
zijn been
breekt,komt
er geen
nieuwe
P.D.".
Het was
toen al duidelijk dat
het
vinden
van
een
opvolger
moeilijk zou worden.
Daarom moesten
mensen
gemobiliseerd worden
om werk
wat niet
persé priesterwerk
is over
te nemen. Van
toen
af werd
de administratie
van
het Kerkhof,
het ziekenbezoek,
het
welkomheten van
nieuwkomelingen,
de
kerkledenadministratie
en
ander
werk dat
voordlen
uitsluitend
door de pastoor
gedaan werd
overgenomen
door
werkwillige
parochianen.
Steeds
kon
hij
rekenen
op de steun
van
de bekwame
en toegewijde
leden
van
het kerkbestuur
en op de
hulp van
vele vaste medewerkers
en van
talloze
vrijwilligers.
Hij spreekt
de
hoop
uit dat deze unieke
solidariteit
ook onder
Pastoor
Smeets
zo zal blijven.
Wat niemand
vermoedde
was, dat de gerestaureerde
kerk
zoveel
belangstelling kreeg
van buitenaf en
dat ze voor bruidsparen
zo 'trendy' werd dat het
met
huwelijkmissen
nauwelijks
is bij te
benen.
Veertig huwelijken
per jaar
is een
aantal
dat in den lande
niet voorkomt,in
het
kerkje op de
Berg is
het heel gewoon. Het kerkbestuur
is nu doende
om de nieuw
benoemde
Pastoor
Lei
Smeets af
te schermen
tegen
zo'n
grote
belangstelling.
Te
groot
voor
één man
alleen.
Feiten sinds 1977.
De parochie had geen vergaderruimte,
de koren geen repetitielokaal bij toeval kwam de woning van Patrick Creyghton,
Ursulinenweg 18 vrij. Het achterliggende schildersatelier werd met hulp van veel
sponsors verbouwd tot een riant zaaltje. De koren en de parochie was toen uit de
brand. In 1979 werd het zaaltje aan de Slouw in gebruik genomen.
De kerkhofadministratie was
nauwkeurig, maar het systeem was aan vervanging toe. Er bestond geen tekening
van het kerkhof, er werd een plattegrond gemaakt en een nieuw kaartsysteem
aangelegd. Daarna konden vervallen graven worden opgespoord en geruimd. In 1981
was de reorganisatie een feit.
De torenspits werd een gevaar voor
de bezoekers van het kerkhof. Herstel torenspits in 1983. In 1985 volgde de
restauratie van de
kerk, de afwatering van het kerkgebouw vertoonde grote gebreken. 1986 heropening
van de Kerk.
Op het kerkhof dreigde een te kort
aan open plaatsen. Alleen eigen parochianen konden nog in aanmerking komen voor
een plaats. Achter de pastorietuin was eerder een stuk land gereserveerd voor
uitbreiding. Deze uitbreiding werd gerealiseerd in 1989.
De definitieve benoeming van Pastoor
Smeets liet lang op zich wachten - eigenlijk te lang - maar hoe dan ook is er
een zaak die
zeker is: dat dankzij de niet aflatende inspanning van het kerkbestuur de
zelfstandigheid en het eigen gezicht van onze parochie
behouden is gebleven.
P.D. hoopt vurig dat deze situatie in lengte van dagen kan blijven doorgaan
omdat hij het altijd fijn gevonden
heeft om hier te werken.
De voormalige St. Gerarduskerk en
St. Gerardusbeeld (met de tekst "keert
terug tot GOD") in 2008. Pieta en kruiswegstatie van Willy Hameleers.
Foto's: Breur Henket.
Zonde(n) van de wereld. Crucifix van Christus,
die met Zijn arm de continenten bijeenhoudt
op een bronzen wereldbol.
Massief beeld, hoogte ongeveer 20 cm, geplaatst op een houten sokkel. Dit beeld
is een cadeau van de kunstenaar Jo Liégeois. De kunstenaar plaatste het
kunstwerk persoonlijk in de kerk boven op 8 juni 2010. Hij was eens geraakt door
een preek en schonk het aan de kerk boven. Het kruis doet denken aan de lijdende
Christus, maar ook aan de lijdende mensheid.
Het Mariabeeld op het Maria-altaar
bij het noord transept werd geschonken door een parochiaan. De kunstenares Hetty
Kluijtmans ontwierp een troontje in de vorm van een drieluik voor dit beeld. Het
middenpaneel fungeerde als achtergrond en de beide zijvleugels waren versierd
met bloemtaferelen. Thans niet meer aanwezig.
Statie
VI. In gotisch schrift
Veronica droogt Jesus aangezicht af . Wellicht afkomstig uit de kerk
boven. Papier op karton en ingelijst.
Bron en foto: collectie familie Henket.
Kapelaan Guillaume Mulders was 19 jaar lang kapelaan te St.
Pieter boven onder pastoor Janssen en Steegmans. Wilhelmus Johannes Mulders
werd op 25 februari 1896 te Berg en Terblijt geboren als zoon van Jan Hubert
Mulders en Maria Hubertina Essers.Hij overleed 20 mei 1966, 70 jaar oud en werd begraven te
Oost-Maarland. Bron gedachtenisprentjes en foto:
Dhr. John Claessens.
De Retraitantenbond van St. Pieter viert haar 25-jarig bestaan.
Groepsfoto voor de kerkdeur van de kerk Boven, Ursulinenweg 2 te St. Pieter.
Dhr. John Claessens herkende: in het midden links kapelaan Mulders en rechts
naast hem pastoor Janssen. Links naast kapelaan Mulders, Louis Claessens
echtgenoot van Betsje Hendrix (zie:vak G
Claessens) en achter hem met gleufhoed en lichte mantel Pierre Claessens
zijn zoon.Uiterst rechts staat
Jan Snels,
echtgenoot van Lies Claessens. Naast het vaandel rechts bij de geopende kerkdeur staat Winandus
Claessens, zoon van Winandus Claessens en Liza Braken; Winandus was gehuwd met
Mia Huynen. Herkent U nog meer personen? Foto: collectie familie Henket.
Het oude Slavantekruis in kerk
"beneden" en
het kruis op het altaar in de kerk "boven",
foto's: Breur Henket.
Joannes Augustinus Paredis (1795-1886),foto: F. Lahaye.
De
godslamp is een olielamp in de buurt van het
tabernakel dat blijft branden zolang het
Heilig Sacrament in het tabernakel aanwezig is. De
godslamp getuigt van Christus' Werkelijke Tegenwoordigheid.
Vroeger was de godslamp altijd een hanglamp met drie kettingen. Dit is nog
steeds het meest voorkomende model.
Interieur van de kerk "boven" anno 2008.
Foto's: Breur Henket.
Voor een beschrijving en foto's van de glas-in-lood
ramen, verwijs ik U naar:
www.glasmalerei-ev.net.
Benedenstaand enkele kaarten
van de situatie voor de bouw van de huidige kerk:
Kaart van Bory
ca. 1812 met onder G de ingang van de Zonneberg.
Kadasterkaart ca. 1815.
Minuutplan Sint Pieter 1830. Landmeter F.W.
Voncken.
Bron: De Maasgouw I 1879,
blz. 80 en 84 en De Maasgouw 16 1894, blz. 25 en 26 - Maastricht.
Opmerking: toegevoegd dient
nog te worden:
1a. Johannes. Pastoor of
investitus, tevens gasthuismeester van St. Servaas te Maastricht. 1285, 1299
en 1301 (Johannes, investitus ecclesiae S. Petri, iuxta Trajectum = St. Pieter
bij Maastricht).
6. 1597: Cornelius de Meyere,
pastoor van St. Pieter was benificiant van het altaar van de H. Anna gelegen in
de St. Servaaskerk te Maastricht, waartoe hij in de maand januari 1597 benoemd
was geworden.
7. Lambertus Maes, pastoor van St.
Pieter, verkreeg 21 maart 1615 bij het kapittel van O. L. Vrouw van Maastricht
het beneficie van de H. Agatha, gelegen sub campanis (onder de
klokkentoren).
10. 1628: Gabriel Knooren,
investitus, pastoor van St. Pieter.
Bij Johannes Happaert dient het
jaartal 1618 te zijn. De begraafdatum van Otgerus POISLEVACHE in dit overzicht
klopt natuurlijk niet; hij overlijdt immers 10 mei 1727. Otgerus van Kanunnik
van St. Elisabethsdal te Nunhem. Pastoor van St. Pieter van 1696-1727. Hij
testeerde 18 januari 1726. Het testament werd gedeponeerd bij notaris W. Kicken
te Maastricht.
Koster Joannes Rosier vermeldt in het
register van het begraven over het jaar 1872:
Mechtildis SCHRIJNEMAKERS ("Dienstmeijd bij den pastoor")
was een dochter van Hendrik SCHRIJNEMAKERS en Anna Catharina HENDRIKX.
Willem HEYNEN werd 16 oktober 1875, oud zijnde 77
jaar, begraven in zijn geboortedorp Zichen (België). Hij was daar op 13 mei 1798
geboren als zoon van Willem HEYNEN en Maria CASTERMANS. Willem overleed 13
oktober 1875 te Zichen. Hij was 42 jaar pastoor te St. Pieter geweest (tot in
1869):
Opschrift in het Noordelijk
gangenstelsel. Screenfoto uit Verborgen geheimen 2, een productie van Tv
Maastricht ( Vitrien).
Gedachtenisprentje van kapelaan Pierre Theunissen.
Fragment uit een brief aan
Burgemeester en Wethouders van St. Pieter afkomstig van de kerkfabriek van St.
Pieter naar aanleiding van een brief van H. Miessen landbouwer en kerkmeester te
St. Pieter als verweer op de betwiste rechtmatigheid van verpachtingen van
eigendommen van de kerk van St. Pieter gedateerd 22 maart 1873 en ondertekend
door S. H. Fey, President en W. Schrijnemakers, Secretaris van de
fabrieksraad der succursale kerk van St. Pieter. De
pastoor en kerkfabriek leggen uit dat genoemde verpachtingen niet tot
vijandschap onder de inwoners van de gemeente zullen leiden en nadelig zouden
werken op het bijdragen voor de te bouwen nieuwe kerk. Ook verklaart de pastoor
het keizerlijk decreet van 6 november 1813 niet overschreden te hebben. Bij
decreet van 6 november 1813 betreffende de bewaring en het beheer van de
goederen van de clerus verkreeg de clerus rechtspersoonlijkheid onder toezicht
van de minister van Justitie.
Bron:
familiearchief Hameleers RHCL te Maastricht:
De andere genoemde
pastorie goederen zijn:
perceel no. 5 geschonken in 1765 door
wijlen de schout van de gemeente St. Pieter L. Stassen aan de choralen of
misdienaars in de hoedanigheid van voogd van deze aangenomen door de toenmalige
pastoor Franssen. Deze aanneming werd bekrachtigd en bevestigd door de bisschop
van Luik.
Perceel no. 6 werd in 1580 (?) vermaakt
aan de tijdelijke pastoor en is belast met een wekelijkse mis bevestigd door de
Gouverneur van Limburg bij besluit van 12 februari 1820.
Bovengenoemde percelen zijn tot 1846 door de
tijdelijke pastoor steeds onderhands verpacht doch en van 1846 tot 1873 steeds
in het openbaar gelijktijdig met de kerkelijke goederen.
Perceel no. 5 en no. 6 zijn
door de pastoor weer onderhands verhuurd voor de tijd van negen jaar aan J.P.H.
Ceulen (burgemeester van St. Pieter vanaf 1877 tot 1910; zijn vader P.H. Ceulen
was in 1873 burgemeester). H. Feij heeft op perceel no. 10 voor
onderhandse aankoop ƒ
300,00 aangeboden teneinde zijn daarnaast gelegen huis te kunnen vergroten. Dit
aanbod werd aangenomen onder voorbehoud van 's Konings goedkeurig.
Het lijkt erop dat de kerkmeesters onderling een
belangenstrijd voeren of van elkaar muggen trachten af te vangen.
Kerk
en omgeving te St. Pieter "boven" geschilderd door Christoffel Dijkman.
Zie:
Christoffel Hendrik Dijkman. Privé collectie Dhr. Theo Montulet en privé
collectie Dhr.
Hub Limpens.
In de Calepin I van Oud Sint Pieter verscheen een foto van "De koe nog voor de
kar van St. Pieterse tuinders". Deze afbeelding diende als voorbeeld voor dit
glas-in-lood raampje gemaakt door Kunst Atelier H. Felix, Kleine Looiersstraat
te Maastricht getiteld St. Pieter ± 1895.
Collectie van de fam. Pletzers-Gilissen.
1914: kerk en omgeving.
Gezicht op St. Pieter van Sonnenberg.
Sint Pieter bij Maastricht, gestempeld 1904.
Sint Pieter omtrent 1950.
De instorting van den St-Pietersberg.Bron: pagina 39 + foto "DE PRINS der geillustreerde bladen" 27
januari 1917.
Teksten bij deze foto's:
(Holland.
Foto) Instorting van den St.-Pietersberg bij Maastricht. - Een stuk land, ter
grootte van ruim 10 roeden, is onder vreeselijk geraas naar beneden gezakt,
terwijl in het omliggend terrein vele barsten en scheuren ontstonden, waardoor
groote schade voor de landeigenaars veroorzaakt is; een groote trechter is
ontstaan. - Zoals men weet wordt de St.-Pietersberg door vele in de mergelsteen
uitgehouwen gangen ondermijnd.
(Haagsch Persbureau. Foto) De linkerhelft van het afgescheurde en ingestorte
gedeelte (een aantal HA. pas geploegd korenveld) van den St.-Pietersberg; de
aardscheuring maakt door haar reusachtige omvang een overweldigende indruk.
Meer over de roede:
volgens de vergelijkingstabellen 1807 was op St.
Pieter:
lengtemaat: 1 roede = 4,5958 m., dus omtrent 4,6
m.;
oppervlaktemaat: 1 kleine roede = 4,6 x 4,6
= 21,1 m2;
1 grote roede: 20 x 21,1 = 423 m2. Het
ontstane gat zou dus bijvoorbeeld omtrent 210 m2 kunnen zijn geweest.
De lengte en breedte verhouding is niet goed op te maken uit de gepubliceerde
foto.
(Met dank aan Dhr. Jo Wilmes).
Knipsel uit een weekblad van 1938 naar een schilderij van Jan Gregoire: kerk en
pastorie.
Bettine Flesseman tekende de kerk van Sint
Pieter op de berg.
Winter 1963.Foto:
Enci Schakels 22e Jaargang. No. 2, februari 1963.
Dhr. C. Vang
maakte deze foto winter 1962/1963.
De winter van 1962-63 was de
koudste winter van de afgelopen eeuw. We moeten zelfs terug naar de winter van
1829-30 om een nog koudere winter tegen te komen. De winter van '63 kenmerkte
zich door een extreme lange koude periode van 10 weken en begon op 22 december
en duurde tot en met 3 maart. Ook daarvoor was het al koud geweest. Van 21 tot
23 november en in de eerste week van december had het al goed gevroren. De
gemiddelde temperatuur is in de wintermaanden december, januari en februari is
+2,2 C. Voor 1963 is dit -3,0 C. De laagste temperatuur is gemeten op 18 januari
- de dag van de Elfstedentocht - in Joure en bedroeg -20,8 C. Behalve dat het
een koude winter was, was het ook een hele zonnige; 50% meer zon dan gemiddeld.
Niettemin bleef de sneeuw die op de Tweede Kerstdag was gevallen, liggen tot in
maart. Die sneeuwval leidde in de week tussen Kerst en Nieuwjaar tot grote
verkeersproblemen. Tal van wegen werden voor enkele dagen afgesloten, omdat het
onbegonnen werk was door deharde wind om deze sneeuwvrij te maken.
Bron:
Geschiedenis Andere Tijden: De barre winter van 1963 - Inleiding.
Patrick Creyghton maakte 1983 het origineel van deze poster met zicht op St.
Pieter.
De opbrengst van de verkoop van deze poster kwam ten gunste van de restauratie
van de toren van de kerk.
Deze aquarel van St. Pieter aan het kanaal ter hoogte van de hoek Lage
Kanaaldijk-Ursulinenweg werd gemaakt door de Maastrichtenaar Mat Boelen (†).Collectie Breur Henket.
Dezelfde locatie op een foto met afgebeeld de
N.V. Kalkmergel Mij. met kerk en oprit Ursulinenweg ("kerksträötsje") zoals afgebeeld in de
Calepin II van Oud Sint Pieter.
Maquette van de huidige kerk. Deze
maquette is gemaakt door de Hobbyclub St. Servaas en te zien in het portaal
onder de toren.
Op deze plek, bij de ingang van de huidige sacristie ligt onder de grond nog een
oude intacte afvoerput.
Wie zijn er nu al zo begraven op dit
kerkhof en wat waren de graftarieven?
In
1899 betaalde men voor een koopgraf voor 10 jaren
ƒ
4,80; een kindergraf kostte
ƒ0,48. Een koopgraf voor een kind
ƒ
5,00.
Een koopgraf voor 20 jaren
ƒ
20,00. Een koopgraf voor onbepaalde tijd
ƒ
40,00.
Uit
een inventarisatie van oktober 1952 blijkt dat er op het kerkhof 6 kerkhoven
voor religieuzen zijn; 5 familiegraven; 49 graven van eeuwig durend grafrecht
(concession perpétuelle - deze graven mogen niet geruimd worden) en een aantal
enkele en dubbele graven voor huurperioden van 10 tot 50 jaar. In totaal waren
er 377 graven aanwezig waarvan 145 vervallen huurgraven.
Momenteel zijn er
omtrent 1350 graven aanwezig op dit kerkhof.
De
nog overgebleven grafmonumenten van voor 1752 zijn afkomstig van Slavante of van
het oude kerkhof rondom de St. Lambertuskapel aan de Lage Kanaaldijk. Tot 1748
lag hier de oude kerk van St. Pieter. De graven van de periode 1748 -1875 zijn
van het kerkhof van de oude kerk "op de berg" of uit deze kerk zelf afkomstig.
In de loop van de 18de eeuw kwamen er
onder invloed van de verlichting bezwaren tegen het begraven in de kerk.
Bewustwording van de algemene hygiëne versnelde dit proces. In Parijs werd in
1765 een verbod op begraven binnen de bebouwde kom uitgevaardigd. Dit was de
aanzet tot regelgeving omtrent het begraven wat uiteindelijk zou leiden tot een
Koninklijk Besluit in 1827. Bij Koninklijk Besluit van 24
mei 1825, nummer 162, werd het verboden om na 1828 nog doden in kerken, kapellen
of bedeplaatsen te begraven en was het alleen nog in gemeenten met minder dan
duizend inwoners toegestaan om te begraven op kerkhoven of begraafplaatsen in de
kom van de gemeente. Bij Koninklijk Besluit
van 22 augustus 1827 werd het begraven in kerken per 1 januari 1829 verboden.
Alleen met voldoende geld kon men voorheen een graf in de kerk kopen.
Minderbedeelden vonden buiten op een kerkhof in een simpel graf met vaak alleen
een houten kruisje hun laatste rustplaats. Voor de kerkgangers waren de gevolgen
van de aanwezigheid van de graven in de kerk niet altijd even plezierig. Zeker
bij warm weer konden de graven een zeer onaangename lucht verspreiden. Vandaar
de uitdrukking "rijke stinkers", want alleen met voldoende geld kon men ook na
de dood voor overlast zorgen. Alleen het overdadig gebruik van wierook kon enige
verlichting brengen. Het begraven in de kerk was tevens een manier om
op den duur een stevige en mooie stenen vloer in de kerk te realiseren op
kosten van de
gelovigen.
De wet van 10 april 1869 tot vaststelling van bepalingen betrekkelijk het
begraven van lijken, de begraafplaatsen en de begrafenisregten tot stand
gekomen onder de regering van koning Willem III bevestigt de uitzondering
gemaakt voor leden van het koninklijk huis. Het laatste artikel, art. 51: "De
bepalingen dezer wet omtrent de inrigting en het gebruik van en het toezigt op
begraafplaatsen alsmede omtrent de begrafenis, de wijze van begraven, zijn niet
toepasselijk op de begraafplaats en het begraven van leden van het Koninklijk
Huis". Met andere woorden: leden van het koninklijk huis mogen begraven
worden in de kerk, traditioneel de Nieuwe Kerk te Delft.
De Wet van 7 maart 1991, houdende nieuwe bepalingen inzake
de lijkbezorging vermeldt in Artikel 87: 1. Deze wet is niet van toepassing
op de lijkbezorging van leden van het Koninklijk Huis. 2. Onze Minister van
Binnenlandse Zaken kan ten aanzien van andere bloed- en aanverwanten van de
Koning ontheffing verlenen van bepalingen van deze wet; en Artikel 94: De Wet
op de lijkbezorging (Wet van 10 april 1869, Stb. 65) wordt ingetrokken.
De wet van 10 april 1869 tot vaststelling van bepalingen betrekkelijk het
begraven van lijken, de begraafplaatsen en de begrafenisregten. Bron:
J. M. Bouvrie Familiearchief Hameleers RHCL St.16.0539 - Maastricht 1998.
Het zal geen toeval zijn dat de familie Hamele(e)rs dit boekwerkje in bezit had.
Enkele leden van deze familie waren wethouder en of kerkmeester te St. Pieter en
de bouw van de nieuwe kerk "op de berg" en de aanleg van het kerkhof maakten het
noodzakelijk deze wet en zijn bepalingen goed te kennen.
De meeste graven van het oude kerkhof echter zijn geruimd bij de bouw van de
nieuwe kerk (1875). Het kerkhof werd nog uitgebreid aan de noordzijde van de
kerk en meest recent aan de zuidwestzijde.
De begraafplek aan de St. Lambertuskapel blijft na het aanleggen van het
Kanaal van Luik naar Maastricht nog gedeeltelijk in gebruik als tweede
parochiale begraafplaats o.a. door de zusters Ursulinen uit Maastricht.
De begravenen (vroeger zei men gezonkenen) zijn inwoners van St.
Pieter, inwoners geboortig van Maastricht, Kanne, Lixhe, Ternaaien (Lanaye) of
Heugen, meestal pachters, losse arbeiders, groeve-exploitanten en blokbrekers,
"hoveniers", herbergiers, notabelen, kerkmeesters en ambtenaren. Door de
gunstige ligging aan de Maas en aan het kanaal Luik-Maastricht (1847) treft men
ook graven aan van schippers, brugwachters en rijksambtenaren. Na de komst van
de ENCI (1926) zijn er ook veel werknemers, werkzaam geweest op deze fabriek, op
dit kerkhof begraven. Verder zijn er een aantal drenkelingen begraven afkomstig
van of buiten St. Pieter. Ook bevinden zich - naast de graven van dienstdoende
pastoors - een aantal gemeenschapsgraven van religieuze orden op dit kerkhof.
Ook enkele niet katholieke inwoners van St. Pieter zijn hier begraven in
"ongewijde" grond. De nog vele aanwezige grafmonumenten uit de 19de
en 20ste
eeuw bepalen in hoge mate de sfeer op dit kerkhof. Opmerkelijk en bijzonder is
dat op dit kerkhof veel grafmonumenten aanwezig zijn ontworpen en/of gemaakt
door bekende Limburgse beeldend kunstenaars o.a. Jef Courtens, Patrick
Creyghton, Jef Eymael, William Graatsma, Jeff Van Hontem, Marie José Muré, Rob
Stultiens, Fons Tuinstra en Jef Wishaupt. Bij de beschrijving van de graven in
de vakken treft U meer informatie aan. Een waardevolle plek om te behouden!