Historie van kerken en kerkhof te Sint-Pieter.

 

De parochie van St. Pieter bestaat momenteel uit de parochie van de Allerheiligste Verlosser en H. Petrus (de oude kerk boven) aan de Ursulinenweg en de parochie H. Petrus (de nieuwe kerk beneden) aan de St. Maternusstraat. De huidige parochie van St. Pieter werkt in een samenwerkingsverband met de parochie van de Onze-Lieve-Vrouwe kerk (Slevrouwe) te Maastricht.

Kadastrale ligging Gemeente Maastricht sectie-nrs. B 1299 = de kerk; B 1299 en B 3763 het "oude" kerkhof; B 1366 en B 1559 de nieuwe uitbreiding van het kerkhof.

 

Tijdens het Ancien Régime maakte de parochie Sint Pieter deel uit van het bisdom Luik, het aartsdiaconaat Haspengouw en het dekenaat Maastricht. Bij de nieuwe indeling in bisdommen in 1801 en de nieuwe parochie indeling van 1803 bleef de parochie deel uitmaken van het bisdom Luik. Sint Pieter werd een van de succursale parochies van het kanton Maastricht-Zuid. Van 1834 tot 1840 tijdens de Belgische Afscheiding stond Sint Pieter samen met Maastricht, die beide onder Hollands bewind waren gebleven, onder het bestuur van de apostolisch vicaris van Den Bosch. In 1840 werd het apostolisch vicariaat Roermond opgericht en vanaf die tijd hoorde de parochie Sint Pieter bij Roermond. Bij het herstel van de katholieke hiërarchie in 1853, waarbij apostolisch vicaris Paredis tot bisschop werd benoemd, veranderde aan deze situatie niets. Vanaf de nieuwe indeling in dekenaten in 1842 ressorteert Sint Pieter onder het dekenaat Maastricht. Na de parochie indeling van 1803 bleef de parochie niet lang meer zelfstandig. In 1808 werd de kerk hulpkapel van de parochie Sint Nicolaas (na 1837 Onze-Lieve-Vrouw) te Maastricht. In 1839 kreeg de hulpkapel bij Koninklijk Besluit haar onafhankelijkheid gedeeltelijk terug. Sint Pieter mocht weer beschikken over een eigen kerkfabriek en de kerkfabriek van Onze-Lieve-Vrouw werd ontheven van alle bemoeienis. De kerk van Sint Pieter bleef echter nog altijd hulpkapel. Pas in 1863 werd de kerk bij Koninklijk Besluit weer zelfstandig verklaard.

Bron: 21.227A Maastricht: Heilige Petrus Sint Pieter. RHCL -Regionaal Historisch Centrum Limburg.

 

 

Omtrent 1145 vermeldt kanunnik Nicolaus (canonicus Leodiensis) in zijn Vita Lamberti twee kerken te Maastricht in de tijd van St. Lambertus: de Onze Lieve Vrouwe Kerk en de St. Bartholomeuskerk; in deze laatst genoemde kerk was St. Servatius begraven. St. Lambertus was begraven in het kerkje van St. Petrus, dat eenzaam was gelegen op de naar het oosten gerichte berghelling, die Castra - een castrum is een versterkte nederzetting of versterking rond een klooster - werd genoemd, met de Jeker als grens tussen die plek en Maastricht. Zie: Rolf Hackeng: Het middeleeuwse grondbezit van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht in de regio Maas-Rijn - Maastricht 2006. Paus Hadrianus IV bevestigde in 1157 het Maastrichtse kapittel van Onze-Lieve-Vrouw in het bezit van een kerk gelegen ten oosten van de huidige St. Lambertuskapel. Dit betekent dat er al voor 1144 een kerk in deze omgeving moet zijn geweest. In de oudst bekende levensbeschrijving van bisschop Lambertus (achtste eeuw) is er al sprake van een St. Petruskerk. Lambertus' ouders Aper, graaf van Loon en vrijheer van St. Pieter en zijn echtgenote Herisplindis zouden hier begraven zijn. In hun graf dat zich destijds "in basilica S. Petri" bevond, is de H. Lambertus na zijn marteldood in Luik tijdelijk bijgezet geweest. 28 april 709 liet De H. Hubertus, opvolger van de H. Lambertus, het heilig gebeente naar Luik overbrengen.

 

 

Het Prinsbisdom Luik was oorspronkelijk een bisdom waarover bisschop Notger in 980 van de Duitse Keizer Otto II de heerlijke rechten kreeg en dus naast de geestelijke macht ook de wereldlijke macht kon uitoefenen. Vanaf dat ogenblik werd een deel van het Bisdom Luik een Prinsbisdom onder bescherming van de Keizer. St. Pieter kreeg als gevolg van een akte uit 1284 een eigen rechtskring, losgemaakt uit het gewone landrecht; dit is de reden waarom de heerlijkheid ook als "vrijheid" of "franchise" wordt betiteld. In 1212 geschiedde iets soortgelijks: bisschop Hugo van Pierrepont besloot toen een "bourg" bij de muren van Maastricht te bouwen "er accorda à ceux qui viendraient l’habiter, toutes les franchises dont jouissaient les bourgois liëgois de Maestricht ". Zie: Perreau, Recherches St.Pierre p. 212/213.

St. Pieter strekte zich al vroeg uit tot aan de wallen van Maastricht. De zgn. Nieuwstad gelegen buiten de Helpoort, het huidige stadsdeel tussen het Pater Vincktorentje (overigens pas na de restauratie van 1905-1906 zo genoemd) en Poort Waerachtig was grondgebied van St. Pieter. In de 14de eeuw was St. Pieter nog omringd met wallen. Lodewijk van Bourbon (1438-1482).

In 1466 smeden dertien Luikse steden een verbond tegen Karel de Stoute. Op 28 oktober 1467 voerde Karel de Stoute oorlog in de Slag bij Brustem met Limburgers en Luikenaars. Hierbij sneuvelden 4000 soldaten, het merendeel Luikenaars. In 1468 belegerde en verwoestte hij Luik. Lodewijk van Bourbon was met de invloed van zijn oom Filips de Goede benoemd tot prins-bisschop van Luik. De inwoners van Luik waren daar niet gelukkig mee en de Franse koning Lodewijk XI al evenmin. In oktober 1468 braken onlusten uit te Luik. De aartsbisschop vluchtte de stad uit, maar de Luikenaren achterhaalden hem te Tongeren en voerden hem terug naar Luik. De hertog van Bourgondië, Karel de Stoute, trok Luik binnen met een leger om orde op zaken te stellen. Lodewijk XI moest hem vergezellen. Op 22 oktober hakte het Bourgondisch leger een Luikse militie in de pan bij Lantin.

De kroniekschrijver Filips van Komen verhaalt hoe Gosuin van Strailhe en Vincent van Bueren 600 mannen uit Franchimont verzamelden voor een wanhoopspoging. In de nacht van 27 op 28 oktober 1468 bestegen de "Franchimontezen" de trappen naar Sint-Walburgis, waar de Bourgondiërs hun kamp hadden opgeslagen. Hun plan was, om de hertog van Bourgondië en Lodewijk XI gevangen te nemen. Ze konden de wachtposten verschalken, maar raakten daarna in gevecht met de toegesnelde soldaten en verloren allen hun leven. De volgende dag staken de Bourgondiërs als wraakoefening de stad Luik in brand. Luik zou zeven weken gebrand hebben. Mythe of waarheid ?

Klik om te vergroten.Na de dood van Karel de Stoute op 5 januari 1477 ontstaan overal onlusten. Maria van Bourgondië ziet af van haar aanspraken op het rumoerige prinsbisdom Luik. De Vrede van St. Jacob zorgde voor verzoening tussen Lodewijk van Bourbon en de bevolking van Luik. De rust zou niet lang duren. De nieuwe voorman van de oppositie Willem de la Marck, "le sanglier des Ardennes" nam in 1482 Luik in; hij vermoordde de bisschop en plaatste zijn eigen zoon Jean de la Marck op de bisschopstroon.

St. Pieter was inmiddels geheel verwoest na de opstand van de Luikenaren tegen hun wettige vorst en moest verscheidene jaren in onbebouwde toestand blijven. Karel de Stoute had verboden ten gunste van de stad Maastricht en van haar verdediging nog huizen te bouwen op St. Pieters gebied. Na de dood van Karel de Stoute werd St. Pieter weer mondjesmaat herbouwd vaak onder protest en met tegenwerking van de stad Maastricht; de grandeur van voor 1477 werd niet meer bereikt. Het slopen en opbouwen van St. Pieter was echter nog niet voorbij, zoals later zal blijken.

In het grijze gedeelte het grondgebied van het prinsbisdom Luik in 1477. Bron uitsnede kaart: Universiteit van Texas - Central Europe in 1477 uit de Historical Atlas van William R. Shepherd, 1926.

 

 

 

Joris Van der Haagen ca. 1615-1669: gezicht over de Maas op de St. Pietersberg en Slavante bij Maastricht, omtrent 1650. Aan de rechterzijde (zie detail beneden) de oude kerk van St. Pieter. Collectie Bonnefantenmuseum te Maastricht. Zie: Bonnefanten museum Maastricht.

Op het afgebeelde schilderij van Joris Van der Haagen is aan de uiterste rechterzijde de oude kerk van St. Pieter te zien die in 1747 werd afgebroken. De gouverneur van Maastricht liet de kerk van St. Pieter afbreken gelet op de aanstaande belegering van Maastricht in het kader van de Oostenrijkse successieoorlog. Schout Collette noteert: "Den 14 april [1748] wiert de capelle en het pastoorshuijs van st. Piter door eenige gecommandeerde manschap affgebrooken." Maurits van Saksen, maarschalk in Franse dienst, veroverde in 1746 Namen, in 1747 Bergen op Zoom en in 1748 de vesting Maastricht, die hij tevoren tweemaal tevergeefs had bedreigd. Maastricht was bezet van 10 mei 1748 tot 3 februari 1749. 18 oktober 1748  kwam de Vrede van Aken tot stand. Frankrijk werd gedwongen Bergen op Zoom en Maastricht weer aan de Republiek af te staan. 

De kerk was oorspronkelijk gebouwd in Romaanse stijl en bestond uit een vierkante westtoren met rondbogige galmvensters, een schip met zijbeuk, zonder transept en een vlak gesloten koor. De kerk stond boven de Blekerij op de plek waar voor de aanleg van het kanaal Maastricht-Luik de St. Lambertuskapel stond.

Joannes PHILIPPUS, strodak en dakpannenlegger, viel ongelukkig van de kleine (?) toren van de kerk van St. Pieter in 1731. Hij was afkomstig van Maastricht en had de Waalse nationaliteit. Hij werd begraven op 24 maart 1731 te St. Pieter.

 

 

 

1624 werd de toenmalige kerk verwoest door Staatse troepen. Mei 1672 - het beleg van Maastricht van 1673 onder aanvoering van de Franse Zonnekoning Lodewijk XIV was aanstaande - werd de toenmalige kerk en pastorie in brand gestoken. Zie: http://www.breurhenket.com/Verraad.htm.

De nieuwe en sterke toren liet men met kruid springen. Later werden de overblijfselen gerestaureerd.

Josua de Grave: de kerk van St. Pieter bij Maastricht in 1669.

 

Fragment uit het Plan du Siege de la ville de Maestricht (1673). Links La Motterie (la maison du gouverner) tegenover het Pieterseiland (Isle de St. Pierre), midden de kerk van St. Pieter ter hoogte van Op den Deken, rechts het klooster van Slavante (Recolect) en de Lichtenberg.

Sint Pieter en La Motterie, panelen op een zesslag kamerscherm. Ca. 1750-1800. Anoniem, Limburgs Museum te Venlo. Bruikleen L.G.O.G.

La Motterie (Gouverneurs Lusthuys) op een kaart uit het Toonneel der Steeden van de vereenighde Nederlanden/Maestricht. Auteur Joan Blaeu - 1649.

De eredienst werd bij gebrek aan een kerk vervolgens gehouden in "een huys oft groote kamer in de Lamotterye geheeten". La Motterie werd afgebroken tijdens de belegering door de troepen van Lodewijk XIV in 1673. Ook dit pand moest wijken ter verkrijging van een beter en vrij schootsveld voor de verdedigers van de vesting Maastricht. De familie Van Aken was vanaf 1484 eigenaar van dit pand. 1624 verkoopt deze familie het pand aan de Franse edelman Claude de Lannoy (1578-1643), heer de la Motterie (bij Moeskroen in België) en ridder van het Gulden Vlies. Claude de Lannoy en zijn echtgenote Claudine d'Eltz werden begraven in de voormalige Franciscaner kerk van Ulfingen nu geheten Troisvierges nabij Clerveaux in Luxemburg. Hun graven of grafstenen zijn echter niet meer aanwezig in deze kerk. Meer over de bewoners van La Motterie, voorheen genaamd "In den Grooten Ancker", kunt U lezen in diverse afleveringen van het tijdschrift Sint-Pieter vroeger en nu uitgegeven door Stichting Oud sint Pieter.

 

Claude de Lannoy.

 

 

 

 

Claude de Lannoy.

 

 

 

 

 

 

 

 

Na de aanleg van het kanaal Luik-Maastricht bouwde Léon Lhoest op deze plek de nog bestaande villa. Zie: vak A Lhoest.

 

Ingangspartij villa Lhoëst geschilderd op een impressionistische wijze door Guillaume Eberhard (1879-1949).

 

Villa Lhoëst voor de aanleg van de John F. Kennedybrug (geopend in 1968 door Prins Claus).

 

Godefridus Augustinus Collette - hoogschout van Maastricht in 1747, schout van St. Pieter, daarnaast tussen 1695 en 1755 griffier van Neder-Canne - verklaart dat hij op 2 april 1746 op verzoek van de eerwaarde pastoor van Sint Pieter zich heeft begeven naar de begraafplaats van St. Pieter om zich te vergewissen of deze begraafplaats altijd was geweest zoals de plek nu is en het geheel onderzocht te hebben, verklaart hij te zijn geweest benoemd schout van de vrije heerlijkheid Sint Pieter sinds het jaar 1695 en geresideerd in deze plaats gedurende 35½ jaar, en de genoemde begraafplaats nog gezien te hebben in functie, deze eveneens te hebben zien afbreken en de grond weghalen tot ongeveer 5 voet diep, en ook te hebben gezien dat daarna een nieuwe begraafplaats is afgemeten zonder greppel of ommuring (zoals deze plek nu nog is), dat de grond van het aangrenzende stuk op gelijke wijze afgevoerd is nadat de plek geëgaliseerd was, het een en ander is geprobeerd om ruimte te winnen, het een voor begraafplaats, het ander om de grond te herkrijgen, waarvan nadat hij herkregen is, hij niet gelooft dat de begraafplaats aan de straatzijde voorheen zo gelopen heeft, maar alleen tegenover de hoek van de pastorie, er zeker van te zijn, dat genoemde begraafplaats geen hoek gehad heeft die zo scherp was dat die verder gaat dan de hoek van de pastorie, dat het gat waar de mensen leem zochten dus in die scherpe hoek was, en waar(waarvan?) ongedoopte kinderen werden begraven en gelooft niet dat dit stuk ooit van de begraafplaats geweest is zoals men zelf kan waarnemen. (Vrije vertaling van de oorspronkelijk Franse tekst, met dank aan Dhr. Boed Marres).

 

Collette tekent "naar waarheid en voor zover het geheugen reikt" en zegelt de akte met zijn gewone zegel. Waarschijnlijk wilde men al voor het beleg en dus voor de afbraak buiten de St. Pieterspoort weten hoe de toestand op dat moment was om een eventuele schadeloosstelling na het beleg te kunnen staven. Benedenstaand een deel van de originele akte.

Winand Mengels schrijft in zijn Chronijck van Canne in de Beschrijvinge over het jaar 1747:

"Den 2en Mei en de volgende dagen heeft men begonnen de huizen buiten St. Pieters- en Tongersche poort af te breeken. Deze tijding ontvongen de inwooners met zeer arme schrikt en droefheid, gingen dagelijkx naar den Gouverneur om dezelve te verbidden, doch gelijck het door de opperingenieurs vastgesteld was, was er niets aan te doen; velen begonnen hunne huizen af te breken om het hout en steenen nog te konnen sparen en tot profijt te brengen, anderen lieten dezelve nog staen, denkende dat zij ze nog zouden behouden, doch eindelijck wierden de soldaten der stad gecommandeert om buijten te gaen, dewelke dezelve in korten tijd hebben neergetrokken en bedorven; de oliemolens buiten de Tongersche poort wierden in brand gestoken en alzoo verbrandt. De kercke van St. Pieter en wiert oock niet gespaard maar wirdt oock afgebroken; zij stondt alsdoen op eene andere plaats als de tegenwoordige, waervan ick in het vervolgh op eene andere wijze zal beschrijven. Onder aen den voet van St. Pietersfort stont een allerschoonst plaisant huis, toebehoorende aen de heer Collette, hoogschout van Maestricht, hetwelk door de soldaten oock met geweld afgebroken wirdt; in dit huis was eenen trap of opganck, die 100 gouden pistolen gekost had; alles was naer advenandt daerbinnen even schoon met zalen, kamers en keldeers evenwel voorzien; in dit huis wirdt op eenen voor-denmiddag alles geruineert en bedorven; tegenswoordig heeft den Cononick Godding, neeve van voorschreven heer Collette, later Deken der Rijkskerke van St. Servaes, dit goed anders doen opbouwen, doch heeft het tiende part geen schoonheid of weerde meer tegen het eerste".

 

Op deze gravure gemaakt vóór 1747 is het kasteel Lichtenberg nog in volle glorie afgebeeld en de oude kerk van St. Pieter goed te zien. Deze gravure laat op de voorgrond galg en rad (ter waarschuwing en afschrikking) zien te Wijckerveld even buiten de vestingwerken van Wijck.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op een veilige afstand van de vesting, buiten het verboden gebied tegenover de huidige Torentjes (zie: "Spreeuwarts Thoorenthien", liet de toenmalige pastoor Ridderbeecks halverwege de helling van de St. Pietersberg een nieuw kerkhof aanleggen, dat door hem in 1752 werd ingewijd; ter vergelijking: 27 januari 1812 werd de begraafplaats aan de Tongerseweg te Maastricht ingewijd door A.L. Partouns pastoor van de St. Nicolaaskerk te Maastricht. 1755 werd begonnen met de bouw van een kerk opgetrokken uit mergel. 30 augustus 1760 werd de nieuw gebouwde kerk ingewijd. De kerk was een eenvoudige kerk, meer een soort kapel. Boven de deur hing een kruisbeeld - waarschijnlijk afkomstig van Slavante, 15de of 16de eeuws - geflankeerd door twee houten engeltjes op planken. Op het dak stond een kleine toren met klok. Ook de oude pastorie had een klokkentorentje op het dak. De pastorie werd omgeven door mergelmuren. 1794 werd het kerkje door Franse soldaten totaal geplunderd. 1797 werden de paters Franciscanen (Minderbroeders) uit Slavante gejaagd. 1805 (? zie beneden) werd Nicolaus Servaes, een geboren St. Pieternaar tot pastoor benoemd en breken rustiger tijden aan. Pastoor Willem Heijnen vergrootte het kerkje nog met een zijbeuk. Verdere uitbreidingsplannen werden uitgesteld omdat geen schade vergoed zou worden veroorzaakt door de gevolgen van eventuele aanvallen op Maastricht of op het fort St. Pieter. Zie: De grafmonumenten langs de zuidelijke muur van het kerkhof.
30 november 1752, op de feestdag van de apostel Andreas, werd het nieuwe kerkhof ingezegend door pastoor Theodoor Ridderbeecks.
30 november 1752: de eerste inschrijving van een begrafenis op het nieuwe kerkhof:

Hermannus SCAFFELERS

Herman overleed 29 november 1752 te St. Pieter en werd begraven op 30 november 1752 te St. Pieter op het nieuwe kerkhof. Hij was weduwnaar bij zijn overlijden.

Tussen 1748 en 1755 werd o.a. begraven bij de Minderbroeders te Lichtenberg (apud minoritas in monte Lucis) in de kerk (in templo) en op het kerkhof (coemeterium).

Verder een enkeling bij de begraafplaats van St. Lambertus (kapel) of op het nieuwe kerkhof.

Reeds op 3 maart 1800 werd het resultaat bekend van een opmeting van kerkhof, pastorie, kerk en hof te St. Pieter. Pastoor N. Servaes van St. Pieter is de opdrachtgever. Daaruit blijkt dat hij wellicht al eerder dan 1805 tot pastoor van St. Pieter werd benoemd. De landmeters zijn Dhrn. Vrijens en Paulussen. Rijgenoten naar Maastricht zijn de weduwe Frissen (Maria Anna Duchateau van "het huisje van Frissen"), ter andere zijde het Observantenklooster Leonard Gorren, op het ander hof naar de Maas de Observantenweg en naar St. Pietersberg de erfgenamen Pieter Dassen. De landmeters komen tot de maatbepaling van 7 grote en 2 kleine roeden. Bron: collectie Breur Henket.

Paul Lauters

 

Gezicht op Maastricht en Wyck vanaf de St. Pietersberg. Op de voorgrond de voormalige kerk van St. Pieter gebouwd tussen 1755 en 1760. Bron: Gemeentearchief Maastricht; litho P. Lauters 1839.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De oude kerk van St. Pieter met pastorie, gezien van het noorden. Foto: collectie Prenten, tekeningen- en fotocollectie Rijksarchief Limburg.

Oude kerk van St. Pieter met pastorie 1870, gezien vanuit het oosten. Tekening van Brabant. Foto: collectie Prenten, tekeningen- en fotocollectie Rijksarchief Limburg.

 

In 1825 besluit de gemeente Sint Pieter de kerk te vergroten met twee "kapelkens" en de nodige reparaties te laten uitvoeren door bouwmeester Joannes Lambriex woonachtig te Maastricht. De totale offerte bedraagt 1359,98 N. Gulden. Jean LAMBRIEX werd geboren op 26 december 1766 te Sussen (België). Hij overleed 6 september 1853, 86 jaar oud te Maastricht. Hij was meester metselaar van beroep. Hij was gehuwd met Maria Gertrudis OP DEN CAMP. Zijn kleindochter Maria Theresia LAMBRIEX zal in 1867 huwen met Petrus Egidius Hubertus KRISCHER. Zie: vak A Krischer.

Pagina een van betreffende offerte. Bron: Parochiearchief Parochie St. Pieter.

 

 

De oude kerk, pastorie en kerkhof voor 1841 (nog geen zijbeuk, deze was in oktober 1841 afgebouwd). Afbeelding uit: De Nedermaas 1924-1925.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Detail aquarel: de eerste kerk van St. Pieter "op de berg".

 

 

Links: de nieuwe kerk van Sint-Pieter (op de foto links, in 1875 gewijd) en (rechts op de foto) de in 1897 afgebroken oude kerk met pastorie daterend van 1760. Bron: foto Gemeentearchief Maastricht. De oude kerk werd nog tot 1897 gebruikt om godsdienstonderwijs te geven, werd als opslagplaats gebruikt en diende zelfs als veestal. Rechts: gezicht op St. Pieter vanuit het noorden, aquarel - anoniem - toegeschreven aan Philippe van Gulpen (1792-1862). Uiterst rechts de eerste kerk van St. Pieter "op de berg" (zie uitsnede). Op de achtergrond is de ruïne Lichtenberg duidelijk te zien en op de linker Maasoever De Hoogenweerth. Bron: Gemeentearchief Maastricht, CvdN 72.

 

Beschrijving:

Allerheiligste Verlosser St. Petrus, 1875. Vroeg werk van Johannes Hermandus Julius Kayser (* Harlingen 1842 - † 's-Hertogenbosch 1917). Zie: Architects: J.H.J. Kayser. Neogotische kruisbasiliek met toren, geïnspireerd op de vroege gotiek, uitgevoerd in sobere baksteenvormen. Ronde lichtbeukvensters; roosvensters in de eindgevels van het transept. Zware toren met vier geledingen met haakse steunberen en rond de achthoekige naaldspits vier pinakels van baksteen met mergelstenen banden. Het schip en de transepten hebben zadeldaken, de zijbeuken hebben lezenaardaken. Alle daken zijn met leien gedekt. Het kloktorentje op het transept werd in 1954 door aannemer Bartels afgebroken. Dit torentje verkeerde in bouwvallige staat. Het eenmanuaals mechanisch orgel met een orgelfront in neobarokke vormen werd gebouwd door de Amsterdamse firma M. Knipscheer. Op 16 mei 1875 werd het geplaatst in de 14de eeuwse Nederlands Hervormde Kerk van Abbenbroek op het eiland Voorne-Putte, Zuid-Holland. Na restauratie bij de gebroeders Vermeulen in Weert werd het orgel vlak voor Pasen 1964 in de kerk geplaatst. De originele onderbouw bleef in de kerkbalustrade van Abbenbroek achter. Het orgel is muziekhistorisch gezien vrij goed bewaard gebleven en het oorspronkelijk (klassieke) klankidioom is goed behouden. Op één register na is al het pijpwerk nog origineel. Dankzij de bijzonder goede akoestiek van het kerkgebouw vult het relatief kleine orgel de gehele kerk met klanken. Zie: Muziek in Jeroen.

 

Tijdens een herbegraving in 2010 werd de fundatie van de zijbeuk van de oude kerk uit 1760 zichtbaar. Deze zijbeuk was in oktober 1841 afgebouwd. Reeds eerder waren deze restanten ook aangetroffen bij het graven van een achterliggend graf. De gele lijn geeft de locatie aan. Foto's: Breur Henket.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron: Chronijk van het dorp Opcanne W. Mengels 1740-1778 in Publications de la Soc. hist. du Limbourg Tome 24 1887 - Maastricht:

De originele waterpomp op de restanten van de "cour" van de oude kerk. Ook zijn er nog een aantal muurrestanten aanwezig. Langs het pad van de pastorie in de tuin, bij het poortje naar het kerkhof lagen in 1960 nog een of twee hardstenen dorpels, vermoedelijk voorheen gebruikt bij de toegangsdeur van de oude kerk met daarop een jaardicht (chronogram): "Laete ConseCraMVs Deo" (met blijdschap aan God gewijd) = 1755 en een engelenkopje. Deze stenen zijn helaas niet meer aanwezig. Met dank aan Dhr. Gerard Thissen.

 

 

Huis voor de huidige verbouwing.
Vermoedelijk een van de stijlen van de toegangsdeur van de oude kerk boven. Herontdekt bij de verbouwing van een pand te St. Pieter. Dit pand werd gebouwd onder architectuur van Jean Henri Antoine Huysmans (1913-1974). Foto: Breur Henket. De steen met ijzeren ring heeft jarenlang voor de ingang van het kerkhof gelegen. Kinderen gingen erop zitten en de mensen bonden hun hond vast aan de ring. Een kerkmeester heeft deze steen indertijd "weggegeven" aan de oude eigenaar van betreffend pand. De steen is rechtop geplaatst in de tuin door de nieuwe eigenaar en blijft op deze wijze goed en veilig bewaard voor de toekomst. Foto: Giel Vangangelt. Facebook De bis vaan Sint Pieter ...

 

 

Foto's: Breur Henket.

 

 

 

Doopvont, uitgevoerd in "rood" marmer met koperen deksel op een hardstenen voet, afkomstig uit de oude kerk beneden, afgebroken in 1747 en vervolgens geplaatst in de nieuwe kerk "op de berg", momenteel in de kerk "beneden". Kanunnik en rentmeester van de prins-bisschop van Luik Hendrick de Grati ontving dit doopvont op 24 mei 1660, volgens de inscriptie op de voet, als geschenk van zijn medebroeders van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel.

Het koperen deksel dateert uit 1826. Op 12 januari 1826 overleed de ongehuwde bode van St. Pieter Leonardus THUIJS, jongste zoon van Guilielmus THUIJS en Cornelia BIESMANS (BEISMANS BEESMANS). Leonard werd gedoopt op 13 juni 1751 te St. Pieter. Hij werd 12 januari 1826, 74 jaar oud zijnde te St. Pieter begraven. Volgens oude traditie gaven alle ongehuwden bij de begrafenis van een vriend of vriendin een herinneringsgeschenk aan de kerk. Ter zijner nagedachtenis werd het koperen doopvontdeksel door de "jonkheid" geschonken. Dagboek Rosier: hij is gedragen door 10 jonkmans en die hebben vereert een koperen deksel voor op den doopsteen, die koste 25 gulden Luiks geld.

 

 

De originele toegangssleutel van de huidige kerk van Sint Pieter boven.
 

In 1939 was het oude Petrusbeeld (waarschijnlijk 15de eeuws), een rouwmoedige Petrus met de kraaiende haan, verhuisd naar de nieuwe kerk "beneden". Door bemiddeling van Prof. Timmers werd in 1956 een antiek houten beeld van de H. Petrus verworven voor de kerk "boven". Het beeld werd eerst grondig gerestaureerd en de patroon van St. Pieter kreeg en ereplaats in de kerk. De apostel Petrus is afgebeeld als bloedgetuige van Christus met het symbool van zijn martelaarschap: het omgekeerde kruis. De sleutel symboliseert zijn rol als sleuteldrager van het Godsrijk.

 

Thomas VAN LEIJF (1797-1857), tuinder en cabaretier (kroegbaas) schenkt 7 juni 1829 samen met mede-eigenaar Christiaan BROUWERS uit de domeingoederen van Slavante het altaar van Sint Antonius - gesticht door Ulricus Anthonius, Heer van Oost en Graaf van Fura ('s-Gravenvoeren) als godvruchtig aandenken aan zijn zus Isabella Godefrida Barones de Hoensbroeck † 1681, 7 jaar oud , begraven 4 juli 1681 te Sint Pieter, uit de kerk van de Minderbroeders te Slavante  - aan de kerk van Sint Pieter. In 1841 werd dit altaar toegewijd aan de H. Petrus. Thomas' vader Guillaume Aegidius VAN LEIJF, was tuinder en constabel. Hij woonde Langs de Maas.

Dagboek Rosier: "1823 den 10 Januarius Vrijdags heeft Gilis van Leyf (schoonvader van Joannes Rosier), man van Maria Elizabeth Hendrikx, woonachtig in Sint Pieter, zijn been gebroken met hout af te kappen in de gragt aan zijn huys, hij is van de gragt af gevallen van boven tot onder, het been is kapot in de hoop, hij is hiervan gestorven den 15 Februarius 1823, hij was 74 jaren oud."

 

In 1961 kreeg de kerk "boven" een reliekschrijn van de H. Petrus in bruikleen van het gemeentebestuur van Maastricht.

 

Het borstbeeld  is vervaardigd door de Maastrichtse kunstenaar Fons Bemelmans.
De kop en de hals zijn gedreven in zilverplaat. De haarbedekking op de schedel is van zuiver goud. Dit is erop gesmolten met behulp van een kwikamalgaam boven een houtskoolvuur volgens een procedé, dat in de Middeleeuwen algemeen werd toegepast, maar tegenwoordig algemeen verdrongen is door elektrolytische vergulding. De hier gevolgde werkwijze, de zogenaamde vuurvergulding, heeft echter een rijker en levendiger karakter.
Het borstgedeelte is bezet met emails (emailles) met diverse voorstellingen die op St. Petrus betrekking hebben. Zo vindt men aan de voorzijde uitgebeeld: 1. de marteldood van de heilige aan het kruis; 2. Christus, tronend in de heerlijkheid; 3. de steenrots, waarop de Kerk voor altijd veilig staat en 4. Christus geeft aan Petrus de opdracht: "Weid mijn lammeren". Op de zijkanten ziet men links een voorstelling van de wonderbare visvangst en rechts van het wonder op het meer, waar Petrus aan de hand van Christus over het water loopt. De emails op de achterzijde vertonen: 1. de symbolen van het Pausschap; 2. de haan, die kraaide bij de verloochening van Petrus; 3. het laken met de onreine dieren, die Petrus zag in het visioen, waardoor God hem te kennen gaf, dat hij zich ook tot de heidenen moest richten; 4. de genezing van een lamme door Petrus bij de tempelpoort en 5. de Doop van de eerste Christenen na de neerdaling van de H.Geest op het Pinksterfeest.

De emails zijn uitgevoerd in zogenaamde cloisonné-techniek. De tekening is in opstaande draad gebogen en vormt zo vakjes, die met emailpoeder gevuld, in de oven bij 900° Celsius zijn gesmolten en dan tot een vaste, kleurige eenheid zijn gestold, waarbij de bovenzijde van de draad als contour zichtbaar is gebleven.
Tussen de ajourgewerkte emailzettingen bevinden zich zuiltjes, waarop edelstenen van verschillende soort. Men ziet er de donkerrode pyroop-granaat, de violet-grijze amethistkwarts, de groene chalcedon, blauwgroene turkoois en donkergroene malachiet (zwart gekringd). Het geheel rust op drie voetjes, die gevormd worden door vissen.

 

 

 

 

In 1963 werd door Ronald Scheffers van de afdeling edelsmeedkunst van de Stadsacademie een koperen kandelaar vervaardigd, waarvan de knop versierd is met de symbolen van de vier evangelisten. Roland Scheffers komt uit een familie van beeldend kunstenaars; vader kunstschilder en glazenier, broer kunstschilder en keramieker. Niet verwonderlijk dus, dat hij op 17-jarige leeftijd ook naar de kunstakademie ging, waar hij les kreeg van gevestigde kunstenaars zoals Fons Paanakker (edelsmid), Albert Meertens (beeldhouwer) en Jef Scheffers (kunstschilder). Zie: homepage Roland Scheffers Edelsmid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Enkele detailopnamen:

 

Marcus.

Lucas.

Matteüs.

Marcus.

Bij het evangelie van Matteüs is de mens het symbool, omdat zijn verhaal begint met de menselijke stamboom van Christus. Bij Marcus is de leeuw het kenmerk. De leeuw is een woestijndier, want hij begint met het leven van Johannes de Doper in de woestijn. Lucas wordt afgebeeld met een rund, omdat hij zijn evangelie laat beginnen met het offer in de tempel door Zacharias, de vader van Johannes de Doper. En bij Johannes hoort de adelaar, want in het eerste hoofdstuk nemen zijn woorden een hoge vlucht." Foto's: Breur Henket.

Mei 1954. Uit het Rijke Roomse Leven: de bidprocessie trekt langs velden en wegen, straten en pleinen tijdens de "kruisdagen", ook langs de grot van de familie Blanckers. De kruisdagen waren de maandag, dinsdag en woensdag vóór Hemelvaart en werden gehouden als boete- en smeekdagen voor een goede oogst. De kruisprocessie was een stoet met het kruis voorop. Het kruis wordt gedragen door Dhr. Jo Rosier. De processie wordt afgesloten door pastoor Theunissen.

Kalenderblad uit 1956. Een foto uit 1954 werd gebruikt voor de druk van deze kalender. Het kalenderblad hing ingelijst op in de grot van Greetje Blanckers. De processie is hier aangekomen aan de Ursulinenweg ter hoogte van de Slouw. Foto's kruisdagen: collectie Dhr. Jo Rosier.

Ma Hugo Oldenbroek schonk een soortgelijk kruis of liet alleen de inscriptie aanbrengen (?) met opschrift aan de achterkant "In Memoria Hugo V.C. Oldenbroek + 8 mei 1956". Victor Hugo Casper Oldenbroek overleed 8 mei 1956 te Maastricht en werd te St. Pieter begraven. Zie: Vak P Loyens.

Detail.

Het draagkruis met inscriptie en op het kruis Christus en de symbolen van de vier evangelisten.

De christelijke traditie heeft al vroeg de auteurs van de vier evangeliën verbonden met de vier dieren rond Gods troon uit Openbaringen 4:7. Maar ook in het Oude Testament is er sprake van vier hemelse schepsels. In Ezechiël 1:1-14 worden er vier genoemd: een menselijk wezen, een leeuw, een os en een adelaar. In Ezechiël 10:1-22 worden genoemd: een engel, een menselijk wezen, een leeuw en een arend. In Daniël 7:1-8 zijn het een leeuw, een beer, een luipaard en een verschrikkelijk vierde beest met ijzeren tanden en 10 horens. De kerkvader Ireneüs ziet Mattheüs als mens of engel, Johannes als leeuw, Lucas als os en Markus als een adelaar. Augustinus onderscheidt Markus als mens of engel, Mattheüs als leeuw, Lukas als os en Johannes als adelaar. Aanvankelijk stond dus niet helemaal vast welk symbool verbonden werd met welk evangelieboek. Later vormde het onderwijs in de vier symbolen van de evangelisten een vast onderdeel van catechese. In het algemeen gesproken treffen we  de symbolen van de evangelisten aan in kerkgebouwen, op liturgische voorwerpen of op liturgische gewaden. Bron: Nieuwe pagina 17. Foto's: Breur Henket.

 

 

 

 

 

 

Rustaltaar, opgesteld voor De Wijngaard, Lage Kanaaldijk 87 te St. Pieter. Een rustaltaar is een altaar meestal van provisorische aard, waarbij wordt stilgehouden tijdens een processie om de monstrans met daarin het heilige Sacrament (een grote geconsacreerde hostie) enige tijd neer te zetten voor aanbidding. De datum van de foto is niet bekend. Foto: collectie familie Henket.

 

 

 

 

 

Met steun van enkele particulieren, het gemeentebestuur van St. Pieter en onder de bezielende leiding van pastoor Johannes Kribs werd deze kerk in 1875 vervangen door de huidige kerk "op de berg". De beslissing voor de nieuwbouw viel op nieuwjaarsdag 1872. Deze kerk van de parochie St. Pieter werd, na een nacht van onweer, wolkbreuken en modderstromen, op 29 juni 1875 ingewijd door Monseigneur Paredis, bisschop van Roermond, geassisteerd door pastoor Kribs. De kerk werd ontworpen door architect Johannes Kaijser (1842-1917), een leerling van Pierre Cuypers, in een neogotische stijl.

 

In 1976 werd deze kerk op de monumentenlijst geplaatst door het ministerie van CRM. De gemeenteraad van Maastricht heeft zich destijds voorstander getoond van de plannen van het ministerie, de kerkgebouwen zijnde de St. Martinuskerk in Wyck en de kerk van Sint Pieter (Op de Berg) te plaatsen op de lijst van beschermde monumenten van de gemeente. De voornaamste reden voor de plaatsing op deze lijst van de kerk van St. Pieter (Op de Berg) was het vroege werk van Johannnes Kaijser en het karakteristieke silhouet van de oostelijke flank van de Sint Pietersberg.

 

Er werd, tot spijt van vele St. Pieternaren, niet gekozen voor mergelsteen als bouwsteen. De kerk werd opgetrokken uit ter plaatse gebakken bakstenen. Zie: Architects: J.H.J. Kayser (1842-1917). Kaijser kon via zijn leermeester Cuypers een 18de eeuws marmeren hoofdaltaar "regelen" uit de inboedel van de Sint Servaaskerk (Cuypers restaureerde de Sint Servaaaskerk in 1869). De kosten à 500 gulden werden voldaan door een van de ongehuwde familieleden Ceulen. Dit altaar belandde later in de kerk beneden, maar keerde uiteindelijk terug in de kerk boven en is daar nu te bewonderen.

Opvallend is dat men bij de nieuwbouw de trap naar het oksaal was vergeten te plannen of te plaatsen! Dit werd gecorrigeerd door in het voorportaal alsnog een trap te plaatsen. Of was er sprake van eenzelfde manier van werken als bij het altaar? Eerst een trap regelen en dan pas inbouwen? Voorheen was om de houten trap een houten koker gemaakt, een soort tonvorm. De opgang werd verlicht door een olielampje. Men noemde het geheel daarom "t Kengkeeglaas" (een kengkee is een petroleumlamp). In de jaren 50 werd de houten trap via aannemer Bartels vervangen door de huidige ijzeren trap, afkomstig uit kasteel Borgharen.

 

 

Detail wenteltrap.

Trap naar het oksaal in het voorportaal en detail. Foto's: Breur Henket.

Het atelier voor kerkelijke kunst J.W. Ramakers en Zonen, beeldhouwers te Geleen heeft in 1875 het oksaal geplaatst in de kerk (deze informatie heb ik ontvangen van Dhr. Joep Janssen). Koster Jo Rosier deelde mede dat voor de heropening van de kerk in 1955 het oksaal is uitgebouwd. Ook is er een nieuwe balustrade gemaakt. Voor zover hij weet is er niets meer in de kerk aanwezig van de firma Ramakers en Zonen. Zie: Oud-Geleen - Wikipedia.

Detail.

Uit het kerkhofreglement van 26 november 1876 blijkt dat er gewone graven op rij waren voor diegene welke zich geen huur- of koopgraf konden permitteren. Er waren koopgraven voor inwoners en voor "vreemden"; deze laatsten werd een fors hoger tarief berekend. Daarnaast waren er nog huurgraven voor 15,20,25 en 30 jaar door Kerkbestuur vast te stellen. In 1919 werden de tarieven en termijnen aangepast.

Uit het parochiearchief blijkt, dat men als leidraad neemt de "Verordening op de Algemeene Begraafplaats en het begraven" (Gemeenteblad van Maastricht 1919 Afdeeling C. N° 109) daterend van 23 mei 1919 en reeds op 29 oktober 1917 door de Raad van Maastricht vastgesteld. In 1953 is deze verordening nog altijd actueel en wordt er wederom bij gemeente Maastricht geïnformeerd naar deze verordering. Ook de "Verordening op de heffing van rechten op het vervoer en het begraven van ljken, het onderhoud van graven en het plaatsen van grafteekens op de algemeene begraafplaats" (Gemeenteblad van Maastricht 1919 Afdeeling C. N° 110) wordt geraadpleegd. Bron: parochiearchief Parochie Sint Pieter. Niet geïnventariseerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een overzicht van de "Uitgaaf voor den nieuwen muur van het kerkhof over 1875" is bewaard gebleven.

 

De totale kosten bedragen 1379 gulden en 50 cent. Pastoor Kribs betaalt uit eigen zak in totaal 725 gulden! De declaraties en uitgaven lopen van 22 mei 1875 tot en met 3 mei 1877. Het deliberatieregister is gedateerd op 5 februari 1878.

 

Een hoogste post is die van M.J. Wishaupt: voor het leveren van ijzerwerk voor het "stangketsel" (hekwerk) nl. 319 gulden en 10½ cent.

 

Enige bijzonderheden over Martinus Josephus WISHAUPT:

zijn ouders waren Joannes Hubertus WISHAUPT en Maria Joanna (Anna Maria) STEVENS.
Joannes Hubertus WISHAUPT werd geboren op 30 juli 1799 (12 Thermidor An VII) te Eupen (België). Jean Hubert huwde Maria Joanna (Anna Maria) STEVENS 21 april 1828 te Lanaken (België). Hij overleed 4 februari 1844, 44 jaar oud Boschstraat 1316 te Maastricht en werd 5 februari 1844 te Maastricht begraven.
Maria Joanna (Anna Maria) STEVENS werd geboren op 14 januari 1798 te Smeermaas (België). Anna overleed 21 juni 1855, 57 jaar oud Boschstraat 922 te Maastricht en werd 26 juni 1855 te Maastricht begraven.

Martinus werd op 29 april 1837 te Maastricht geboren. Aangifte op 1 mei 1837 om elf ure voormiddag door Joannes Hubertus Wishaupt, winkelier, 37 jaar, wonende aan de Boschstraat ... kind van het mannelijk geslacht geboren éérgisteren half acht 's avonds, van hem, comparant en van Anna Maria Stevens ... naam Martinus Josephus. Getuigen: Martinus Niesten, landbouwer, Maastricht, 40 jaar; Pieter Joseph Raeker, herbergier, Maastricht, 48 jaar ... laatste getuige verklaart niet te kunnen schrijven.

Martin huwde Maria Catharina Isabella Hubertina CLAESSENS, dochter van Franciscus CLAESSENS en Maria Marguerita MEERTENS (MERTENS) 16 november 1860 te St. Pieter.
 

Kinderen van dit echtpaar, allen geboren te Maastricht:
i. Nn WISHAUPT levenloos geboren op 16 mei 1862.
ii. Joannes Hubertus WISHAUPT geboren op 3 augustus 1870. Hij overleed 22 augustus 1870, 3 weken oud te Maastricht.
iii. Petrus Egidius Hubertus WISHAUPT geboren op 10 april 1872. Petrus huwde Maria Anna Angelina SCHRIJNEMAKERS 19 oktober 1893 te Maastricht. Petrus overleed 25 juni 1913, 41 jaar oud te Maastricht.
iv. Maria Helena Hubertina WISHAUPT geboren op 11 januari 1875. Zij huwde Clement Dominique Hubert LAHAYE 26 juli 1898 te Maastricht. Maria overleed 6 maart 1919, 44 jaar oud te Maastricht.
v. Petrus Hendricus Hubertus WISHAUPT geboren op 25 januari 1878. Petrus huwde Maria Elisabeth Ida LEMMENS 5 februari 1901 te Maastricht. Hij overleed 15 november 1957, 79 jaar oud te Maastricht en werd 19 november 1957 te Maastricht begraven.


Martin overleed 25 juli 1906, 69 jaar oud aan de Kesselskade 65 te Maastricht en werd 25 juli 1906 te Maastricht begraven. Hij was slotsmid en hoefsmid van beroep. Aangifte op 25 juli 1906 door: Gerard Dielemans, koster, 34 jaar en Josef Dielemans, koster, 32 jaar, verklaren dat alhier op heden ten halftien ure voormiddag is overleden Martinus Josephus Wishaupt, zonder beroep, 69 jaar en 3 maanden. Weduwnaar van Catharina Isabella Hubertina Claessens. Adres van overlijden: Kesselskade 65, Maastricht. Zoon van Joannes Hubertus Wishaupt en van Anna Maria Stevens. Martin's oudere broer Joannes Hubertus WISHAUPT, spekslager van beroep,  huwde Maria Catharina
Hubertina HENKET, dochter van Engelbertus HENKET, spekslager, herbergier en handelaar in koloniale waren in de Hoenderstraat te Maastricht en Maria Sibilla LEENDERS (LENAERTS).

 

   

Detail uit de staat van uitgaven. Bron: parochiearchief Parochie Sint Pieter. Niet geïnventariseerd.

 

 

Metselaar G. Theunissen dient vele afzonderlijke declaraties in en deze zijn getotaliseerd de hoogste uitgave bij de bouw van de kerkhofmuur: 561 gulden en 4 cent.

 

De ouders van metselaar Gerardus THEUNISSEN waren Jan Lodewijk THEUNISSEN en Maria VAN WEERT. Gerard werd geboren op 7 januari 1846 te Oud-Vroenhoven. Hij huwde (1) Hubertina Agnes CEULEN, dochter van Antoon CEULEN en Catharina LEDENT, 28 augustus 1873 te Oud-Vroenhoven. Hubertina werd geboren op 4 maart 1844 te Oud-Vroenhoven. Zij overleed 13 juli 1881, 37 jaar oud te Oud-Vroenhoven.
 

 

Kinderen van dit echtpaar allen geboren te Oud-Vroenhoven:
i. Josephus Ludovicus THEUNISSEN geboren op 2 juni 1874. Hij overleed 29 september 1874, 3 maanden oud te Oud-Vroenhoven.
ii. Catharina Maria THEUNISSEN geboren op 14 juni 1875. Zij huwde Christianus Johannes Hubertus VEUGEN 28 juni 1900 te Oud-Vroenhoven.
iii. Christiaan Ludovicus THEUNISSEN geboren op 10 september 1876. Hij overleed 11 augustus 1877, 11 maanden oud te Oud-Vroenhoven.
iv. Maria Gertrudis THEUNISSEN geboren op 28 september 1877. Zij huwde Andreas Hubertus LIEBEN 22 mei 1902 te Oud-Vroenhoven.
v. Joannes Antonius THEUNISSEN geboren op 28 december 1878. Hij overleed 14 juli 1900, 21 jaar oud te Maastricht.
vi. Josephus Antonius THEUNISSEN geboren op 24 juli 1880. Hij overleed 16 maart 1884, 3 jaar oud te Oud-Vroenhoven.

De blijkbaar zeer vitale Gerard huwde (2) Maria Isabella VAN NOPPEN, dochter van Laurens VAN NOPPEN en Maria Barbara STEVENS, 5 januari 1882 te Oud-Vroenhoven.

Kinderen van dit echtpaar allen geboren te Oud-Vroenhoven:

i. Laurentius Hubertus THEUNISSEN geboren op 7 december 1882. Hij huwde Maria Emilie HUNTJENS 27 oktober 1910 te Maastricht.
ii. Maria Barbara THEUNISSEN geboren op 15 juli 1886. Zij overleed 27 oktober 1886, 3 maanden oud te Oud-Vroenhoven.
iii. Barbara Gertrudis THEUNISSEN geboren op 21 augustus 1887 te Oud-Vroenhoven. Zij huwde Lambertus Josephus Simon LIEBEN, zoon van Libertus LIEBEN (LEBON) en Catharina Hubertina HENKET), 27 januari 1914 te Oud-Vroenhoven.
iv. Gerardus Matheus Hubertus THEUNISSEN geboren op 18 februari 1889.

v. Maria Barbara Agnes THEUNISSEN geboren op 18 mei 1891.
vi. Gijsbertus Ludovicus THEUNISSEN geboren op 2 december 1893 te Oud-Vroenhoven. Hij huwde Maria Henriette SMULDERS 28 september 1915 te Oud-Vroenhoven. Gijsbertus overleed 22 november 1940, 46 jaar oud te Maastricht. Maria Henriette werd geboren op 4 januari 1896 te Meerssen.
Zij overleed 26 september 1973, 77 jaar oud te Maastricht.
vii. Maria
Agnes THEUNISSEN geboren op 18 februari 1895.
viii. Paulus Hubertus THEUNISSEN geboren op 14 juni 189
7.
ix. Maria Ida THEUNISSEN geboren op 4 januari 1899.

Gerard overleed 27 juni 1922, 76 jaar oud te Maastricht. Maria Isabella overleed 17 april 1916, 54 jaar oud te Oud-Vroenhoven. Beiden werden begraven op het kerkhof te Oud-Vroenhoven (Wolder).

 

Het grafmonument te Wolder. Bron: Begraafplaats | Maastricht Vranckenplein (L).

 

Andere personen welke werkten bij de bouw van de kerkhofommuring:

 

J. Hameleers: varen van kalk en brikken, varen van blokken, varen van zand, varen van potlandsche cement.

H. Hameleers: varen van blokken.

L. Paulussen: omzetten van, en assorteren van brikken, uitgraven van de fundamenten van de muur, laden van puin

J. Beeks: uitdragen van zand.
Ph. Wouters: voor het leveren van zand.

L. Dreu: voor het uitdragen van kalk en zand.

Demanier: voor het dragen van kalk.

C. Van den Hoof: voor het leveren van zand.

Bollen: voor het leveren van brikken.

L. Frissen: voor oetregt en vetregt, voor pacht 6½ klein.

A. Hamelers: voor het halen van kruiwagens.

Jos. Klijn: voor de huur van kruiwagens en van gereedschap tot het hangen der klokken.

W. Moermans: voor gedane werkzaamheden.

J. Soer: voor het leveren van klaverzaad.

Pereij en zoon: voor het leveren van stenen voor de muur, voor het leveren van een stenen trap op het kerkhof.

Jean Joseph PERÉE (PIREY):

De ouders van Jean Joseph PERÉE (PIREY) waren:
Johannes Laurentius PERRIJ (PERÉE) geboren op 9 juni 1806 te Maastricht. Jean Laurens huwde(1) Maria Anna LEMAIRE 3 mei 1827 te Maastricht. Hij huwde (2) Anna Catharina BRAUN 12 november 1845 te Maastricht. Jean Laurens overleed 10 april 1879, 72 jaar oud aan de Onze Lieve Vrouwewal 2690 te Maastricht. Hij was steenhouwer in 1865. Verder wordt als beroep nog vermeld schoenmaker en klokkenluider.
Maria Anna LEMAIRE werd geboren in 1804 te Herve (België). Zij overleed in 1843, 39 jaar oud te Luik.

Jan werd geboren op 7 juni 1836 te Luik. Hij huwde Sophia HOLLANDER, dochter van Antoon HOLLANDER en Marie Anna CRANS, 3 mei 1865 te Maastricht. Jan overleed 3 november 1890, 54 jaar oud te Maastricht. Hij wordt vermeld als steenhouwer in 1865.

Het ouderlijk graf Henket-Rouwmans. Foto: Breur Henket.

Voor de uitbreiding van de begraafplaats van St. Pieter werden twee perceeltjes aangekocht voor de som van fl. 100,00, waarvan akte op 6 november 1888. Een perceel hiervan, 3 are en 1 centiare bouwland was eigendom van de kinderen (broers en zus) uit het gezin Henricus Hubertus Henket-Anna Maria Rouwmans. Henricus Hubertus Henket was een broer van de eerder genoemde Engelbertus Henket. Bij de bouw van de nieuwe kerk werd het oude kerkhof geruimd en rond de oude plek werd een nieuw kerkhof aangelegd. De grafmonumenten van de burgemeestersfamilie Ceulen werden naar de nieuwe begraafplaats overgebracht. Meerdere keren werd de nieuwe begraafplaats uitgebreid. Het einde van de kerkhofmuur aan de noordzijde van de kerk en het bijna haaks daarop liggende pad, geeft de grootte aan van het oorspronkelijke kerkhof. Door de meest recente uitbreiding aan de zuidwestelijke zijde werd het oude kerkhof van pastoor Ridderbeecks weer bij de huidige begraafplaats gevoegd.

 

 

 

Links het oude gedeelte, rechts de eerste uitbreiding. Het afgebeelde pad is de scheiding tussen oud en nieuw.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op bovenstaande foto: 1934; de afbraak van de noordelijke muur ten behoeve van de eerste uitbreiding van het kerkhof.

 

Op de foto zijn te zien op de voorgrond Lambertus Hubertus Montulet (1864-1949) metselaar van beroep en berggids gehuwd met Catharina Hubertina Rosier (1868-1962) en verderop Matheus Hubertus Rosier (1906-1973), neef van Catharina Hubertina (Net) Rosier, gehuwd met Anna Elisabeth Verhoef (1907-1966), de vader van de huidige koster Jo Rosier. Met de stenen van de afgebroken muur werd de nieuwe muur aan de noordzijde weer opgebouwd (A). Een ligusterheg werd geplant ter afscheiding van het land van de familie Rosier (B). Omtrent 1951 werd deze grond (B) aangekocht door de kerkfabriek en daardoor kon de eerste uitbreiding voltooid worden. Foto: collectie Dhr. Jo Rosier.

 

 

Ontvangstbevestiging getekend door metselaar Montulet. Bron: parochiearchief Parochie Sint Pieter. Niet geïnventariseerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De toestemming voor de uitbreiding werd door Gemeente Maastricht verleend op 21 september 1934. Het advies om de muur ofwel op te trekken in mergel ofwel de baksteen wit te kalken werd niet opgevolgd. De muur met de "ezelsruggen" werd opgemetseld met de goede stenen van de af te breken muur. De gebroken stenen en andere resten werden in de fundering verwerkt.

Uitsnede.
Uitsnede.
De afgegeven vergunning d.d. 15 februari 1951 en uitsnede detail. 21 april 1951: beschrijving kerkhofuitbreiding (B).
De vergunning.

De afgegeven vergunningen d.d. 21 september 1934 en 26 april 1951. Bron: parochiearchief Parochie Sint Pieter, niet geïnventariseerd.

Kerk en kerkhof, situatie omtrent 1925 - Luchtfoto KLM 1925. Links boven (nu meest recente uitbreiding) het "drenkelingenhok"; rechts tussen de kerkhofmuur en de Schutterijweg de latere eerste uitbreiding (1934/1935).

 

 

 

Achter de pastorietuin was eerder een stuk land gereserveerd voor uitbreiding. Deze uitbreiding werd gerealiseerd in 1989. In de buurt van de plek waar het "drenkelingenhok" had gestaan werd in de jaren 90 een zinken grafkist gevonden. Daarin bevonden zich de resten van een man gedeeltelijk nog gekleed en met schoenen aan. De stoffelijke resten werden in een plastic zak gedaan en herbegraven in vak E.

Foto: Facebook. De Bis vaan Sint Pieter est ste ...

 

Uittreksel uit het kadastrale plan. Gemeente Sint Pieter . Sectie B. Schaal 1 op 1250 d.d. 6 oktober 1930. Bron: parochiearchief Parochie Sint Pieter, niet geïnventariseerd.

De natuur doet haar best, sleetse grafmonumenten op te fleuren. Graf Lahaije-Vossen daterend uit 1949. Vak F, eerste uitbreiding (A).

 

Situatie 1972.

Foto afkomstig uit St. Pieter en omgeving "aanders" nr. 10. Een uitgave van de Ondernemersvereniging St. Pietersgilde 1997. Foto: José Cartens.

12 april 2007 ontdekte Breur Henket de fundatiesteen van deze kerk. Reeds eerder had ik deze steen gevonden tussen vak T en vak V achter het graf van het echtpaar Arnoldus Verweyen en Allegonda Schoenmakers. Pas na grondig schoonmaken met assistentie van koster Dhr. Jo Rosier bleek deze steen geen verloren geraakt deel van een grafmonument te zijn maar de fundatiesteen uit 1875. Waarschijnlijk is bij de verbouwing van de ingang van de sacristie in 1954 deze steen tussen het puin geraakt en gedumpt aan de rand van het kerkhof. Enkele cementresten werden verwijderd en daarbij bleek dat de steen oorspronkelijk ingemetseld was in rode baksteen. Pastoor F. Delahaije meldde dit zijn parochianen in nr.6 van het Parochieblad St. Pieter van 5 mei 2007:

Breur Henket: "Deze unieke steen zou een plaats verdienen ingemetseld in de baksteen bij de hoofdingang van de kerk aan de linker- of rechterzijde of bij het grafmonument van pastoor Kribs; het zou een aardige geste zijn als een parochiaan of andere betrokkene dit werk op zijn kosten deskundig laat uitvoeren". Inmiddels heeft deze steen een plek gekregen op het hoofdaltaar van de kerk "boven".

 

P.H. CEULEN.BURG. / J. M. KRIBS. P. / 4. juni. 1875

 

De vindplaats en de sporen zichtbaar in de muur van de voormalige ingang sacristie van voor 1954. Zie: oude_ingang. De teruggevonden fundatiesteen.

 

P.H. Ceulen is burgemeester Petrus Hubertus Ceulen (1809-1877) en J. M. Kribs is pastoor Joannes Matthias Kribs (1822-1901). 4 juni 1875 viel op een vrijdag. 16 mei 1875 was het Pinksteren geweest. Met Pinksteren viert de Kerk de uitstorting van de Heilige Geest over de apostelen, zeven weken na Pasen. Deze gebeurtenis markeert de geboorte van de Kerk. Pinksteren zou in 1876 op 4 juni vallen.

 

Breur Henket en Jo Rosier bezig met het schoonmaakwerk. 13 oktober 2014 werd deze steen ingemetseld naast het grafmonument voor pastoor Kribs. Foto's: Breur Henket.

 

 

De parochie Sint-Pieter groeide; bisschop Lemmens gaf op 12 februari 1937 opdracht te St. Pieter "beneden" in "de Kleef" niet ver van de plek waar de voormalige "basilica S. Petri" was gelegen, een kerk te bouwen; hier woonden nu immers de meeste parochianen. De door de wol geverfde Pastoor Joseph Steegmans werd bouwpastoor. De sluiting van de kerk op de berg in 1939 viel niet bij iedere St. Pieternaar in goede aarde; een aantal parochianen, onder wie de familie Henket, ging "principieel" niet naar de kerk beneden. De strijd tussen de antiliberalen (boven) en de liberalen (beneden) laaide op. Er werd zelfs een "Comité tot Behoud van de Eredienst in de Oude Kerk" opgericht. De nieuwe kerk zou 13 mei 1940 ingewijd worden, maar de plechtige inwijding door bisschop Lemmens kon pas plaatsvinden op 9 september 1946 als gevolg van de inval van de Duitsers op 10 mei 1940. In 1954 werd de kerk boven weer in gebruik genomen en opnieuw ingericht. De kerk beneden behield als oorspronkelijke parochie het interieur en de liturgiegewaden van de gesloten kerk boven. In de tussentijd was de kerk boven onder meer gebruikt als voedselopslagplaats en na de Tweede Wereldoorlog als hoofdkwartier van de jeugdbeweging Jong Nederland. Architect Harry Koene had de leiding over de restauratie en kapelaan Antoine Theunissen werd tot pastoor benoemd. Met Pasen 1954 werd de kerk plechtig heropend. De kerk werd toegewijd aan de Allerheiligste Verlosser en de H. Petrus om verwarring met de nieuwe kerk beneden (H. Petrus) te voorkomen. Vanaf de heropening werd besloten om de oude kerk en de daar omheen gevormde nieuwe parochie in het vervolg "Sint Pieter op de Berg" te noemen.

 

De aannemers die aan de kerk verbouwd hadden, schonken in 1955 een doopvont - een hardstenen kuip - aan de kerk boven. Architect Harry Koene was de ontwerper. Het koperen deksel heeft de vorm van een kroon en is vervaardigd door de edelsmid Nico Kreemers. Zie verder: Doopkapel.

 

 

De Limburger Koerier van 29 januari 1938:  

 

Uit Veritas: katholiek 14-daagsch blad voor Maastricht 6 augustus 1938:

 

Nieuwe kerk te Maastricht OP SINT PIETER

Alweer een nieuwe kerk! Een dezer dagen zijn de werkzaamheden begonnen.

Het stadsbeeld van Maastricht is beroemd om zijn torenrijk silhouet. Heel uit de verte ziet ieder, dat hij een oude katholieke stad nadert. Van het eene einde tot het andere is het één aaneenschakeling van kerken, wier torens in vormen van de grootste verscheidenheid als even zoo veel vingers niet streng, maar toch dringend, naar den hemel wijzen. Daartusschen maken de oude wereldlijke gebouwen een uitstekend effect in het harmonisch geheel, terwijl toch ieder zijn eigen stem heeft en zijn eigen geluid.

Dat is het oude Maastricht. In het moderne Maastricht tracht een eigenwijze indringer de beweeglijke rust van het geheel te storen. Men kan 't als een teeken des tijds beschouwen. Maar het totaal is onaangetast gebleven. Of neen; nog sterker. Om dat oude Maastricht is in weinige jaren een nieuwe torenstad ontstaan. De reuzen uit vroeger eeuwen worden in 'n twintigsteeeuwsch tempo letterlijk omringd door een groot getal van jonge reuzen, die niet trachten hun voorgangers afbreuk te doen, maar die hun uiterste best doen om zich te scharen in de lange rij, zónder op te vallen, die integendeel het torenbeeld van de stad vervolmaken.

Wij zouden er graag in zien een steenen bewijs voor levende godsdienstzin van onze tijdgenooten. Laten we tenminste hopen, dat het nageslacht zal moeten getuigen, dat zij niet tevergeefs zijn verschenen. Maar heel zeker zijn ze de monumentale bewijzen van de liefderijke zorg, waarmee de Kerk in het algemeen de haar toevertrouwde zielen koestert en meer in het bijzonder van de groote toewijding van onzen Bisschop om aan de moderne eischen der zielzorg te voldoen en van de volgzaamheid van zijn pastoors en priesters, die met niet te tellen opofferingen de zware taak op zich nemen om de hun gegeven opdrachten uit te voeren. De goedwillende en verder-dan-hunneus-kijkende katholieken erkennen dat volmondig en toonen hun erkentelijkheid in door dankbaarheid ingegeven daden.

Zoo wordt nu de ring van jonge kerken om onze stad, voorloopig althans, gesloten door den bouw van de nieuwe kerk te Sint Pieter.

De parochianen hebben met belangstelling de voorbereidende werkzaamheden van hun nieuwen pastoor gevolgd en weten, dat zijn weg niet over rozen is gegaan. Heel Maastricht heeft in zekeren zin aandachtig zitten uitkijken naar den nieuwen tempel. En nu zal hij met Gods hulp binnen niet al te langen tijd zijn plaats innemen bij het graf van Sint Lambertus.

De kerk van Sint Pieter immers heeft gestaan boven dit graf, in de buurt van de tegenwoordige Lambertuskapel langs het kanaal. Op militair bevel werd deze kerk afgebroken. De aanleg van het kanaal werd de aanleiding om den ouden grafkelder af te breken. De kapel werd vlakbij weer opgebouwd; ieder kent de plek en verlangt vurig naar een meer waardige uitwendige verschijning.

De kerk werd veel meer naar het zuiden en hooger tegen den Sint-Pietersberg gebouwd volgens de verwachtingen, die men in die dagen had van de uitbreiding van de stad zelf, zoowel als van het aloude Sint Pieter. Maar de mensch wikt en God beschikt. De ontwikkeling van de stad heeft, zooals in zooveel gevallen, een geheel andere richting genomen.

Ook onze Bisschop heeft zich noodgedwongen bij den ontstanen toestand moeten neerleggen en bevel gegeven de nieuwe kerk te bouwen. En nu komt ze. Helaas, zal voorloopig de toren zich nog niet tegen de groene hellingen van den Sint Pietersberg verheffen. Wijs beleid en mannelijke voorzichtigheid hebben dit offer doen brengen.

Want, zeggen de niet-verantwoordelijke menschen, wat is nu 'n kerk zonder toren? En eigenlijk hebben ze gelijk. Maar voorloopig zullen we het moeten stellen met de hoop, dat de bouw er van niet al te lang op zich zal laten wachten.

De parochianen van Sint Pieter willen het niet laten bij het lijdzaam uitspreken van die hoop, maar zijn aan het werk getogen om te trachten de zeer zware lasten, die toch nog overblijven, naar best vermogen te helpen verlichten.

Op 13, 14 en 15 Augustus a.s. wordt er namelijk in de school van de Eerw. Zusters Ursulinen aan de Burgemeester Ceulenstraat een parochiefeest georganiseerd, waar ieder onder gepaste ontspanning in staat wordt gesteld een steentje of een grooten steen tot den bouw bij te dragen.

In die dagen zullen de werkzaamheden aan de kerk reeds zoo ver gevorderd zijn, dat ieder wel eens zal willen zien, hoe de toestand daar op het nieuwe Sint Pieter nu eigenlijk wordt. Want het is merkwaardig, welke „wilde" ideeën er in de hoofden van sommigen nog rondspoken over de nieuwe situatie. Welnu, het terrein van het parochiefeest ligt maar enkele stappen van 't terrein van de nieuwe kerk. En op Sint Pieter verwacht men met recht en met reden, dat men daaraan niet voorbij zal gaan. De geestdrift, waarmee de Maastrichtenaren de laatste jaren weer kerken hebben gebouwd, al gaat dat nu dan ook anders dan voor vele eeuwen, is een waarborg, dat het ook met de kerk op Sint Pieter wel weer terecht zal komen en dat Maastricht zijn zooveelste toren ook niet al te lang zal moeten missen.

Wie bouwt er mee?  A. T.

De toren zou echter nooit gebouwd worden.

 

Origineel artikel.
Limburger Koerier van 12 november 1938:

EERSTE STEENLEGGING TE SINT PIETER.

Door een lichte ongesteldheid is Mgr. Lemmens a.s. Zondag [13 november 1938] verhinderd het H. Vormsel toe te dienen en de plechtige eerste steenlegging te verrichten voor de nieuwe parochiekerk van St. Pieter. Deze laatste plechtigheid zal nu worden verricht door den HoogEerw. Heer Deken J. Ingendael. Het zal voor den nieuwen deken een bijzonder feit zijn deze éérste-steenlegging te kunnen verrichten, omdat het zijn eerste belangrijke openbare daad als deken zal zijn en omdat het betreft de plek bij het graf van Sint Lambertus. den patroon van de parochie, waar hij zooveel jaren herder was. De plechtigheden op den dag der eerste steenlegging hebben overigens het reeds gemelde verloop: des morgens om acht uur zal een algemeene H. Communie voor de kinderen en volwassenen plaats vinden om Gods zegen af te smeeken over den bouw der nieuwe kerk. Des namiddags om half drie zal een plechtig Lof worden gecelebreerd in de bestaande parochiekerk, waarna de parochianen den Hoog Eerw. Heer Deken zullen vergezellen naar het terrein van de nieuwe kerk. De daarbij te volgen weg (van den berg naar beneden, Lage Kanaaldijk. Papenweg. Bergweg en Burg. Ceulenstraat) zal door de zorgen van het parochiaal comité feestelijk worden versierd. Ook op het terrein van den kerknieuwbouw zullen verschillende versieringen worden aangebracht. Voor de plechtigheid van de eerste steenlegging zijn behalve vele geestelijke en gemeentelijke autoriteiten o.m. de Commissaris der Koningin in dit gewest en andere provinciale overheidspersonen uitgenoodigd. De toedienning van het H. Vormsel aan de kinderen van Sint Pieter is voorloopig uitgesteld tot a.s Donderdag. De poppententoonstelling welke bij deze gelegenheid wordt georganiseerd, en die een groot succes belooft te worden, zal eveneens in denzelfden vorm doorgaan als reeds vroeger werd bericht.

Natuurlijk was er bij tijd en wijle ook ruimte voor enig "religieus vermaak":

 

 

 

 

 

 

 

 

1964. Bron: archief familie De Beaumont.  

De kerk "beneden" anno 2008.  Foto's: Breur Henket.

 

De Maaspost van 17 juni 1998:

 

Op weg naar een jubileum.

Op 21 oktober 2013 is het precies 75 jaar geleden dat de eerste steen gelegd werd voor de kerk van Sint-Pieter beneden (foto). Precies een jaar later, 21 oktober 1939, werd de kerk van de Heilige Petrus in gebruik genomen.

Deken J. Ingendael zegent de gedenksteen, die zich in de hoofdingang van de kerk beneden bevindt.

Het Allerheiligste werd die dag overgebracht van de oude naar de nieuwe kerk van Sint-Pieter. “De kerk was tot in de uiterste hoeken gevuld,” zo staat het in het boekje dat toen werd uitgegeven. De wijding van de kerk is vanwege de oorlog die uitbrak, uitgesteld tot 1946. Maar ze is al in gebruik genomen in 1939. Dat gaan we volgend jaar (2014) vieren.

De ontwikkeling van de stad en onze wijk maakte een nieuwe kerk toentertijd nodig. De oude was te excentrisch gelegen, wat het groeien van een parochie moeilijk maakte, zo lezen we in bovengenoemd boekje. Veel parochianen kwamen daardoor zelden of nooit in hun kerk. Na de ingebruikneming van de nieuwe kerk werd dat anders.

Er groeide een parochie rondom de kerk die nu in het midden van de “hoefijzer”-bebouwing rond de berg gelegen was, dichtbij de plek waar ook de oorspronkelijke kerk van Sint-Pieter lag en waar later de Lambertuskapel gebouwd is. De kerk lag centraal in de wijk die toen verrees.

De sluiting van de oude kerk ging met pijn gepaard. In 1954 werd de oude kerk heropend, waardoor we nu twee mooie kerkgebouwen rijk zijn. We leven anno 2013 in een tijd van kerksluiting en kerkverlating. We zitten met twee kerken te ruim in onze jas. Wat de toekomst brengen zal, weten we niet. Dat hangt af van de participatie van de parochianen. Blijft die afnemen of niet?

Hoe dan ook, we gaan toch de 75e verjaardag van de kerk van de Heilige Petrus vieren volgend jaar. Met een feest natuurlijk, maar ook met een sterke bezinning op ons kerk-zijn “anno-nu”.

Bron: Parochieblad St.-Pieter No.: 11, 5 oktober 2013. Jaargang 59.        

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kapelaan Camps Pastoor Steegmans Pastoor Theunissen Pastoor Dohmen

 

Kapelaan Petrus Henricus Martinus Camps ( * 23 november 1919 † 21 oktober 2001) schreef in 1993 het boek "Het kapläönsje vaan St. Pieter". Op 26 november 1961 nam kapelaan Camps afscheid van de parochie.

 

 

Pastoor Ad Welters.

 

 

 


 

Adolphus Emile Hubertus (Ad) Welters werd geboren op 13 april 1888 te Echt. Adolf werd tot priester gewijd te Roermond op 28 maart 1914. Vervolgens was hij kapelaan te St. Pieter van 1914 tot 1919. Daarna: kapelaan van de O.L.V. kerk te Maastricht van 1919 tot 1935, pastoor te Mheer van 1935 tot 1937 en pastoor te Valkenburg van 1937 tot 1966. Hij overleed te Valkenburg op 3 februari 1970, 81 jaar oud en werd aldaar begraven.

Ad Welters als pastoor.


Hij was medeoprichter en bestuurslid van Veldeke, bestuurslid van het Limburgs Landschap. Hij publiceerde over cultuurhistorische aspecten van Limburg in o.a. De Maasgouw en De Nedermaas. Verder ondermeer:

Legenden van de Sterre van de Zee. Illustraties door Georges Tielens - Sittard.

Het Limburgsche veldkruis in zijn verschillende bestaansvormen, vergeleken met het veldkruis in de naburige landen - Leiter-Nypels - Maastricht 1929.

Legenden van Sint Lambertus. Tekeningen van Georges Tielens - Maastricht 1937.
Legenden van de Sterre der Zee - Maastricht van Aelst, geïllustreerd door Georges Tielens - Sittard 1940.

De Lieve Vrouwkes van Limburg - Maastricht van Aelst - plaatjesalbum met 21 plaatjes van Jeanne Hebbelynck en Liesje Thomassen -1941.

Kluizenaars in Limburg - Heerlen 1950.
Uit Valkenburgs verleden. Historische schetsen van Ad.Welters verzameld t.g.v. zijn 80ste verjaardag 1888 - 13 april - 1968 - Valkenburg 1968.

 

 

Herinneringsprentje H. Priesterwijding en eerste H. Mis. Collectie Breur Henket.

Diverse berichten uit het Limburgs Dagblad.

 

Pastoor Janssen volgde pastoor Van Genabeth op. Zie: om de kerk Van Genabeth.

 

De ouders van Jacobus Nicolaus JANSSEN waren Frans Isidoor JANSSEN en Catharina Josepha ARETS.

Jacques werd geboren op 21 juni 1864 te Raath-Bingelrade. Hij  overleed 9 januari 1937, 72 jaar oud te Maastricht (St. Pieter), sterfhuis Ursulinenweg 4 en werd 12 januari 1937 bijgezet in het familiegraf te Bingelrade. Hij was 40 jaar priester van 6 april 1889 - 6 april 1929. Hij is kapelaan geweest in Oirsbeek en van de Onze-Lieve Vrouwekerk te Maastricht. Vervolgens pastoor in Scheulder. Vanaf 1914 pastoor te St. Pieter.

 

Pastoor Janssen kreeg van de bisschop van Roermond Mgr. Lemmens opdracht plannen te maken voor een nieuw te bouwen kerk te St. Pieter nabij het Villapark. De kerk werd gepland op de plek waar nu het Hoofdbureau van Politie staat. Door moeilijkheden met het verwerven van de noodzakelijke gronden gingen de plannen voor deze locatie niet door.

 

Limburger Koerier van 9 april 1929: UIT ZUID-LIMBURG MAASTRICHT. FEEST OP ST. PIETER.

Het 40-jarig jubilée van Pastoor Janssen.

Zondag heeft de parochie Sint Pieter het veertigjarig priesterfeest van haar herder: pastoor J. N. Janssen, op waardige wijze gevierd. Ietwat grijs zette deze feestdag in, maar toch was het buitengewoon druk in de H. Mis van zeven uur, waaronder de parochianen in grooten getale tot de H. Tafel naderden. Maar later op den dag zou de feeststemming sterker naar buiten treden. Want zei een strafwindje, zoo tegen tien uur, dat het April was, een vriendelijke zon vertelde, dat er feest was: en zij legde wat glinstering over het dorp. En al kon — met dit trage voorjaar — het groen niet bijster veel sieren: de aangebrachte verluchtingen van sparreboompjes langs den Ursulinenweg,met wat rozen-guirlandes en hulde-borden boven kerk en pastorie, deden het toch heel goed. Sint Pieter leek omtrent dit oogenblik wel uitgestorven : uitgestorven van feestdrang, want evenals in de vroege Mis, was ook om half tien, nadat de jubilaris aan de pastorie was afgehaald de parochiekerk volgeloopen, om, in een Plechtige Hoogmis met den celebreerenden jubilaris God dank te brengen voor het vele goede, dat Hij de parochianen in dezen herder geschonken heeft. En daarbij konden de parochianen ook de stem hooren van het orgel, dat voor de Mis gewijd werd en dat zij geschonken hadden aan den jubileerenden pastoor; de Missa pro pace van den Vlaamschen musicus, Arthur Meulemans, werd uitgevoerd, voor de eerste maal in ons land. Dhr. H. Theelen, die het koor dirigeerde, ver dient wèl lof, voor de wijze waarop hij met het koor deze Missa zooveel mogelijk recht deed geworden en dhr. Gijzen, die het orgel bespeelde, mag ongetwijfeld in deze mate van prijzing deelen. Dhr. Meulemans was bij de plechtigheid tegenwoordig. De jubileerende parochieherder werd na het Evangelie warm gefeliciteerd door den Eerw. hr. kapelaan, die namens de parochianen sprak. Toen de H. Mis om elf uur afgeloopen was — tot op het terras voor de kerk stonden de geloovigen geschaard, donker omlijstend een lichte groep van bloemen-dragende bruidjes — werd pastoor Janssen voor de bedehuis-poort toegesproken door een der bruidjes, dat hem een bouquet overhandigde; en hier reeds sprak de befeeste jubilaris een dankwoord tot de kinderschare, voor wie hij zijn heele priesterleven lang met warm hart gewerkt en gewaakt heeft. Fanfare-muziek en kamerschoten brachten hier nog de blije kleurigheid van een landelijk parochiefeest. Tusschen de vroolijke rij der opgestelde bruidjes door, ging toen de kleine stoet, in 't midden waarvan de jubilaris schreed, naar de pastorie waar om half twaalf de receptie plaats had. De drukte daarbij laat zich indenken: van allen kant kwamen felicitaties binnen en velen waren opgekomen om den jubilaris hun gelukwenschen aan te bieden. In den namiddag hebben de parochianen nog eene extra kunnen genieten van de orgeluitvoeringen in de kerk, waaraan pater Alfonsus en dhr. H. Heydendael hun zeer gewaardeerde medewerking verleenden. Ook de serenade,, waarbij de jubilaris nog toe gesproken werd, in de avonduren, trok vele belangstellenden. En dat was het einde van dezen onvergetelijken dag van St. Pieters parochie-herder.

 

 

De Limburger Koerier van 11 januari 1937.

 

Herinneringsprentjes Pastoor Janssen. Collectie fam. Henket.

 

 

Op de kom (cuppa) van de miskelk is een inscriptie aangebracht: "facite in meam commemorationem". Dit betekent: doe dit tot mijn gedachtenis.

De vergulde gotische miskelk van pastoor Janssen. Op de sleetse onderzijde van de voet is nog te lezen: 6 aprilis 1889.

 

Limburger koerier van 19 maart 1937:
Maastricht. INSTALLATIE PASTOOR STEEGMANS.
Toen in den aanvang van dit jaar de Z. E. Heer Janssen, Pastoor te St. Pieter, kwam te overlijden, heeft de bevolking dier parochie nagenoeg algemeen en op ontroerende wijze afscheid genomen van den overleden Herder. Wekenlang werden H. H. Missen opgedragen op verzoek zoowel van particulieren als van parochiële vereenigingen, zoodat de nieuw benoemde Pastoor, de Z. E. Heer J. Steegmans reeds bij voorbaat weet dat de parochianen van St. Pieter hun geestelijke leiders weten te waardeeren en hoogachten. A.s. Zondag - Palm-Zondag - zal zulks wederom blijken bij de plechtige installatie van den nieuwen Pastoor. Reeds hebben de besturen der verschillende vereenigingen vergaderd en is een plan vastgelegd voor de huldebetooging van de zijde der parochianen. De Pastoor zal op dien dag om 4 uur worden afgehaald van de nieuwe pastorie aan den Notgerusweg in een stoet, die langs Glacisweg, Papenweg, Lage Kanaaldijk en Ursulinenweg, hem zal begeleiden naar de Kerk. Na afloop der kerkelijke plechtigheid zal in de oude pastorie naast de kerk, gelegenheid zijn om den Pastoor persoonlijk te verwelkomen. Eene regelingsommissie heeft op zich genomen een regelmatig verloop der geheele feestelijkheid te verzekeren. Den nieuwen Herder wordt nu reeds een hartelijk welkom toegeroepen en hem wordt daarbij de verzekering gegeven dat geheel St. Pieter hem zal steunen en volgen bij de uitoefening van zijn zware taak.
 

 

5 augustus 1945 werd P. Camps tot priester gewijd (uitsnede foto). 5 december 1947 werd kapelaan Peter Camps benoemd tot kapelaan te St. Pieter beneden. In het boek beschrijft pastoor Camps op een luchtige en humoristische wijze zijn wederwaardigheden als jonge kapelaan te St. Pieter onder pastoor Steegmans. De omslag van dit boek en de tekeningen in het boek werden gemaakt door Armin Elmansdorp. Helaas werden niet alle voorwerpen afkomstig uit de oude kerken van St. Pieter teruggeplaatst in de kerk boven. Pastoor Theunissen moest in 1954 de inboedel letterlijk bij elkaar schrapen. Op de zolder van de St. Mathiaskerk lagen een Pieta, een St. Jozefbeeld en H.Hartbeeld in opslag, afkomstig uit de St. Andrieskapel. Pastoor Theunissen - voorheen kapelaan in de St. Mathias - gaf deze beelden een plek in de kerk boven. Zie ook: vak D Antoine Theunissen.

 

Sjef Eymael: St. Antonius met kind, aangeschaft door pastoor Antonius Theunissen. 

 

 Het uit hout gesneden kruisbeeld van de Maastrichtse beeldhouwer Weerts.

 

 

 

Pastoor Theunissen deed er alles aan, geld bij elkaar te brengen om zijn kerk weer te restaureren. Eén gulden per boekje!

 

1954:

 

 

 

In 1977 kreeg Guus Dohmen de aanstelling tot pastoor van St. Pieter op de Berg. Zelf typte Guus een kaartenbak, zijn broer maakte een plattegrond van het kerkhof en Guus besloot diverse oude graven vervallen te verklaren. Achteraf gezien, valt de beslissing om oude graven vervallen te verklaren en een aantal van deze graven te ruimen vanuit historisch oogpunt te betreuren. Dohmen gaf het kerkhof de huidige definitieve inrichting en nam het initiatief tot restauratie van de kerk. Pastoor Dohmen bracht talrijke spullen van de inmiddels gesloten St. Gerarduskerk aan de Wycker Grachtstraat in, zoals de kruiswegstaties van Willy Hameleers en het uit hout gesneden kruisbeeld van de Maastrichtse beeldhouwer Weerts.

 

Uit een ongedateerd persbericht. Bron: parochie-archief St. Pieter:

 

De overgang van de volksbuurt in Wyck naar het landelijke St.Pieter op de Berg was een grote stap. Doordat past.Theunissen zich niet goed meer kon verplaatsen was het eigene van de parochie enigszins ondergesneeuwd, het werd zaak dat St.Pieter op de Berg zijn eigen gezicht weer kon laten zien. Dat lukte zeer wel.

Met de hulp van velen kwam veel voor mekaar. Steeds lukt het om mensen te mobiliseren, om mee te helpen en werk over te nemen.
In 1986 werden de parochianen op
geschrikt met de slogan: "Als P(astoor)D(ohmen) zijn been breekt,komt er geen nieuwe P.D.".
Het
was toen al duidelijk dat het vinden van een opvolger moeilijk zou worden. Daarom moesten mensen gemobiliseerd worden om
werk wat niet persé priesterwerk is over te nemen. Van toen af werd de administratie van het Kerkhof, het ziekenbezoek, het
w
elkomheten van nieuwkomelingen, de kerkledenadministratie en ander werk dat voordlen uitsluitend door de pastoor gedaan werd
o
vergenomen door werkwillige parochianen. Steeds kon hij rekenen op de steun van de bekwame en toegewijde leden van het kerkbestuur en op de hulp van vele vaste medewerkers en van talloze vrijwilligers. Hij spreekt de hoop uit dat deze unieke solidariteit ook onder Pastoor Smeets zo zal blijven.

 

Wat niemand vermoedde was, dat de gerestaureerde kerk zoveel belangstelling kreeg van buitenaf en dat ze voor bruidsparen zo 'trendy' werd dat het met huwelijkmissen nauwelijks is bij te benen. Veertig huwelijken per jaar is een aantal dat in den lande niet voorkomt,in het kerkje op de Berg is het heel gewoon. Het kerkbestuur is nu doende om de nieuw benoemde Pastoor Lei Smeets af te schermen tegen zo'n grote belangstelling. Te groot voor één man alleen.

 

Feiten sinds 1977.

 

De parochie had geen vergaderruimte, de koren geen repetitielokaal bij toeval kwam de woning van Patrick Creyghton, Ursulinenweg 18 vrij. Het achterliggende schildersatelier werd met hulp van veel sponsors verbouwd tot een riant zaaltje. De koren en de parochie was toen uit de brand. In 1979 werd het zaaltje aan de Slouw in gebruik genomen.

De kerkhofadministratie was nauwkeurig, maar het systeem was aan vervanging toe. Er bestond geen tekening van het kerkhof, er werd een plattegrond gemaakt en een nieuw kaartsysteem aangelegd. Daarna konden vervallen graven worden opgespoord en geruimd. In 1981 was de reorganisatie een feit.

De torenspits werd een gevaar voor de bezoekers van het kerkhof. Herstel torenspits in 1983. In 1985 volgde de restauratie van de
kerk, de afwatering van het kerkgebouw vertoonde grote gebreken. 1986 heropening van de Kerk.

Op het kerkhof dreigde een te kort aan open plaatsen. Alleen eigen parochianen konden nog in aanmerking komen voor een plaats. Achter de pastorietuin was eerder een stuk land gereserveerd voor uitbreiding. Deze uitbreiding werd gerealiseerd in 1989.

De definitieve benoeming van Pastoor Smeets liet lang op zich wachten - eigenlijk te lang - maar hoe dan ook is er een zaak die
zeker is: dat dankzij de niet aflatende inspanning van het kerkbestuur de zelfstandigheid en het eigen gezicht van onze parochie
behouden is geble
ven. P.D. hoopt vurig dat deze situatie in lengte van dagen kan blijven doorgaan omdat hij het altijd fijn gevonden
heeft om hier te werken.

 

Kerk en zielzorg:


Voor de organisatie en taakverdeling in de parochie gedurende het grootste deel van de negentiende eeuw is het decreet van keizer Napoleon van 1809 ('Decrèt impérial concernant les fabriques') belangrijk. Volgens dit decreet moest het bestuur van een kerkfabriek bestaan uit een raad, gevormd uit vijf tot negen personen, inclusief de pastoor en de burgemeester, en een bureau van kerkmeesters, bestaande uit drie leden, waarin ook de pastoor zitting had. De pastoor had als taak de zorg voor de eredienst en de aanstelling en taakomschrijving van aan de parochie verbonden priesters. De kerkfabrieksraad was verantwoordelijk voor de vaststelling van de door het bureau van kerkmeesters opgemaakte jaarlijkse begrotingen en rekeningen, de aanvaarding en belegging van kapitaal en het aanspannen van processen. Het bureau van kerkmeesters had tot taak het dagelijks beheer van de kerkelijke eigendommen, het opmaken van begrotingen, rekeningen en balansen, het verrichten van de dagelijkse financiële handelingen, de uitvoering van gestichte missen, de zorg voor de benodigdheden voor de eredienst, de inrichting van het kerkgebouw en de benoeming van lekepersoneel op voordracht van de pastoor. De jaarrekeningen werden opgemaakt door de penningmeester van het bureau van kerkmeesters, voorlopig goedgekeurd door de kerkfabrieksraad en definitief vastgesteld door de bisschop en door het gemeentebestuur

Als uitvloeisel van de scheiding tussen kerk en staat werd dit decreet in Limburg pas in 1876 afgeschaft en vervangen door het 'Algemeen Reglement voor de Parochiale Kerkbesturen', uitgevaardigd door de bisschop. Het onderscheid tussen kerkfabrieksraad en bureau van kerkmeesters verviel. In iedere parochie kwam een kerkbestuur, bestaande uit vier tot zes kerkmeesters met de pastoor als voorzitter. Uit de leden werden een penningmeester en een secretaris gekozen. Het kerkbestuur behartigde de materiële aangelegenheden van de parochie, de pastoor de geestelijke. Laatstgenoemde regelde de kerkelijke diensten en verstrekte de opdrachten aan het lekepersoneel, dat door hem werd benoemd en ontslagen. In 1899, 1922 en 1939 werd dit reglement gewijzigd, evenwel zonder wezenlijke veranderingen. Op 29 december 1876 kwam te Sint Pieter het nieuwe, krachtens het Algemeen Reglement benoemde kerkbestuur voor het eerst in vergadering bijeen. Het bestond uit de pastoor als voorzitter en drie leden.

De lotgevallen van de eigendommen van de parochie in de Franse tijd zijn moeilijk te achterhalen vanwege het gebrek aan gegevens. Vóór 1812 zal de kerk allerlei last van de Franse wetgeving hebben gehad. De pastoor raakte zijn tienden voorgoed kwijt. Nog in 1812 verloor de kerk belangrijke inkomsten, doordat de leggers en andere stukken betreffende landerijen en renten, voortkomend uit de stichtingen van jaargetijden, in beslag werden genomen. De reden hiervan was volgens pastoor Servaes zijn weigering om de eed af te leggen. Zijn voorganger was steeds met rust gelaten wat betreft de eigendommen van de parochie. Tengevolge van de overgang van de kerk van zelfstandige parochie naar hulpkapel verviel voor de pastoor de bezoldiging door het rijk. De gemeente was nu verplicht de pastoor te onderhouden, maar vanaf 1813 ontving hij ook deze inkomsten niet meer. Bij een besluit van de gouverneur van 13 januari 1816 kreeg hij de in beslag genomen papieren terug en werd de door de gemeente verschuldigde toelage uitbetaald. Een Koninklijk Besluit van 19 augustus 1817 bepaalde, dat de kerk de in beslag genomen landerijen en renten terugkreeg. Van deze vijftien landerijen en vijftien renten ontving men vier percelen niet terug met de motivatie, dat zij afkomstig waren van de pastoriegoederen zonder in verband te staan met de kerkelijke diensten. Pas in 1820-1821 werd deze restitutie afgesloten. Van een strikte scheiding tussen de eigendommen van de pastoor en van de kerkfabriek is voortaan geen sprake meer. Het geheel wordt beheerd door het kerkbestuur.

In de loop van de negentiende en twintigste eeuw, met als hoogtepunt de jaren dertig en veertig, werd de organisatie van het parochieleven steeds ingewikkelder. Allerlei nieuwe broederschappen en godsdienstige verenigingen kwamen van de grond. (47) * De meeste vormden geen eigen organisatie, maar bestonden uit niet meer dan afspraken voor gezamenlijk gebed en verwerving van aflaten. De Broederschap van het Allerheiligste Sacrament was ook na 1800 blijven bestaan en werd in de jaren 1946-1948 samengevoegd met het College van Collectanten. (48) * In 1843 vond de oprichting van het zangkoor plaats, dat eveneens als broederschap was georganiseerd: de Broederschap van Sint Cecilia. De pastoor was president, de organist secretaris. (49) * In de jaren dertig en veertig van deze eeuw kwam het parochieleven tot grote bloei. Er functioneerden een Parochiecomité, diverse andere commissies en comité's, de Katholieke Actie, broederschappen en congregaties. Verzuiling trad op in het maatschappelijk leven. De kerk ging zich bezighouden met alle aspecten van het dagelijks leven van de parochianen: met onderwijs, opvoeding, organisatie van arbeiders, boeren en tuinders, sport, recreatie en politiek. Een overzicht van de organisatie van het katholieke leven in de parochie in 1946 is bij deze inleiding gevoegd (bijlage 2)

Toen de oude kerk van Sint Pieter in 1939 werd gesloten, was een deel van de parochianen het niet met deze gang van zaken eens. Een 'Comité tot Behoud van de Eredienst in de Oude Kerk' werd opgericht. De actievoerders protesteerden heftig en weigerden in het nieuwe gebouw naar de kerk te gaan. Toen omstreeks 1950 bekend werd, dat Sint Pieter een aantal nieuwe wijken kreeg, besloot men in het oude kerkgebouw een nieuwe parochie te huisvesten: 'Sint-Pieter op de Berg'. Deze was toegewijd aan de Allerheiligste Verlosser en Petrus. A.C. Theunissen ontving in 1953 de benoeming tot rector en kort daarna tot pastoor. In 1954 vond de heropening en wijding plaats. De nieuwe parochie was een afsplitsing van de oude, hetgeen betekende, dat zij een vijfde deel van de bezittingen van de oude parochie meekreeg. Overgedragen werden het kerkgebouw 'Op de Berg', meubilair en een aantal terreinen. Het kerkhof van Sint Pieter, nog steeds gelegen rond de oude kerk, bleef in het bezit van de parochie 'Sint-Pieter Beneden', maar kwam bij beide parochies in gebruik. De nieuwe parochie kon de oude pastorie 'Op de Berg' huren en de kosterswoning kopen. Verder gingen naar de nieuwe parochie jaargetijden en leesmissen, gesticht door parochianen, die na de afsplitsing deel uitmaakten van de nieuwe parochie, als zij tenminste hun voorkeur hiertoe uitspraken.


Bron: 21.227A Maastricht: Heilige Petrus Sint Pieter ( Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) 1.1.3.1. Kerk en zielzorg

 

De voormalige St. Gerarduskerk en St. Gerardusbeeld (met de tekst "keert terug tot GOD") in 2008.

Het reliëf met "Maria Zetel der Wijsheid" vervaardigd door Dries Engelen in het portaal van de kerk is onlangs (2013) door het kerkbestuur van St. Martinus verwijderd. Mededeling en foto: Dhr. Servé Minis.

Piëta, St. Jozef- en H. Hartbeeld. Deze beelden zijn door pastoor Theunissen verkregen en zijn oorspronkelijk afkomstig uit de St. Andrieskapel te Maastricht. Foto's: Breur Henket.

 

Kruiswegstatie van Willy Hameleers. Deze kruiswegstaties werden in 2012 schoongemaakt en waar nodig gerestaureerd. Foto's: Breur Henket.

De met emeritaat gaande pastoor Dohmen zou in 1992 zijn 40-jarig priesterfeest vieren. In deze periode werden besprekingen gevoerd over het samenvoegen van de parochie "Beneden" en "Boven". Het gebrek aan priesters maakte een samenvoeging noodzakelijk. Van de zijde van de parochie St. Pieter op de Berg kwam er nog al wat verzet tegen de geplande samenvoeging.

 

Zonde(n) van de wereld. Crucifix van Christus, die met Zijn arm de continenten bijeenhoudt op een bronzen wereldbol. Massief beeld, hoogte ongeveer 20 cm, geplaatst op een houten sokkel. Dit beeld is een cadeau van de kunstenaar Jo Liégeois. De kunstenaar plaatste het kunstwerk persoonlijk in de kerk "boven" op 8 juni 2010. Hij was eens geraakt door een preek en schonk het werk aan de kerk boven. Het kruis doet denken aan de lijdende Christus, maar ook aan de lijdende mensheid.

Het Mariabeeld op het Maria-altaar bij het noord transept werd geschonken door een parochiaan. De kunstenares Hetty Kluijtmans ontwierp een troontje in de vorm van een drieluik voor dit beeld. Het middenpaneel fungeerde als achtergrond en de beide zijvleugels waren versierd met bloemtaferelen. Thans niet meer aanwezig.

 

Op deze foto is nog een glimp te zien van de achtergrond "het troontje" bij het Mariabeeld.

 

Statie VI. In gotisch schrift Veronica droogt Jesus aangezicht af . Wellicht afkomstig uit de kerk boven. Papier op karton en ingelijst. Bron en foto: collectie familie Henket.

 

 

 

 

 

Kapelaan Guillaume Mulders was 19 jaar lang kapelaan te St. Pieter boven onder pastoor Janssen en Steegmans. Wilhelmus Johannes Mulders werd op 25 februari 1896 te Berg en Terblijt geboren als zoon van Jan Hubert Mulders en Maria Hubertina Essers. Hij overleed 20 mei 1966, 70 jaar oud en werd begraven te Oost-Maarland. Bron gedachtenisprentjes en foto: Dhr. John Claessens.

De Retraitantenbond van St. Pieter viert haar 25-jarig bestaan. Groepsfoto voor de kerkdeur van de kerk Boven, Ursulinenweg 2 te St. Pieter. Dhr. John Claessens herkende: in het midden links kapelaan Mulders en rechts naast hem pastoor Janssen. Links naast kapelaan Mulders, Louis Claessens echtgenoot van Betsje Hendrix (zie: vak G Claessens) en achter hem met gleufhoed en lichte mantel Pierre Claessens zijn zoon. Uiterst rechts staat Jan Snels, echtgenoot van Lies Claessens. Naast het vaandel rechts bij de geopende kerkdeur staat Winandus Claessens, zoon van Winandus Claessens en Liza Braken; Winandus was gehuwd met Mia Huynen. Herkent U nog meer personen? Foto: collectie familie Henket.

Het oude Slavantekruis in kerk "beneden" en het kruis op het altaar in de kerk "boven", foto's: Breur Henket. Joannes Augustinus Paredis (1795-1886), foto: F. Lahaye.

 

 

 

 

 

 

 

 

Interieur van de kerk "boven" anno 2008. Foto's: Breur Henket.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Godslamp.

De godslamp is een olielamp in de buurt van het tabernakel dat blijft branden zolang het Heilig Sacrament in het tabernakel aanwezig is. De godslamp getuigt van Christus' Werkelijke Tegenwoordigheid. Vroeger was de godslamp altijd een hanglamp met drie kettingen. Dit is nog steeds het meest voorkomende model.

 

Gérard Felix: Maria met kind. 1997.

 

 

Voor een beschrijving en foto's van de glas-in-lood ramen, verwijs ik U naar: www.glasmalerei-ev.net.

 

Benedenstaand enkele kaarten van de situatie voor de bouw van de huidige kerk:

Kaart van Bory ca. 1812 met onder G de ingang van de Zonneberg.

 Kadasterkaart ca. 1815.

Minuutplan Sint Pieter 1830. Landmeter F.W. Voncken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron: De Maasgouw I 1879, blz. 80 en 84 en De Maasgouw 16 1894, blz. 25 en 26 - Maastricht.

Opmerking: toegevoegd dient nog te worden:

1a. Johannes. Pastoor of investitus, tevens gasthuismeester van St. Servaas te Maastricht. 1285, 1299 en 1301 (Johannes, investitus ecclesiae S. Petri, iuxta Trajectum = St. Pieter bij Maastricht).

6. 1597: Cornelius DE MEYERE, pastoor van St. Pieter was benificiant van het altaar van de H. Anna gelegen in de St. Servaaskerk te Maastricht, waartoe hij in de maand januari 1597 benoemd was geworden.

7. Lambertus MAES, pastoor van St. Pieter, verkreeg 21 maart 1615 bij het kapittel van O.L.Vrouw van Maastricht het beneficie van de H. Agatha, gelegen sub campanis (onder de klokkentoren).

Petrus NEEFKENS, zoon van Matthias NEEFKENS en Agneta NN werd gedoopt op 2 april 1617 te St. Pieter. De doopgetuigen waren: Lambertus MAES, rdno pastor huius ecclesiae en Isabella CATONS. Lambertus MAES verschijnt hier de eerste keer als doopgetuige te St. Pieter.
 

8. Bij Johannes HAPPAERT dient het jaartal 1618 te zijn.

 

9. NATALIS: Beatrix THEUS werd gedoopt op 18 april 1621 te St. Pieter. De doopgetuigen waren Henrick HENRIJCKX, Cecilia BOVENS en Lamberto NATALIS, huuis r.c. capellano. Beatrix was een dochter van Guilielmus THEUS en Maria PACHLAUS.

10. 1628: Gabriel KNORREN, investitus, pastoor van St. Pieter. Rdus dominus. Gabriël werd begraven op 27 april 1653 te St. Pieter.

11. Melchior (VAN) SICHEN werd 14 juli 1669 te St. Pieter begraven. Hij is doopgetuige bij de doop van Melchior Lambertus ROSIER, zoon van Gerardus DE ROSIER en Catharina NIJPELS op 25 december 1656 te St. Pieter.

12. Hermannus JEECKERMANS. Herman was een zoon van Merten JEECKERMANS, overleden voor 22 juli 1669 en Anna GOIJENS. Zij woonden te Neerkan. Hermans oom Herman JEECKERMANS richtte na een pelgrimstocht naar het Heilig Land in 1647 de H.Grafkapel op in Neerkanne.

Zoals te zien op een fragment uit de begrafenisregisters van Sint Pieter reeds in 1669 pastoor te St. Pieter. Herman schrijft vreemde teksten op in de kerkboeken. Hij overlijdt in 1705, krankzinnig en werd begraven op 10 december 1705 te Kanne.

 

 

 

 

 

 

 

15. De begraafdatum van Otgerus POISLEVACHE in dit overzicht klopt natuurlijk niet; hij overlijdt immers 10 mei 1727. Otgerus was kanunnik van St. Elisabethsdal te Nunhem. Pastoor van St. Pieter van 1696 -1727. Hij testeerde 18 januari 1726. Het testament werd gedeponeerd bij notaris W. Kicken te Maastricht. Otgerus werd 12 mei 1727 te St. Pieter begraven. Zijn opvolger wordt Joannes Dominicus VAN DEN BOSCH per 10 mei 1727 (16).

De ouders van Ogerus POISLEVACHE waren Jacques POISLEVACHE en Gertrude Bartoleyns QUENTIN.
Otgerus werd gedoopt 22 december 1675 te VECHMAEL (België). Onderstaand zijn "In Memoriam" in het begraafboek van St. Pieter:

16a? Lambertus PAULISSEN werd begraven op 5 maart 1739 te St. Pieter. Vermeld wordt dat hij pastoor van de parochie hier (vium) is.

 

18. Joannes THISSE overleed 21 juni 1764 te St. Pieter en werd begraven op 23 juni 1764 te Maastricht in de Onze Lieve Vrouwekerk.

19. Arnoldus FRANSSEN en 24. Nicolaus SERVAES zie: het pastoorskruis.

22. Matthias WINRICKX: 30 juni 1782 werd hij te St. Pieter bij het koor in de kerk begraven. Onderpastoor te St. Pieter.

25. Wilhelmus HEIJNEN werd 16 oktober 1875, oud zijnde 77 jaar, begraven in zijn geboortedorp Zichen (België). Hij was daar op 13 mei 1798 geboren als zoon van Willem HEIJNEN en Maria CASTERMANS. Willem overleed 13 oktober 1875 te Zichen. Hij was kapelaan in Sint Maartensvoeren en werd te Sint Pieter als pastoor benoemd op 17 december 1824. Hij was pastoor te St. Pieter tot in 1869. Zijn moeder Maria Castermans werd begraven op 24 februari 1839 Zichem. Zij werd 81 jaar oud.
 

Dagboek koster Rosier:

"1825 den 25 Januarius Dynsdags is in Sint Pieter ingehaalt Wilhelmus Heynen, pastoor in Sint Pieter, geboortig van Segchen, oud 27 jaaren min 4 maanden, de jongmans en de jonge dogters hebben hem afgehaalt met muziek aan ons Lievrouwe poort onder de boomkens, de dogters waren sterk 52, de jongmans 34, en ider had moeten bijleggen 2 gulden Luyks geld, en op de Blekerij zijn zij alle in scheep gegaan op de Maas en voor de scheepen waren 3 paarden en zo gevaren tot aan het Varkensweertje of aan de Greent. De pastoor van Sint Nicolaas, Nicolaus Servaes, was met gekomen tot in de kerk in Sint Pieter, ook met eenen rokkelien en eenen stool aan, en den nieuwen pastoor had ook eenen stool en rokkelien aan, en naar het lof zijn zij gegaan naar Winandus Claessens op het Theurentje en zijn daar getrakteerd geworden en de heel nagt gedanst. De jongmans hebben vereert aan den nieuwen pastoor Wilhelmus Heynen op zijne inhuldinge, en de jonge dogters, 12 klijn silvere lepelen en een extra wit pastelijne servies met rondom verguld met goud en bloemen, het kost 80 frangs, en eenen schoonen laurierboom, geciert, en rondom 6 schoone roode vendeltjens. Met den meij van de pastoor in de kerk gekomen zijnde wierd gezongen Te Deum Laudamus met Benedictie voor en naar, maar zoo veel menschen zijn noyt gezien als daar bij waaren, want daar was een wagt van 6 man aan de kerkdeur en zij konden niets doen onder alle die menschen." "1826 den 30 Augustus zijn gekogt in Luyk door Wilhelmus Heynen, pastoor in Sint Pieter 6 tinne lugters en eenen grooten Crucifix, ook van tin, de lugters kosten, de 6, 30 Kroonen Luyks geld en de Crucifix kost 4 Kroonen en 7 schellingen, te weeten zij zijn gekogt voor de kerk in Sint Pieter door alle gemeentenaren, ider die wilde daar aan geven moest betalen 34 stuyvers, op de konditie dat al wie daaraan betaalt heeft die zal op den autaar moeten hebben als hij begraven wordt, hier aan hebben ook kunnen met doen alle kinderen en die niets hebben gegeven kunnen dezelve niet krijgen voor geen geld."

Koster Joannes Rosier vermeldt in het register van het begraven over het jaar 1872:

Mechtildis SCHRIJNEMAKERS ("Dienstmeijd bij den pastoor") was een dochter van Hendrik SCHRIJNEMAKERS en Anna Catharina HENDRIKX.

Willem Heijnen is pastoor tijdens de Belgische opstand in 1830 en afscheiding. De uitvaartmissen worden beïnvloed door de omstandigheden zoals blijkt uit het volgende voorbeeld: Joanna Ida KRISCHER, echtgenote van Joannes Gaspar KERPEN, werd begraven op 6 januari 1831 te St. Pieter. Koster Rosier noteert: "Den 6den Januarius 1831 op heilige Drijkoningendag Donderdags is begraven in Sint Pieter 's naarmiddags de weduwe Joanna Krischer, oud 44 jaren, vrouw geweest van Kaspar Kerpen, den dienst is geweest den 7 Januarius 1831, zij is begraven zonder luyden en lijken bidden, het was oorlog, de stad was belegert."

 

 

Opschrift in het Noordelijk gangenstelsel. Screenfoto uit Verborgen geheimen 2, een productie van Tv Maastricht (Vitrien).

 

Gedachtenisprentje van kapelaan Pierre Theunissen.

Fragment uit een brief aan Burgemeester en Wethouders van St. Pieter afkomstig van de kerkfabriek van St. Pieter naar aanleiding van een brief van H. Miessen landbouwer en kerkmeester te St. Pieter als verweer op de betwiste rechtmatigheid van verpachtingen van eigendommen van de kerk van St. Pieter gedateerd 22 maart 1873 en ondertekend door S. H. Fey, President en W. Schrijnemakers, Secretaris van de fabrieksraad der succursale kerk van St. Pieter. De pastoor en kerkfabriek leggen uit dat genoemde verpachtingen niet tot vijandschap onder de inwoners van de gemeente zullen leiden en nadelig zouden werken op het bijdragen voor de te bouwen nieuwe kerk. Ook verklaart de pastoor het keizerlijk decreet van 6 november 1813 niet overschreden te hebben. Bij decreet van 6 november 1813 betreffende de bewaring en het beheer van de goederen van de clerus verkreeg de clerus rechtspersoonlijkheid onder toezicht van de minister van Justitie.

Bron: familiearchief Hameleers RHCL te Maastricht:

De andere genoemde pastorie goederen zijn:

perceel no. 5 geschonken in 1765 door wijlen de schout van de gemeente St. Pieter L. Stassen aan de choralen of misdienaars in de hoedanigheid van voogd van deze aangenomen door de toenmalige pastoor Franssen. Deze aanneming werd bekrachtigd en bevestigd door de bisschop van Luik.

Perceel no. 6 werd in 1580 (?) vermaakt aan de tijdelijke pastoor en is belast met een wekelijkse mis bevestigd door de Gouverneur van Limburg bij besluit van 12 februari 1820.

Bovengenoemde percelen zijn tot 1846 door de tijdelijke pastoor steeds onderhands verpacht doch en van 1846 tot 1873 steeds in het openbaar gelijktijdig met de kerkelijke goederen.

Perceel no. 5 en no. 6 zijn door de pastoor weer onderhands verhuurd voor de tijd van negen jaar aan J.P.H. Ceulen (burgemeester van St. Pieter vanaf 1877 tot 1910; zijn vader P.H. Ceulen was in 1873 burgemeester). H. Feij heeft op perceel no. 10 voor onderhandse aankoop ƒ 300,00 aangeboden teneinde zijn daarnaast gelegen huis te kunnen vergroten. Dit aanbod werd aangenomen onder voorbehoud van 's Konings goedkeurig.

 

Het lijkt erop dat de kerkmeesters onderling een belangenstrijd voeren of van elkaar muggen trachten af te vangen.

 

 

Kerk en omgeving te St. Pieter "boven" geschilderd door Christoffel Dijkman. Zie: Christoffel Hendrik Dijkman. Collectie Dhr. Theo Montulet en collectie Dhr. Hub Limpens. 

In de Calepin I van Oud Sint Pieter verscheen een foto van "De koe nog voor de kar van St. Pieterse tuinders". Deze afbeelding diende als voorbeeld voor dit glas-in-lood raampje gemaakt door Kunst Atelier H. Felix, Kleine Looiersstraat te Maastricht getiteld St. Pieter ± 1895. Collectie van de fam. Pletzers-Gilissen.

1914: kerk en omgeving.

Gezicht op St. Pieter van Sonnenberg.

Sint Pieter bij Maastricht, gestempeld 1904.

Sint Pieter omtrent 1950.

 

De instorting van den St-Pietersberg. Bron: pagina 39 + foto "DE PRINS der geillustreerde bladen" 27 januari 1917.

 

Teksten bij deze foto's:

 

 (Holland. Foto) Instorting van den St.-Pietersberg bij Maastricht. - Een stuk land, ter grootte van ruim 10 roeden, is onder vreeselijk geraas naar beneden gezakt, terwijl in het omliggend terrein vele barsten en scheuren ontstonden, waardoor groote schade voor de landeigenaars veroorzaakt is; een groote trechter is ontstaan. - Zoals men weet wordt de St.-Pietersberg door vele in de mergelsteen uitgehouwen gangen ondermijnd.

 

(Haagsch Persbureau. Foto) De linkerhelft van het afgescheurde en ingestorte gedeelte (een aantal HA. pas geploegd korenveld) van den St.-Pietersberg; de aardscheuring maakt door haar reusachtige omvang een overweldigende indruk.

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer over de roede: volgens de vergelijkingstabellen 1807 was op St. Pieter:

lengtemaat: 1 roede = 4,5958 m., dus omtrent 4,6 m.;

oppervlaktemaat: 1 kleine roede =  4,6 x 4,6 = 21,1 m2;

1 grote roede: 20 x 21,1 = 423 m2. Het ontstane gat zou dus bijvoorbeeld omtrent 210 m2 kunnen zijn geweest. De lengte en breedte verhouding is niet goed op te maken uit de gepubliceerde foto. (Met dank aan Dhr. Jo Wilmes).

 

 

 

 

 

 

Bettine Flesseman tekende de kerk van Sint Pieter op de berg.

 

Knipsel uit een weekblad van 1938 naar een schilderij van Jan Gregoire: kerk en pastorie.

Winter 1963. Foto: Enci Schakels 22e Jaargang. No. 2, februari 1963.

Dhr. C. Vang maakte deze foto winter 1962/1963.
De winter van 1962-63 was de koudste winter van de afgelopen eeuw. We moeten zelfs terug naar de winter van 1829-30 om een nog koudere winter tegen te komen. De winter van '63 kenmerkte zich door een extreme lange koude periode van 10 weken en begon op 22 december en duurde tot en met 3 maart. Ook daarvoor was het al koud geweest. Van 21 tot 23 november en in de eerste week van december had het al goed gevroren. De gemiddelde temperatuur is in de wintermaanden december, januari en februari is +2,2 C. Voor 1963 is dit -3,0 C. De laagste temperatuur is gemeten op 18 januari - de dag van de Elfstedentocht - in Joure en bedroeg -20,8 C. Behalve dat het een koude winter was, was het ook een hele zonnige; 50% meer zon dan gemiddeld. Niettemin bleef de sneeuw die op de Tweede Kerstdag was gevallen, liggen tot in maart. Die sneeuwval leidde in de week tussen Kerst en Nieuwjaar tot grote verkeersproblemen. Tal van wegen werden voor enkele dagen afgesloten, omdat het onbegonnen werk was door de harde wind om deze sneeuwvrij te maken. Bron: Geschiedenis Andere Tijden: De barre winter van 1963 - Inleiding.

 

Patrick Creyghton maakte 1983 het origineel van deze poster met zicht op St. Pieter. De opbrengst van de verkoop van deze poster kwam ten gunste van de restauratie van de toren van de kerk.

Deze aquarel van St. Pieter aan het kanaal ter hoogte van de hoek Lage Kanaaldijk-Ursulinenweg werd gemaakt door de Maastrichtenaar Mat Boelen (†). Collectie Breur Henket.

Dezelfde locatie op een foto met afgebeeld de N.V. Kalkmergel Mij. met kerk en oprit Ursulinenweg ("kerksträötsje") zoals afgebeeld in de Calepin II van Oud Sint Pieter.

 

Maquette van de huidige kerk. Deze maquette is gemaakt door de Hobbyclub St. Servaas en te zien in het portaal onder de toren.

Op deze plek, bij de ingang van de huidige sacristie ligt onder de grond nog een oude intacte afvoerput.

Reconstructie oude ingang sacristie aan de zuidzijde. Hier was oorspronkelijk een trap naar beneden. Foto's: Breur Henket.

 

Wie zijn er nu al zo begraven op dit kerkhof en wat waren de graftarieven?

In 1899 betaalde men voor een koopgraf voor 10 jaren ƒ 4,80; een kindergraf kostte ƒ 0,48. Een koopgraf voor een kind ƒ 5,00. Een koopgraf voor 20 jaren ƒ 20,00. Een koopgraf voor onbepaalde tijd ƒ 40,00.

Uit een inventarisatie van oktober 1952 blijkt dat er op het kerkhof 6 kerkhoven voor religieuzen zijn; 5 familiegraven; 49 graven van eeuwig durend grafrecht (concession perpétuelle - deze graven mogen niet geruimd worden) en een aantal enkele en dubbele graven voor huurperioden van 10 tot 50 jaar. In totaal waren er 377 graven aanwezig waarvan 145 vervallen huurgraven.

 

 

 

Momenteel zijn er omtrent 1350 graven aanwezig op dit kerkhof.

 

De nog overgebleven grafmonumenten van voor 1752 zijn afkomstig van Slavante of van het oude kerkhof rondom de St. Lambertuskapel aan de Lage Kanaaldijk. Tot 1748 lag hier de oude kerk van St. Pieter. De graven van de periode 1748 -1875 zijn van het kerkhof van de oude kerk "op de berg" of uit deze kerk zelf afkomstig.

 

In de loop van de 18de eeuw kwamen er onder invloed van de verlichting bezwaren tegen het begraven in de kerk. Bewustwording van de algemene hygiëne versnelde dit proces. In Parijs werd in 1765 een verbod op begraven binnen de bebouwde kom uitgevaardigd. Dit was de aanzet tot regelgeving omtrent het begraven wat uiteindelijk zou leiden tot een Koninklijk Besluit in 1827. Bij Koninklijk Besluit van 24 mei 1825, nummer 162, werd het verboden om na 1828 nog doden in kerken, kapellen of bedeplaatsen te begraven en was het alleen nog in gemeenten met minder dan duizend inwoners toegestaan om te begraven op kerkhoven of begraafplaatsen in de kom van de gemeente. Bij Koninklijk Besluit van 22 augustus 1827 werd het begraven in kerken per 1 januari 1829 verboden. Alleen met voldoende geld kon men voorheen een graf in de kerk kopen. Minderbedeelden vonden buiten op een kerkhof in een simpel graf met vaak alleen een houten kruisje hun laatste rustplaats. Voor de kerkgangers waren de gevolgen van de aanwezigheid van de graven in de kerk niet altijd even plezierig. Zeker bij warm weer konden de graven een zeer onaangename lucht verspreiden. Vandaar de uitdrukking "rijke stinkers", want alleen met voldoende geld kon men ook na de dood voor overlast zorgen. Alleen het overdadig gebruik van wierook kon enige verlichting brengen. Het begraven in de kerk was tevens een manier om op den duur een stevige en mooie stenen vloer in de kerk te realiseren op kosten van de gelovigen.

 

Maria VANDENBROECK (VAN DEN BROEK) werd als laatste in de kerk te St. Pieter begraven op 6 juli 1819, 85 jaar oud zijnde. Zij werd gedoopt 24 april op 1735 te St. Pieter.

Haar ouders waren: Christianus VANDENBROECK (VAN DEN BROUCK) gedoopt op 5 november 1700 te Maastricht parochie St. Martinus. Christiaen huwde Cornelia BLANCKAERS (BLANCKAERTS BLANCKERS) 3 februari 1732 te St. Pieter. Christiaen overleed 7 februari 1763, 62 jaar oud te St. Pieter en werd begraven op 9 februari 1763 te St. Pieter.
Cornelia BLANCKAERS (BLANCKAERTS BLANCKERS) werd gedoopt op 20 februari 1704 te St. Pieter. Zij overleed 29 februari 1764, 60 jaar oud te St. Pieter en werd bijgezet op 2 maart 1764 te St. Pieter.
 

Maria huwde Wilhelmus ISERMANS den ouden, zoon van Guilielmus IJSERMANS (EIJSERMANS ISERMANS) en Maria NEIJSTEN (NIJST NIEST), 22 januari 1764 te St. Pieter. Het echtpaar Isermans-Van den Broek woonde op de Blekerij.

 

De wet van 10 april 1869 tot vaststelling van bepalingen betrekkelijk het begraven van lijken, de begraafplaatsen en de begrafenisregten tot stand gekomen onder de regering van koning Willem III bevestigt de uitzondering gemaakt voor leden van het koninklijk huis. Het laatste artikel, art. 51: "De bepalingen dezer wet omtrent de inrigting en het gebruik van en het toezigt op begraafplaatsen alsmede omtrent de begrafenis, de wijze van begraven, zijn niet toepasselijk op de begraafplaats en het begraven van leden van het Koninklijk Huis". Met andere woorden: leden van het koninklijk huis mogen begraven worden in de kerk, traditioneel de Nieuwe Kerk te Delft. De Wet van 7 maart 1991, houdende nieuwe bepalingen inzake de lijkbezorging vermeldt in Artikel 87:
1. Deze wet is niet van toepassing op de lijkbezorging van leden van het Koninklijk Huis.
2. Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan ten aanzien van andere bloed- en aanverwanten van de Koning ontheffing verlenen van bepalingen van deze wet;
en Artikel 94: De Wet op de lijkbezorging (Wet van 10 april 1869, Stb. 65) wordt ingetrokken.
 

De wet van 10 april 1869 tot vaststelling van bepalingen betrekkelijk het begraven van lijken, de begraafplaatsen en de begrafenisregten. Bron: J. M. Bouvrie Familiearchief Hameleers RHCL St.16.0539 - Maastricht 1998.

 

Het zal geen toeval zijn dat de familie Hamele(e)rs dit boekwerkje in bezit had. Enkele leden van deze familie waren wethouder en of kerkmeester te St. Pieter en de bouw van de nieuwe kerk "op de berg" en de aanleg van het kerkhof maakten het noodzakelijk deze wet en zijn bepalingen goed te kennen.


De meeste graven van het oude kerkhof echter zijn geruimd bij de bouw van de nieuwe kerk (1875). Het kerkhof werd nog uitgebreid aan de noordzijde van de kerk en meest recent aan de zuidwestzijde.

 

De begraafplek aan de St. Lambertuskapel blijft na het aanleggen van het Kanaal van Luik naar Maastricht nog gedeeltelijk in gebruik als tweede parochiale begraafplaats o.a. door de zusters Ursulinen uit Maastricht.

 

De begravenen (vroeger sprak men over "gezonkenen") zijn inwoners van St. Pieter, inwoners geboortig van Maastricht, Kanne, Lixhe, Ternaaien (Lanaye) of Heugen, meestal pachters, losse arbeiders, groeve-exploitanten en blokbrekers, "hoveniers", herbergiers, notabelen, kerkmeesters en ambtenaren. Door de gunstige ligging aan de Maas en aan het kanaal Luik-Maastricht (1847) treft men ook graven aan van schippers, brugwachters en rijksambtenaren. Na de komst van de ENCI (1926) zijn er ook veel werknemers, werkzaam geweest op deze fabriek, op dit kerkhof begraven. Verder zijn er een aantal drenkelingen begraven afkomstig van of buiten St. Pieter. Ook bevinden zich - naast de graven van dienstdoende pastoors - een aantal gemeenschapsgraven van religieuze orden op dit kerkhof. Ook enkele niet katholieke inwoners van St. Pieter zijn hier begraven in "ongewijde" grond. De nog vele aanwezige grafmonumenten uit de 19de en 20ste eeuw bepalen in hoge mate de sfeer op dit kerkhof. Opmerkelijk en bijzonder is dat op dit kerkhof veel grafmonumenten aanwezig zijn ontworpen en/of gemaakt door bekende Limburgse beeldend kunstenaars o.a. Jef Courtens, Patrick Creyghton, Jef Eymael, William Graatsma, Jeff Van Hontem, Marie José Muré, Rob Stultiens, Fons Tuinstra en Jef Wishaupt. Bij de beschrijving van de graven in de vakken treft U meer informatie aan. Een waardevolle plek om te behouden!