|

De historie van kasteel
/ hoeve Lichtenberg.

Hoeve
Lichtenberg en ruïnetoren.


Lichtenberg: torenruïne,
restant kasteel Lichtenberg,
wellicht 10de-eeuws,
fundament en verdiepingen uit de 12de en 15de
eeuw. Vierkante toren van evenwijdige lagen vuursteen en keien
en hoger van kolenzandsteen en mergel. Hoeve Lichtenberg, gelegen om
een rechthoekige binnenplaats. Woonhuis deels nog 17de
eeuw. Kasteel Lichtenberg wordt vermeld op 20 april 1267 in een akte betreffende
een donatie aan de Onze Lieve Vrouw te Maastricht en op 7 januari 1312 in
verband met een grondstuk van het Collégiale van St. Martin te Luik: "...
juxta transitum de Lichtenberg, prope curtem (dichtbij
de hof) de Lichtemberch...".
In 1904 wordt de ijzeren trap aangebracht in de
ruïnetoren en een houten platvorm. Zo krijgt de toren de functie van belvédère
- een uitzichttoren.
Foto: prenten, tekeningen- en fotocollectie Rijksarchief
Limburg.
De ruïne voor 1912. Goed zichtbaar vogens mij een schoorsteenkanaal aan
de oostzijde en sporen van een verdwenen aanbouw.
Foto: prenten, tekeningen- en fotocollectie Rijksarchief
Limburg.

Oude muur met schietgat in stal .

Panoramafoto van de binnenplaats van hoeve Lichtenberg anno 2006.
Foto's: Breur Henket.
Josua de Grave omtrent 1668.
Collectie L.G.O.G. nr.77. Kasteel Lichtenberg nog in volle glorie
afgebeeld. Een holle weg voert van de Maaszijde omhoog naar het kasteel. Het
klooster Slavante met boomgaard en ommuring is prominent aanwezig. Huis Befort
("De Torentjes") aan de Maasoever of onderdeel van het Slavante complex? Onder
de Lichtenberg zijn groeve-ingangen zichtbaar:

Jan de Beyer
1740 detail tekening Van Slavente. Zie verder:
http://members.home.nl/pch1/kerkhofkapel.htm#locatieslavante.

Omtrent 1212 bouwt Hugues de Pierrepont prins-bisschop van Luik,
het kasteel op deze
strategische plek.
Hugues (Hugo) werd geboren omtrent 1165 als zoon van Hugues de Wasnad,
edelman, overleden in 1187 en Clémence de Réthel. Hij was
prins-bisschop van Luik van1200 tot 1229, werd verkozen met de
steun van de Welfen, aangevoerd door de Duitse koning Otto IV, en
van de pauselijke curie. Hij kwam in conflict met de Brabantse
hertog Hendrik I, die Luik verwoestte (1212). Dankzij de tussenkomst
van de graven van Vlaanderen en Loon brachten de Luikenaars in 1213
de Brabanders een zware nederlaag toe (slag van Steps bij
Montenaken). Hugo breidde het territorium van het prinsbisdom uit
met het graafschap Moha door erfopvolging (1225) en met de stad
Sint-Truiden door ruil (1227). Hij overleed in
het kasteel van Huy (Hoei) 12 april 1229. Zijn stoffelijk overschot
werd over water naar de St. Lambertuskathedraal te Luik
overgebracht en 13 april werd zijn lichaam hier begraven, dit in
weerwil van zijn persoonlijke wens om begraven te worden in de abdij
van Val Saint-Lambert te Huy. Hij werd als prins-bisschop opgevold
door zijn neef Jean d'Eppes (Johannes II van Rummen).
De huidige "toren" is een overblijfsel van deze burcht die door
de prins-bisschop waarschijnlijk omtrent 1212 werd gebouwd om het doen en laten
van de hertog van Brabant in de gaten
te kunnen houden. Deze Hugo II van
Pierrepont, versloeg samen met Lodewijk II (eerste vermelding 1197,
† 29 juli 1218, kleinzoon van Lodewijk I en gehuwd met gravin Ada
van Holland (1203), hertog Hendrik I van Brabant bij Steppes (1213).
In hetzelfde jaar 1213 werd de hoeve Eijsden door Hugo van
Pierrepont, overgedragen aan Walerandus, zoon van hertog Hendrik III
van Limburg. In 1214 liet deze Hugues de materialen van de in zijn
opdracht verwoeste brug te Maastricht naar Nivelle brengen.
Volgens Collette is er in 1225 een houten brug te St. Pieter
ter hoogte van de
Dijk; deze brug werd later weer
afgebroken.
Zegel van
Hugues de Pierrepont. Bron: E. Poncelet: actes
des Princes-Évèques de Liège. Hugues de Pierrepont 1200-1229 -
Brussel 1941.
Enkele details van de toren
binnenzijde:
.jpg) .jpg) .jpg) .jpg) 

Ter vergelijking Helmstaat
(Preekherengang) een restant van de eerste ommuring van na 1229, bestaande o.a. uit
kolenzandsteen.In
1229 verleende Hertog Hendrik I van Brabant de stad Maastricht het recht zich te
omringen met een stenen omwalling.
Kolenzandsteen (Carbonische zandsteen)
is een sterk verharde, soms compacte kwartsitische zandsteen, donkerbruin van
kleur. Het werd gewonnen in het zuiden van Limburg en als bouwmateriaal
toegepast bij ondermeer de Onze-Lieve-Vrouwe Basiliek en de
Sint-Servaasbasiliek. Foto's: Breur Henket.
Abraham Jacob van der Aa beschrijft Lichtenberg in zijn Aardrijkskundig
woordenboek der Nederlanden (1839) als volgt:

 
Detail poorttoren met 1816 op de sluitsteen van de ingang
en het woonhuis anno 2006.
Foto's: Breur Henket.
 Gedeelte uit een
kaart (ingekleurde litho) in M. Bory de St.-Vincent:
Description du Plateau de St.-Pierre
de Maestricht - Bruxelles.

Jean-Baptiste Geneviève Marcellin Bory de
Saint-Vincent, Frans officier geboren op
6 juli 1778 te Agen en overleden op 22 december 1846 te
Parijs. Beoefenaar der natuurlijke historie en geograaf.
 
Opschriften
van Bory de St. Vincent en zijn begeleiders gedateerd 9
juli 1819. Bory bezocht en beschreef het
Zonnebergstelsel in 1816 en 1819. Bron:
Ir. D.C. Van Schaïk:
Maastricht en de Sint Pietersberg - Heer 1948.
Rechterfoto: Dhr. Hans Ogg.


Ansichtkaart ingang Zonneberg onder
Hoeve Zonneberg.
Bory de St. Vincent ,
Baron (1778-1846): carte du plateau St. Pierre; 22 x36
cm. Litho. Kaart van de St. Pietersberg bij Maastricht
ca. 1821. Bron: privé collectie. Deze niet ingekleurde topografisch kaart
is gepubliceerd in Bory de Saint-Vincent: Voyage souterrain, ou
Description du Plateau de Saint-Pierre de Maestricht et de ses vastes
cryptes; suivi d'une Relation de nouveaux Voyages entrepris dans les
Montagnes Maudites par M. Léon Dufour, docteur en médecine de l'ancienne
armée d'Aragon, Paris, Ponthieu, 1821.
|
De ouders van Godefridus
Augustinus COLLETTE (COLLET) waren: Godefroid COLLETTE
geboren op 25 april 1642 te Tongeren. Godefroid huwde
Elisabeth Lutgardis DE LONCHIN in 1666 te Maastricht.
Elisabeth Lutgardis DE LONCHIN werd geboren omtrent 1640.
Godfried Augustijn werd geboren op 16 juni 1672 te
Maastricht en huwde Maria Elisabetha DE GODDING (GODDING),
dochter van Theodorus GODING (GODDING GODDINGH) en
Margueretae HINNISDAEL (HIENSDAEL), 23 maart 1695. Godfried
Augustijn werd begraven op 25 april 1755 te Maastricht
(Minderbroederskerk). Elisa GODDING werd gedoopt op 26 mei
1675 te St. Pieter (de doop is ook te Maastricht
ingeschreven). Zij werd begraven op 16 mei 1715 te
Maastricht (Minderbroederskerk - of wordt de kerk te
Slavante bedoeld?). Bekende kinderen:
i. Maria Elisabetha COLET gedoopt 10 maart 1696 te St.
Pieter.
ii. Godefridus Theodorus Conrardus COLET gedoopt 7 november
1697 te St. Pieter.
iii. Petrus Joannes COLET Petrus gedoopt 5 september 1699 te
St. Pieter. Hij werd begraven op 8 oktober 1699 te St.
Pieter.
iv. Maria Margarita COLLETTE gedoopt 9 november 1700 te St.
Pieter.
v. Ida Beatrix DE COLLETTE gedoopt 17 april 1703 te St.
Pieter. Ide Béatrix huwde François DU MONT 27 mei 1726 te
Archennes (België).
vi. Barbara Lutgardis DE COLLETTE gedoopt 27 maart 1706 te
St. Pieter.
vii. Guilielmus Bernardus Godefridus COLLETTE gedoopt 27
maart 1708 te St. Pieter.
viii. Anna Catharina COLETTE gedoopt 4 maart 1712 te Urmond.
Godfried Augustijn was getuige bij het huwelijk van Jacobus
Fredericus DE JENETTE DE PELTERN en Maria Margaretha DE
COLLETTE op 2 juli 1725 te St. Pieter. Licentiaat in de beide rechten (J.U.L.). Hij
was hoogschout van Maastricht anno 1747. Hij vervult ook het ambt
van schout van St. Pieter. Daarnaast is hij tussen 1695 en 1755
griffier van Neder-Canne. Hij woont te Opcanne in kasteel de Harff.
Zijn huis te St. Pieter wordt afgebroken (1). Godfried Augustijn was
ridder van het Heilige Roomsche rijk en heer van Harff en
Rindelborn. Hij was een der voornaamste en wel zeker de
vruchtbaarste kroniekschrijvers van Maastricht. Anno 1750 en 1755
komt hij voor op een lijst van personen, wonend in Op-Canne, die
schadevergoeding ontvangen voor schade veroorzaakt door oorloggeweld
(2). Hij tekent zijn eigen familiewapen (alliantiewapen) met als
datum 1695 (zijn huwelijksdatum).
Godefroid Auguste Collette tekent ook zichzelf -
waarschijnlijk ten tijde van zijn huwelijk,
huwelijksvoorwaarden of huwelijksaanzoek - en echtgenote
Maria Elisabetha De Godding De Canne.

Alliantiewapen Collette-Godding. Bron afbeeldingen:
handschriftencollectie 18.A RHCL.

Zegel en handtekening van Collette onder
een akte betreffende het oude kerkhof van St. Pieter d.d. 2 april 1746.
Bron: privé collectie Breur Henket.
(1)
"De kercke van St. Pieter en wiert oock niet gespaard
maar wirdt oock afgebroken; zij stondt alsdoen op eene
andere plaats als de tegenwoordige, waervan ick in het
vervolgh op eene andere wijze zal beschrijven. Onder aen den
voet van St. Pietersfort (tegenover de toenmalige hoofdingang van de
onderaardse gangen aan de Mergelweg) stont een allerschoonst plaisant
huis, toebehoorende aen de heer Collette, hoogschout van
Maestricht, hetwelk door de soldaten oock met geweld
afgebroken wirdt (1747); in dit huis was eenen trap of opganck, die
100 gouden pistolen gekost had; alles was naer advenandt
daerbinnen even schoon met zalen, kamers en keldeers evenwel
voorzien; in dit huis wirdt op eenen voor-den-middag alles
geruineert en bedorven; tegenswoordig heeft den Cononick
Godding (3), neeve van
voorschreven heer Collette (volgens schrijver dezes
zijn kleinzooon), later Deken der Rijkskerke van
St. Servaes, dit goed anders doen opbouwen (" 't geudsje"), doch heeft het
tiende part geen schoonheid of weerde meer tegen het
eerste".
(2)
"Hier volght nu de tweede ende laatste
distributie van het Frans geldt, hetwelck de inwoonders van
Op-Canne getrocken hebben den 28 July deses jaers 1755 voor
de Forageringe van het jaer 1747. Soo voor voragie,
vruchten, boomen en houdt als andersints; hier staet te
noteeren, dat de inwoonders van het landt die schaede
geleden hadden, in d'eerste en tweede distributiemaer
sesthien stuyvers van den gulden ontfangen hebben; als by
exempel die voor eenen gulden schade had, wiert met 16
stuyvers betaelt; item die voor twee gulden had, wiert met
32 stuyvers betaelt, doch waer de overige vier stuyvers van
den gulden gebleven zyn, hebbe ick noeyt connen
achterhaelen". De Heer Collette wordt in 1750
vermeld met een bedrag van 412 fl. en 17 st. en in 1755 met
365 guld. 15 st.
Bron: (1) en (2) Victor de Stuers: Chronijk van
het dorp Opcanne W. Mengels 1740-1778 in de Publications de
la Société Historique et Archéologique dans Le Duché de
Limbourg, Tome 24, 1887, blz.167-297.
(3)
Kanunnik
van Sint Servaas Theodoor Johan Godding (1722-1797) is een oude bekende: de eerste fossielen van de
Maashagedis, een zeereptiel, werden al in 1764 in de St. Pietersberg gevonden
door J.B. Drouin. De beroemdste is de vondst van 1770.
 
Afgietsel van de kop van een
Mosasaurus, een vondst uit 1770. Dit afgietsel is aanwezig in het Natuurhistorisch Museum te
Maastricht. Het afgietsel werd geschonken door Napoleon III, keizer van
Frankrijk (1852-1870). De originele vondst werd in 1794 door de Fransen naar Parijs
gestuurd. Foto's: Breur
Henket. Zie:
Natuurhistorisch Museum Maastricht.
Arbeiders vonden in één van de gangen van de St.
Pietersberg een aantal kaken. Barthlemy Faujas de Saint-Fond
(1742-1819) geeft een beschrijving van de lotgevallen van de
kaken (1799). Volgens hem riepen de groevearbeiders de hulp
in van de arts Hoffmann. Kanunnik Godding claimde de kaken
op grond van het feit dat ze onder zijn grondbezit gevonden waren en dat hij
zodoende rechtens eigenaar was - en
stapte naar de rechter. In
1794 veroverden de Fransen Maastricht en eisten de kaken op.
Godding had intussen de kaken in zijn huis te Maastricht verborgen. Een
enigszins omstreden verhaal gaat dat een de volksvertegenwoordiger Fréchine
een beloning van 660 flessen wijn uitloofde voor degene die
het stuk onbeschadigd bij hem thuis bezorgde. De andere dag
al brachten 12 grenadiers de kaken bij Fréchine. Een mooi verhaal, maar waar? De
fossielen werden eind 1794 als oorlogsbuit naar Parijs verzonden, waar ze nu nog te
zien zijn in het Muséum National d'Histoire Naturelle.
Joseph Eversen - commies bij het
Rijksarchief in Limburg; hij woonde te St. Pieter - "deelde mee" in de Maasgouw
van 27 april 1899. Opmerkelijk is dat Van Gulpen de vondst dateert van 1780:


Dagblad de Limburger meldde op 21
januari 2009:

Een zekere Jongen, waarschijnlijk Arnoldus Jongen, hovenier en landbouwer,
gehuwd met Maria Catharina Henket (Hinken) stelde
een andere fossiele vondst
tentoon in een huisje aan de voet van Slavante (1840 Langs de Maas 5; in 1848:
Langs de Maas 57, zelfde huis anders genummerd). Op de foto links deze plek anno
2008.
Foto: Breur Henket. |
| Collette mist toch ook nog
wel eens iets als chroniqueur. In Glanes Historiques à
Maestricht par Mr. G.D.L. Franquinet op pagina 6 t/m 8
schrijft Franquinet "Ni Collette dans son histoire manuscrite
de ce bourg, ni Perreau dans ses recherches historiques sur
cette seigneurie n'en font mention... Nous avons trouvé le
texte de ce document dans le registre des résolutions de la
ville, nommé 'dat lang verdragboek' *,
a la page 119 vo". Het betreft
een akte uit 25 januari 1248 welke als voorloper van "Die
oude caerte der stadt Maestricht" beschouwd kan worden.
*G.A.M.: inventaris nr. 44.
Lang Verdragboek (= raadsverdrag 1390-1428).
In het jaar 1284 hebben Jan van Vlaanderen
bisschop van Luik en Jan I van Brabant (twee zwagers) een
verdrag gesloten onder die naam (die
oude caerte der stadt Maestricht).
De door de Luikse bisschop Hugo van Pierrepont gestichte
"bourg" werd in 1248 door de prins bisschop Hendrik van
Gelder (Henri de Gueldre) verheven tot gemeente. In de archieven van Sint
Pieter is deze acte uit 1248 verloren gegaan, maar de
Latijnse tekst werd teruggevonden in het Lang Verdragboek
van de stad Maastricht.
Sint
Pieter kreeg als gevolg van
de akte uit 1284 een eigen rechtskring, losgemaakt uit
het gewone landrecht; dit is de
reden waarom de heerlijkheid ook als
"vrijheid"
of
"franchise"
werd
betiteld.
In
1212 geschiedde iets soortgelijks:
bisschop
Hugo van
Pierrepont besloot toen een
"bourg
"
bij de
muren van Maastricht te bouwen
"er
accorda
à
ceux
qui viendraient l’habiter,
toutes les
franchises
dont
jouissaient les bourgois
liëgois de
Maestricht
".
Zie: Perreau,
Recherches St.Pierre p. 212/213.
De tweeherigheid te Maastricht is
ontstaan nadat in het begin van de 8ste eeuw de
bisschopszetel naar Luik werd verplaatst door bisschop
Hubertus; zelfs het lijk van zijn voorganger Lambertus nam
hij mee. Voorheen was Maastricht bisschoppelijke zetel (Sint
Servaas). Door deze verplaatsing traden de Luikse bisschoppen
in de rechten van hun Maastrichtse voorgangers. In 1204
beleende Filips van Zwaben zijn zwager Hendrik I van Brabant
met een deel van de stad. Sindsdien moesten de Luikse
bisschoppen hun gezag in Maastricht delen met de Brabantse
hertogen. De bevolking valt uit elkaar in Luikse - "die van
Onze-Lieve-Vrouw" - en Brabantse families - "die van Sint
Servaas". Met de parochie-indeling had dit echter niets te
maken. In de doopregisters staat altijd de nativiteit (Luiks
of Brabants) van de boreling vermeld; het kind krijgt
automatisch de nativiteit van de moeder. Dit alles werd
geregeld in 1297 in een aanvulling op de zgn. Alde Caerte
van 1284. Tot 1632 hebben "beide heren" onafgebroken de stad
"stadsstaat" Maastricht bestuurd. |
"In
een veld van lazuur (blauw) een Heilige Petrus in
natuurlijke kleur, met gouden nimbus en gekleed in een toga
van zilver, houdende in de rechterhand een gouden sleutel en
in de linkerhand een boek van keel (rood) met gouden randen,
ter rechterzijde van den Heilige uit den onderrand van het
schild opkomende, een begroeide berg van goud (St.
Pietersberg) en ter linkerzijde eene kapel met spitsen
toren, alles van goud." Dit wapen werd bij Koninklijk
Besluit van 16 februari 1889 aan de gemeente Sint Pieter
verleend. Het wapen was gebaseerd op een zegelstempel uit
1426. Dhr. H. van den Broek tekende het gemeentewapen
volgens de beschrijving in het wapendiploma uit 1889.
Zie verder: Stichting
Oud Sint Pieter.

Symbolische
voorstelling van de tweeherigheid - het wapen
van de prins-bisschop van Luik en de hertog van Brabant.
Detail uit: de kaart Traiectum ad Mosam van
Braun and Hogenberg: Civitatis Orbis Terrarum II. Keulen 1575. |
|

 |
|
Transcriptie:
Johannes dei gratia prepositus
Johannes decanus archidiaconus
totumque capitulum maioris Ecclesie leodiensis
vniuersis in villa sancti Petri juxta Traiectum commorare
volentibus
salutem in domino.
Cum venerabilis dominus Henricus dei gratia
leodiensis electus
O[p]pidum in villa que dicitur apud sanctum Petrum juxta
Traiectum constituere intendat,
et illud jus et easdem libertates concedere que ceteri
op[p]idani
traiectenses habere dinoscuntur,
nos factis ipsius domini vtpote laudabilibus
consessum
(concessum)
et
assensum adhibentes vobis bona fide promittimus
quod illud jus et easdem libertates vobis conseruabimus et
conseruari
faciemus quantum in nobis est perpetuo illibatas.
In cuius rei testimonium presentes litteras sigillo ecclesie
nostre
duximus roborandas.
Datum Leodij anno domini Millesimo cc. xlviij
feria tertia ante conuersionem beati pauli.
|
Vertaling:
Johannes proost bij de gratie Gods
Johannes decaan aartsdiaken
en het gehele kapittel van de
Grote(re)
Kerk van Luik
aan allen die wensen te verblijven in de Villa van Sint
Pieter bij Maastricht
heil in den Heer.
Aangezien de "vererenswaardige" heer van Luik Hendrik, bij
de
gratie Gods gekozen **
van zins is in de zogenoemde Villa bij Sint Pieter een
stad te vormen,
en
dat(zelfde) recht en dezelfde vrijheden te verlenen als men
kan
waarnemen dat de overige Maastrichtse stedelingen hebben,
beloven wij plechtig
(lett. te goeder trouw), aan de daden
van deze
heer, als zijnde prijzenswaardig, permissie en
goedkeuring verlenend,
dat wij dat recht en dezelfde vrijheden voor u in stand
zullen houden
en in stand zullen doen houden zoveel als ons mogelijk is,
voor
eeuwig, zonder beperking.
Ter getuigenis van deze zaak hebben wij besloten dat deze
brief
bekrachtigd moest worden met het zegel van onze kerk.
Opgemaakt te Luik in het jaar des Heren 1248
op dinsdag voor Bekering van Sint Paulus
(25 januari.) |
* *Hendrik
van Gelre of Montfort, broer van de graaf
van Gelre, was behalve Heer van Montfort ook
prins-elect (gekozen, maar niet gewijd) van
Luik in de periode 1247-1274. Door zijn
bisschopsonwaardige gedrag werd hij door
Paus Gregorius X oneervol ontslagen.
Regelmatig trok Hendrik met een leger
plunderend door het Luikse land. Hendrik van
Gelre werd hierdoor "vogelvrij" verklaard en
dat leidde tot het opstellen van zijn
testament. In 1284 werd hij door de
Luikenenaren tussen Linne en Montfort met
een vijfhoekige knots vermoord. Reinoud I
van Gelre was diens erfgenaam.
|
|
Deze tekst werd in het besluitenregister van
de Maastrichtse raad opgenomen in 1391 (G.A.M.:
inventaris nr. 44.Dat Lang Verdragboek blz. 119 v.).
Deze vermelding was het gevolg van de volgende gelegenheid.
In 1391 klaagden de inwoners van St Pierre bij de raad tegen
het recht van prijshoudendheid, waaraan hun industriële
producten (o.a. grondstoffen voor het brouwen van bier)
werden onderworpen, als zij de stad binnenkwamen, zich
beroepend op de verordening van 1248, waarin zij werden
beschouwd als burgers van Maestricht en waarin was
vastgelegd dat zij dezelfde privileges hadden als de andere
burgers, die waren vrijgesteld van dit recht.
De raad, aan wie ze het document lieten
zien, erkende de hierboven genoemde vrijstelling
waarover zij klaagden, bij resolutie op 18 december, en
om het te aan te tonen, werd in het register, boven hun
resolutie, een kopie van het document gedaan. Bij het
accorderen van de opheffing van prijshoudendheid,
hechtte de raad vooral waarde aan het motief dat de
inwoners van St Pierre de stad waren komen bewaken en
verdedigen toen de burgers op expeditie gingen. Deze
verplichting, tot aan nu onbekend, waaruit het recht van
afschaffing van prijshoudendheid volgde, werd door de
raad impliciet erkend vanwege de geciteerde resolutie,
waar de tekst van spreekt.
"Item
inden joere vander geboirt onse heeren Mº CCC ende xci
(1391) des neesten maendagh voer Sente Thomas daeghe
apostels so woirden copie des principaels briefs vors. Ter
bede solliger portere van sente peter inden gemeynen raet
gelesen ende alda verclairt van honre alden gewoenden ende
her comen als van firmyteit des sy ongehalden hebben geweest
te talen als sy sachten, hir omme so was des raets meyninghe
dat die portere van sente peter noch inder selver gewoenden
bliven ende gehalden solen werden angesien honne brieven van
previlegien vors. Ende ouch wy sy gehalden syn als die star
van Tricht uyt is bynnen den meuren vander stat te comen
ende die stat helpen te weren te hueden ende te verwaren of
mitter gemeyne stat te trecken daet hoer genuechde".
Vertaling door
Dhr. en Mevr. Roobol:
"Item in het
jaar A.D. 1391 op de maandag volgend op het feest van
sint Thomas, de apostel, is een afschrift van de brief
van de hoofdpersoon in de(ze) zaak te voorschijn
gekomen. Door de burgers van sint Peter is in de
Algemene Raad de eis neergelegd en door de bevestiging
van het verschijnen hiervan zijn zij niet gehouden
geweest te verdedigen wat zij zeiden. Hierom was de Raad
van mening dat de burgers uit sint Peter nog bij
dezelfde gewoonten zouden blijven en ze houden, vanwege
hun privilegebrieven die zijn voorgelegd. En aldus zijn
zij ook gehouden, als de stad van Tricht een uitval doet
binnen de muren van de stad te komen en de stad te
helpen beschermen en verdedigen of samen met de stad op
te trekken tot haar voldoening".
Conclusie: Hendrik van Gelder richtte in
1248 de gemeente Sint Pieter op. De burgers van Sint Pieter
hadden dezelfde rechten en vrijheden als de burgers van
Maastricht. Maastricht bezat in 1248 al een gemeentebestuur.
Gelet op het feit dat de burgers ("les citains") van
de Luikse steden welke goed met elkaar verbonden waren via
de Maas en andere verbindingswegen, met name Dinant, Huy,
Luik, Sint Truiden, Tongeren en vaker ook Maastricht reeds
vanaf 1229 een liga sluiten om sterker te staan tegen de
bisschop wat betreft hun eigendommen en plichten, kan
hieruit de conclusie getrokken worden dat Maastricht in 1229
reeds een gemeentebestuur had. |
|
Met dank aan Dhr.
August de Man voor de hulp bij de vertaling uit het Latijn; Dhr. Ger Coolen, Dhr. Jo Morreau,
Dhr. Lars en Mevr. Femke Roobol voor hun bijdragen. |
Syba van Tricht, gehuwd met ridder Nn. van Lichtenborch, verdeelt
tijdens een boedelverdeling te "Sente Pietre bi Tricht" op 20 april
1267, toen weduwe, goederen onder haar drie kinderen: Henric
(schepen van Tricht in 1287), Liesbet en Godevert ("Knobel van
Lichtenberg"). Ook de
grondrente verschuldigd door de land- of huisgebruiker, kwam ter
sprake. Ene Bollo van Lichtenborch dient te betalen "achte vat rogghen
alle jar". Syba stichtte het St. Bartholomeus altaar, gelegen
aan de voet van de trappen naar het koor van de O. L. Vrouwekerk van
Maastricht. De Bartholomeusbuste is verloren gegaan in
1795 - de buste kwam in de smeltkroes terecht. Jonkvrouw Elisabeth
(Liesbet) huwde jonker Rutgher Van Were. Ridder Henric trouwde de
Luikse Nesa (Agnes) van Herk, dochter van Gerard van Herk, die het
burgerschap van Luik verwierf. Zij kregen vier kinderen: Henric,
Elisabeth, Godfried en Zyba. Deze Zyba huwt Gozewijn van Gozenhoven.
Vader Henric stichtte in de O. L. Vrouwekerk te Maastricht een
altaar ter ere van Sint Margariet. Zoon Henricus de Lychtenberg
staat in 1318 borg voor Gozewijn van Gozenhoven bij diens verwerving
van het burgerschap van Maastricht. Rond 1400 werd de woontoren waarschijnlijk
verwoest, later hersteld en er naast een nieuw kasteel opgetrokken.
In een akte die
gepubliceerd werd op bladzijde 10 onder nr.10 en opgenomen is
in het Verslag over het Stadsarchief van Maastricht uit 1852 is
kort samengevat te lezen:
Dingsdag na Sinxen
1376. Bisschop Johan van Luik (Jan van
Arkel *ca 1314 † Luik 1378;
begraven in de domkerk te
Utrecht)
verklaart dat hij, tot behoud der
stad Maastricht, alwaar hij voor den Luiker opstand gevlugt is,
de vrijheid van St.Pieter heeft doen verbranden en verwoesten,
en dat de burgers der stad welke deel aan dat verbranden hebben
genomen en nimmer daarvoor aangesproken zullen worden.
Nederduitsch zegel verloren.
Eind 14de
eeuw is de toenmalige familietak Lichtenberg
niet meer in het bezit van het kasteel; wel blijft men de
Lichtenbergs tegenkomen op St. Pieter, de naam verandert geleidelijk
in Francen of Frans(s)en. Zij worden opgevolgd door Jan Happart.
Hij komt uit een geslacht dat te Wijk gegoed was. Financieel
"uitgebloed" door de oorlogen - verkoopt Happart het bezit
aan Rogier Bock. Deze wordt in 1410 als heer van Lichtenberg
vermeld. Zijn kleindochter huwde in 1439 Jan Van Eynatten, heer van Neuborg (te Gulpen).

Het charter
gedagtekend woensdag na Pasen 1267 (20 april 1267). Vidimus (een
oorkonde met de tekst van een eerdere charter) zondag voor Sint
Servaasdag 1294. Bron:
Rijksarchief Limburg.
De "caerte" bevat de
boedelscheiding. De erfgenamen verzoeken de schepenbank van St.
Pieter het officiële, rechtsgeldige stuk op te stellen en te
zegelen. Uiteindelijk is het algeheel familiebezit op Sint Pieter
eigendom geworden van Henric van Lichtenberg.
Bron: J. Notermans: Vijf charters van vóór 1300
in zogenaamd Maaslandse taal - Maastricht 1970.
Het
kasteel wordt door de familie Eijnatten verbouwd, uitgebreid en in 1455 stichtte
Jan (II) van Eijnatten bij het
kasteel een hermitage - een primitief kluizenaarsverblijf. De broeders verkregen
in 1456 van Paus Calixtus III toestemming de regel van Sint Franciscus te
volgen. 1489 richt Prinsbisschop Jan van Horne een convent met kerk op, onder de
naam Franciscaner Observanten. Jan Van Horne stierf in 1505 te Maastricht en
werd te Slavante begraven. Zie:
Kapellen en de
Lourdesgrot. Andere grafmonumentvondsten. Tijdens de tachtigjarige oorlog
(1568- 1648)
in 1578 werden de paters verjaagd en vervalt het klooster tot een ruïne. De
gebouwen werden in 1639 weer opgebouwd door de Recollecten welke verbannen waren
uit Maastricht. In het jaargetijdenboek van het
klooster van de Begaarden te Maastricht getiteld "Liber fratrum
tertii ordinis Sancti Francisci in Trajecto supra Mosam"
is te lezen dat tussen 1480 en 1500 "Engel van Lichtenborch, syn
soen mit beyde syn huysvrouwen Mechtelt ende Liesbeth, met allen
honnen kinderen" een jaargetijde (zieledienst) laten houden. Kosten:
"Et dederunt semel V florenos renensis"(eenmalig 5 Rijnse guldens).
Paus
Calixtus III.

Een pleitende
minderbroeder. Foto: Dhr. Ger Coolen - Open Monumentendag
2006.
Ook bestaat de mogelijkheid dat de zgn. "kluis van Hameleers"
van oorsprong deze hermitage was. Deze kluis is een grotwoning ten noorden van
het voormalige Minderbroederklooster. De bewoners van deze grot beconcurreerden
de paters franciscanen van Slavante door tol te heffen op de voorbijvarende
schepen en te bedelen ("het op termijn gaan") in omliggende dorpen, dit alles
tot grote ergernis van de gardiaan
van de Minderbroeders. De bisschop van Luik verbood de kluizenaars deze
activiteiten voort te zetten, waarop een van de kluizenaars naar Rome vertrekt
om hun zaak te bepleiten. De afloop van deze actie is niet bekend. Tot 1794 werd
de kluis door kluizenaars bewoond zoals blijkt uit de telling van
pastoor Theodoor Ridderbeekx
van 1763. Pastoor Ridderbeekx noemt Paulus Lambrechts († 21 november 1800 te St.
Pieter, 78 jaar oud, ouders onbekend) en Ludovicus Madian († 19 mei 1789 te St.
Pieter omtrent 84 jaar oud). Louis' vader was afkomstig van Dietfurt aan de
Altmühl in Beieren. 13 september 1715 had hij de burgereed afgelegd
en 20 september 1715 werd hij als burger afgeroepen in het snijder (kleermaker)
ambacht te Maastricht. Nadat de kluizenaars vertrokken waren uit deze grot werd de grot
bewoond door diverse St. Pieterse inwoners welke in de omtrek tuinland
bewerkten. Tot aan de Tweede Wereldoorlog woonde een familie Hameleers in deze
grotwoning.

Ligging van "de kluis" op een kaart van
Stichting Grafmonumenten Sint Pieter (kaart
samengesteld door Dhr. René Peels).
In de
schepenbrieven van het Kapittel van O. L. Vrouw te Maastricht lezen
wij onder No 533 (D):
1490 (November 30)
op Sint Andriessommer des heelgen Apostels.
Schout en schepen van St. Pieter
oorkonden, dat Heynryck Happart aan Michiel Olislegers, zijn
echtgenote Agnese en hun kinderen een erfpacht van 2 mud rogge,
pacht van St. Pieter en maat van Maastricht, uit alle goederen van
de hoeve van Liechtenborch waar ook te St. Pieter gelegen
"heet sy berch, dael, boschs, bampt, wyngart ende achterlant" niets
uitgezonderd, overdraagt en zij hem in het bezit van die pacht
stellen volgens gebruik van hun schepenbank, voor welk pacht de
voornoemde hoeve met toebehoor tot onderpand wordt gesteld. O.a.
schepen Herman van Eynatten zegelt in bruine was, onduidelijk: een
rechter schuinbalk vergezeld van 6 merletten aan iedere kant.
Prins-bisschop van Luik - Jan van Horn, wordt in
1505 op het grondgebied
van de Lichtenberg begraven in het
voormalig klooster Slavante.
Bij de belegering van Maastricht in 1568 diende het huis en omgeving als
hoofdkwartier van de hertog van Alva.
Dit beleg heeft blijkbaar indruk gemaakt op
Willem
van Oranje en zijn tijdgenoten, zoals blijkt uit het elfde couplet van het
Nederlands volkslied:
"Als een Prins op
gheseten Met mijner Heyres cracht, Van den Tyran vermeten Heb ick den Slach verwacht, Die by Maestricht begraven
Bevreesde mijn ghewelt, Mijn ruyters sach men draven. Seer moedich door dat Velt."
 |
 |
 |
|
Hertog van Alva
(1507-1582). |
Willem van Nassau
(1533-1584). |
Prins Frederik Hendrik
(1584-1647). |
Kolonel Pinsen van der AA (een
neef van Hooft) koos hier eveneens zijn hoofdkwartier in juni 1632
tijdens het beleg van Maastricht door Prins Frederik Hendrik.


Detail uit een kaart gedrukt te
Amsterdam in de Kalver-straet door Claes Jansz, Visscher 9
juni 1632.

Detail
uit de kaart "Frederici Henrici" van dezelfde situatie in 1632. Ook hier
is De Lichtenberg (in circel) goed te herkennen.
Na 1640 verliest het kasteel zijn
militaire functie en wordt getransformeerd in een versterkte woning
en gebruikt als boerderij. Het bovenste uit mergel gebouwde deel van de
burchttoren dateert uit deze tijd. De toren had een defensief
karakter. Rond een binnenplein werd een hoofdgebouw en zuidvleugel
gebouwd. Vele oude bouwmaterialen worden herbruikt. Door het
huwelijk van Maria Florentina van Eynatten op 15 januari 1659 met
Wolfgang baron Van Schaesberg komt het goed in het bezit van het
geslacht Van Schaesberg tot eind 18de eeuw.
Op den 14 9bris 1662 heeft sich Gille
L’Abbaije V claert borger te wesen onder
het gardinaers ambacht ab Ao 1659
wesende halffve winne op Lichtenbergh
Bron:
Ambachten te Sint Pieter 1662.
1740 werd
Lichtenberg nog in volle glorie afgebeeld. 7 jaar later resteerde na een brand alleen
nog de oude toren. 1870 werd op de plaats waar de woonburcht heeft
gestaan een grote landbouwschuur gebouwd, met gebruikmaking van de
oude funderingen. Het huidige woonhuis bevat nog delen uit de 17de
eeuw. Het poortgebouw en de stallen stammen uit de 18de
en 19de eeuw. De laatste adellijke bewoners van
Lichtenberg waren August Fréderic Antoine Marie Graaf Van Schaesberg
(1730-1804) en Isabelle barones Van Cortenbach.
  
De sluitstenen van de families
Coenegracht en Straetmans boven de poorten zuidelijke
binnenplaats.
15 februari 1809
verkoopt de Franse administratie het geconfisceerde particuliere
bezit Lichtenberg aan Christiaan (Chrétien) Coenegracht "maire" te
Maastricht. Zijn kleindochter Maria Christina Sara Dorothea
Coenegracht bewoont vanaf haar huwelijk met Hubertus Theodorus
Laurentius Straetmans,16 juli 1862, het goed Lichtenberg.
Zie:
De graven langs de buitenmuur van de kerk.

Voorbereidingen voor de bouw
van de Enci-fabriek.
In 1921 ging het eigendom over naar de "Société
Anonyme Fabrique Portland et Briquetterie de Raevels" de latere
E.N.C.I. (N.V. Eerste Nederlandsche Cement Industrie). Door de bouw van de E.N.C.I. fabriek en de mergelwinning
staat de huidige hoeve Lichtenberg en ruïne enigszins geïsoleerd en
als het ware op een klif met bijna loodrechte verticale wanden.
 
Foto's: privé collectie fam. Ceulen-Vossen.

In Het Vaderland
donderdag 15 juni 1922 verscheen het naastaande artikel.
De inhoud van de berichten heeft voor velen nog een hoog
actualiteitsgehalte.

Gevolgd door
Het Vaderland van 27 juli 1922.
Er verschijnen nog tot 1945 verschillende artikelen in dit
dagblad over de aantasting van het landschap als gevolg van de activiteiten van de
industriële mergelwinning. Er wordt zelfs aangedrongen op een kapverbod. Actueler kan niet,
Het Vaderland van 16 augustus 1923:

En soms gaat het goed mis bij de werkzaamheden,
Het Vaderland van 21 mei 1924:

Het Vaderland meldt op 12
april 1941:


Fragment uit M. Bory de
St.-Vincent:
Description du Plateau de St.-Pierre
de Maestricht.
De overlevering zegt dat de naam Lichtenberg
voortkomt uit de functie van de toren die ten tijde van Caesar een vuurbaken was om schepen te leiden, vandaar: "mons lucis".
Ook Bory de St.-Vincent geeft Lichtenberg een functie als lichtbaken. Pierre Kemp vermeldt in zijn verzameling Limburgse sagen en legenden
dat men gemeend heeft de naam af te leiden uit een woordspeling; op
de St. Pietersberg ter plaatse woonden namelijk eenmaal roofridders,
die de kooplieden "verlichtten" van hun bezit. Persoonlijk denk ik eerder dat de naam voortkomt uit de ligging van
het kasteel, dus een toponiem: het ligt op de berg of het ligt in de
lucht= hoog gelegen ("Luchtenborch") - zodoende Lichtenberg.
Bij de doop van Servatius Van de Masen (Maes) op 23 februari 1612 te
Maastricht, St. Catharina parochie, is een Catharina Van de Locht
doopgetuige. Gelet op de nauwe familierelatie van de familie Maes
met de familie Lichtenberg kan dit Catharina Van Lichtenberg zijn.
Zie ook: I. Evers en
P. Ubachs: Maastrichtse Mythen - Maastricht 2003.

Fragment uit de
Dictionnaire Géographique du Limbourg van Ph. Vander Maelen - Brussel 1835.
Heren van Lichtenberg
(Lixtenbourg, Liechteborgh,Ligteberg, Lyechtenbergh, Lugteberg) waren in de loop
der eeuwen:
-
Nn Van Lichtenberg †
voor 20 apr. 1267 x Syba van Tricht † na 1267
-
Henri Van
Lichtenberg † waarschijnlijk 1312 x Nésa Van Hercke
† na 1291
-
Henri Van
Lichtenberg † na 1361 x Mechtilde weduwe van Nn Parys
-
Henri Van
Lichtenberg † voor 1377
-
Jean Happart † na
1407 (wapen Happarts 1407 - Adulphus Happarts: wapen 1434)
-
Rogier Bock Van
Lichtenberg † na 1410
-
Ogier Bock Van
Lichtenberg x Jeanne van den Bosch
-
Alyde Bock Van
Lichtenberg x Jean van Eynatten (* ± 1410 † 1461)
-
Herman Van Eynatten
(± 1450 † 1575) x Alide Hoen Van Hoensbroeck (± 1450
† 9 april 1511)

Ansichtkaart Kasteel Geulle, rond 1620 in opdracht
van Conrad Ulrich baron van Hoensbroeck-Geul gebouwd.
Geulle was een heerlijkheid waarmee Wolther van Hoensbroek in 1560
werd beleend. Hij was Heer van Geulle en Bunde. In de mannelijke
lijn stierf deze tak, die een zijtak was van de latere rijksgraven
van Hoensbroek, uit. In 1785 kwamen de goederen van Geulle door
vererving in de familie Hoen, die op het kasteel Schaloen in
Oud-Valkenburg woonde. Philipine trouwde met Ladislas de
Villers-Masbourg, waardoor Schaloen in deze familie kwam. Haar
jongere zuster Theresia huwde graaf Adolphe De Hamal rentenier in
Luik. Zij verkochten hun goederen in Geulle (ruim 170 kadastrale
nummers) in 1843 aan Emile of Theodore Emile Antoine Joseph, graaf
d'Oultremont, te Warfusée in de gemeente St. Géorge
(Noord-Frankrijk). In 1847 liet deze Belgische graaf het mooie
kasteel van Geulle afbreken. Alleen de voorbouw bleef over,
bestaande uit stallingen, remises, wachtkamers en verblijven voor
het dienstpersoneel. Later werd dit gedeelte verbouwd en als woning
voor de rentmeester ingericht. Het gebouw kreeg later de naam van
"kasteel van Geulle". Ook de bekende Limburgse schrijvers dr. Felix
Rutten en Marie Koenen hebben er gewoond. Zie:
Geulle
Anthonius Candidus De
Hoensbroek-Geul was de grootoud neef van Alide Hoen Van Hoensbroeck.
Hun gemeenschappelijke voorouder is Herman III Hoen van Hoensbroeck.
Anton's ouders waren Conrard Ulrich Van Hoensbroeck-Geul en Isabella
De Haudion. Anton werd geboren op 28 juli 1630 te Geulle. Zijn
eerste huwelijk was met Anna Maria Van Berghe 15 december 1655 te
Aken. Hij huwde voor de tweede keer met Maria Alexandrina Catharina
De Lamargelle, dochter van Arnold Theodorus Amor De Lamgelle en
Isabella Adolphina De Hoensbroeck, op 13 februari 1673 te Breust.
Anton was heer van Oost. Hij testeert op 28 augustus 1689 en
overleed 6 november 1693 te Oost. Anton werd begraven te St. Pieter.
Zijn tweede echtgenote overleed 6 februari 1730 in het kasteel te
Eijsden. Hun dochtertje barones Isabella Godefrida Francisca De
Hoensbroeck werd gedoopt op 18 februari 1674 te Maastricht in de
parochie van St. Catharina. Zijn overleed in 1681, 7 jaar oud en
werd 4 juni 1681 te St. Pieter begraven. Als godvruchtig aandenken
aan zijn zus, stichtte haar broer Ulricus Anthonius De Hoensbroeck,
heer van Oost en graaf van Fura ('s-Gravenvoeren), gehuwd met Marie
Anna Alexandrine Lamargelle, het altaar van Sint Antonius in de kerk
van de Minderbroeders te Slavante. Uiteindelijk komt dit altaar in
de oude kerk van St. Pieter "op de berg" terecht (1841) en wordt dan
toegewijd aan de H. Petrus. De H. Petrus moet later echter wijken
voor een andere devotie, die voor de O.L.V. van Lourdes. Het oude
St. Antoniusbeeld is helaas verdwenen.
-
Herman van Eynatten
* 1489 † na 1575 x Catherine Van Bléhen Van Abée
-
Olivier Van Eynatten
† 26 mar. 1604
-
Henrick Van Eynatten
* ± 1533 † 1594 x Alide Van Werst 1537-1614
In een akte uit 1594 is te lezen dat
de derde zoon van Henrick van Eynatten en Alide van Werst, Olivier
van Eynatten, heer van Lichtenberg werd:
"Pour la 3e partie durat et joyrat Olivier de
Eynatten troisième fils, pour sa parte et portion les biens et
héritages de Lichtenborch, maison forte, cense, cherwaige (akkerland),
jardins, vignobles, terre, bois, hayes et ille gisante en la rivière
de Meuse, droite à l’opposite de la dite maison de Lichtenborch.
Ensemble la montaigne de pierres blanches illecque (zandstenen)
et revenus en rentes tant au lieu de St. Pierre comme embas de
laditte montaigne letout a chargé que lesdits biens doivent et come
les feu prédécesseurs les ont tenu, manié et possedez, aurat encore
la moitié parte" ... etc.
Wapen joncker herman van
Eijnnatten, heer van liechteborgh, Abee 1538 (G.A. Collette).
Olivier vertrek naar Hongarije om
daar te vechten. Voor zijn vertrek had hij de Lichtenberg vermaakt
aan zijn jongere broer Marcel. Olivier stierf in Hongarije in 1607.
Zijn broer Marcel was daarvoor in 1605 overleden. Hun moeder Alide
van Werst zorgde nu ook weer voor de boedelscheiding: Frederik kreeg
de Lichtenberg en Hendrik, het kasteel Abée.
Maria Eva De Colijn overlijdt na
1653. In 'Liber Recommendationis Pro Conventu Lichtenbergensi' wordt
vermeld:
"Anno 1653 hoc mense in templo conventus nostri
Lichtebergensis perfectum est illud opus ante chorum, organum
scilicet, quod generosus dominus
Godefridus Huyn Comes de
Geleen Ordinis Theuthonici Balluviae Juncetanae Archicommendator
ex sua liberalitate dedit. Et duo altaria lateralia quae tam ad
honorem B. Mariae Virginis quam S.P.N. Francisci generosus
Dominus Joannes d’Amstenraedt Dominus in Meer etc et generosa
Domina Maria Eva de Colijn
vidua defuncti Domini de Lichtenberch fieri curarunt. Patres et
fratres pro tantis benefactoribus fideliter orent".
"In deze
maand van het jaar 1653 is in de kerk van ons klooster
Lichtenberg het werk voor het koor klaargekomen, namelijk het
orgel, dat de vrijgevige heer Godefridus Huyn, graaf van Geleen,
hoofdcommandeur van de Balie Biesen van de Duitse Orde vanuit
zijn grootmoedigheid heeft geschonken. En bovendien twee
zijaltaren, zowel ter ere van de Heilige Maagd Maria als van
onze Heilige Vader Franciscus, die de vrijgevige heer Joannes
van Amstenrade, heer van Mheer, enz. en de vrijgevige vrouwe
Maria Eva de Colijn, weduwe van wijlen de heer van Lichtenberg,
hebben laten vervaardigen. De paters en de broeders moeten trouw
bidden voor zulke weldoeners".

Johann
Friedrich Freiherr von Schaesberg (1598-1671), de vader van Wolffgang
Wilhelmus baron Van Schaesberg.



Grafsteen
van Nicolas Hoen van Hoensbroeck, commandeur van de Teutoonse (Duitse)
Orde van Bernissem, † 18 april 1567.
Opschriften in "de
zwarte berg" een uitloper van het gangenstelsel Zonneberg.
Gedeelten van de uitlopers "de wilde berg" en "de
zwarte berg" lagen binnen de concessiegrens van de ENCI en mochten afgegraven
worden voor de cementproductie. Dit gold ook voor "het museum" dat gedeeltelijk
werd afgegraven. Links: jayme qui mayme / L de
Eynatten (ik houd van wie mij liefheeft); rechts:
Schaesborch 1637 / Si deus nobiscum / quis contra nos
(als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn - een afkorting van het
Bijbelvers in Romeinen 8:31). Deze opschriften zijn
waarschijnlijk van het echtpaar barones Maria Florentia VAN EIJNATTEN (AB
EIJNATTEN), dochter van Louis VAN EIJNATTEN en Maria Eva DE COLIJN (DE
COLIJN-BEUSDAEL), gehuwd met baron Jean Frederik VAN SCHAESBERG, zoon van Jean
Frédéric (Johann Friedrich) VON SCHAESBERG (VAN SCHAESBERG).
Foto: Dhr. Hans Ogg; de
opname is rond 1970 gemaakt in de zgn. Zwarte Berg, niet ver van het opschrift
van Bory.
-
Jean Fréderic Van
Schaesberg x Mathilde Marie Marguerite Von Schöler
-
Jean Guillaume Van
Schaesberg * 22 nov. 1696 † 5 nov. 1768 x Rose Véronique barones
Von Westerholt-Lembeck
-
Auguste Fréderic
Antoine Marie Van Schaesberg * okt. 1730 † 9 feb, 1804 x Isabelle
barones Van Cortenbach
1618 wordt Joannes Happaert nog
genoemd als "oriundus (komend van) ex villa de Lichtenberg,
parochus, St. Theol, licentiatus". Van 1619-1624 is hij pastoor van
St. Pieter.

Claes HOEN was de tweede groot
kleinzoon van Ogier BOCK VAN LICHTENBERG en Jeanne VAN DEN BOSCH TOT
MOPERTINGEN. Kleinzoon van Nicolaas HOEN en Johanna DE CORSWAREM, dochter van
Aert VAN CORSWAREM en Maria DE WARFUSËE WAROUX. Claes HOEN was een zoon van
Herman HOEN en Maria VAN DAVE, erfdochter van Godfried, vrijheer van Dave en
Catharina DE WIDEUX. Deze grafsteen bevond zich in
een kamer van de Commanderij van de Duitse Orde te Bernissem. Momenteel in de
muur van de slottoren op het eerste binnenhof van het kasteel Bioul in de
provincie Namen. Aan de linkerzijde op deze grafzerk o.a. de
wapens H(er)HOE(n)SBROEK en LYCHTE(n)BORCH. De overige afgebeelde wapens zijn
van CORSWARM, WARIS, DAVER, ENGHYEN, WYDUE en GEYT. Bron: L. Herckenrode:
Collection de tombes, épitaphes et blasons, recueillis dans les églises
et couvents de la Hesbaye [...] - Louvain 1960.
Het kasteel van
Bioul, binnenplaats.
Zie:
Familiewapens en
De Sint Lambertuskapel: Lage Kanaaldijk-Kapelweg te Maastricht.
In de
kwartierstaat van mijn vrouw Ineke Lamberti komen de Eynattens van
St. Pieter voor:

Momenteel een virtueel leeftijdsverschil van 643 jaar
tussen Ineke en Johan van Eynatten (15 generaties). N.B.: Henricus
VAN EIJNATTEN (GELDERMANS AB ENNATEN) is vooralsnog niet goed te
plaatsen; vanaf deze persoon is het schema dus hypothetisch. |
|
Pachters en bewoners van de hoeve Lichtenberg
(voor meer details over eigenaren en pachters zie:
Kwartierstaat Marres):
De familie Duchateau te Sint-Pieter, vermoedelijk
afkomstig van het oude ridderlijke geslacht Du Château de Slins
leverde een aantal pachters voor de hoeve Lichtenberg.
Walterus Du Chateau: * omtrent
1695; 6 februari 1748 begraven bij de Minderbroeders "op den
Slavantenbergh" huwt 1 juli 1727 te St. Pieter Maria Agnetis Eijssen (Eijsschen). Hij was
eigenaar van het goed "Naerenbergh" te St. Pieter, pachter van de
graven van Schaesberg en de hoeve Lichtenberg. Vanaf vermoedelijk de
tweede helft van de 18de eeuw pachter van de boerderij
bij Lichtenberg. Hij vertrok 1721 uit Fexhe-Slins naar Borgharen om
een boerderij te beheren, de Ferme d'Opharen. Arriveert dan vermoedelijk 1727 op
Lichtenberg (de pachttermijn was meestal 6 jaar). Dit echtpaar kreeg 10 kinderen.
Winand
Mengels vermeldt in zijn Chronijck van het dorp Canne in zijn Korte
beschryvinge van het jaer 1765:
"Dit jaer heeft men
beginnen steenen te vaaren ende fondamenten uyt te graven, en selfs eenige
muragien aen te leggen, aen de nieuwe winninge genaemt Nerenbergh, gelegen aen
de heyde van St. Peter, ontrent de Tombe; dese winninge is gemaekt geworden, of
heeft doen timmeren Maria Agnes Eysschen, weduwe
van wylen Waltherus du Chateau, die op Lichtenbergh
als pachter van den graeve van Schaesbergh eenige jaeren te voren gestorven is,
ten tyde van den hier gewesenen oorlogh; men heeft differente jaeren aen dese
winnige getimmert, eer dezelve volmaeckt is geweest".
Idem 1768:
"Den 13 April heeft
de wed. du Chateau, pachtersche op Lichtenbergh, eenen pubelycken uytroep
gehouden van peerden, koeyen, verckens ende allen het getuygh dienende tot den
ackerbouw".
Wapen Eijssen, getekend door K. van den
Sigtenhorst naar het wapen van Joannes Eijssen
op diens grafsteen te St. Pieter. De oorspronkelijke
kleuren zijn onbekend. In blauw een rechter schuinbalk
waaroverheen een linkerschuinbalk, over deze beide heen
een paal, alles van goud. Helmteken: een aanziende
meermin in natuurlijke kleur met gouden haar en gouden
staart, houdende in de opgeheven rechterhand een
zilveren spiegel in gouden lijst en in de opgeheven
linkerhand een gouden kam. Dekkleden: blauw en geel. Bron:
L.
Eijssen: Kwartierstaat Eijssen-Oosterbaan - Roermond
1988.
Zie:
Stichting
Grafmonumenten Sint Pieter en
zuidmuur: Ioannes-Eyssen.
Zijn derde kind Walter Du
Chateau - * 15 aug
1735 † 19 aug 1828 x Maria Gertrudis Pijls (Piels) - volgt hem
op als pachter; hij was ook burgemeester van St. Pieter.
Joannes
Lambertus Duchateau, zesde kind van Walter Duchateau (2) - * 2 dec 1774 † 23 feb 1840 x Anna Mechtildis
Snoeck - was ook pachter van de hoeve en wethouder van St. Pieter. 9
kinderen.
De eerder vermeldde Christiaan Coenegracht (* 29 juni 1755 †
overleden op 18 augustus 1818 x Sara Catharina Bemelmans) was lid van de
administratie van het Arrondissement Maastricht in 1794 en van 1796 tot 1798.
Hij werd door keizer Napoleon benoemd tot maire van Maastricht in 1808 en bleef
dit tot mei 1815; hij was president van het kiescollege van het arrondissement
in 1812. Hij had aan de universiteit van Leuven wijsbegeerte en rechten
gestudeerd, was na 1815 nog lid van de Provinciale Staten van Limburg en woonde
op huize "Hoogeweerth" te Heugem.15 februari 1809 verkoopt de Franse
administratie het geconfisceerde particuliere bezit Lichtenberg voor 76.000
francs aan Christiaan Coenegracht "maire" te Maastricht. Zijn zoon Marie Joseph
Theodoor Coenegracht erft het goed. Christiaan overlijdt in 1839. Zijn dochter
Maria Christina Sara Dorothea Coenegracht bewoont na haar huwelijk met Hubertus
Theodorus Laurentius Staetmans (16 juli 1862 te Maastricht) het goed
Lichtenberg. Zie:
De graven langs de
buitenmuur van de kerk.

29 november 1786 betaalt Wilhelmus
Roijmans, leerknecht geweest zijnde bij Christianus Coenegragt, 26 gulden ter
voldoening van het "Ketel of Leergelt te behoeve van het goet Brouwer Ambacht"
te Maastricht. Bron: archief en collectie Dumoulin RHCL,
inventarisnummer 45. 17 januari 1795 wordt Wilhelmus Roijmans burger van
Maastricht onder het euffmengersambacht (ooftmengers= handelaren in groente en
fruit).
Uit het dagboek
van Joannes Rosier koster en schoolmeester te St. Pieter
(1778-1847):
"1821. Den eersten October op
Heugemer Kermismaandag is 's avonts naar Heugem gegaan Wilhelmus Frissen, oud 49
jaren, zoone van Joannes Frissen en Maria Anna Duchateau, hij was nog
jonkman en 's avonts naar huis komende is met de pont willen over de Maas vaaren
en hij is in de Maas verdronken, en Dynsdag den 2den October is hij gevonden
achter de Maasbrug te Maastricht en is daar gevisiteerd en is den 3den October
gebragt in een serk op de Blekerij bij Petrus Egidius Claessens en hij is in
Sint Pieter begraven op de kerkhof den 4den October 1821. De pont lag hier in de
Weert in den hoek gelijk men die plaats noemt, en zij hebben de pont gevonden
den dag daarnaar op de Blekerij, zo moest hij zeker daaruyt gevallen zijn, maar
hij was maar alleen als hij met de pont overkwam en thien jonkmans hebben hem
gedragen en die hebben vereert in de kerk een glaasen kroon van 75 frangs, de
jonkmans zijn geweest deze navolgende: te weten, Nicolaus Claessens, Wilhelmus
Blankers, Henricus Hinken, Wilhelmus Schrijnemaekers, Gerardus Ysermans,
Leonardus Moermans, Joannes Ysermans, schipper, Arnoldus Ysermans, Matthijs van
Lijf en Joannes Hendrix, en wij hebben hem met het kruys gehaalt op de Blekerij
den 4 October, Donderdags, hij was geboortig uyt Sint Pieter. Men zegt dat hij
is overgevaaren met een boonstek in de plaats van een vurk, want hij had zijn
vurk 's avonts naar Heugem gaande, verstoken, en die had hij niet meer konnen
vinden en is toen met eenen boonstek willen overvaaren, want men heeft zijn vurk
gevonden den dag daarnaar waar de pont gelegen had aan de Weert en het was ook
dien avont zulk ontstuimig weer dat de boomen uyt de grond waeyden en zo duyster
als het oyt geweest is, ik heb dit hier tot gedachtenis geschreven van aan dit
ongeluk te denken, die dit zullen lezen. Joannes Rosier".
"1822. Verkoop
van de landerijen van Willem en Lambertus Frissen den 5 Februarius.
Willem Frissen was verdronken in de Maas. Martinus Claessens heeft
gekogt uyt den rooden haan 2 groote, 10 kleen roede oude maat, yder
roede 3 honderd gulden Luyks geld. Lambeer Geelen heeft gekogt op de
Weert een groote roede oude maat, 200 en 65 gulden Luyks geld.
Arnoldus Ysermans heeft gekogt op de Weert 2 groote roede oude maat,
yder roede 300 en 50 gulden Luyks geld.
Het huis van Lambeer Frissen en 30 kleen roede land
is verkogt voor duysent gulden Luyks geld, Lambeer Frissen heeft dit
gekogt.
Lambertus Duchateau van Lichtenberg heeft gekogt 9
graote roeden aan Zonnenberg, oude maat, yder roede 93 Nederlanders.
Gilis Claessens heeft gekogt aan Zonnenberg 10 groote
en 3 kwaart roede oude maat, yder roede 100 en 3 Nederlanders. Gilis
Claessens heeft ook gekogt 11 kleen roede oude maat gelegen achter
de Blekerij, genaamt het Pastoorshofke voor 60 Nederlanders".
Andreas Joannes
Josephus Théodorus Hubertus Du Chateau (achtste kind van Joannes) - * 28 sep
1826 † 14 mar 1886 x Maria Ida Gilissen - volgt zijn vader
Joannes Lambert als pachter van de hoeve Lichtenberg op. 9
kinderen. Zie:
http://www.breurhenket.com/Geruimd#BRIGG.
Johanna Elisabeth Antonia Duchateau, jongste dochter van Andreas Du Chateau en
Maria Ida Gilissen werd op 12 april 1871 te St. Pieter op de Lichtenberg
geboren. Julia overleed 3 oktober 1952.

Detail
uit een kaart uit 1846 met de ligging van het huis.
Bron:
inventaris
Rijkswaterstaat te Maastricht 07.H05/2 nrs. 1725 - 1727 - 1729.

Diens eerste kind
Franciscus Hubertus Theodorus Waltherus Duchateau - * 7 december 1858
† 11 september 1931 gehuwd met Marie Elise Poilvache - bewoonde aanvankelijk
als pachter de hoeve Lichtenberg en was rentmeester van de
families Regout voor haar bezittingen in Meerssen en De Loë voor
het kasteel Mheer. Walters jongste zoon Waltère - * 4 februari 1925 -
wordt bewoner van de hof Caestert te Visé. Joannes Hubertus Francisca Duchateau * 13 januari 1870 † 21 oktober 1935
en gehuwd met Anna Josephina Yerna - was een van de laatste Duchateau´s die nog op de
hoeve Lichtenberg zijn geboren. Hij was eigenaar van een gedeelte van de
Duchateaugroeve op de St. Pietersberg. In de beginjaren van de vliegerij heeft
hij eens het terrein afgezet en een toegangsprijs geheven toen bekend werd dat
er vliegtuigen zouden passeren op weg naar Italië. Zijn oudste zoon Waltherus
Theodorus Maria Antonius Duchateau, magazijnknecht van beroep, werd op 5 juni
1900 te St. Pieter geboren. Hij overleed 21 augustus 1922, 22 jaar oud als
gevolg van een noodlottig ongeval te Maastricht en werd te Maastricht begraven
op de begraafplaats aan de Tongerseweg. Zie
verder:
genealogie SLEGT e.a..
Bidprentje van
Waltherus Theodorus Maria
Antonius Duchateau.
Bron: privé collectie Dhr.
Peter Jenniskens.
1874 komt Peter Hardy van de
Reinekenshof te Eijsden naar St. Pieter. Hij pacht de hoeve
van Gregorius Egidius Philippus Straetmans gehuwd met Maria
Josephina Paulina Schoenmaeckers.

Jan Hubert Vossen, opvolger als pachter van de
familie Peter Hardy in 1901.
 
Tijdens de oogsttijd was
iedere helpende hand welkom. Links even poseren op de vensterbank van het
woonhuis - opvallend is de jonge Duitse militair in uniform - en rechts
Duitse gasten bij de waterput van de hoeve Lichtenberg.
Foto's: privé collectie fam. Ceulen-Vossen.
18 april 1888 wordt Maria Philomena
Hubertina Victorina Hardy geboren, de latere Mevrouw
J. Zeguers; † 11 mei 1986.
Bernardus Hubertus Vossen (1852-1941) gehuwd met Maria Catharina
SCHIEPERS (1858-1917) heeft niet slecht geoogst in 1917:

Bron:
inventarisnummer 59b van het Archief der voormalige Gemeente
Sint Pieter. Met dank aan Dhr. G. Coolen.
Zie:
Vak A. Pie Vossen - * 1 dec 1918 † 19 mei 1994 -
was de laatste pachter op hoeve Lichtenberg. Zijn nog in
leven zijnde zus Netta Ceulen-Vossen groeide op hoeve
Lichtenberg op. Zie:
Vak B 1.
Siebrand Vos schreef in
Dagblad De Limburger van 22 maart 2007:

Familiewapens gevoerd door de
verschillende bewoners.

De
heraldiek of
wapenkunde houdt zich bezig met de kennis van en regels voor
wapens als kentekens die onderscheid moeten maken tussen
families of gemeenschappen, zoals landen, steden en
gemeenten. Bovendien dient het begrip heraldiek om het
gebruik van deze wapens zelf aan te geven. Onder wapens
worden verstaan: gekleurde erfelijke of blijvende
(onveranderlijke) kentekens van een familie of instelling.
Deze kentekens werden in de regel afgebeeld volgens bepaalde
regels in de vorm van het afweerwapen van een middeleeuwse
ridder, namelijk als schild met helm, helmteken en
dekkleden.
Het wapen Eynatten (linkerhoek) en
Bock-Lichtenberg (rechterhoek) op de grafsteen van Herman
van Eynatten † 1594, gelegen voor de St. Lambertuskapel.
Zie:
De Sint Lambertuskapel: Lage Kanaaldijk-Kapelweg te
Maastricht.
De heraldiek stamt uit de ridderlijke
middeleeuwen. De heraldiek bleef niet beperkt tot de
ridderstand. Langzamerhand begon het gebruik van wapens ook
door te dringen tot andere lagen van de bevolking. Aan deze
ontwikkeling lag het toenemend gebruik van zegels in het
handels- en rechtsverkeer ten grondslag. Voor de zegels werd
meestal een wapen gebruikt. Niet alleen de adel, maar ook
andere groepen uit de samenleving maakten hiervoor gebruik
van heraldische vormen.
Omdat vroeger veel mensen niet lezen of
schrijven konden, "ondertekenden" zij een akte of
overeenkomst met een soort logo of tekeningetje. Dit
persoonlijk kenteken bestaat meestal uit een aantal rechte
strepen, later werden ook gebogen lijnen toegevoegd. Dit
zijn de zogenaamde
huismerken of handmerken. Vaak werd dit teken
onveranderd van vader op de oudste zoon vererfd; andere
verwanten brachten kleine veranderingen aan. Reeds in de
zesde eeuw komen huis- of handmerken voor, maar
waarschijnlijk zijn ze ouder. Als merkteken van vee, van
gereedschap en dergelijke komen deze tekens ook tegenwoordig
nog voor. Burgerlijke families in de steden zegelden eerst
met een huismerk. Daarna werd het huismerk gebruikt als
teken op een schild. Kwam de familie tot meer aanzien, dan
werd het huismerkwapen meestal door een zuiver heraldisch
wapen vervangen. Zo ontstonden de burgerlijke wapens. De
burgers kozen voor hun wapens figuren uit het stadsleven en
uit de symboliek van die tijd. Zo groeiden deze wapens,
waarvan alleen de uiterlijke vormen nog ridderlijke afkomst
aangaf, uit tot algemene familiesymbolen.
De wapens van het Koninkrijk der Nederlanden,
zijn provincies, gemeenten en waterschappen, en de wapens
van adellijke families zijn wettelijk beschermd. Naar
schatting zijn er in Nederland 80.000 verschillende
familienamen (waarvan slechts 0,5% van adel) en ongeveer
40.000 verschillende familiewapens. De Nederlander voert het
wapen van zijn familie uit eigen recht. Er is van niemand
toestemming nodig. Het is echter een goed heraldisch
gebruik, niet het wapen van iemand anders te gebruiken.

Het Centraal Bureau voor Genealogie biedt
sinds 1971 de gelegenheid tot registratie van reeds
bestaande of nieuwe familiewapens.

Schetsen van
Limburgse wapens opgetekend door
Louis Baron De Crassier ten
behoeve van door hem gepubliceerde artikelen in de Maasgouw.
In de
heraldiek worden de begrippen kleur,
metaal en
bontwerk gebruikt (in
het spraakgebruik worden kleur en metaal nog wel eens
samengevat in de term "kleur"). Van ouds kent men twee
metalen en vier kleuren: goud en zilver, rood (keel), blauw
(lazuur), zwart (sabel) en groen (sinopel). De kleur purper
werd vroeger niet van rood onderscheiden; nu is dat wel het
geval, maar het wordt in onze streken maar zelden gebruikt.
Allerhande andere kleuren komen hier en daar wel voor en
stammen vooral uit de tijd dat er weinig aandacht was voor
de heraldische mores. De metalen goud en zilver worden wel
weergegeven door geel en wit. Naast de metalen en kleuren
kent de heraldiek ook nog het zogenaamde
bontwerk: hermelijn en vair. Beiden bontwerken komen
met variaties voor.
Bron:
Heraldiek. |
 |

|

|

|
|
Happarts heere van liechteborgh 1407. |
Adulphus Happarts heere van liechteborgh
1434. |
Joncker herman van Eijnnatten, heer van
liechteborgh, Abee 1538. |
Joncker hend: van eijnnatten heere van
liechteborg, abee 1562. |
|
|
|

|
|
|
Wapen Huis Happart
1377?-1410. |
Wapen Huis
Bock-Lichtenberg 1410-1439. |
Wapen Huis Van Eynatten
1439-1659. |
Wapen Huis Van
Schaesberg 1659-eind 1700. |
|

8 september 2008 schreef Christine
Smolders in de HerveGeneNet@yahoogroupes.fr:
Bonjour à tous. Il y a peu, j'ai trouvé à Verviers, ces petits volets en bois,
avec blasons. Ces volets font ± 50-60 cm de large avec les 2, et 25-30 cm de
haut.
Het lijken mij de paneeldeurtjes van een
kast, wellicht vervaardigd ter gelegenheid van een huwelijk van een Eijnatten
met Hoensbroek/Schaesberg gerelateerde?

Vergelijkbare
kast?: privé collectie Breur Henket.
Michel Roberti de Terbiest mailde mij
nog het volgende:
L'ancien Propriétaire du Château
d'Abbée-Scry est Camille HENROZ époux de Louise SIMONIS petite-fille du
Sculpteur Eugène SIMONIS. C'était mes grands-parents, côté matenel. J'ai vécu et
joué dans ce château et ses allentours. Effectivement il y avait une plaque de
pierre avec les armes d'EYNATTEN et de son epouse. Mais que de souvenirs.
Cher Ami. Félicitations pour cette
histoire du château de Lichtenberg. En regardant la copie que j'ai faite pour ma
bibliothèque personnelle, j'ai vu le nom de COENEGRACHT. Cette Famille est allié
aux ROBERTI de St-Truiden. Notre nom d'origine est ROBIERTS. Puis ROBERTI depuis
166u. Ils ont été Receveurs dans les Commanderies des Chevaliers Teutoniques
(Bernissen, Ordingen, Zepperen et Alden Biesen). Encore félicitations et bonne
contination.

Detail uit een ets vervaardigd door
Romeijn de Hooghe in 1700 van de balie Alden-Biesen en haar twaalf onderhorige
commanderijen. Vogelperspectief van de versterkte commanderij met
kloosterhospitaal.
Info: Adrianus ROBERTI.
De ouders van Adrianus ROBERTI waren Henricus ROBERTI en
Maria CHAUDOIR.
Adrien (Adriaan) werd geboren omtrent 1786. Adrien
overleed 31 juli 1861, 75 jaar oud te Gorssem (België). Adrien was Directeur der
Belastingen.
Bekende kinderen van Adrien (Adriaan) en Maria Charlotta Theresia (Marie
Charlotte Thérèse) AERTS:
i. Adriaan Lodewijk Emile ROBERTI geboren op 9 november 1818 te Sint-Truiden.
Adrien Louis Emile huwde Anna Leonardina Josephina COENEGRACHT, dochter van
Hubertus Josephus Christianus COENEGRACHT en Anna Catharina Francisca HERMANS,
27 augustus 1844 te Maastricht. Adrien Louis Emile overleed 3 juni 1900, 81 jaar
oud te Munstergeleen.
ii. Maria Ferdinanda Francisca Euphrosina ROBERTI geboren op 13 januari 1824 te
Maastricht. Françoise Euphrosine huwde Aphrate Lodewijk Alexander COENEGRACHT,
zoon van Franciscus Xaverius Alexander COENEGRACHT en Maria Pernette Adela DE
RIGANO, 28 augustus 1848 te Maastricht. Françoise Euphrosine overleed 13 maart
1888, 64 jaar oud te Maastricht.
iii. Johannes Hendricus Furius ROBERTI geboren op 17 december 1826 te
Maastricht.
iv. Antonia Lambertina Cijdonia ROBERTI geboren te Sint-Truiden. Antonia huwde
Joseph Flore KEELHOFF 19 april 1853 te Maastricht. |

|
 |
 |

|
|
Wapen De Merode.
|
In
zilver een schuinbalk van keel, vergezeld van 6 zoomsgewijs
geplaatste merletten van hetzelfde.
Eynatten. |
Familiewapen familie von Schaesberg.
Bron: Leo
Peters: Geschichte des Geslechtes von Schaesberg bis zur
Mediatisierung - Assen 1972. |
Schaesberg volgens
Crassier.
|
 |
|
 |
|
Onbekende bron Luikse wapens. |
De familie Retersbeek voerde een
hertenschedel als wapen. Toen de Schaesbergse goederen
toegevoegd werden bij gebrek aan opvolging
door Retersbeek,
voegde ze dat familiewapen, drie bollen met barensteel, aan
het hare toe, zodat na enige tijd het gevierendeelde wapen
ontstond.
Het gemeentewapen van Schaesberg uit 1869 is
van dit wapen afgeleid.
Zie:
index.htm. |
Het Gemeentewapen van
Schaesberg - 28 juni 1869:
"Van zilver, beladen met de H.
Fredericus in natuurlijke kleur, gekleed met een mantel van
keel, omzoomd van goud, en met een onderkleed van zilver,
gebloemd van goud, hebbende een zilveren, van goud omzoomde,
bisschopsmuts op het hoofd, houdende in de rechterhand een
gouden bisschopsstaf en in de linkerhand een opengeslagen
boek van zilver; ter halverwege opkomende uit een
gevierendeeld schild zijnde 1 en 4 van zilver, beladen met 3
ballen van keel, geplaatst 2 en 1 en chef vergezeld van een
barensteel van azuur; 2 en 3 van goud beladen met een
hertengewei van sinopel". |
|

Alliantiesteen in de schuur aan de oostkant
(zie beneden).
Foto: Stichting Oud Sint Pieter.
 |

Wapen Huis Bock-Lichtenberg 1558.

Wapen Herman Hoen van Hoensbroek 1558.

Lichtenberg in Gelderland - een
Ambachtsheerlijkheid. Verleend:
7 oktober 1818. "In zilver een vink van natuurlijke kleur,
staande op een grond van groen." Het wapen is waarschijnlijk
een verbastering van het wapen van de familie Van
Lichtenberg, die een patrijs in het wapen voerden.
|
|
Uit: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le
Limbourg à Maestricht Tome LXXI- Maastricht 1935. P. Doppler:
Verzameling van charters en bescheiden betrekkelijk het Vrije
Rijkskapittel van St. Servaas te Maastricht:


4 mei 1666 geeft Maximiliaan Hendrik Van Beieren, prinsbisschop van
Luik zijn goedkeuring aan de hierboven genoemde overeenkomst.
|
Maximiliaan
Hendrik van Beieren, 1621-1688, sedert 1650
aartsbisschop en keurvorst van Keulen (daarnaast ook nog Hertog van
Bouillon, Markgraaf van Franchimont en Graaf van Loon en Horn). Hij lag echter doorlopend overhoop met zijn
steden Keulen en Luik; bouwde de citadel van Luik, om de stad in
bedwang te houden. In 1672 verbond hij zich met Lodewijk XIV en deed
een inval in de Nederlanden, samen met de bisschop van Munster. In 1683 werd hij ook nog bisschop van Munster.
5 september 1951 vonden de
gebroeders Vrancken bij het opruimen van een gang in de "Wilde Berg"
in het gangenstelsel van de Zonneberg een zilveren muntenschat. In
een apart uitgehouwen kuiltje lagen 156 zilveren munten netjes
opgestapeld. De eigenaar hoopte dat doortrekkende krijgsbenden zijn
eigendom zo niet konden vinden. Dat is inderdaad gelukt; de eigenaar
is echter zijn schat nooit komen ophalen. Of hij was overleden of
kon de plek niet meer terugvinden. De oudste munt was van 1616 en de
jongste van 1668. Lodewijk XIV, de Franse zonnekoning, maakte vanaf
1668 plannen om de vesting Maastricht te veroveren en dat is ook
gebeurd in 1673. Dit is wellicht de reden voor het verbergen van
deze munten. Op 23 van de Luikse munten prijkt de afbeelding
van Maximiliaan Hendrik van Beieren. De afkortingen op de munt
verwijzen naar zijn titels. Op onderstaande afbeelding een Luikse ducaton met Maximiliaan Hendrik van Beieren.
Foto uit:
Enci-Schakels 1952, No.1.

Een dergelijke munt en nog anderen werd ook
"gevonden" in 1967. De jongste munt is zover te zien op de foto's
uit 1750. Is het skelet van een Franse Soldaat? Het skelet lijkt
verdacht veel op een "1 aprilskelet". Geleend bij de
bedrijfsarts? De afbeeldingen zijn uit de Enci-Schakels 1967, no.3 (maart!). Oordeelt U zelf.
|
  
|
 |
 |
 |


1985
kwam ondergetekende - lees de maker van deze website - voor het eerst in contact met de laatste pachter van de hoeve Lichtenberg
Dhr. Vossen. Met steun van de Provincie Limburg, het Gewestelijk
Arbeidsbureau, de ENCI, instituten voor maatschappelijk en sociale
zorg, volksgezondheid en met middelen van het Europees Sociaal
Fonds, startte Stichting Nieuwe Werkvormen (SNW) met het natuurlijk
beheer van het gebied St. Pietersberg, parallel met het beheer van
de Hoge Fronten te Maastricht en de Eijsder Beemden. Zelf was ik als
projectleider verantwoordelijk voor de opbouw en het verdere beheer
van deze projecten. SNW trachtte mensen via werkprojecten een
zinvolle invulling te geven van hun werkdag ter verbetering van hun
welzijn. De eerste mergellandschapen verschenen op de St.
Pietersberg, de stallen op de hoeve werden heringericht als
schapenstal, er kwam weer opslag van hooi en stro, een herder
inclusief bordercollie werd aangetrokken, er kwam een "adoptieactie"
voor schapen enz. enz. De hoeve werd weer intensief gebruikt. De
Provincie begon met de restauratie van het dak, het bakhuis was
inmiddels gerestaureerd. Door gebrek aan financiële middelen en door
"interne belangenconflicten" rond SNW, was SNW in 1994 gedwongen de
werkzaamheden te staken. De taken, inclusief de schaapskudde, werden
overgenomen door Stichting Het Limburgs Landschap. De vele
vrijwilligers van SNW moesten op korte termijn hun werkzaamheden,
die zij jaren zeer enthousiast en met veel inzet uitgevoerd hadden,
stoppen. Via de E.N.C.I. en de provincie Limburg is het gebied nu
eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten. |
|
 
De
plaquette aangebracht in het poortgebouw van de hoeve
Lichtenberg op 8 februari 1995 bij de overdracht St.
Pietersberg aan de Vereniging Natuurmonumenten.
De hoeve anno 2005.


Stichting Oud Sint Pieter heeft een eigen
museum ingericht in de hoeve Lichtenberg.
Meer informatie:
www.oudsintpieter.com.
|
|
|
De legende van Lichtenberg:
In een
van de grote slotzalen van het kasteel Lichtenberg zat in de late
avond een luidruchtig gezelschap ridders bij elkaar, merendeels
verwanten en vrienden van de burchtheer. Terwijl de wijnbeker
vrolijk rond ging, vertelde men elkaar de belevenissen van oorlogen,
steekspel en minnekozerij; ter afwisseling klonken de ritmische
akkoorden van harp, fluit en vedel door de ruimte. Een van de
naburige slotheren, bekend om zijn onverschrokkenheid, doch die
eveneens de naam had van aan drank en speelzucht verslaafd te zijn,
hield zich weer bezig met zijn geliefkoosd dobbelspel en dronk
daarbij de ene beker wijn na de andere. Er werd grof gespeeld. De
ridder, die niet wilde luisteren naar de wijze raad van zijn
vrienden om het spel te staken, wilde hij niet al zijn bezittingen
verspelen, verloor zonder ophouden. Doch zo groot was zijn
hartstocht voor het spel, dat hij zelfs zijn ziel zou hebben
verdobbeld. Ten slotte bleef hem niets meer over dan zijn
onontbeerlijk zwaard, een meesterstuk van smeedkunst met schitterend
edelgesteente ingelegd. Hij was bijzonder gehecht aan dit prachtige
wapen, dat steeds bij alle gevechten dienst had gedaan. Hij wilde
juist besluiten om het te verpanden, toen een hevige bons op de
poort allen deed opschrikken. Waarschijnlijk was het een late
bezoeker, die nog om nachtverblijf kwam vragen. Enige ogenblikken
later werd een monnik binnengeleid, een eerbiedwaardige
verschijning. Toen de ridder de monnik gewaar werd, begon hij hem te
bespotten en sprak: "Ik ben van plan om eerst mijn zwaard en
vervolgens mijn ziel te verdobbelen. Bent U het daarmee eens,
heilige man?" De monnik, die wel bemerkte, dat de man door drank
beneveld was, antwoordde: "Edele Heer, het leven is slechts kort en
het hiernamaals eeuwig. Gebruik het leven dus goed, want ook uw uur
kan spoedig slaan. Vannacht om twaalf uur zal ik voor uw ziel
bidden. Bekeert U voor dat het te laat is. Moge de Heilige Maagd U
bijstaan!" Enige ogenblikken bleef de ridder sprakeloos, maar toen
hij tot bezinning kwam, kende zijn woede en verontwaardiging geen
grenzen. Hij zou die onbeschaamde indringer wel eens leren!
De monnik was echter spoorloos verdwenen. Dit prikkelde
zijn woede nog meer. Hij, die hel noch duivel vreesde, zou zich door
het gewauwel van een bedelmonnik laten intimideren! Hij beval zijn
knecht om onmiddellijk zijn paard te zadelen. Donkere wolken hadden
zich opgestapeld, de atmosfeer was drukkend geworden en een zwaar
onweer was in aantocht. De eerste bliksemstralen doorkliefden al de
donkere hemel. Tevergeefs trachten zijn vrienden hem te weerhouden.
De onversaagde ridder bestijgt zijn paard en drukt het de sporen in
de flanken, tot bloedens toe. Op hetzelfde ogenblik verlicht een
verblindende bliksemstraal heel de omtrek, onmiddellijk gevolgd door
een knetterende donderslag. Het paard schrikt en jaagt als razend
voort, maar de ruiter blijft in het zadel zitten. Bij stromen gutst
de regen neer, fantastisch worden de beboste hellingen telkens door
de bliksemstralen verlicht. Steeds gaat het voort, man en paard
lijken, te midden van de ontketende elementen, op een
spookverschijning. Eensklaps staat het fiere strijdros pal. Hoe de
ridder ook aan de teugels rukt en trekt, het helpt hem niets. Bij
het licht van een bliksemflits ziet de ruiter ineens, dat hij zich
aan de rand van een peilloze afgrond bevindt, waarin in de diepte
een woeste stroom bruist. In zijn verwarring schijnt het hem toe of
afzichtelijke gedaanten uit de diepte opduiken en hem met geweld in
de afgrond willen sleuren. Hij herinnert zich de waarschuwing van de
monnik; zou dit het begin van het einde zijn? Hij, die steeds als
overwinnaar uit het strijdperk op alle steekspelen is getreden,
waaraan hij heeft deelgenomen, hij, die steeds zijn vijanden heeft
verslagen, hij, die als een echte Don Juan in zijn leven ontelbare
vrouwenharten heeft veroverd, hij die nimmer angst heeft gekend,
staat hier als verslagen. In een ondeelbaar ogenblik ziet de
slotheer dit alles voor zich, doch vergeet, dat hij zich aan God
noch gebod stoorde. Het noodweer neemt nog in hevigheid toe; de
bliksem is niet meer van de lucht. Het dondert, davert en ratelt, de
wind giert en huilt, de gehele natuur schijnt ontwricht en hij, de
nietige mens, te midden van de losgebarsten elementen, voelt zich
thans eenzaam en verlaten. Voor het eerst in zijn leven siddert de
onoverwinnelijke ridder die nooit angst heeft gekend! Heeft hij het
kostbare leven, dat de Schepper hem schonk, niet verbrast in
losbandigheid en heeft hij wel iets goeds gedaan? Opeens walgt de
ongelukkige van zijn vroeger leven en zou hij wel alles willen doen
om het ongedaan te maken!
Voor het eerst
sinds zijn jeugd wil hij weer bidden, maar hij kan zich de gebeden
niet meer herinneren. "Ave Maria", roept hij in zijn doodsangst. Een
daverende donderslag weerklinkt; dan valt plotseling een stilte in
en temidden daarvan begint een klokje te beieren. Zachtjes klinken
de tonen van het angelus voor middernacht door de duisternis. De tot
inkeer gekomen ridder heeft berouw over zijn vroeger zondig leven en
voelt zich tot in het diepst van zijn ziel bewogen. Zijn edel paard
keert zich plots om en rent dan in wilde galop verder; in razende
vaart gaat het langs diepe kloven, langs bossen en velden, weg van
de onheilsplek. Als de laatste klank van het klokje wegsterft, staat
hij voor de ingangspoort van het klooster van de Observanten. Op
zijn herhaald geklop opent een broeder ten slotte de deur. De ridder
verzoekt toegelaten te worden, vertelt aan de broederoverste zijn
belevenissen, belooft zijn leven te zullen beteren en smeekt zijn
laatste jaren in boetedoening in het klooster te mogen doorbrengen,
wat hem wordt toegestaan.
Zie ook: Pierre Kemp:
Limburgse sagen en legenden - Maastricht. |